Lange & Uitgebreide Bijbelstudie over de Christelijke Kerk, Israël & Jeruzalem: Wat Leert de Bijbel Nu Wérkelijk?

(Bij deze uitgebreide bijbelstudie hebben we slechts gebruik gemaakt van de Statenvertaling (ook wel de “Oude Vertaling” genoemd) en wel om deze reden dat die eigenlijk de énige vertaling is, die de woorden van God getrouw weergeeft. Dit hebben we gedaan omdat er dan op de juiste wijze het “geestelijke met het geestelijke” ofwel “schrift met schrift” vergeleken kan worden. Een voorbeed (wat hieronder verder zal worden uitgewerkt) is, nl. het “zaad” van de aartsvader Abraham. In Galaten 3:16 bijvoorbeeld, lezen we dat God bepaalde beloften aan het “zaad” van Abraham heeft gedaan, en dit “zaad” is Christus Zélf. Hiermee wordt dan verwezen naar o. a. Genesis 17:8, waar we in andere vertalingen “nageslacht” lezen. In de Statenvertaling wordt eveneens het woord “zaad” gebruikt in Genesis 17:8 zodat we weten dat het hier slechts om Christus gaat en niet zoals vaak gedacht wordt, het Joodse volk. Door “zaad” met “nageslacht” te vertalen, worden zo eigenlijk verbanden verbroken en leidt dit slechts tot verwarring en leidt dit tevens tot een verkeerde interpretatie. Vadaar dat we de Statenvertaling gebruiken. Die zal vermoedelijk wat moeilijker te lezen zijn dan een huidige, moderne bijbelvertaling, daar die geschreven is in  het oud-Nederlands, daar die allang niet meer van deze tijd met het moderne Nederlands is. De vele Nederlandse moderne vertalingen zijn trouwens ook niet overal goed vertaald (en dit geldt ook voor de vele Engelse bijbelvertalingen, de King James-vertaling (waarop onze Statenvertaling gebaseerd is uitgezonderd.)

 

We hebben er hier al eerder over geschreven: Israël bestaat dit jaar (2018) maar liefts zeventig jaar! En zoals we ook al vaker hebben gezegd, voor de christenzionisten wereldwijd is dit een waar Godswonder. Nu hebben we een site gevonden, waar er o. a. een mooie foto te zien is van de bekende Al-Aqsa-moskee in Jeruzalem en omgeving, waar de woorden, “Israël, Mijn glorie. Hartelijk gefeliciteerd met uw 70-jarig jubileum 1948-2018”. https://www.maasbach.nl/israel-de-boodschap/ Het is een mooie site, en we zullen eens gaan lezen, wát er zoal te vinden is. Het conflict wat er nu al voor zeer lange tijd in het Midden-Oosten gaande is (het Israëlisch-Palestijnse conflict om precies te zijn), staat al voor meer dan vijftig jaar in het centrum van het globale nieuws, zo begint dit artikel. Nu is dit uiteraard niet helemaal waar natuurlijk; in al die achter ons liggende jaren is er ook veel aandacht geweest aan andere gebeurtenissen in de wereld waarvan er sommige wereldomvattend waren, zoals de val van de Berlijnse Muur in november 1989. Dan lezen we:

“We horen voortdurend over bombardementen, raket- en luchtaanvallen tussen de Joden en de Palestijnen”. 

De auteur geeft hiermee aan, dat zowel de Joden en de Palestijnen eigenlijk gelijkwaardige tegenstanders zijn. Verder zijn wereldleiders bezig met oplossingen om deze beide volken toch zover te krijgen dat die eens in vrede samen zullen kunnen leven. Maar om toch vooral een goed begrip te krijgen over waar het hier allemaal om gaat, zo schrijft de auteur, moeten we eigenlijk terug naar de Bijbel. Want daar lezen we hoe dat de zaak wérkelijk in elkaar steekt. En dat is natuurlijk alleen maar goed, want ook wij hebben wat Israël betreft, in het verleden meer dan eens bepaalde verzen uit de Bijbel hierbij aangehaald. De auteur beschrijft dan dat God duizenden jaren geleden een stuk land uitkoos voor Abraham, “… en het onvoorwaardelijk gaf aan Zijn vriend Abraham”. Dan wordt Genesis 17:7-8 geciteerd:

“Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land waar gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaän, tot een altoos durende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn”.  

 

De Nakomelingen van Izaak & Ismaël: Twee Elkaar Bestrijdende Volken. 

 

Dan lezen we hoe dit conflict ontstaan is; zowel Abraham als zijn vrouw, Sara, kregen van God de belofte van een zoon hoewel het paar zelf al op een leeftijd gekomen waren dat die eigenlijk geen kinderen meer konden krijgen. De zoon die hen geboren zou worden, zou hun beider erfgenaam zijn. En terwijl de jaren na deze belofte aan Abraham verstreken, werd Sara echter ongeduldig; voor haar duurde het allemaal toch wel wat lang. Dus stelde Sara aan haar man voor, een kind te verwekken bij hun slavin, Hagar, geheten. De zoon die daaruit voortkwam (terwijl God Zijn belofte aan Abraham van een eigen zoon nog niet vervuld had), werd Ismaël genaamd. Maar het zou uiteindelijk het kind der belofte, Izaak zijn, aan wie God Zijn belofte aan Abraham vervulde. Uit Ismaël zijn de Arabieren voortgekomen en zowel de nakomelingen van Izaak (de Joden) en die van Ismaël (de Arabieren) strijden nu al voor vele jaren om het Beloofde Land. En dit gaat ook nog tot op de dag van vadaag zo voort. Verder lezen we dat Jeruzalem een zeer belangrijke stad is voor zowel Joden, Moslims en Christenen; de Joden komen er uit verschillende delen van de wereld om er bij de Klaagmuur te bidden, de Moslims zeggen dat de profeet, Mohammed, ten hemel voer, en voor de Christenen is Jeruzalem belangrijk omdat Jezus er buiten de muur ervan gekruisigd werd, in de stad begraven werd en uit de dood opgestaan is. Dan lezen we dit:

“Maar er is meer. In Psalm 132:13-14 staat: “Want de HERE heeft Sion (Jeruzalem) verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd: Dit is Mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen wat haar heb Ik begeerd”. Jeruzalem is dus de stad die God heeft uigekozen om in te wonen”. 

 

Jeruzalem: de Ondeelbare Stad Gods. 

 

Verder lezen we er nog over het “ondeelbare Jeruzalem” wat de “stad van de levende God” is. De stad heeft een turbulente geschiedenis achter zich, werd vaak verwoest en ook weer herbouwd, en verder zal God maken dat Jeruzalem een “stad der bedwelming” zal worden voor vele omliggende volken, wat uiteindelijk zal leiden tot de vervulling van de Oud-Testamentische profetie in Zacharia 12:2-3 waar te lezen is dat God zal maken dat alle naties deze “steen” (Jeruzalem) zullen trachten op te heffen maar dit zullen doen tot eigen schade. En dit zal er weer toe leiden dat vele volken naar Jeruzalem op zullen trekken en zich erom heen zullen verzamelen. De wereldleiders (die menen dat het conflict rondom Jeruzalem via onderhandelingen wel op te lossen zou zijn), zullen zich echter zwaar verwonden daar zij die stad in deze zin trachten te verheffen, ” … want Jeruzalem is niet een stad van een mens. Het is de stad van de levende God. Hij heeft Jeruzalem uitgekozen als Zijn stad, Zijn woning”. Dan gaat het weer even terug naar Izaak en Ismaël; hoewel God Ismaël als de erfgenaam van Abraham maar Izaak had uitgekozen, zou Hij ook Ismaël omdat ook die een zoon van Abraham was, zegenen. De belofte zou uiteindelijk via Izaak verlopen waarmee verwezen wordt naar Genesis 17:18-21. Want:

“Als God eenmaal gesproken heeft, kun je dat als mens niet zomaar veranderen, hoe graag je dat ook wilt. Jeruzalem kun je dus niet zomaar opdelen tussen deze twee broers, wat men vandaag uit alle macht probeert te doen. Jeruzalem is de ondeelbare stad van de levende God Zelf. Deze stad heeft God gegeven aan Abraham, Izaäk en Jakob en zijn nageslacht. God heeft het hun als een eeuwigdurend bezit gegeven, ook vandaag. Er is vadaag niets veranderd aan dat wat God gesproken heeft”. 

Dan lezen we nog dat er een tijd zal komen waarin eenieder zal zeggen dat het vrede en rust zal zijn, maar dat dit het voorspel zal zijn tot vele volken die dan op zullen marcheren naar Jeruzalem om een einde te maken aan dit eeuwenoude conflict. Maar dan komt God tussenbeide, en wat er daarna zal geschieden, kunnen we lezen in, “Wereldschokkende Gebeurtenissen”, het boek wat de evangelist geschreven heeft.

 

Ons Commentaar. 

 

Allereerst lezen we over de bombardementen, raket en -luchtaanvallen tussen de Joden en de Palestijnen waarmeer de auteur (misschien onbewust) aangeeft, dat dit een strijd zou zijn tussen gelijkwaardige tegenstanders. Beide partijen zijn enigszins evenredig bewapend. De waarheid is echter (en dit zullen we in het boek van de evangelist (wat we niet hebben en dus ook niet gelezen hebben), dat de Palestijnen vanaf het begin nooit een match voor het meest moderne leger van het Midden-Oosten geweest is! Sterker nog, in 1948 werden er door Joodse terroristen en schemerige gangsters (waarvan de Bolsjewistische Jood, David Ben-Gurion, de grootste was, onder zijn leiding 700.000 á 1 miljoen hulpeloze Palestijnen uit hun woongebied letterlijk wéggezuiverd! Vermoedelijk zal dit niet een van die “wereldschokkende gebeurtenissen” zijn, die in het boek, “Wereldschokkende Gebeurtenissen” terug te vinden is! En vanaf die tijd leven de Palestijnen er in Palestina reeds zeventig jaar onder een wreed, tiranniek en onderdrukkend Joods juk! Ook deze “wereldschokkende gebeurtenis” zal zeer waarschijnlijk niet in het boek, “Wereldschokkende Gebeurtenissen” te vinden zijn.

