Jan van Barneveld & zijn Boek, “Het Einde van de Vervangingsleer”; een Bijbelse Recensie van Enkele Onderwerpen uit het Boek.

Na het doorlezen van het een en ander van dit boek, weten we nu eigenlijk nóg niet wáár we precies moeten beginnen en wáár we precies mee op moeten houden; we hebben het hier over het boek, “Het einde van de vervangingsleer”, van Drs. Jan van Barneveld. (Uitgeverij Het Zoeklicht) 2018 (2e herziene druk) Zoals de titel van dit boek het al enigszins door laat schemeren, is dit een pro-Zionistisch boek. We zouden nu wel álles van wat we erin hebben gelezen kunnen recenseren, maar dat zou betekenen dat we er wel achter élke regel zowat een boekdeel aan uitleg toe zouden moeten voegen om de onzin die erin te lezen valt, eens goed recht te zetten. Aldus zullen we ons beperken door slechts het een en ander te bespreken. Voordat we dit gaan doen, is het goed mee te delen dat het de “vervangingsleer” is, die bij zowel Van Barneveld als bij vele andere christenzionisten letterlijk een doorn in het oog is, en wel in deze, dat zij deze leer (die leert dat de christelijke kerk het Joodse volk als : uitverkorenen van God” vervangen zou hebben), volgens hen neerkomt op een anti-Semitische en ketterse leer. Volgens Van Barneveld en de overige christenzionisten is dit gewoon niet waar; hoewel de kerk zelf volgens hen eveneens uitverkoren is door God, is ook het Joodse volk nog altijd het “volk van God.”

 

Het Joodse Volk: Transformatie van Gods Volk in het Oude Testament naar het Niewe Testament. 

 

Eerst volgt hier een uitleg over het Joodse volk zoas de Bijbel die beschrijft: In het Oude Testament was het Joodse volk het uitverkoren volk van God. Het werd niet door Hem uitgekozen omdat het Joden waren, noch werd het uitgekozen omdat het enige betere etnische kwaliteiten zou hebben dan alle overige niet-Joodse volken; het werd louter uitgekozen uit genade, overeenkomstig de souvereine wil van God. In het boek Deuteronomium lezen we het volgende:

“Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft u uitgekozen uit alle volken op de aardbodem om Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is. Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwegen de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te nemen, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte.” (Deuteronomium 7:6-8)

God had overeenkomstig Zijn souvereine wil een belofte aan de vaderen van het Joodse volk gedaan. Om die belofte ook na te komen, had Hij later hun nakomelingen uitverkozen als “Zijn volk.” Het tweede wat we hier lezen, is dat het Joodse volk vanwege haar uitverkozenheid door God, “heilig” was. Dit woord, “heilig” moet goed worden verstaan om te weten, ‘wat de bijbelse betekenis hiervan is; dit betekent niet dat het Joodse volk slechts uit “heiligen” samengesteld was, die geen enkel kwaad meer konsen doen; dit is nl. de betekenis die we er vandaag de dag aan geven: “hij is z”n goed mens, die doet zelfs nog geen vlieg kwaad!” In de Bijbel heeft dit woord echter de betekenis van het apart zijn gezet voor God. En dit apart worden gezet voor God, volgde pas nadat iemand hier door geloof in Hem op had gereageerd. En dit zien we bij Abraham, de stamvader der Joden:

“Wat zullen wij dan zeggen dat Abraham, onze vader, wat het vlees betreft verkregen heeft? Immers, als Abraham uit werken gerechtvaardigd is, heeft hij iets om zich op te beroemen, maar neit bij God. Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend. Aan hem nu die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar wat men hem verschuldigd is. Bij hem echter die niet werkt, maar gelooft in Hem Die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid.” (Romeinen 4:1-5)

Hier zien we dat Abraham niet door God gerechtvaardigd werd omdat hij iets goeds gedaan zou hebben; hij werd juist gerechtvaardigd doordat hij geloof hechtte aan wat God tot hem zei. En wát had God tot hem gezegd? Lees maar mee:

“Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen Hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn, En hij geloofde in de HEERE, en Die rekende hem dat tot gerechtigheid,” (Genesis 15:4-5)

Het gaat hier dus niet om goede werken, die Abraham tevoren gedaan zou hebben dat hij door God gerechtvaardigd werd, het was louter zijn geloof in de belofte van God waarmee Abraham gerechtvaardigd werd. Hij zou de vader van vele nakomelingen worden en hij geloofde ook dat God hem dit beloofd had. En “geloven” is iets wat men doet, zónder er enig goed werk voor te doen. God bood dus uit louter Zijn genade een belofte aan de aarstvader aan en zónder hier iets voor terug hoeven te doen, geloofde Abraham dat Hij zijn belofte aan hem eenmaal vervullen zou. Het begon allemaal met de roeping waarmee God Abraham (toen nog Abram) destijds riep:

“De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit iw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. Toen ging Abram op weg, zoals de HEERE tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.” (Genesis 12:1-4)

Ook hier zien we dat het hier gaat om geloof in God; Abram geloofde in de opdracht die God hem gegeven had, en hij handelde hier overeenkomstig mee door Hem te gehoorzamen. Het gaat hier dus niet om dat Abram een Jood zou zijn dat hij door God geroepen werd (hij was eigenlijk een Babyloniër!) maar omdat hij zoals gezegd, geloof hechtte aan de opdracht van God en hierop handelde met Hem gehoorzaam te zijn. Waar vooral de nadruk op moet worden gelegd, is dat de zgn. “zegen en vloek-zegen” slechts aan Abram alleen werd gegeven; dus niet aan het Joodse volk als geheel. En doordat hij geloof hechtte aan wat God hem zowel bevolen als belofd had, werd Abra hiermee tevens door Hem uitverkoren. Dan zullen we nog voor we verdergaan, nog even iets zeggen over de woorden, “en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.” Het doel waarvoor God Abram had uitverkoren, was dat Zijn heil zich eenmaal uit zou strekken tot alle volken der aarde. En die belofte werd veel later vervuld in Christus Jezus, nadat Hij voor de zonden van niet alleen Israël maar tevens voor de ongerechtgigheden van alle volken der aarde aan het kruis gestorven was! En daar waar weer andere mensen (ongeacht van wélke nationaliteit of etnische groep zij ook zijn) mensen tot geloof in Christus Jezus komen, wordt deze belofte weer opnieuw vervuld. Want dit was nl. het einddoel van God’s plan met én Abraham, Israël én al die volken der wereld! Het is dan ook niet vreemd dat we in dit verband hiermee het volgende in het Evangelie naar Johannes lezen:

“Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat eenieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:16)

Het gaat hier dus over “de wereld” én dat “eenieder die in Hem gelooft” (dat is: zónder dat er ook maar enig onderscheid gemaakt wordt tussen Jood en niet-Jood, worden állen behouden die slechts in Jezus geloven als het plaatsvervangend zoenoffer voor hun zonden, zónder hiervoor iets terug hoeven te doen in de vorm van goede werken!) Ook hier gaat het dus om louter genade: Geloof in wat Jezus voor zowel Joden als niet-Joden aan het kruis verricht heeft! En zo krijgen we dan het volgende: God ziet heden ten dage slechts twee groepen mensen in de wereld: Zij, die Jezus hebben geaccepteerd als hun  Redder en verlosser (Jood en niet-Jood) én zij die dit (nog?) niet gedaan hebben (zowel Jood als niet-Jood).