 

Het Schrijnende Lot der Palestijnse Kinderen onder de Israëlische Nazi-Bezetting. 

 

Hebben de Palestijnse volwassenen al zo zwaar onder het juk van de Israëlische bezetting te lijden, het zijn echter vnl. de Palestijnse kinderen, wier lot er ronduit schrijnend is. Bekijk deze site maar eens: https://electronicintifada.net/tags/children Zou ook dít misschien geen “wereldschokkende gebeurtenis” kunnen zijn? Palestijnse kinderen (en jongeren) worden tegenwoordig door militair zwaar uigeruste sluipschutters in koelen bloede uit het leven wéggeknald! Anderen raken zwaargewond! Is het Israëlisch-Palestijnse conflict een strijd tussen twee militair gezien, evenredige partijen? Beslist niet; de Israëli’s krijgen jaarlijks miljarden steun aan dollars en “in natura” van de Verenigde Staten hetgeen is, wat het laatste betreft, de nieuwste oorlogstechnologie. De Palestijnen die ook wel wat hebben, vallen hierbij echter in het niet; zij zijn eenvoudigweg geen partij voor de zwaarbewapende Israëlische legermacht!

 

Jeruzalem: Stad van de Jaarlijkse Gay Pride Parade de “Stad van de levende God”? 

 

Wat Jeruzalem betreft, de evangelist beweert (en hij is niet de enige), dat Jeruzalem de “stad van de levende God” is; Hij heeft Zich de stad begeerd en dit is dan ook Zijn eeuwige woning. Nu worden er al enige jaren in verschillende Israëlische steden zoals Tel Aviv de inmiddels bekende “Gay Pride Parades” gehouden. De laatste vond recent op 2 augustus 2018 in Jeruzalem plaats. En die werd zwaar beveiligd. https://www.timesofisrael.com/thousands-march-in-largest-ever-jerusalem-pride-parade-under-heavy-security/ We weten niet hoe de evangelist hierover denkt, maar zou God Zich wérkelijk thuisvoelen in een stad waar jaarlijks de Gay Pride Parade” wordt gehouden? Kennelijk is de evangelist hier niet van op de hoogte (of misschien ook weer wél?)

 

“Nageslacht” vs “Zaad”. 

 

Dan zullen we ons nu bezig gaan houden met de belofte van God aan Abraham en diens “nageslacht”. De term, “nageslacht” kan wijzen op een persoon, personen of een volk. En vele bijbelvertalingen hanteren deze term ook. Maar om wérkelijk een goed begrip te krijgen wat er eigenlijk wérkelijk aan de gang is, moeten we naar de enige betrouwbare oude Statenvertaling (een copy van de Engelstalige King James Version (KJV). Nu zullen we Genesis 17:1-8 citeren:

“ALS nu Abram negen en negentig jaar oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht! En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermeningvuldigen”. (verzen 1-2)

Wat de onvoorwaardelijkheid van deze belofte van God aan Abraham (Abram) aangaat, in het tweede vers lezen we dat God Abram de opdracht gaf, voor Diens aangezicht te wandelen en om “oprecht” te zijn. Dán zou God Zijn verbond met hem oprichten. Kennelijk gaat het hier om een voorwaardelijke belofte, iets waar de evangelist kennelijk maar overheen heeft gelezen door hier slechts een deel van de verzen te citeren! Maar wat nóg belangrijker is, is de bijbelvertaling waaruit hij die verzen citeert, die met “uw nageslacht in hun geslachten” te maken hebben. En het is daar waar het juist fout gaat. Want de Satenvertaling (die de enige betrouwbare vertaling is, heeft er hier dit over:

“En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mj en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingenschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn”. (Genesis 17:7-8)

Het woord, nageslacht nu, kan zoals gezegd betrekking hebben op een persoon, meerdere personen of ook wel een volk, die de nakomeling (dan wel nakomelingen) zijn van iemand anders. In dit geval is dit Abraham. En zo is het dat velen nu geloven dat met “nageslacht” ook het huidige Joodse volk bedoeld wordt. Maar het woord, “zaad”, wat hier wordt gebruikt om hier slechts één nakomeling mee aan te duiden. En Wie dit is, zou de apostel, Paulus, vele eeuwen daarna duidelijk maken:

“Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van één: En uw zade; hetwelk is Christus”. (Galaten 3:16)

En dit werpt natuurlijk een heel ander licht op de zaak. God had bepaalde beloften gedaan aan Abraham en diens zaad; hetwelk is Christus. En dit zou God als een “eeuwigdurende bezitting” aan hen geven. En deze belofte was volkomen onvoorwaardelijk. De moderne vertaling die de evangelist hier gebruikt, heeft hier voor “zaad” in plaats daarvan “nageslacht” staan. En zo lijkt het erop alsof hier inderdaad het huidige Joodse volk mee bedoeld zou zijn. Dit is echter niet zo; het moet zoals de Statenvertaling dit doet, met “zaad” worden vertaald.

 

Abraham’s Fysieke Nakomelingen: Voorwaardelijke Beloften. 

 

Ook aan de fysieke of lijflijke nakomelingen had God het land beloofd. In tegenstelling met de belofte Gods aan Abraham en diens zaad hetwelk Christus is, waren de beloften die de fysieke nakomelingen van God gekregen hadden, gebaseerd op bepaalde voorwaarden. Zo moesten zij naarstig de geboden en verordeningen onderhouden, die God hen via Mozes had opgelegd. Zouden zij dit doen, dan zouden zij gezegend worden met materiële en tastbare zegeningen. Zouden zij dit echter (langdurig) níet doen, dan zou God hen echter zwaar straffen met uiteindelijk de ballingschap tot gevolg. Zie bijvoorbeeld Leviticus 26:1-13 en Deuteronomium 28:1-14. In deze verzen lezen we de zegeningen over Israël bij gehoorzaamheid. De rest van de verzen is echter gewijd aan de zware bestraffing indien Israël (langdurig) níet naar God zou luisteren. Tijdens perioden van geloofsafval van de kant van Israël, zond God Zijn profeten om het weer op de weg naar Hem terug te brengen. Eén van hen was de profeet, Jeremia (die heel wat te stellen heeft gehad onder zijn afvallige landgenoten.) In Jeremia 7:1-7 lezen we er dit:

“HET woord, dat tot Jeremia geschied is, van den HEERE, zeggende: Sta in den poort van des HEEREN huis, en roep aldaar dit woord uit, en zeg: Hoort des HEEREN woord, o gans Juda! gij, die door deze poorten ingaat, om den HEERE aan te bidden. Zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Maakt uw wegen en uw handelingen goed, zo zal Ik ulieden doen wonen in deze plaats. Vertrouwt niet op valse woorden, zeggende: Des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, zijn deze! Maar indien gij uw wegen en uw handelingen waarlijk goed zult maken; indien gij waarlijk zult recht doen tussen den man en zijn naaste; Den vreemdeling, wees en weduwen niet zult verdukken, en geen onschuldig bloed in deze plaats zult vergieten; en andere goden niet zult nawandelen, ulieden ten kwade; Zo zal Ik u in deze plaats, in het land, dat Ik aan uw vaderen gegeven heb, doen wonen van eeuw tot eeuw”. 

Hier lezen we dat God de Israëlieten (eigenlijk de Judeeërs), in Juda en Jeruzalem voor eeuwig zou laten wonen mits zij op zouden houden, de vreemdeling, wees en weduwen niet meer zouden onderdrukken. Wanneer we het boek Jeremia doorlezen, hebben de Judeeërs (de Israëlische tien stammen, waren al eerder om hun ongehoorzaamheid aan Gods geboden in ballingschap gevoerd door de Assyriërs), de profeet zwaar mishandeld. Waarom? Omdat God hen via Zijn profeet doorgaf dat zij op moesten houden de vreemdelingen, wezen en weduwen te onderdrukken en te vermoorden! Maar zij luisterden niet; de moordpartijen bleven doorgaan, en uiteindelijk kwam dan voor de Judese onderdrukkers de Babylonische Ballingschap, waarbij zij de koningen van Babel voor zeventig jaren zouden dienen. Na die jaren zou een inmiddels tot bekering gekomen klein overblijfsel o. l. v. de profeten, Ezra en Nehemia, weer terugkeren om er de door Nebukadnessar verwoeste tempel en stad weer te herbouwen.

 

Overeenkomsten Tussen de Tijd van Jeremia met die van de Tijd van het Huidige, Moderne Israël. 

 

We weten het nu wel: op 14 mei 1948 werd Israël weer een staat. Op die dag las David Ben-Gurion, de nu zo bekende Israëlische Onafhankelijksverklaring voor. En vanaf die tijd tot aan 1982 werd Israël door talloze landen gekoesterd en bewonderd. En dit ging zo door tot 1982. In dat jaar was het voor de eeeste maal dat de wereld pas bekend werd wat Israël tijdens de inval in Libanon in de vluchtelingenkampen, Sabra en Chatilla, had aangericht. Terwijl de beide kampen door Israëlische strijdkrachten hermetisch van de buitenwereld was afgesloten zodat er niemand in of uit kon, richtten de beruchte Falangisten er een bloederige slachtpartij onder zowel Libanese als Palestijnse burgers (mannen, vrouwen en kinderen) aan. Hoewel het de Falangisten waren die er hun bloedig en macaber werk hadden verricht, werd Israël hier verantwoordelijk voor gehouden; de Falangisten hadden hun moorddadig werk immers niet kunnen doen als Israël hen hierbij de nodige steun  niet had verleend! Maar deze “wereldschokkende gebeurtenis” zou het keerpunt zijn van de houding van vele landen tegenover Israël. En naarmate er geleidelijk aan steeds meer bekend werd over wat Israël de hulpeloze Palestijnen al aangedaan had, keerde de wereld zich steeds meer tegen Israël.

 

In 2006 publiceerde de moedige Joodse historicus, Ilan Pappé, zijn boek “De Etnische Zuivering van Palestina (Hebreeuws.) Later werd dit in het Engels uitgegeven en hier in Nederland in 2008. En zo konden degenen die de moed namen dit boek te lezen, kennis nemen van een bloedbad wat door racistische Joodse terroristen o. l. v. Ben-Gurion met zijn etnische zuiveringsplan, Plan Dalet, was aangericht. 700.000 Palestijnen mannen, vrouwen en kinderen op wrede wijze verdreven en waarvan er velen in koelen bloede door de “Joodse uitverkorenen” werden vermoord. En nadat Palestina in het bezit van de Joodse Zionisten ws gekomen, begon er voor die Palestijnen die er het “geluk” hadden gehad achter te blijven, een langdurige nachtmerrie aan verdrukking, moord en doodslag! Hoevele Palestijnse vrouwen zijn er toen weduwe geworden nadat een monster van een Israëlische militair de mannen ervan wreed hadden vermoord? Hoevele Palestijnse kinderen zijn  er toen wees geworden nadat een monster van een Israëlische kerel de ouder ervan hadden vermoord? Die zijn zeer waarschijnlijk niet meer te tellen zoveel. Maar het maakt in ieder geval één ding duidelijk: de periode van het ontstaan van Israël als staat tot nu toe, kent een duidelijke overeenkomst met die van de profeet, Jeremia, de tijd waarin de Judeeërs vele vrouwen onder de vreemdelingen vele weduwen en vele kinderen tot wezen maakten! En dit, mijn broeder, zijn pas wérkelijk “Wereldschokkende Gebeurtenissen”. En het grote probleem wat we nu hebben, is dit: Of het nu de Gereformeerde, Protestantse, Pinksterkerken (of wélke andere denominaties dan ook) zijn, er is (behoudens een minderheid na), niemand die zijn grote mond opendoet om deze gruwelen die al sinds zeventig lange en duistere jaren door de Joodse opeenvolgende regeringen in Israël (vanaf Ben-Gurion tot de huidige, Netanyahu), tegen de Palestijnen gepleegd hadden en die ze nu nóg plegen, te veroordelen! Integendeel: in vele kerkelijke denominaties wordt geleerd dat “we” een “onverbrekelijke band met Israël en “Gods volk” hebben! Aldus keurden (en keuren zij nóg) de massamoorden onder de Palestijnen goed! En zo worden we eigenlijk medeplichtig aan de gruweldaden van een ánder (in dit geval: van de staat, Israël!) 

 

Jeruzalem, “de Stad van de Levende God”. Maar … Wíe is de “God van Israël” Nu Eigenlijk? 

 

De evangelist beweert ook zoals we gelezen hebben, dat Jeruzalem “stad van de levende God” is. Maar is dit wel de wáre God van de Bijbel? De evangelist meent van wel. Als we echter naar de identiteitsvlag van Israël met de bekende zes-puntige ster kijken en we de ware achtergrond van dit symbool leren kennen, blijkt dit niets anders dan het symbool van de afgod, Remphan, een der oude afgoden van de oude heidense volken die lang geleden rondom het oude Israël lagen! En dít nu, mij broeder, is de “God van Israël” vandaag! In de tijd van Jeremia toen het oude Juda de afgoden nawandelden w.o. Remphan, werden zij door deze afgoden ertoe gedreven om groot kwaad te doen, het vermoorden van mannen, vrouwen en kinderen onder de vreemdelingen onder hen; velen werden weduwen, vele kinderen werden wezen. En nu, vandaag de dag is het niet anders; de opeenvolgende Israëlisch leiders werden en worden ook vandaag nog door diezélfde god, Remphan, gedreven om vele Palestijnse vrouwen weduwen en kinderen tot wezen te maken. Maar zoals al gezegd, binnen vele kerkelijke denominaties wordt geleerd dat zij een onverbrekelijke band met Israël zouden hebben. Als zodanig hebben zij zich tevens gelieerd met Remphan, een duivel! Maar … wat zegt de Bijbel? Die vermeldt er dit over:

“Trekt niet een juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis? En wat samenstemming heeft Christus met Belial, of wat deel heeft de gelovige met de ongelovige? Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn”. (2 Corinthiërs 6:14-16)

De apostel, Paulus, maakt het hier duidelijk: de Kerk van Christus Jezus, heeft geen deel aan het Israël van de god, Remphan omdat Christus geen “samenstemming met deze “Belial” heeft! En de “tempel Gods” heeft ook geen binding met “de afgoden” (waarvan Remphan er een is.) Waar verblijft de God van Israël dan? Juist, in Zijn tempel, de Gemeente van Christus, en niet in een Jeruzalem waar jaarlijks bezoedeld wordt door de Gay Pride Parade. 

 

Het Koninkrijk van God: door Jezus Afgenomen van de Farizeeën en Schriftgeleerden. 

 

Wat ook een bijbelse waarheid is, is deze: Lang geleden had Jezus het Koninkrijk Gods uit handen van de Farizeeën, Schriftgeleerden (en in bredere zin van de Joden) afgenomen:

“Daarom zeg Ik ulieden, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijn vruchten voortbrengt”. (Mattheüs 21:43)

En wie was dit “volk” wat de vruchten van dit Koninkrijk wat het daarna van God ontvangen had, op zou leveren? Juist, de Christelijke Kerk! En nadat de Farizeeërs, Schriftgeleerden en de Joden merkten dat God dit aan de Christenen had gegeven, begonnen die met een medogenloze vervolging tegen de kerk! En hiermede zien we tegelijkertijd de door vele Israël-liefhebbende Christenen zo verfoeide vervangingsleer vervuld; nee, antwoorden zij, die vervangingstheologie is onbijbels want God heeft Zijn volk niet verstoten (en wat dies meer aan onzin zij.) Maar de Joden in de tijd van de apostelen geloofden er wel zeer dégelijk en rotsvast in; om die reden vervolgden zij de kerk er toen zo zwaar! En vele Gereformeerden, Protestanten en Charismaten die al die jaren braaf hun mond hadden gehouden over de Israëlische onderdrukking van de Palestijnen, begonnen daarna plotseling te roepen dat die vervangingstheologie onbijbels (en volgens sommigen zelfs “anti-Semitisch”) was. Er is ook nú nog niet zelfs maar de geringste aanwijzing dat Jezus nadat Hij het Koninkrijk eenmaal van de Farizeeën, de Schriftgeleerden en de Joden afgenomen had, Hij dit hen weer teruggegeven zou hebben.

 

Israël: het Komende Oordeel Gods. 

 

De evangelist schrijft ook dat God alle volken uiteindelijk rond Jeruzalem zal vergaderen, waarna God in zal grijpen. Wat de Bijbel nu óók leert, is dat er ergens in de toekomst een zwaar oordeel Gods over Israël te verwachten is! Het probleem is dat je er in wélke christelijke kringen dan ook, letterlijk niemand over hoort! Vandaag de dag hebben we vnl. de vleiers, die slechts het goede over Israël verkondigen. Die had je ook onder de oude profeten van Israël, die slechts van vrede, vrede, voor Israël spraken, hoewel zij net als Jeremia de onderdrukkingstreken van Israël aangaande de vreemdeling aan de kaak hadden behoren te stellen! Vleiers, valse profeten; sommigen doen dit omdat zij móchten zij tegen alle verwachting kritisch zijn t.o. Israël, bang zijn om voor “anti-Semiet” te worden uitgemaakt; anderen doen dit weer in blinde onwetendheid; zij nemen klakkeloos (en kritiekloos) van álles en nóg wat over van wat een ander (die evenzeer misleid is en dwaalt) er over te zeggen heeft, en die heeft het op zijn beurt wéér van een ander en zo gaat dat maar terug. Toetsen is hierbij echter altijd van belang en voorál waar het Israël aangaat; toetsen we kritisch dat wat een ander aan positieve en voor Israël gunstig-klinkende berichten te verkondigen heeft, dan leidt dit -uiteraard- altijd tot een beoordeling. Maar die mag nooit negatief zijn, want dan “oordeel je” en we weten het: “Oordeelt niet opdat gij niet geoordeeld wordt!” En velen die de Bijbel amper kennen (of die juist op de verkeerde wijze kennen), gaan hier gewillig in mee; want wat koop je er nu voor om de misdaden van Israël tegen de Palestijnen aan de kaak te stellen en daarna een Godsoordeel te ontvangen? Helemaal niets toch? En daarom gaan zij met de meerderheid mee en verbuigen zo het recht. Maar de God van de Bijbel, zegt juist iets ánders:

“Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om het recht te buigen”. (Exodus 23:2)

Met andere woorden: als de meerderheid zegt dat Israël (vrijwel altijd) onschuldig is en het juist de Palestijnen zouden zijn, die “terroristen” zouden zijn, doch eigenlijk hierbij staat te liegen alsof het gedrukt staat (en er zijn er die ook artikelen en boeken hebben geschreven waarin die leugens ook letterlijk gedrukt in staan!), dan moet je die in je (on)wijsheid gewoon niet volgen! Want de kans is dat als je die liegende meerderheid gewoon volgt en nooit eens “oordeelt”, jijzélf vroeg of laat eens onder het oordeel van God kan komen! O, maar dát hadden we niet verwacht, er is toch duidelijk geschreven dat we niet mochten “oordelen”? O ja, dat is h-e-l-e-m-a-a-l  w-a-a-r. Want dat stáát er toch? Ja, maar er staat elders in de Bijbel ook nog iets ánders:

“Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel”. (Johannes 7:24)

Jezus zegt hier duidelijk dat we een “rechtvaardig oordeel” moeten vellen en niet een oordeel “naar het aanzien”. In dit geval betekent het dat we wat de wrede behandeling van de Palestijnen door Israël betreft, een negatief oordeel moeten vellen! En we moeten dan níet met de (kerkelijke) meerderheid met hun onbijbelse “onverbrekelijke band met Israël” meegaan om het recht te buigen door slechts positief over Israël te spreken. Dat deden de valse profeten in het oude Israël van destijds; die spraken ook slechts het goede over Israël, hoewel het ondertussen de vreemdeling in haar midden onderdrukte en tiranniseerde. Hier is Ilan Pappé, die in deze video van 1:06:05 uur een negatief doch rechtvaardig oordeel over Israël velt door de wáre ontstaansgeschiedenis van Israël in 1948 te onthullen: https://www.youtube.com/watch?v=slWvcBzbqVc (“Israeli Myths & Propaganda. Ilan Pappe”) En denk eraan: deze goede Joodse man is niet eens een Christen! 