 

Het Christenzionistische “Evangelie”: Nadruk op het “Joods-Zijn.”

 

Als we na het bovenstaande te hebben gelezen zouden willen stellen dat God de zaken nogal “zwart-wit ziet”, is het nu dát wat Hij ook doet: er zijn  vandaag de dag twee bevolkingsgroepen: de ene gelooft in Jezus als Redder en Verlosser en de andere die dit (nog?) niet doet. Er is hierbij eenvoudigweg geen tussenweg: of men gelooft in Hem als zodanig óf men gelooft niet in Hem. Maar wat het christenzionisme betreft, ligt er vaak (zo niet bijna altijd) de nadruk op het “Joods-zijn” van het Joodse volk als zou het ook zónder te geloven in Jezus nog altijd “God’s uitverkozen volk van God” zijn. Door dit te doen, heeft men er een etnisch evangelie” van gemaakt. Hoewel men er benadrukt dat het ook bij het Joodse volk om genade gaat om uitverkozen door God te zijn, wordt er desondanks toch de nadruk gelegd op het “Joods-zijn” van het Joodse volk. De Bijbel leert dit echter niet.

 

Jan Van Barneveld & Leviticus 26: 44-45. 

 

Dan gaan we nu verder met het een en ander wat Jan van Barneveld in zijn genoemde boek over het Joodse volk schrijft. Hij heeft het dan over o. a. drie bijbelpassages waarmee God ook trouw aan Israël (het Joodse volk) zou zijn nadat het eenmaal voor hun zonden in ballingschap zou zijn gezonden:

“Maar ook zelfs wanneer zij in het land van hun vijanden zijn, versmaad Ik hen niet en heb Ik geen afkeer van hen, zodat Ik hen zou vernietigen en mijn verbond met hen zou verbreken: want Ik ben de Here hun God. Maar Ik zal hun ten goede gedenken het verbond met hun voorvaderen, die Ik voor de ogen van de volken uit het land Egypte heb geleid, om hun tot een God te zijn. Ik ben de Here.” (Leviticus 26:44-45)

Van Barneveld tekent hierbij aan dat Israël zelfs in de ballingschap het volk van God zou zijn. (blz. 79-80)

Way Van Barneveld hier zegt, is eigenlijk dat Israël ook zonder zich eerst bekeerd te hebben tot God, Diens uitverkoren volk zou zijn. Als we nu slechts die éne geciteerde vers uit de vertaling van het NBG lezen, zouden we zeggen dat dit waar is. Maar hij heeft hier -al of niet bewust- de verzen die hier aan voorafgaan, wéggelaten: 

“En wie van u overgebleven zijn, zullen in de landen hunner vijanden wegkwijnen vanwege hun ongerchtigheid, en ook vanwege de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij, evenals dezen. wegkwijnen. Maar belijden zij hun ongerechtigheid en die hunner vaderen, in de ontrouw waarmede zij tegen Mij ontrouw zij geweest, en ook dat zij zich tegen Mij verzet hebben, – ook Ik verzette Mij tegen hen en bracht hen in het land hunner vijanden- of vernededert zich dan hun onbesneden hart en boeten zij dan hun ongerechtigheid, dan zal Ik mijn verbond met Jakob gedenken; ook mijn verbond met Isaäk en mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en Ik zal het land gedenken. Maar het land zal door hen verlaten worden en het zal zijn sabbatsjaren vergoed krijgen, terwijl het verwoest ligt zonder hen, en zij zullen hun ongerechtigheid boeten, omdat, ja, omdat zij mijn verordeningen versmaadden en van mijn inzettingen een afkeer hadden.. Maar ook zelfs, wanneer zij in het land hunner vijanden zijn, versmaad Ik hen niet en heb Ik geen afkeer van hen, zodat Ik hen zou vernietigen en mijn verbond met hem zou verbreken: want Ik ben de Here, hun God. Maar Ik zal hun ten goede gedenken het verbond met hun voorvaderen, die Ik voor de ogen der volken uit het land Egypte heb geleid, om hun tot een God te zijn. Ik ben de Here.” (Leviticus 26:39-45)

Hierboven lezen we dus eerst de voorwaarde (eerst bekering tot God terwijl het Joodse volk nog in ballingschap was), en daarná zou God het verbond met hun voorvaderen en het land weer gedenken. Kortom: nadat het zich eerst in den vreemde weer tot God bekeerd zou hebben, zou Hij het Joodse volk net langer “versmaden” en een “afkeer” van hen hebben. Tot dit zou gebeuren, zou God het Joodse volk wel dégelijk “versmaden” en een “afkeer” van hen hebben! Dan lezen we nog even het laatste daaropvolgende vers:

“Dit zijn de inzettingen en verordeningen en wetten, die de Here gegeven heeft, tussen Zich en de Israëlieten op de berg Sinaï, door de dienst van Mozes.” (vers 46)

Dus, nádat het Joodse volk zich weer bekeerd zou hebben, moest het weer de wet van Mozes gaan onderhouden. Aangezien het Nieuwe Verbond tussen Jezus, Israël én de hele wereld de wet van Mozes sinds lang vervangen heeft, moet het herstel wat hier van Israël na haar bekering beschreven is, wel slaan op de terugkeer van het volk naar het beloofde land vlak na de Babylonische Ballingschap. Van Barneveld (volkomen onkundig van wat de Schriften wérkelijk over Israël te zeggen hebben), negeert dit alles en past slechts de enige twee door hem geciteerde verzen (44-45) toe op het huidige Israël. 

 

De Reden voor de Deportatie van het Joodse Volk. 