 

De Profeet Jesaja, Israël en de “Wees” en “Weduwe”. 

 

Ilan Pappe, Simhan Flapan en andere moedige Joodse historici die deel uitmaken van een groep Joden die ook wel de “nieuwe historici” worden genoemd daar zij ons een heel ándere (op waarheid gebaseerde) kijk geven op hoe het Israëlisch-Palestijnse conflict wérkelijk is ontstaan. En het begon allemaal met het Palestijnse dorp, Deir Yassin, waar in de nacht van 19 april 1948 de op dat moment vreedzaam slapende Palestijnse dorpelingen ruw uit hun slaap werden gewekt door -get this- Joodse militante terroristen! Een deel van de inwoners werden op gruwelijke wijze vermoord, de overlevenden die weg wisten te komen, ging de overige dorpen van Palestina in en vertelden er de mensen daar wat er te Deir Yassin geschied was. Later reden Joodse terroristen met bussen de dorpen in Palestina rond, uitgerust met megafoons waardoor de inwoners de boodschap werd afgeleverd dat indien die niet snel hun bagage zouden pakken en zouden maken dat zij wégkwamen, hen hetzélfde lot zou treffen als de inwoners van Deir Yassin getroffen had. Met de gruwelverhalen van deoverlevenden van Deir Yassin nog levendig in hun gedachten, bedachten de Palestijnse dorpelingen zich geen moment: snel pakten die datgene wat zij met zich mee konden vervoeren, en namen de vlucht! En zo begon “De Etnische Zuivering van Palestina”, door Bolsjewistische Joden! Ook dit is een van die “Wereldschokkende Gebeurtenissen”, die in  het gelijknamige boek zeer waarschijnlijk niet terug te vinden is! En zo werden zoals gezegd, vele Palestijnse kinderen wezen en vele Palestijnse vrouwen Weduwen (en mannen weduwnaren.) Maar wat had de profeet, Jesaja, hier nu in zijn tijd over te zeggen? Lees maar mee:

“Hoort des HEEREN woord, gij, oversten van Sódom! Neemt ter ore de wet onzes Gods, gij volk van Gomórra! Waartoe zal Mij zijn de veelheid uwer slachtoffers? zegt de HEERE; Ik ben zat van de brandoffers der rammen, en het smeer der vette beesten, en heb geen lust aan het bloed der varren, noch der lammeren, noch der bokken. Wanneer gijlieden voor Mijn aangezicht komt te verschijnen, wie heeft zulks van uw hand geëist, dat gij Mijn voorhoven betreden zoudt? Brengt niet meer vergeefs offer, het reukwerk is Mij een gruwel; de nieuwe maanden en sabbatten, en het bijeenroepen der vergaderingen vermag Ik niet, het is ongerechtigheid, zelfs de verbodsdagen. Uw nieuwe maanden en gezette hoogtijden haat Mijn ziel, zij zijn Mij tot een last. Ik ben moede geworden die te dragen. En als gijlieden uw handen uitbreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u; ook wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; want uw handen zijn vol bloed. Wast u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen. Leert goed te doen, zoekt het recht, helpt den verdrukte, doet den wees recht, handelt de twistzaak der weduwe. Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.Indien gijlieden gewillig zijt en hoort, zo zult gij het goede dezes lands eten. Maar indien gij weigert, en wederspannig zijt, zo zult gij van het zwaard gegeten worden; want de mond des HEEREN heeft het gesproken”. (Jesaja 1:10-20)

In die dagen brachten de oude Israëlieten er gewoontegetrouw hun door God vereiste slacht- en brandoffers en bezochten zij zoals vanouds de veraderingen om  er hun handen naar God in de hemel uit te breiden in gebed. Tegelijkertijd echter, gingen zij door, door er de wees en de weduwe te onderdrukken. Om die reden waren hun handen “vol bloed”. En daarom luisterde God niet naar hen ondanks dat zij hun gebeden tot Hem vermeerderden. En dat Jesaja de Israëlische leiders van zijn tijd aansprak als “Oversten van Sódom” en het volk als “Volk van Gomórra”, zal wel geen toeval zijn; net zoals het nu reeds lang de gewoonte is ook in Israël jaarlijks de Gay Pride Parade te houden in o. a. Jeruzalem, zo zal iets dergelijks ook wel het geval zijn geweest in de tijd van de profeet! En ook vandaag heeft de huidige Israëlische overheid (net zoas die, die hieraan voorafgingen), meer dan genoeg bloed aan hun handen! Alleen: behoudens een groep van zowel Christenen als niet-Christenen, doen vele kerkleiders hun grote mond niet eens open! 

 

Jeremia, Jesaja en de Overige Wáre Profeten vs de Valse Profeten. 

 

Wát voor christelijk tijdschrift of boek we nu tegenwoordig ook openslaan, overal krijgen we daar waar het over het huidige Israël en de Palestijnen gaat, slechts één (eenzijdig) beeld voorgeschoteld. En dat gaat zo ongeveer als volgt: Palestina (zoals het huidige Israël toen nog genaamd werd), was aanvankelijk een leeg, verlaten en onbewoond land. Toen er een deel van de Zionistische Joden teruggekeerd waren, veranderden die dit gebied als het ware vanuit het niets van een onherbergzaam land in een bloeiende en welvarende oase temidden van een grote woestenij. De omliggende Arabische landen en de Palestijnen zagen de uitzonderlijke prestaties van de Joden met ogen die er groen en geel van jaloezie gevuld waren, met argusogen aan. Dus wat deden die? De Arabische leiders verzamelden ieder hun eigen legers en deden toen gezamelijk een inval in het destijds nog prille, kersverse Israël. En zo begon de Israëlische Onafhankelijksheidsoorlog. Ondanks dat het keline Israël zich tegenover een Arabische meerderheid bevond, wist de kleine natie desondanks een grote overwinning te behalen. De Palestijnen die eerder de opdracht van de Arabische leiders hadden gekregen, tijdelijk weg te trekken om later na een Arabische overwinning weer terug te keren, kwamen in armzalige VN-vluchtelingenkampen terecht. Het is hier dat we dan ook een grote tegenstrijdigheid aantreffen: aanvankelijk zou Palestina een “leeg en verlaten land” zijn geweest, maar de Palestijnen (die er al woonden!), werden door de Arabische leiders aangemoedigd tijdelijk te vertrekken! En achteraf blijkt het niet slechts bij die ene tegenstrijdigheid te zijn gebleven; dit hele verhaal bleek later niet meer dan één grote Joodse fabel (leugen) te zijn. En ook dit weer, was een van die “Wereldschokkende Gebeurtenissen” waarvan we in het gelijknamige boek niets terug zullen vinden! En ook al die overige boeken (en tijdschriften) hebben slechts díe verhalen gepubliceerd, waarin slechts positief en gunstig over Israël gesproken wordt: Israël, de door God uitverkozen natie, en het door God uitverkoren Joodse volk! Maar … waren er nu ook niet van die profeten in de tijd van Jeremia en Jesaja die ook slechts het positieve en gunstige over Israël te verkondigen hadden? Ja, die wáren er:

“Aangaande de profeten. Mijn hart wordt in mijn binnenste gebroken, al mijn beenderen bewegen zich; ik ben als een dronken man, en als een man, dien de wijn te boven gaat; vanwege den HEERE, en vanwege de worden Zijner heiligheid. Want hel land is vol overspelers, want het land treurt vanwegen den vloek, de weiden der woestijn verdorren, omdat hun loop boos is, en hun macht niet recht. Want beiden, profeten en priesters, zijn huichelaars; zelfs in Mijn huis vindt Ik hun boosheid, spreekt de HEERE. Daarom zal hun weg hun zijn als zeer gladde plaatsen in de donkerheid; zij zullen aangedreven worden en daarin vallen; want Ik zal een kwaad over hen brengen in het jaar hunner bezoeking, spreekt de HEERE. Ik heb wel ongerijmdheid gezien in de profeten van Samaria, die door Baäl profeteerden, en Mijn volk Israël verleidden; Maar in de profeten van Jeruzalem zie Ik iets afschuwelijks; zij bedrijven overspel, en gaan om met valseid, en sterken de handen der boosdoeners,opdat zij zich niet bekeren, een iegelijk van zijn boosheid; zij allen zijn Mij als Sódom, en haar inwoners als Gomórra. Daarom zegt de HEERE der heirscharen van deze profeten alzo: Ziet, Ik zal hen met alsem spijzigen, en met gallewater drenken; want van Jeruzalems profeten is de huichelarij uitgegaan in  het ganse land. Zo zegt de HEERE der heirscharen: Hoort niet naar de woorden der profeten, die u profeteren; zij maken u ijdel; zij spreken het gezichts huns harten, niet uit des HEEREN mond. Zij zeggen steeds tot degenen, die Mij lasteren: De HEERE heeft het gesproken, gijlieden zult vrede hebben; en tot al wie naar zijns harten goeddunken wandelt, zeggen zij: Ulieden zal geen kwaad overkomen. Wsnt wie heeft in des HEEREN raad gestaan, en Zijn woord gezien of gehoord? Ziet, een onweder des HEEREN, een grimmigheid is uitgegaan, ja, een pijnlijk onweder, het zal blijven op der goddelozen hoofd. Des HEEREN toorn zal zich niet afwenden, totdat Hij zal hebben gedaan, en totdat Hij zal hebben daargesteld, de gedachten Zijns harten; in het laatste der dagen zult gij met verstand daarop letten. Ik heb die profeten niet gezonden, nochtans hebben zij gelopen; Ik heb tot hen niet gesproken, nochtans hebben zij geprofeteerd. Maar zo zij in Mijn raad hadden gestaan, zo zouden zij Mijn volk Mijn woorden hebben doen horen, en zouden hen afgekeerd hebben van hun bozen weg, en van de boosheid hunner handelingen”. (Jeremia 23:9-22)

Dit was het wat God via Zijn wáre profeet, Jeremia, over deze “positieve belijders” te zeggen had! En het was dit wat God tot Jeremia over de wáre profeten Gods te zeggen had:

“HET woord dat tot Jeremia geschied is over het ganse volk van Juda, in het vierde jaar van Jojakim, zoon van Josía, koning van Juda (dit was het eerste jaar van Nebukadrézar, koning van Babel); Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende: Van het dertiende jaar van Josía, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des HEEREN tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord. Ook heeft de HEERE tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen); Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot eeuw. En wandelt andere goden niet na, om die te dienen, en u voor die neder te buigen; en vertoornt Mij niet door uwer handen werk, opdat Ik u geen kwaad doe. Maar gij hebt naar Mij niet gehoord, spreekt de HEERE; opdat gij Mij vertoorndet door het werk uwer handen, uzelven ten kwade. Daarom, zo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat gij Mijn woorden niet hebt gehoord; Ziet, Ik zal zenden, en nemen alle geslachten van het noorden, spreekt de HEERE; en tot Nebukadrézar, den koning van Babel, Mijn knecht; en zal ze brengen over dit land, en over de inwoners van hetzelve, en over al deze volken rondom; en Ik zal ze verbannen, en zal ze stellen tot een ontzetting, en tot een aanfluiting, en tot eeuwige woestheden”. (Jeremia 25:1-9)

 

Het Oordeel Gods & Bekering. 

 

En uiteindelijk kwám het oordeel Gods ook over Juda, haar leiders en het volk. Nebukadrézar veroverde Juda en de omliggende landen en het volk Juda zou de heersers van Babel dienen voor zeventig jaar; daarna zou een tot bekering gekomen Judees overblijfsel weer onder de leiding van de profeten, Ezra en Nehemia, weer terugkeren naar het land om er de stad en tempel weer te herbouwen welke door Nebukadrézar destijds door vuur waren verwoest. De meerderheid der Judeeërs zelf, werden door Nebukadrézar in ballingschap naar Babel gevoerd. De profeet, Nehemia, spreekt ook over wat er destijds gebeurd was; nadat hij van Hanáni en enkele andere Judeeërs te horen had gekregen in hoe slechte staat Jeruzalem verkeerde, wendde de profeet zich in rouw en met gebed tot God; hij beleed de zonden van zijn volk en die van hemzelf:

“En ik zeide: Och, HEERE, God des hemels, Gij, grote en vreselijke God! Die het verbond en de goedertierenheid houdt  dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden. Laat toch Uw oor opmerkende, en Uw ogen open zijn, om te horen naar het gebed Uws knechts, dat ik heden voor Uw aan gezicht bidt, dag en nacht, voor de kinderen Israëls, Uw knechten; en ik doe belijdenis over de zonden der kinderen Israëls, die wij tegen U gezondigd hebben; ook ik en mijn vaders huis, wij hebben gezondigd. Wij hebben het ganselijk tegen U verdorven; en wij hebben niet gehouden de geboden, noch de inzettingen, noch de rechten, die Gij Uw knecht Mozes geboden hebt. Gedenk toch des woords, dat Gij uw knecht Mozes geboden hebt, zeggende: Gijlieden zult overtreden, Ik zal u onder de volken verstrooien. En gij zult u tot Mij bekeren, en Mijn geboden houden, en die doen; al waren uw verdrevenen tot aan het einde des hemels, Ik zal hen vandaar verzamelen, en zal ze brengen tot de plaats, die Ik verkoren heb, om Mijn Naam aldaar te doen wonen. Zij zijn toch Uw knechten en Uw volk, dat Gij verlost hebt door Uw grote kracht en door Uw sterke hand. Och, HEERE, laat toch Uw oor opmerkende zijn op het gebed Uws knechts, en op het gebed Uwer knechten, die lust hebben Uw Naam te vrezen; en doe het toch Uw knecht heden wel gelukken en geef hem barmhartigheid voor het aangezicht dezes mans. Ik nu was des konings schenker”. (Nehemia 1:6-11)

 

Alle Beloften Terugkeer naar Israël Vervuld ná Babylonische Ballingschap. 

 

In Deuteronomium 28 hield Mozes het volk Israël zowel de zegeningen (bij gehoorzaamheid aan God, verzen 1-14) als de vervloekingen (bij ongehoorzaamheid aan God, verzen 15-68) voor. En in Deuteronomium 30:1-4 lezen we de volgende verzen:

“VOORTS zal het geschieden, wanneer al deze dingen over u gekomen zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek, die ik u voorgesteld heb; zo zult gij het weder ter harte nemen, onder alle volken, waarheen de HEERE, uw God, u gedreven heeft. En gij zult u bekeren tot den HEERE, uw God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel. En de HEERE, uw God, zal uw gevangenis wenden, en Zich uwer ontfermen; en Hij zal u weder vergaderen uit al de volken, waarheen u de HEERE, uw God, u verstrooid had. Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, van daar zal u de HEERE, uw God, vergaderen, en van daar zal Hij u nemen”.  

Ook hier lezen we weer diezelfde woorden die Nehemia vele jaren later zou budden nl. dat God na bekering van Israël de over de volken verstrooide Israëlieten weder terug zou vergaderen naar het land. En hiermee wordt dan ook het volgende duidelijk: Deze belofte tot terugkeer evenals alle overige gelijkaardige belofte elders in het Oude Testament, werden vervuld vlak na de Babylonische Ballingschap! De grote vergissing die velen nu maken (inclusief de evangelist zelf), is dat die deze beloften nu toepassen op het huidige Israël! Maar al de kerkleiders van charismatische gereformeerde, protestantse gezindte (en welke andere chsistelijke gezindte er nog meer mochten zijn), zíen dit gewoon niet! In het Nieuwe Testament vinden we hier nl. niets van terug! Voor hen zal dit dan ook een (historische) “Schokkende Wereldgebeurtenis” zijn, die echter gebaseerd is op een bijbelse waarheid! Ondanks dat we van de kansel regelmatig horen dat we toch onze Bijbel moeten kennen, kennen velen die maar voor een deel (en sommigen kennen die helemáál niet.) Het grote probleem waar we hier mee te maken, is dit: men kent de samenhang van de Bijbel niet! Het Oude Testament (waar al de beloften van terugkeer van het Joodse volk naar het land beschreven staan), is voorgoed voorbij. De apostel, Paulus, spreekt hier ook over in zijn zendbrief aan de Hebreeën: 

 

Oude Tesament (Oude Verbond) Definitief Voorbij, Vervangen door het Nieuwe Testament (Nieuwe Verbond.) 

 

De Hebreeën aan wie Paulus zijn brief schreef, waren Joden die tot het geloof in Christus Jezus waren gekomen. Die Joden die meenden dat het juist de Mozaïsche religie was wat de wáre godsdienst was, waren hier beslist niet blij mee; voor hen was dit Christendom niet meer daan een ketterij en haar Leider, Christus, niet meer dan een misleider. Aldus bewogen die hemel en aarde om hun van het Mozaïsche geloof afgevallen broeders weer tot inkeer te brengen. En dat deze pogingen niet zelden gepaard gingen met zware vervolging en onderdrukking, wordt duidelijk als men maar de moeite neemt, deze brief in zijn geheel te lezen (en hier niet slechts enkele verzen van te lezen zoals nu zo vaak gebeurt!) Paulus hoorde hiervan terwijl hij elders verbleef, vandaar dat hij zijn brief aan hen schreef. Vele Joodse Christenen hadden nl. aan de zware druk van vervolging toegegeven en waren weer naar de oude wet van Mozes overgegaan. Paulus nu, waarschuwde hen dat als zij niet weer tot Christus terug zouden keren, zij zo hun eeuwige zaligheid en redding zouden verspelen:

“Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden; Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden. Als iemand de wet van Mozes heeft te n iet gedaan, die sterft zonder barmhartigheid, onder twee of drie getuigen; Hoeveel te zwaarder straf, meent gij, zal hij waardig geacht worden, die den Zoon van God vertreden heeft, en het bloed des testaments onrein  geacht heeft, waardoor hij geheiligd was, en den Geest der genade smaadheid heeft aangedaan? Want wij kennen Hem, Die gezegd heeft: Mijn is de wraak, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere. En wederom: De Heere zal Zijn volk oordelen. Vreselijk is het te vallen in de handen des Levenden Gods”. (Hebreeën 10:26-31)

Als de Joodse Christenen na eenmaal Christus als hun Zoenoffer aanvaard te hebben, weer (blijvend) terug zouden keren naar de oude dierenoffers zoals die in het Oude Testament eens van kracht was, zouden zij het wáre Zoenoffer, Christus Jezus (waarvan de Oud-Testamentische dierenoffers een schaduw van en een heenwijzing naar waren), voorgoed verwerpen en zouden zij in het oordeel komen! En in zijn hele brief maakt Paulus het verschil tussen de Oud-Testamentische erediensten en het Eeuwige Zoenoffer wat Jezus gebracht had duidelijk en vertelde hij de Joodse Christenen dat dit Oude Testament mét het dierenofferstelsel voorgoed voorbij was; het had immers geen enkele waarde meer nu Jezus gestorven en opgestaan was. Nu moesten zij ondanks de zware vervolgingen waar zij aan bloot stonden, met volharding in Jezus blijven geloven en niet meer naar de oude Mozaïsche eredienst terugkeren. En dát dit Oude Verbond voorgoed voorbij was, maakte de apostel elders in zijn brief duidelijk:

“Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou er voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest. Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israëls, en over het huis van Juda, een nieuw verbond oprichten; Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen  niet geacht, zegt de Heere. Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israëls maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. En zij zullen niet leren, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, zeggende: Ken den Heere; want zij zullen Mij allen kennen van den kleine onder hen tot den grote onder hen. Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken. Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning”. (Hebreeën 8:7-13)

En dit zou het Nieuwe Verbond zijn waarvan de toekomstige vervulling al was aangekondigd ten tijde van de profetische bediening van Jeremia. (Jeremia 31:31-34)

 

Het “Huis Israëls”, het “Huis van Juda” & het Verhaal over de “Tien Verloren Stammen”. 