 

Bovenstaande bijbelpassages hebben we geciteerd uit de Bijbel van het Nederlands Bijbelgenootschap (afgekort NBG-vertaling). Wat was nu de reden dat het Joodse volk eenmaal zou worden gedeporteerd vanuit hun land naar “de landen hunner vijanden”?  De profeet, Jeremia, maakte dit als volgt duidelijk door het volk o. a. te vertellen dat God Zijn profeten tot hen gezonden had om het tot bekering van hun boze werken te bewegen. Als het dit zou doen, zou het Joodse volk gedurig in het land blijven wonen. Maar het volk weigerde hardnekkig om naar God’s stem Die via Zijn profeten sprak, te luisteren:

“Maar u hebt naar Mij niet geluisterd, spreekt de HEERE, zodat u Mij tot toorn verwekte met het werk van uw handen, uzelf ten kwade. Daarom, zo zegt de HEERE van de legermachten: Omdat u niet naar Mijn woorden hebt geluisterd, zi, Ik ga een boodschap zenden en Ik zal alle geslachten uit het noorden halen, apreekt de HEERE, en ook een boodschap zenden naar Nebukadrezar, de koning van Babel, Mijn dienaar. Ik zal hen over dit land brengen, over zijn inwoners en alle landen rondom. Ik zal hen slaan met de ban en hen stellen tot een verschrikking, tot een aanfluiting en tot eeuwige puinhopen. Ik zal uit hun midden doen verdwijnen de stem van de vreugde, de stem van de bruidegom en de stem van de bruid, het geluid van de molenstenen en het licht van de lamp. Dan zal heel dit land worden tot een puinhoop, tot een verschrikking. Deze volken zullen de koning van Babel zeventig jaar dienen.” (Jeremia 25:7-11)

Zowel Israël (Juda) en de haar omringende volken zoals Egypte, zouden door Nebukadrezar worden ingenomen en de bevolking ervan door hem worden gedeporteerd naar Baylon. Nadat er zeventig jaren zouden zijn verstreken, zou God maken dat Babylon op haar beurt zou worden geoordeeld waarna het Joodse volk weer vanuit de ballingschap naar het land terug zou keren. (verzen 12-14) Aldus werd de profetie lang geleden door Mozes uitgesproken over Israël’s ongehoorzaamheid, deportatie, bekering en de daaropvolgende terugkeer van het Joodse volk, vervuld.

 

Jan van Barneveld & 1 Petrus 4:17. 

 

Jan van Barneveld heeft de hierboven staande bijbelpassages duidelijk niet in acht genomen. In plaats daarvan citeert hij slechts Leviticus 26:44-45, kijkt dan naar het huidige Israél in het Midden-Oosten en past de vervulling van deze verzen op de huidige Joodse staat toe. Het gevolg is dat hij de vervulling van deze twee passages op een verkeerde tijdsperiode heeft toegepast. En dit heeft dan weer geleid tot een dwaling. Op blz. 19 citeert Van Barneveld om zo de achteloosheid van de christelijke kerk tegenover God’s vermeende handelen met het huidige Israël te bewijzen, 1 Petrus 4:17. De kerk heeft nu geen aandacht meer voor wat God volgens hem met Israël aan het doen is, en daarom bevindt de kerk zich vandaag onder het oordeel Gods; om die reden maakt de kerk nu geen revivals meer mee en zal Hij die afbreken en niet opbouwen; de bewuste passage die Van Barneveld uit 1 Petrus 4 citeert, is vers 17, die als volgt luidt:

“Want het is nu de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God. Als het bij ons begint, waar zal dan het einde zijn van hen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?” 

Ook hier citeert Van Barneveld slechts één vers om dit als een oordeel van God toe te passen op de kerk omdat die geen rekening houdt met God’s handelen met Israël. Maar als we naast dit ene vers ook 1 Petrus 4:12-19 citeren, komt er echter een ánder verhaal uit de bus:

“Geliefden, laat de hitte van de verdrukking onder u, die tot uw beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwam. Maar verblijdt u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen. Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u. Wat hen betreft wordt Hij wel gelasterd, maar wat u betreft, wordt Hij verheerlijkt. Maar laat niemand van u lijden als een moordenaar of dief, of kwaaddoener, of als iemand die zich met de zaken van iemand anders bemoeit. Als iemand echter als Christen lijdt, laat hij zich daarvoor niet schamen. Want nu is het de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; en als het eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn? En als de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen? Daarom, laten ook zij die lijden naar de wil van God, hun zielen aan Hem, als de getrouwe Schepper, toevertrouwen in het doen van het goede.” 

Hier blijkt dat het inderdaad om een “oordeel van God” gaat. In plaats van een oordeel over de kerk vanwege haar onverschilligheid tegenover God’s werken met Israël, gaat het hier echter om een louterend oordeel in de vorm van beproeving via vervolging van de kerk! God liet vervolging van Zijn kerk toe om haar te louteren. Dit alles heeft niets met Israël te maken. Van Barneveld past hier slechts één bijbelvers op het huidige Israël toe, en geeft hier een verkeerde pro-Israëlische uitleg aan. Het gaat er hier niet om of alles wel wáár is wat Van Barneveld beweert. Het gaat er hier om of dat wat hij allemaal zegt, wel goed is voor Israël en het Joodse volk. En of het nu allemaal waar is of niet; als het goed is voor Israël en het Joodse volk, móet het allemaal wel waar zijn! 

 

Jan van Barneveld & Sabeel, Haar “Gebruikelijke Leugens over Israël”, de “Scheidingsmuur” (“Apartheidsmuur”) en de “Bezette Gebieden.” 

 

Op blz. 21 heeft Van Barneveld nogal wat kritiek op Sabeel, een groep van theologen die een “Palestijnse bevrijdingstheologie” aanhangen. In begin maart 1012 en 2014 hield de organisatie verschillende conferenties van Palestijnse Christenen in Bethlehem. Hier schrijft hij over dat er tijdens die conferenties werd gesproken over de “Scheidingsmuur”, “Apartheidsmuur” en over de door Israël “Bezette gebieden.”.  En het is dit wat bij Van Barneveld verkeerd gevallen is. De Palestijnen zijn de “onrechmatige bezetters” van land dat God aan Israël beloofd had aldus Van Barneveld. En die “Scheidingsmuur” of “Apartheidsmuur” zoals die muur die Israël heeft laten bouwen waardoor o. a. Palestijnse gezinnen van elkaar gescheiden worden, is ook een doorn in zijn oog; die is er slechts opgericht om er “Palestijnse terroristen” mee buiten de deur te houden. Hierbij vergeet hij maar voor het gemak dat er in 1947-48 circa 700.000 Palestijnen van hun woongebieden werden verdreven door David Ben-Gurion en zijn Joodse mede-terroristen! En die “Palestijnse Christenen” zijn natuurlijk allemaal leugenaars die alles over de “scheidingsmuur” en die door Israël “bezette gebieden” geloven en verkondigen. Wíj zouden hem echter de vraag willen stellen: Waarom vedraait u Gods Woord door hier en daar slechst een (of twee) verzen aan te halen uit passages die achteraf een heel ándere betekenis hebben dan die u eraan geeft? Is dát nu eigenlijk geen “liegen”? Erger nog: Hier wordt Palestijnse Christenen door hem een mes in de rug gestoken; het zijn nl. zij die (samen met Palestijnse Moslims) de wáre slachtoffers zijn van een Israëlisch-Joodse terreur die nu al meer dan zeventig lange jaren aan de gang is!

 

Jan van Barneveld & de Beroving van de Identiteit van het Joodse Volk. 

 

Op blz. 27 verwijt Van Barneveld het de christelijke kerk het Joodse volk van haar Joodse identiteit beroofd te hebben doordat die nu stelt, het enige uitverkoren volk van God te zijn (ofwel het “nieuwe Israël). Het gevolg: de kerk heeft nu weinig tot geen wervingskracht meer, bevindt zich hierdoor in een crisis en weet niet meer wát nog te doen, de aandacht op zich te richten waarbij hij er nog bij weet te vermelden: “Dat komt ervan als je steelt. Of als je hoogmoedig je plaaats niet meer weet.” Maar wat heeft Christus Jezus Zélf (waarin Van Barneveld zegt te geloven) hierover te zeggen? Tegen de overpriesters en de Farizeeën van Zijn tijd had Hij het volgende te zeggen:

“Jezus zei tegen hen: Hebt u nooit gelezen in de Schriften: De steen die de bouwers verworpen hadden, die is tot een hoeksteen geworden; dit is door de Heere geschied en het is wonderlijk in onze ogen? Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk van God van u weggenomen zal worden en aan en volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt. En wie op deze steen valt, zal verpletterd worden; en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen. En toen de overpriesters en Farizeeën deze gelijkenissen van Hem hoorden, begrepen dat Hij over hen sprak. En zij probeerden Hem te grijpen, maar zij waren bevreesd voor de menigten, omdat die Hem voor een profeet hielden.” (Mattheüs 21:42-46)

Hier zien we dat het niet de kerk is, die het Joodse volk van haar “Joodse identiteit” beroofd heeft; het was haar Stichter, Die door het Koninkrijk Gods uit handen van de leiders van het Joodse volk te nemen, het van hun Joodse identiteit als God’s uitverkoren volk “beroofde.” En de “hoeksteen” waarmee Jezus tegenover de Joodse leiders naar Zichelf verwees, viel op symbolische wijze neer op de tempel en Jeruzalem, die door die steen “vermorzeld” werden nadat die door de Romeinse veldheer Titus en zijn legers belegerd te zijn, in 70 na Chr. werden ingenomen en verwoest. Aldus werd het oordeel Gods over Israël voltrokken. Zou Van Barneveld nu al zóver gezonken zijn in een poel van Joodse fabelen, dat hij nu Christus Jezus van “Joodse identiteitsdiefstal” durft te beschuldigen?

 

Jan van Barneveld, de Ethiopische Joden & de Afridi.

 

Volgens Jan van Barneveld deed God in 2014/2015 “grote wonderen voor zijn volk.” Dit hield in dat Hij nu nog steeds Joden van over de wereld terug doet keren naar Israël. En,

“Dit proces gaat nog steeds door. Het Joods Nationaal Fonds is druk bezig grote delen van de Negev-woestijn in cultuur te brengen. De Heere bracht en brengt nog steeds het verstrooide Joodse volk, brengt Israël terug uit alle landen van de wereld, volgens het profetische woord. Momenteel komt Manasse terug uit Manipur en Mizoram, twee deelstaten in het noordoosten van India. Zo ’n 3000 van hen zijn al terug en de anderen zijn onderweg. Regelmatig komen er groepe terug, gesponsord door de Christelijke Abassade en Christenen voor Israël. In aprik 2012 besloot de Israëlische regering dat er in plaats van 110 voortaan 250 Falasha’s per maand uit Ethiopië kunnen terugkeren. Zij zijn erkend als de afstammelingen van de stam Dan. Nu is de aliya van de Ethiopische Joden voltooid. Naar de stam Efraïm en de stammen die daarbij horen, wordt ijverig gezocht. Sommigen denken aan de Afridi, een pittige stam in het Talibangebied. Zij hebben 27 eeuwen vastgehouden aan tradities en wetten uit de periode van de eerste tempel. Het is een ongekend en zeer groot sociologisch wonder dat een volk in ballingschap, ver buiten het eigen stamgebied, zo lang de eigen identiteit als deel van het oude volk Israël blijft vasthouden. Daar moet God, hun God, wel een bijzondere bedoeling mee hebben! Overigens, men is in Israël bezig met een genenonderzoek naar de oorsprong van deze stam.” (blz. 41, vetdruk toegevoegd)

Volgens Van Barneveld zijn ook deze Falasha’s de nakomelingen van het originele Joodse volk. En dat die inmiddels zijn teruggekeerd naar Israël, is voor hem weer een teken dat God bezig is, grote wonderen te verrichten voor Israël. Maar aangezien die evenals niet-Joodse Ethiopiërs, ook een zwarte huid hebben, wijst dit erop dat hun verre voorvaderen zich ergens in een generatie moeten hebben vermengd met de niet-oodse Ethiopische bevolking door middel van huwelijk. En dat alleen al maakt dat de Falasha’s eigenlijk geen originele vol-Joden zijn. Hetzelfde is natuurlijk van toepassing op de Afridi, die zich ergens in een ver verleden moeten hebben vermengd met niet-Joodse Indiërs. Op blz. 78 gaat Van Barneveld hierop door; eerst schrijft hij dat hij samen met een reisgezelschap door Samaria reed en de chauffeur van de bus op een moment langzamer ging rijden. De gids die er de leiding over het gezelschap had, zei hen dat zij eens naar de rechterkant vanuit de bus moesten kijken. Men zag er een stuk pas gecultiveerd land waarbij groene scheuten op te zien waren, Op de vraag wat dit nu was, antwoordde de gids dat er de week daarvoor toen hij er ook langsreed, nog geen sprake was van die groene scheuten. Enthousiast vertelde hij de reizigers dat men er een wijngaard geplant had, wat het gezelschap het vers in Jeremia 31:5 in gedachten bracht:

“Opnieuw zult u wijngaarden planten op de bergen van Samaria: de planters zullen planten en de vruchten genieten.” 