 

Nu zullen we in verband hiermee onze aandacht eens richten op een vreemd verhaal wat onder bepaalde christelijke kringen de ronde doet en het nog goed gedaan heeft, en dt nóg doet nl.: het verhaal van de “Tien Verloren Stammen Israëls. Volgens dit verhaal zouden de Tien Stammen (het Noordelijke Koninkrijk), nadat die eenmaal in ballingschap door de Asyriërs waren gevoerd, verloren gegaan zijn. Nu zijn er die mene  dat er nu nog verre nazaten van deze stammen zouden zijn, die ergens ter wereld nog “verborgen” zouden zijn; maar eens zullen ook díe weer eens worden geopenbaard en terugvergaderd worden tot die Joden die zich nu al in het land bevinden. Maar in de brief van Paulus waaruit we net hebben geciteerd, zouden zowel het “huis Israëls” als het “huis van Juda” zich weer in  het land bevinden toen het Nieuwe Verbond van kracht werd! En zo blijkt dit verhaal van de “Tien Verloren Stammen” eigenlijk niets meer dan een grote fabel te zijn! En dit bengt ons weer bij het bekenden visioen wat de profeet, Ezechiël, te zien kreeg; het visioen van de dode beenderen in een grote vallei. 

 

Het Visioen der Dode Beenderen & de Eenwording van Juda & “De Kinderen Israëls”. 

 

Voor hen, die hun Bijbel een beetje kennen, zal het visioen wat Ezechiël zag, niet onbekend zijn; de profeet werd door God in een grote vallei gebracht wat vol lag met dode beenderen die nadat hij in opdracht van God hierover had geprofeteerd, weer tot leven kwamen; zij voegden zich aaneen, werden bekleed met spieren en huid en zo ontstond er een grote mensenmassa. Dit nu was het volk Israëls wat door God terug gebracht zou worden naar het land. (Ezechiël 37:1-14) Dan lezen we de volgende verzen:

“Wijders geschiedde des HEEREN word tot mij, zeggende: Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda en voor de kinderen Israëls, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Vor Jozef, het hout van Efraïm, en van het ganse huis Israëls, zijn metgezellen. Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot één worden in uw hand. En wanneer de kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn? Zo, spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal het huis van Jozef, dat in Efraïms hand geweest is, en van de stammen Israëls, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve et hen voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen één worden in Mijn hand. De houten nu, op dewelke gij zult geschreven hebben, zullen in uw hand zijn voor hunlieder ogen. Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israëls halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen in hun land; En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israëls; en zij zullen allen tezamen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koningkrijken verdeeld zijn”. (verzen 15-22)

Vanwege de zonde van afgoderij door koning Salomo (zie 1 Koningen 11:1-13)  werd Israël wat tot dan toe, één natie was geweest, verdeeld in twee koninkrijken: het Zuidelijk Koninkrijk (Juda en Benjamin) en het Noordelijk Koninkrijk (de Tien Stammen.) En dit zou zo blijven totdat eerst de Tien Stammen door de Assyriërs in ballingschap gevoerd werden, waarna het de beurt van Juda (en Benjamin) was om later door Nebukadrézar naar Babel gevoerd te worden. We hebben het al gehad over het herstel van het Joodse volk van vlak na de Babylonische Ballingschap en we hebben tevens gezien dat zowel Israël als Juda weer één zouden zijn op het moment dat het Nieuwe Verbond ging gelden. Nu, aangezien beide volken in die tijd weer één waren, volgt hieruit dat ook de éénwording van Juda en Israël vlak na de ballingschap moet hebben plaatsgevonden! Noodzakelijkerwijs volgt hier dan ook weer uit dat het visioen van de grote vallei met al die talloze dode beenderen zag, duidde op het herstel van Israël, vlak na de Babylonische Ballingschap! Velen weten dit niet, en plaatsen dit herstel dan ook ergens in de toekomst! En het begin daarvan zou zijn begonnen in mei 1948. Maar ook hier weer: velen zien ook hier weer de samenhang niet! En dat de “enigen Koning” die beide volken over zich zouden hebben, wijst echter op hén (zowel uit Israël als Juda), die de Heere Jezus zouden hebben geaccepteerd als hun Messias, hun “enigen Koning”. Nu, omdat velen de juste samenhang niet zien, nemen die willekeurig hier en daar wat verzen uit het Oude Testament en menen dat die wijzen op een bepaalde toekomst. Zo wordt natuurlijk nogal wat verwarring gecreëerd en komt men open te staan voor onbijbelse leringen. Eén hiervan is:

Israël heeft nooit het gehele land in bezit gehad. 

Dit is één van die doctrines in bepaalde christelijke kringen de ronde doen; men meent dan dat de vervulling van die belofte eens het gehele land te bezitten (dat is, van de rivier, de Nijl, in Egypte tot de rivier, de Eufraat), nog ergens in de toekomst zou liggen. Maar is dit wérkelijk zo? Wat zegt de Bijbel hierover? We zullen eerst naar het boek, Jozua, gaan:

“HET geschiedde nu, na den dood van Mozes, den knecht des HEEREN, dat de HEERE tot Jozua, den zoon van Nun, den dienaar van Mozes, sprak, zeggende: Mijn knecht Mozes is gestorven; zo maak u nu op, terk over deze Jordaan, gij en al dit volk, tot het land, dat Ik hun, den kinderen Israëls, geve. Alle plaats, waarop ulieder voetzool treden zal, heb Ik u gegeven, gelijk als Ik tot Mozes hesproken heb. Van de woestijn, en dezen Libanon af tot tot aan de grote rivier, de rivier Frath, het ganse land der Hethieten, en tot aan de grote zee, tegen den ondergang der zon, zal ulieder landpale zijn”. (Jozua 1:1-4)

“Alzo nam Jozua al dat land in, naar alles, wat de HEERE tot Mozes gesproken had; en Jozua gaf het Israël ten erve, naar hun afdelingen, naar hun stammen. En het land rustte van den krijg”. (Jozua:11:23)

“Alzo gaf de HEERE aan Israël het ganse land, dat Hij gezworen had hun vaderen te geven, en zij beërvden het, en woonden daarin. En de HEERE gaf hun rust rondom, naar alleswat Hij hun vaderen gezworen had; en er bestond niet één man van al hun vijanden voor hun aangezicht; al hun vijanden gaf de HEERE in hun hand. Er viel niet één woord van al de goede woorden, die de HEERE gesproken had tot het huis van Israël; het kwam altemaal”. (Jozua 21:43-45)

“En ziet, ik ga heden in den weg der ganse aarde; en gij weet in uw ganse hart en in uw ganse ziel, dat er niet een enig woord gevallen is van al die goede woordenwelke de HEERE, uw God, over u gesproken heeft; zij zijn u alle overkomen; er is van dezelve niet een enig woord gevallen”. (Jozua:23:14)

Dit was ten tijde van Jozua; zoals hier te zien is, had Israël al het hele land in bezit. Dan gaan we nu naar de dagen van koning Salomo: 

“Juda nu en Israël waren velen, als zand, dat aan de zee is in menigte, etende, en drinkende, en blijde zijnde. En Sálomo was heersende over al de koninkrijken, van de rivier tot het land der Filistijnen, en tot aan de landpale van Egypte; die brachten geschenken, en dienden Sálomo al de dagen zijns levens”. (1 Koningen 4:20-21)

“En hij” Sálomo) “heerste over alle koningen, van de rivier tot aan het land der Filistijnen, en tot aan de landpale van Egypte”. (2 Kronieken 9:26)

Dan gaan we nu nog naar de profeet, Nehemia: 

“Gij zijt die HEERE, de God, Die Abram hebt verkoren, en hem uit Ur der Chaldeën hebt uitgevoerd; en Gij hebt zijn naam gesteld Abraham. En Gij hebt zijn hart trouw bevonden voor Uw aangezicht, en hebt een verbond met hem gemaakt, dat Gij zoudt geven het land der Kanaänieten, der Hethieten, der Amorieten, en der Ferezieten, en der Jebusieten, en der Girgasieten, dat Gij het zijn zade zoudt geven; en Gij hebt Uw woorden bevestigd, omdat Gij rechtvaardig zijt”. (Nehemia 9:7-8)

“Gij hebt ook hun kinderen vermenigvuldigd, als de sterren des hemels; en Gij hebt hen gebracht in het land, waarvan Gij tot hun vaderen had gezegd, dat zij zouden ingaan om het erfelijk te bezitten”. Nehemia 9:23)

Hier zien we duidelijk dat het volk Israël in het verleden heel het land in bezit had gehad “van de rivier” tot aan Egypte. En hiermee werd ook de belofte van God aan Abram vervuld:

“Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath! (Genesis 15:18)

Ook de belofte dat het volk Israël vermenigvuldigd zou worden als “de sterren des hemels” zoals we in Nehemia 9:23 lezen, werd hiermee vervuld; God beloofde Abram toen Hij hem uit zijn tent leidde destijds dit:

“Toen leidde Hij hem uit naar buiten, en zeide: Zie nu op naar den hemel, en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw zaad zijn!. En hij geloofde in den HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid”. (Genesis 15:5-6)

En dit lezen we ook in Deuteronomium, waar Mozes dit tegen het volk zegt:

“Uw vaderen togen af naar Egypte met zeventig zielen; en nu heeft u de HEERE, uw God, gesteld als de sterren des hemels.” (Deuteronomium 10:22)

Verder moet hier nog aan worden toegevoegd dat deze belofte ook nog een geestelijke vervulling kende: de talloze Christenen die via Christus Jezus (welke het “Zaad” was aan Wie God het land onvoorwaardelijk beloofd had) voort zouden komen. En dit lezen we weer in de brief aan de Galaten

“Gelijkerwijs Abraham Gode geloofd heeft, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend; Zo verstaat gij dan, dat degenen, die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn. En de Schrift, te voren ziende, dat God de heidenen uit het geloof zou rechtvaardigen, heeft te voren aan Abraham het Evangelie verkondigd, zeggende: In u zullen al de volken gezegend worden. Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham”. (Galaten 3:6-9)

En door de komende eeuwen heen, kwamen overal waar het Evangelie verkondigd werd, mensen tot geloof in Christus Jezus. Alzo werden ook zíj de (geestelijke) kinderen van Abraham. En dan gaan we nu over tot het volgende hiermee gerelateerde onderwerp: God en de twee volken.