‘S avonds kwamen zij in hun hotel waar zij bediend werden door obers die van Afrikaanse afkomst bleken te zijn. Na naar hun herkomst te hebben gevraagd, bleken dit Ethiopische Joden te zijn. Volgens Van Barneveld was dit weer de vervulling van en Oud-Testamentische profetie:

“Weer een profetie vervuld: Leest u mee? Jesaja 11:11. “En het zal op die dag gebeuren dat de HEERE opnieuw, voor de tweede keer, met Zijn hand de rest van zijn volk zal verwerven die overgebleven zijn in Assyrië en Egypte, in Pathros, Cush (=Ethiopië), Elam….”. De terugkeer van de “Ethiopische Joden” die al een kleine 30 eeuwen in dat land leefden, is een boeiende geschiedenis. Het Sanhedrin heeft hen erkend als de stam van Dan. Gods grote trouw aan zijn verbond met Abraham is de laatste decennia duidelijk aan het licht gekomen. Daarbij komt de verassende en indrukwekkende vervulling van veel profetieën. Dit moet de aanhangers van de vervangingsleer wel in verwarring brengen. Er valt voor hen heel wat ‘weg te verklaren’. Of toe te geven dat de HEERE Zelf een einde maakt aan de vervangingstheologie.”

Hoe het Sanhedrin erin zou zijn geslaagd, de Ethiopische Joden als leden van de oude Israëlische stam, Dan, te erkennen, is niet duidelijk. En dat “gegenonderzoek” wat nu vermoedelijk uitsluitsel zal hebben gegeven van of die Ethiopische Joden wérkelijk de verre nakomelingen van Dan zijn of niet, zal nu wel gereed moeten zijn. Maar … wacht eens, was het niet eerder Ariella Oppenheim, een Joodse professor, een DNA-expert, die al in 2001 op basis van haar eigen onderzoek vast had gesteld dat de overgrote meerderheid der huidige Joden eerder van Khazariaanse afkomst zijn dan dat die een band zouden hebben met welke andere oude Israëlische stam dan ook? En was het niet Dr. Eran Elhaik, eveneens een DNA-expert, die op 4 december 2012 zijn bevindingen publiceerde waarmee hij aantoonde dat 98% der huidige Joden de verre nakomelingen vande Khazariaanse, heidense koning, Bulan, zijn? Zijn dan die Ethiopische Joden “Ethiopische Khazariërs” of “Khazariaanse Ethiopiërs”? En wat aangaande de Afridi? Zijn dat dan misschien “Khazariaanse Indiërs” of “Indiase Khazariërs? En de vervulling van al die Oud-Testamentische profetieën dan? Wel, eigenlijk zijn die allemaal vervuld in een tijd van vlak na de Babylonische Ballingschap, nu eeuwen geleden! Maar … over Afrikaanse vluchtelingen in Israël gesproken, daar was ook iets mee. Die werden er zwaar gediscrimiseerd. Ofwel: daar was spraken van zuiver racisme! http://www.davidsheen.com/racism/

 

Jan van Barneveld & de Kerk als Dief van de Joodse Verbonden. 

 

Dan gaan we nu naar blz. 28 van het boek van Van Barneveld. Hij somt daar nog eens acht punten op om te verklaren, waarom de kerk zich nu in een crisis bevindt; het gaat hier volgens hem over het “Abrahamverbond”, het “Mozesverbond” en het “Davidverbond.” Betreffende punt 5 schrijft Van Barneveld het volgende:

“We hebben van Israël de verbonden van God afgepakt en gedaan alsof God met de kerk van de gelovigen-uit-de-volken, een verbond heeft gesloten. Nu zijn wij het zicht kwijt op Gods machtige heilshandelen in en aan Israël. Dit betreft dus het herstel van het land en het volk van Israël. Op grond van Gods verbondstrouw aan zijn volk. Bovendien hebben we het voor onszelf extra moeilijk gemaakt om de rijdom van genade , waarvan de Schrift zegt “zelfs genade op genade” (Johannes 1:16), te verstaan en in het geloof aan te grijpen.” 

As we het dus goed begrijpen, bedoelt Van Barneveld te zeggen dat God wel een verbond met Israël heeft gesloten, maar níet met de “kerk van de gelovigen-uit-de-volken”?  Maar zoals we boven gezien hebben, zou God’s heil zich niet alleen uitstrekken tot Israël maar “En in u” (Abraham) “zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.” (Genesis 12:3b) Dus zou het Heil Gods (hetwelk is Christus Jezus) zich naast Israël zich ook uitstrekken over alle niet-Joodse volken. Nu, hoe ging dit nu in zijn werk? Wel, nadat de apostelen Paulus en Barnabas een kerkdienst in een synagoge te Antiochië te hebben gehouden  en er een week later wéér een dienst te willen houden, lezen we er het volgende over:

“En op de volgende sabbat kwam bijna heel de stad samen om het Woord van God te horen. Maar toen de Joden de menigten zagen, werden zij met afgunst vervuld en spraken tegen wat er door Paulus gezegd werd; zij spraken niet alleen tegen, maar lasterden ook. Maar Paulus en Barnabas zeiden vrijmoedig: Het was nodig dat het Woord van God eerst tot u gesproken zou worden, maar aangezien u het verwerpt en uzelf het eeuwige leven niet waardig oordeelt, zie, wij wenden ons tot de heidenen. Zo immers heeft de Heere ons geboden: Ik heb u tot een licht voor de heidenen gesteld, opdat u tot zaligheid zou zijn tot aan het uiterste der aarde. Toen nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en prezen het Woord van de Heere, en er geloofden er zovelen als er bestemd waren voor het eeuwige leven. En het Woord van de Heere verbreidde zich door het hele land. Maar de Joden stookten de godvrezende en aanzienlijke vrouwen en de voornaamsten van de stad op en ontketenden een vervolging tegen Paulus en Barnabas, en zij verdreven hen uit hun gebied. Maar zij schudden tegen hen het stof van hun voeten af en gingen naar Ikonium.” (Handelingen 13:44-51)

Het waren nu de “heidenen” ofwel de “gelovigen-uit-de-volken” zoals Van Barneveld die geringschattend noemt, die het Woord van God ofwel het Evangelie van Jezus met liefde aanvaarden. De Joden echter, verwierpen dit Evangelie waardoor de beide apostelen genoopt waten te zeggen, dat zij nu voortaan naar de heidenen zouden gaan om er het Evangelie te verkondigen. En zo werd de profetie, “en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden” vervuld door de apostelen! Tevens is dit de vervulling van een andere profetie en wel die uit de profeet, Jesaja, en daar gaat het over de toen nog te verschijnen Jezus:

“Hij heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn knecht, Israël, in Wie Ik Mij zal verheerlijken. Ik, Ik zei: Voor niets heb Ik mij vermoeid; nutteloos en tevergeefs heb Ik Mijn kracht verbruikt. Voorwaar, Mijn recht is bij de HEERE, en Mijn arbeidsloon is bij God. En nu zegt de HEERE, Die Zich Mij vanaf de moederschoot tot Knecht heeft geformeerd om jakob tot Hem terug te brengen – maar Israël zal zich niet laten verzamelen. Nettemin zal Ik verheerlijkt worden in de ogen van de HEERE, en Mijn God zal Mijn Kracht zijn. Hij zei: Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn om op te richten de stammen van Jakob en om hen die van Israël gespaard werden terug te brengen. Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken, om Mijn Heil te zijn tot aan het einde der aarde.” (Jesaja 49:3-6)

Hier zien we dat er toen al geprofeteerd werd door Jesaja dat Jezus veel later tijdens Zijn bediening zou zeggen dat Hij Zich vergeefs afgemat en vermoeid zou hebben. Waarom? Omdat “Jakob” (het volk Israël) zou weigeren zich door Hem terug te laten brengen tot God. Ofwel: op een handvol gelovigen na waaronder Zijn apostelen na, zou de overgrote meerderheid van het Joodse volk zich op Zij boodschap weigeren tot God te bekeren! Maar God zou Hem uiteindelijk ook uitzenden naar de niet-Joodse volken opdat Hij ook hén tot heil zou zijn. En dit laaste vers werd vervuld door de apostelen, Paulus en Barnabas zoals we gezien hebben. Of God dus een “verbond met de gelovigen-uit-de-volken” gesloten heeft, Mr van Barneveld? Jazéker, dat heeft Hij inderdaan gedaan zoals uit het bovenstaande blijkt! Maar de overgrote Joodse meerderheid waarvan u zegt dat God daarmee een verbond gesloten zou hebben, heeft Hem echter verworpen! En wat die verschillende “verbonden” aangaat die de kerk van Israël (het Joodse volk) “afgepakt” zou hebben, er is nu slechts éen verbond tussen God en Zijn volk; de christelijke kerk! Nee, de kerk heeft niets van het Joodse volk “afgepakt.” Integendeel: toen de Joden zagen dat de heidenen Gods Woord geloofden en het prezen, waren het juist de Joden, die hier zeer jaloers om werden en trachtten hen die zegen juist te ontnemen of “af te pakken” door er een vervolging tegen de apostelen te beginnen! Uw kennis van de Bijbel, Mr van Barneveld, is armzalig slecht! 

 

“3.3 Enkele kanttekeningen.”

 

Op blz. 72 komt Van Barneveld met “3.3 Enkele kanttekeningen.” Op blz. 73 noemt hij weer drei punten op:

• We moeten constateren dat in het hele Nieuwe Testament de Kerk of de Gemeente van Christus nergens het ware of nieuwe Israël wordt genoemd.” 

• In het Nieuwe Testament komen de woorden Israël, Israëliet(en) 79 maal voor (31 maal in de Evangeliën, 21 maal in Handelingen, 21 maal bij Paulus en 6 maal in de rest van het Nieuwe Testament). Nergens wordt Israël als synoniem voor de Kerk gebruikt. Met Israël wordt steeds gewoon Israël bedoeld, volgens bovenstaande definitie. Als er van zoiets ingrijpends als van vervanging van Israël door de Gemeente sprake zou zijn geweest, dan zou de Heilige Geest toch wel een van die 79 maal hebben aangegrepen om even aan het woordje Israël de zin toe te voegen “… dat na Pinksteren door de Gemeente vervangen is of wordt.” 

• De door de aanhangers van de vervangingsleer aangehaalde teksten (Romeinen 9:6-8 en Romeinen 2:28 en 29) betekenen geen uitbreiding naar Israël naar bijvoorbeeld de gelovigen-uit-de-volken of naar de Kerk, maar veeleer een beperking binnen Israël. Van vervanging is hier helemaal geen sprake. Laten we nog eens naar die tekst kijken: “… niet hij is een Jood, die het uiterlijk is …. maar hij is een Jood die het in het verborgene is …” en “Want niet allen die van Israël afstammen zijn Israël …” Er is hier geen sprake van enige uitbreiding naar de gelovigen-uit-de-volken, maar een verwijzing naar een ‘gelovige rest’ binnen Israël. Altijd is het volk Israël gedragen door zo ’n gelovige rest. Zoals in de tijd van Elia toen er zevenduizend waren die hun knieën niet voor Baäl gebogen hadden gebogen, was er in de tijd van Paulus ook een “gelovige rest.” (Romeinen 11:4en 5) Die “gelovige rest” vervangt niet Israël maar draagt juist Israël door zware tijden heen.” (vetdruk toegevoegd)

(1): Dat de Kerk of Gemeente van Jezus nergens in het Nieuwe Testament het “ware of nieuwe Israël” wordt genoemd, doet eigenlijk niet ter zake; zij die Christus Jezus hebben geaccepteerd als hun Redder en Verlosser (zowel Jood als niet-Jood) vormen nu tesamen het wáre uitverkoren volk van God.” Zij (zowel Jood als niet-Jood) die dit niet gedaan hebben, zijn niet het uitverkoren volk van God.

(2): De Heilige Geest had er inderdaad na het woord “Israël” de woorden, “… dat na Pinksteren door de Gemeente vervangen is of wordt.” Aangezien Israël op een klein gelovig overblijfsel na haar Messias, Jezus, verworpen en vervolgens gekruisigd heeft, zal het duidelijk zijn dat dit Israël in tegenstelling met het wáre Israël, niet het uitverkoren volk van God kan zijn. Zou het Hem in plaats van gekruisigd te hebben, als haar Messias hebben aanvaard, dan zou het wél uitverkoren zijn.

(3): We zullen hierbij eerst even naar de verzen in Romeinen 9 (6-8) kijken:

“Ik zeg dit niet” (zegt Paulus) “alsof het Woord van God vervallen is, want niet allen die uit Israël voortgekpmen zijn, zijn Israël. Ook niet omdat zij Abrahams nageslacht zijn, zijn  zij allen kinderen. Maar: Alleen dat van Izak zal uw nageslacht genoemd worden. Dat is: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nageslacht gerekend. Want dit is het woord van de belofte: Rond deze tijd zal Ik komen, en dan zal Sara een zoon hebben.” 

Het gaat hier dus om de “kinderen van het vlees” die weliswaar net als de “kinderen van de belofte” nageslacht van één en dezélfde vader, Abraham, afkomstig waren, maar die in tegenstelling met die kinderen van de belofte, eigenlijk geen kinderen van God waren. Laten we in verband hiermee eens naar Johannes 8 gaan en eens zien wat we daar over die “vleselijke kinderen” lezen:

“Toen Hij deze dingen sprak, geloofden velen in Hem. Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de vrijheid zal u vrijmaken. Zij” (die Joden die niet in Hem geloofden), “antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit slaaf van iemand geweest; hoe kunt U dan zeggen: U zult vrij worden? Jezus antwoordde hun: Voorwaar, vorwaar, Ik zeg u: Ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde. En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis; de zoon blijft er eeuwig. Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn. Ik weet dat u Abrahams nageslacht bent, maar u probeert Mij te doden, omdat Mijn woord in u geen plaats krijgt. Ik spreek over wat Ik bij Mijn Vader gezien heb; u doet dus ook wat u bij uw vader gezien hebt. Zij antwoordden en zeiden tegen Hem: Abraham is onze vader. Jezus zei tegen hen: Als u Abrahams kinderen was, zou u de werken van Abraham doen. Maar nu probeert u Mij te doden, een Mens Die de waarheid tot u gesproken heeft. Dat deed Abraham niet. U doet de werken van uw vader. Zij zeiden dan tegen Hem: Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben één Vader namelijk God. Jezus dan zei tegen hen: Als God uw Vader was, zou u Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan en gekomen. Want Ik ben ook niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. Waarom begrijpt u niet wat Ik zeg? Omdat u Mijn woorden niet kunt horen. U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen. ; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leuegn spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen.” Maar Mij, omdat Ik de waarheid spreek, Mij gelooft u niet. Wie van u overtuigt Mij van zonde? En als Ik de waarheid spreek, waarom gelooft u Mij niet? Wie uit God is, hoort de woorden van God; daarom hoort u niet, omdat u niet uit God bent.” (Johannes 8:30-47)

Hier zien wij twee verschillende groepen Joden: zij die wél in Jezus geloofden en zij die níet in Hem geloofden. Het zijn nu deze laatsten waarvan Jezus zei te weten dat ook zij Abrahams nageslacht waren. In tegenstelling met hen die in Hem geloofden, wilde deze laatste groep Jezus om het leven brengen. En het zijn deze laatsten die “kinderen van het vlees” waren. Zij waren dan ook zoals Jezus hen duidelijk maakte, niet van God en waren dan ook niet door Hem uitverkozen! Maar of die Joden die in Hem geloofden (de “gelovige rest”), ook geheel Israël plus die Joden die Hem wilden doden (wat zij trouwens ook gedaan hébben!) “door zware tijden heen” gedragen zouden hebben, is zeer twijfelachtig; de Bijbel leert nl. dat die Joodse “kinderen van het vlees” het wáre Israël van God vanaf het begin aan zwaar hebben vervolgd! Paulus schreef in een van zijn zendbrieven hier het volgende over:

“Wij nu, broeders, zijn kinderen van de belofte, net zoals Izak. Maar zoals destijds hij die naar het vlees geboren was, hem vervolgde die naar de Geest geboren was, zo is het ook nu.” (Galaten 4:28-29)

Let wel dat Paulus hier schreef aan vnl, niet-Joodse Christenen. En door te zeggen, “Wij nu, broeders, zijn kinderen van de belofte, net zoals Izak”, maakte hij hen duidelijk dat ook de niet-Joodse Christenen te Galatië (die door Van Barneveld “gelovigen-uit-de-volken” genoemd worden), net zoals Izak, kinderen van de belofte of wel God’s kinderen naar de Geest waren! Daar waar hij onderscheid maakt tussen Israël en die “gelovigen-uit-de-volken, zien we dit echter niet terug bij wat Paulus hier schrijft! En dát gelovige Jood en niet-Jood in Christus één zijn, maakt Paulus iets eerder in dezelfde brief duidelijk:

“Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. Want u alen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus. En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht e overeenkomstig de belofte erfgenamen.” (Galaten 3:26-29)

Hoe dan, kan het zijn dat Van Barneveld dit alles niet ziet? Als God zowel de gelovige Joden als niet-Joden ééngemaakt heeft in Jezus Christus, hoe komt hij er dan toch bij om onderscheid te maken tussen “Israël” (het Joodse volk) en “de gelovigen-uit-de-volken”? 

 

Jan van Barneveld & “4.20 Vrome Verwijten.”

 

Jan van Barneveld heeft het ook over wat hij noemt, “Vrome verwijten” van de kant van de aanhangers van de vervangingsleer. En daar lezen we over op blz. 131-132; onder de kop, “4.20 Vrome verwijten”, schrijft hij er dit:

“Christenzionisten wordt verweten dat zij Israël gebruiken voor hun eigen eindtijdsvisie. De evangelische gemeenschap werd tijdens de Christ at the Checkpoint-conferentie, die van 5 tot 9 maart 2012 in Bethlehem werd gehouden, opgeroepen om op te houden met het kijken naar het Midden-Oosten door de lens van de eindtijd. We zouden ons moeten aansluiten bij hen die Jezus volgen door profetische gerechtigheid, vrede en verzoening na te streven. Dus in dit geval bij een on-Bijbelse invulling van het begrip gerechtigheid. Immers, wat wil men en welke gerechtigheid bevordert men? Een Palestijnse terroristenstaat die uit is op het verjagen van het Joodse volk uit het door God aan hen beloofde land. Maar wat weet  men de leugen toch weer vroom te verpakken. Wat er dan wordt verpakt in het fraaie pakpapier van gerechtigheid van gerechtigheid, vrede en verzoening? Een oprope 1) om Gods beloften van herstel voor Israël maar te vergeten. Dus de ogen gesloten houden voor de machtige daden van de God van Israël in onze tijd. 2) Om op te komen voor de arme, verdrukte Palestijnse Christenen, die zo zwaar zouden lijden onder de (brute) bezetting van Israël. Dus om de leugens en de mythen over de zogenaamde Palestijnen te accepteren. 3) Met de suggestie dat christenzionisten geen oog zouden hebben voor Paestijnse medechristenen, nocg voor vrede en verzoening. Maar het is niet of …of, gerechtigheid of profetie, maar én … én. Bovendien, gerechtighed is geloven en doen wat God zegt. En niet blindelings de agenda van de wereld volgen. Er is nog meer. Ons wordt verweten dat wij het kruis van Christus ondergeschikt maken. Zij halen Paulus aan, die zegt dat hij zich op niets anders beroemt dan op het kruis van Christus. Dus Jezus alleen en niet al die overdreven aandacht voor Israël. Klinkt mooi en zelfs christocentrisch. Maar Paulus besteedt wel drie of vier hoofdstukken van zijn Romeinenbrief aan Israël. Hij legt uitvoerig aan de gemeente in Efeze uit hoe wij, gelovigen-uit-de-volken erbij zijn gekomen. Niet in de plaats van Israël of als uitbreiding van Israël, maar als “medeburgers van de heiligen.” (Efeziërs 2:19) Enkele takken van de edele olijf zijn weggebroken en wij zijn als wilde loot daartussen geënt.”