 

Eén God & Twee Volken? 

 

Het zal vele Christenen wel bekend zijn dat God twee uitverkoren volken heeft: Zijn christelijke Kerk en het volk Israël. Om die reden hebben zowat alle kerkelijke gezindten (charismatisch, gereformeerd, protestants (en wat dies meer zij), een “onverbrekelijke band met Gods (Joodse) uitverkoren volk. En we weten het: wie Israël zegent, zal zélf worden gezegend (het omgekeerde is natuurlijk ook waar, want, “Wie tegen Israël opkomt, komt eerste tegen God op”.) zoals een van die gevleugelde gezegden luidt. Ofwel, als iemand (wie hij of zij ook mocht zijn), Israël “vervloekt” door het te bekritiseren zoals bijvoorbeeld Gretta Duisenburg van de vereniging, “Stop de Bezetting” nu al lange tijd doet, komt men God eerst tegen, Die er even flinke maatregelen tegen zal gaan nemen! Het einige verschil tussen beide volken is, dat de Kerk het Licht al gezien en geaccepteerd heeft, maar dat het Joodse volk nu hier nog voor blind is. Maar later, bij de tweede komst van Jezus, zal het Joodse volk Hem alsnog erkennen als hun Messias en zullen zij dan ziende geworden zijn. Althans, dit is wat er nu al voor vele jaren geleerd wordt. De vraag moet echter zijn: Hééft God wel twee verschillende uitverkoren volken? En: Is dit wel een bijbels gegeven? Ook hier zien vele de samenhang niet; de Bijbel leert nl. dat het zgn. “Nieuwe Israël” (de Kerk), juist voortgekomen is uit het “Oude Israël! En dit heeft weer alles te maken met de Twee Verbonden: het Oude Verbond, en het Nieuwe Verbond. Het eerste strekte zich uit over het Oud-Testamentische Israël; het tweede echter, strekt zich nu uit over allen die in Christus Jezus zijn gaan geloven. Zowel de Evangelieschrijvers, Mattheüs, Markus, Lucas, Johannes en de apostelen, bevonden zich tijdens de bediening van Jezus in Israël nog onder het Oude Verbond; dit kunnen we zien tijdens de genezing van een melaatse man door Jezus. (Markus 1:40-45)  Nadat de man genezen was, gaf Jezus hem de volgende opdracht:

“En als Hij hem strengelijk verboden had, deed Hij hem terstond van Zich gaan; En zeide tot hem: Zie, dat gij niemand iets zegt; maar ga heen en vertoon uzelven den priester, en offer voor uw reiniging, hetgeen Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis”. (verzen 43-44)

Hier is duidelijk te lezen dat het Oude Verbond nog van kracht was; dit zou met de dood van Jezus aan het kruis echter veranderen daar mét Zijn Dood, dit Oude Verbond voorgoed tot een einde kwam en het Nieuwe Verbond begon. Zo werd tijdens de bediening van de profeet, Jeremia (Jeremia 31:31-34), de toen nog toekomstige belofte van een Nieuw Verbond, vervuld. Eerst werd dit Verbond met het huis van Juda en Israël gesloten, maar strekte zich dit ook uit over de heidenen (niet-Joden), die later in Jezus zouden gaan geloven. En zo werden zowel gelovige Jood als gelovige niet-Jood, één in Christus Jezus. En dit lezen we weer in de Galatenbrief:

“Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus. Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan. Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt één in Christus Jezus”. (Galaten 3:26-28)

Hier zien we het; zowel de in Christus gelovende Jood als de gelovige niet-Jood, zijn één in Christus Jezus”. Met andere woorden: er is totaal geen verschil tussen de christelijke Jood en de christelijke niet-Jood! En Paulus schreef ook een brief aan de Christenen te Kolosse: 

“Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen”. (Kolossensen 3:11)

En zo zal het wel duidelijk zijn: God heeft geen “twee volken” (de Kerk en het Joodse volk (waarvan het overgrote deel niet eens in Jezus gelooft!), maar slechts één volk, de Christenen! Het is daarom dan én onlogisch én onbijbels om hier over “twee uitverkoren volken” te spreken! Dát kleine gelovige Joodse overblijfsel wat in Jezus tijdens Zijn bediening in Israël als de langverwachte Messias al geloofd had, ging samen met Hem onder het Oude Verbond vandaan, het Nieuwe Verbond in. Die Joden echter die Hem verworpen hadden door Zijn kruisiging voor Pilatus te eisen (zie Markus 15:1-15), behoorden niet tot het Nieuwe Israël, en hadden dan ook geen deel aan het Nieuwe Verbond. Later zou hier o. a. Saulus (later Paulus) worden toegevoegd. En hij zou hier later het volgende over schrijven in zijn brief aan de Romeinse Christenen:

“Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israëliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin. God heeft Zijn volk niet verstoten, hetwelk Hij tevoren gekend heeft. Of weet gij niet, wat de Schrift zegt van Elia, hoe hij God aanspreekt tegen Israël, zeggende: Heere! zij hebben Uw profeten gedood, en Uw altaren omgeworpen; en ik ben alleen overgebleven en zij zoeken mijn ziel. Maar wat zegt tot hem het Goddelijk antwoord? Ik heb Mijzelven nog zeven duizend mannen overgelaten, die de knie voor het beeld van Baäl niet gebogen hebben. Alzo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade”. (Romeinen 11:1-5)

Velen maken de grote vergissing slechts te kijken naar de eerste verzen van Romeinen 11:1-5:

“Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten? Dat zij verre; want ik ben ook een Israëliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin. God heeft Zijn volk niet verstoten, hetwelk Hij te voren gekend heeft”. 

Daar stopt het dan, kijken zij naar de kleine staat Israël, en zeggen dan: “Inderdaad, God heeft het Joodse volk wat Hij eerder” (onder het Oude Verbond) “gekend heeft, niet verstoten”. En zo wordt dit al voor lange tijd in vele kerken ook geleerd. Als zij nu maar eens de moeite hadden genomen ook de daaropvolgende verzen (2b-5) te lezen, dan zouden zij gezien hebben dat de verzen 1-5 juist betrekking hebben op het gelovig overblijfsel in de tijd van Paulus, waartoe hij óók behoorde! Kortom: deze vijf verzen hebben geen enkele betrekking op de huidige staat Israël noch op het Joodse volk! Er is immers maar één uitverkoren volk Gods: de Christelijke Kerk, samengesteld uit gelovige Joden en gelovige niet-Joden. Daarbuiten is er nu eenvoudig geen ander “uitverkoren volk”! Om die reden behoren dan ook niet het Joodse volk en de Israëlische staat in het centrum van het Christelijk geloof te staan, maar juist Christus Jezus en Zijn Christelijke Kerk! En zo komen we dan tot het volgende: God ziet vandaag de dag slechts twee verschillende volksgroepen in de wereld: zij die in Zijn Zoon, Jezus, geloven (zowel Jood als niet-Jood), en zíj die dit niet doen (zowel Jood als niet-Jood.)

 

Een Wat Diepere Verklaring over het Komende Oordeel Gods over Israël. 

 

Even verderop hierboven, hebben we iets gezegd over het oordeel Gods, waar we in Jeremia 23:9-22 over lazen. We lazen er o. a. dit:

“Daarom zegt de HEERE der heirscharen van deze profeten alzo: Ziet, Ik zal hen met alsem spijzigen, en met gallewater drenken; want van Jeruzalems profeten is de huichelarij uitgegaan in het ganse land”. (vers 15)

Maar … lezen we ook niet iets dergelijks in het laatste bijbelboek, Openbaring? Laten we het lezen:

“En de derde engel heeft gebazuind, en er is een grote ster, brandende als een fakkel, gevallen uit den hemel, en is gevallen op het derde deel der rivieren, en op de fonteinen der wateren. En de naam der ster wordt genoemd Alsem; en het derde deel der wateren werd tot alsem; en vele mensen zijn gestorven van de wateren, want zij waren bitter geworden”. (Openbaring 8:10-11)

Kennelijk waren het destijds niet alleen de valse profeten die door God met alsem “gespijzigd” werden; dit lijkt zeer waarschijnlijk ook een toekomstig oordeel over het huidige Israël te zijn! En dit wordt steeds waarschijnlijker, want we hebben er ook dit in Jeremia gelezen:

“Des HEEREN toorn zal zich niet afwenden, totdat Hij zal hebben gedaan, en totdat Hij zal hebben daargesteld de gedachten Zijns harten; in het laatste der dagen zult gij met verstand daarop letten”. (vers 20)

De woorden, “in het laatste der dagen” lijken tegen een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te wijzen op de Tijd van het Einde”, waar de oordelen Gods over de wereld maar in het bijzonder over Israël zullen gaan! En nu? Hoe is het nú? Tegenwoordig keren zich steeds meer landen tegen Israël vanwege haar gruweldaden tegen de Palestijnen die echter door een liegende media en pers, belasterd worden als “terroristen” terwijl Israël zélf altijd als het “onschuldige slachtoffer” afgeschilderd wordt. Wat talloze Christenen die Israël zo dierbaar zijn,kennelijk níet willen weten,  is dat ook de landen die zich inmiddels tégen Israël gekeerd hebben, ook dít een deel van het oordeel Gods is! De media en pers leggen dit oordeel echter ánders uit: “Het anti-Semitisme neemt weer toe!” En wat zeggen vele onwetende Christenen? Juist: “De duivel háát Israël en wil het van de kaart vegen!” Dat die Christenen zélf echter nauwelijks onder vuur worden genomen door diezéfde duivel vanwege hun (soms) ronduit fanatische voorliefde voor deze anti-christelijke staat), zal waarschijnlijk nog niet tot hen doorgedrongen zijn! En dan hebben we nog dit: onder de vele Palestijnen bevinden zich naast Moslims ook vele Christenen! Ook díe worden er regelmatig door een wreed Israëlisch regime en leger onderdrukt! In 2009 hadden christelijke kerkleiders van verschillende denominaties in Israël het zgn. Kairos-Document gepubliceerd. Hierin werden de misdragingen van Israël tegenover Christenen in dit land beschreven. Al snel na de publicatie van dit document echter, kwamen de Christenen die Israël zo liefhebben in het geweer.

 

Franklin te Horst: Een Felle en Fanatieke Pro-Israëlische Literaire Revolutionair. 

 

Eén van hen was Franklin ter Horst. En hij liet fel en fanatiek van zich horen:

“In december 2009 is het Kairos Palestina document “uur van de waarheid” gepresenteerd afkomstig van leiders van leiders van Katholieke, Greeks Orthodoxe, Lutheraanse, Anglicaanse en Baptische kerken in Israël. Het gaat om een stelletje naam-christelijke extremisten en ordinaire Israël-haters met connecties met het PLO-terroristenmilieu. Het document beliegt en bedriegt wereldwijd christenen en staat bol van de propaganda, misleiding en ordinaire jodenhaat. Het document berust op grove geschiedvervalsing en is een schandalig tendentieus anti-Israëlisch geschrift dat gericht is aan de internationale gemeenschap, kerkleiders en alle christenen ter wereld met de bedoeling Israël’s unieke plaats in de wereld te veroordelen. Israël wordt gezien als de bron van het lijden van de Arabische christenen”. 

“Men heeft het Joodse volk doodverklaard door de vervaningstheologie, de eeuwenoude klacht van de kerken dat de Joden de Here Jezus hebben vermoord”. 

“In het Kairosdocument worden christenen wereldwijd opgeroepen de visie “dat Gods beloften aan Israël nog steeds van toepassing zijn” te heroverwegen omdat deze visie een “fundamentalistische bijbekopvatting” inhoudt, die dood en verderf zaait. Er is niets in het rapport te vinden van het onrecht dat het Joodse volk eeuwenlang is aangedaan. Ze noemen de stichting van de staat Israël een ‘Naqba’ (catastrofe) en schromen niet Israël als een ‘apartheidsstaat’ aan te merken. Het Kairos document grijpt namelijk terug op het Kairosdocument dat in 1985 in Zuid-Afrika werd gepresenteerd als protest tegen de apartheidspolitiek. Daarme Israël gelijkstellend met het voormalige Zuid-Afrikaanse apartheidsregiem. Ze noemen het geschrift geen “wraakactie” maar “een serieuze strategie om de Israëlische bezetting’ van de gebieden die onder controle van het PLO-bewind staan te beëindigen”. 

“Ook zijn ze vóór het boycotten van de Israëlische economie. “Koop niet bij Joden”! Men wil er zelfs een systeem voor ontwerpen. ook deze kerkleiders helpen mee de geschiedenis van Israël te herschrijven ten gunste van het PLO-bewind en zo de haat tegen het Joodse volk en het antisemitisme aan te wakkeren. Het mag duidelijk zijn dat de auteurs van het Kairosdocument volledig aan de leiband lopen van de “Bende van Ramallah” en de diverse terreurbewegingen uit angst voor represailles. Deze Israël hatende theologen pretenderen de ware bruid van Christus te zijn, maar zijn in werkelijkheid overspelig verbonden met de wereld en dit zal daarom niet zonder gevolgen blijven. De Bijbel zegt duidelijk -en de geschiedenis heeft deze waarheid ontelbare keren bewezen- wanneer een volk zich tegen de Joden verheft, dat ernstige gevolgen zal hebben. Kairos kreeg jaarlijks 1,5 miljoen dollar van de Canadese regering. Dat is nu voorbij! Het schandalige rapport werd de Canadezen teveel”. http://www.franklinterhorst.nl/Het%20schandalige%20Kairos%20Palestina%20document.htm

En zo gaat het fanatisme en geraas van Ter Horst nog even door. Wel wel, wel, wát een fanatisme! Zeg Mr. ter Horst, wát te denken van Mattheüs 21:43? Daar komt die door u zo verfoeide “vervaningstheologie” juist goed in beeld! En om de stichting van Israël aan te merken als een “Naqba” (catastrofe)? Wel, wel, dat is helemáál uit den boze! En die anti-Israëlische boycot? Foei! Dat mág toch helemaal niet? Maar … wát dacht u van déze site, Mr. ter Horst: http://www.jewsstepforward.com/index.html Hier zijn dappere en moedige Joden die in tegenstelling met Canada wat het Kairos document teveel van het goede vond, inmiddels teveel van die gruwelijke Israëlische bezetting gekregen hebben! Dát is pas ándere (Joden)koek! En wat die “ernstige gevolgen” zijn vooe een volk wat zich tegen de Joden verheft? Wel, het was Theodore Herzl, de Joodse auteur van het bekende werk, “Der Judenstaat” (De Jodenstaat), die ooit eens het volgende zei over zowel het Joodse volk als hemzelf:

“Wanneer we zinken, worden we een revolutionair proletariaat, de ondergeschikte functionarissen van alle revolutionaire fracties. Wanneer we tegelijkertijd oprijzen, rijst eveneens onze vreselijke macht van de buidel”. 

Wát Herzl hiermee bedoelde, was dit: Wanneer de Joden dreigden te “zinken”, werden die revolutionairen, bomaanslagplegers, sluipmoordenaars, doch als zij tegelijkertijd oprezen, rees tevens hun macht over de financiën mee omhoog! Of dit ook allemaal het werk van God was, is dan ook zeer sterk te bewtijfelen! En Herzl liet zo blijken dat de Joden toch helemaal niet zo hulpeloos en onmachtig waren, niet? De zgn. Russische Revolutie in oktober 1917 in Rusland, was eigenlijk een Joodse Revolutie, en vóórdat Adolf Hitler jaren later met zijn (vermeende) “Holocaust” zou beginnen, hadden de Russisch-Bolsjewistische Joden in Rusland er al vele miljoenen Russen op gruwelijke wijze letterlijk wéggezuiverd! Dát, Mr ter Horst, is de wáre geschiedenis, niet die oficiële geschiedenis waarin de Joden altijd al als onschuldige slachtoffers werden beschouwd en het juist die zeer boze niet-Joden waren, die de Joden in hun midden zonder enige reden onderdrukt hadden! En later kwamen David Ben-Gurion, een Joodse Bolsjewist met zijn Joods-Bolsjewistische terreurbenden Palestina binnen en deden er wat hun schemerige broeders in Rusland al hadden aangericht, dit in Palestina nog eens (op wat kleinere schaal) over door, juist ja, het plegen van de ‘Naqba’! Het Kairos Document is dan ook een terechte aanklacht tegen een Israëlisch-Bolsjewistische Apartheidsstaat! En … lees dít alles hier maar eens; dít is nu eens en goede bijbelstudie. En: góed kijken, goed lezen, hè! En wat die zgn. “anti-Israëlische boycot aangaat, hebt u al eens gehoord over de Joodse anti-Duitse Boycot in de jaren 30 v. d. vorige eeuw? Toen werd de macht van de Joden pas goed openbaar. Lees dít maar eens: https://www.wintersonnenwende.com/scriptorium/english/archives/articles/jdecwar.html (“The Jewish Declaration of War on Nazi Germany. The Economic Boycott of 1933”) En hoewel Hitler zelf beslist niet geheel onschuldig te beschouwen is, moet toch gezegd worden dat letterlijk zowat álles wat we over de hem en de Tweede Wereldoorlog hebben gehoord en gelezen, één groot pakket van leugens is! Maar dát hebben we natuurlijk nog nooit via de gevestigde media en pers gehoord. En waaróm? Omdat men er bevreesd is voor represailles van de kant van Joodse organisaties! Ja, dat is iets ánders dan de “Bende van Ramallah” hoor! Zorgt u er maar eerst eens voor dat u  de Bijbel op de juiste wijze gaat lezen en geen geloof meer zult hechten aan wat Paulus “Joodse fabelen, en geboden van mensen, die hen van de waarheid afkeren” noemt. (Titus 1:10-11, 13-14)

 

Samenvatting. 

 

Wat we hier behandeld hebben (en dat is heel wat!), wordt zeer waarschijnlijk nérgens meer geleerd. Men luistert liever naar de voorganger, dominee of priester dan dat men de Bijbel eens zélf ter hand neemt. Het is natuurlijk nooit verkeerd om naar deze kerkleiders te luisteren. We zullen alles echter ook kritisch moeten toetsen, van wat we allemaal horen! De Joodse Christenen te Berea, gaven hierbij het enige goede en juiste voorbeeld:

“En de broeders zonden terstond des nachts Paulus en Silas weg naar Beréa; welke daar aangekomen zijnde, gingen heen naar de synagoge der Joden; en deze waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren.” (Handelingen 17:10-11)

De Joodse Christenen te Beréa luisterden gewillig naar wat Paulus hen predikte, maar gingen daarna tevens de Schriften (Bijbel) na, om te zien of dat wat Paulus hen predikte, ook wel wáár was (of het wel allemaal bijbels was.) En alles wat u hier leest, kunt u -uiteraard- ook kritisch aan de Bijbel toetsen! Zo kunnen we van elkaar leren.

 

Ton Nuiten – Zaterdag 29 September 2018.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s