Nu ons commentaar. Volgens Van Barneveld wilde men bij de “Christ at the Checkpoint-conferentie” pleiten voor de stichting van een (zoals hij dat noemt), een “Palestijnse terroristenstaat.” Die zou dan de Joden uit het door God aan hen gegeven land verjagen. De waarheid is echter dat het Joodse terroristen waren, die er 700.000 Palestijnen op wrede en gewelddadige wijze hebben verjaagd en er zo een etnische genovide onder de Palestijnen hebben gehouden! Verder beweert hij dat men er tijdens de conferentie op wilde komen voor “de arme, verdrukte Palestijnse Christenen die zo zwaar zouden lijden onder de (brute) bezetting van Israël.” Met andere woorden, dat is gewoon niet waar dat die er worden verdrukt. Men wilde er maken dat ook de mythen en leugens over de “zogenaamde Palestijnen” zouden worden geaccepteerd. Nee, die “zogenaamde Palestijnen” kun je toch in tegenstelling met de Joodse identiteit van het Joodse volk die door God alle eeuwen heen zorgvuldig bewaard zou hebben, toch eigenlijk geen volk noemen? Het is werkelijk ongelooflijk wat we hier allemaal aan racistische onzin we hier allemaal lezen! En dát die Palestijnse Christenen (samen met Palestijnse Moslims) er vervolgd en verdrukt worden, neem maar rustig aan dat dit de trieste en harde realiteit is! En dan Paulus, die zich slechts beroemde op het kruis van Christus en niets anders; hij beroemde zich ook niet op Israël zoals Van Barneveld dit de aanhangers van de vervangingsleer in de schoenen schuift. Maar, beste Mr. van Barneveld, het gaat er hier niet om wat ú of die aanhangers van de vervangingstheologie nu allemaal geloven. Het gaat hier om wat de Bijbel nu wérkelijk zegt. En dan zien we wat Paulus er precies zegt:

“Zie met wat een grote letters ik u met mijn eigen hand u schrijf: Allen die zich mooi willen voordoen naar het vlees, dwingen u zich te laten besnijden, alleen om niet vanwege het kruis van Christus vervolgd te worden. Want ook zij die besneden worden, nemen zelf de wet niet in acht, maar zij willen dat u besneden wordt om zich te kunnen beroemen op uw vlees. Maar ik zal mij volstrekt niet beroepen op iets anders dan op het kruis van onze Heere Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is, en ik voor de wereld. Want in Christus Jezus heeft niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar wel dat we een nieuwe schepping zijn. En allen die overeenkomstig deze regel wandelen: vrede en barmhartigheid zij over hen en over het Israël van God.” (Galaten 6:11-16)

Wat lezen we hier nu? We lezen dat de apostel de Christenen in de gemeente te Galatië door zijn hele brief heen waarschuwt voor de valse Joodse leraren, die er tijdens zijn afwezigheid er de kerk binnengedrongen waren; zij maakten er de gelovigen wijs dat het niet genoeg was om alleen in Christus Jezus te geloven; volgens hen was het noodzakelijk dat zij zich daarnaast ook nog lichamelijk moesten laten besnijden en de wet van Mozes te onderhouden om wérkelijk zalig te kunnen worden! Paulus, die in die tijd elders was, hoorde hiervan en op grond daarvan schreef hij zijn brief. En inderdaad, de apostel beroemde zich op niets anders dan op het kruis van Jezus, wat door Van Barneveld kritisch echter als “christocentrisch” wordt beschouwd. Wat is nu precies “christocentrisch”? Wel, dit wil eenvoudig zeggen dat men slechts op Christus Jezus gericht is en op niets of niemand anders! Waarom heeft Van Barneveld (die zelf zegt, ook een Christen te zijn), hier nu zoveel moeite mee? Antwoord: Hij lijkt meer op Israël dan op Christus gericht te zijn. Dus, niet “Christocentrisch” maar “Isracentrisch.” De man is duidelijk verdeeld wat zijn toewijding betreft: een deel daarvan aan Jezus, het andere deel an toewijding aan Israël. En dat is niet goed. Voorts is het niet belangrijk of men nu wél of níet lichamelijk besneden is, zo maakt de apostel duidelijk. Waar het om gaat, is echter of men (hetzij besneden of onbesneden) een Nieuwe Schepping in Christus is! (Hierna,  vlak onder, hebben we meer over de lichamelijke besnijdenis te zeggen, waar het dan gaat over het “apostelconvent” wat er lang geleden in Jeruzalem werd gehouden en waarvan we kunnen lezen in Handelingen 15). En wat lezen we nu precies in Efeziërs 2:19? Om hier duidelijkheid in te krijgen, moeten we de verzen 11-22 lezen:

“Bedenk daarom dat u die voorheen heidenen was in het vlees en die onbesnedenen genoemd werd door hen die genoemd worden besnijdenis in het vlees, die met de hand gebeurt, dat u in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder God in de wereld. Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichbij gekomen. Want Hij is onze vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken, heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. En bij Zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren. Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot en heilige tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest.” 

Nu is het inderdaad zo, dat het Israël was, wat nabij was en de “heidenen” nog “veraf” waren. Maar het waren beiden, die één en dezélfde verlossing door Jezus nodig hadden. Daarnaast had God door Christus de “tussenmuur” die scheiding tussen de heidenen die toen in hun ongelovige staat nog “veraf” waren én het volk Israël wat God slechts kende via de wet van Mozes, neergehaald nadat beiden in één en dezélfde Verlosser, Christus Jezus, waren gaan geloven! Hoewel Israël weliswaar de verbonden der belofte bezat, had het, nét zoals de heidenen, Jezus nodig, en zo werden beiden bijeengevoegd tot “een heilige tempel in de Heere.” En dit betekent dan op zijn beurt, dat er slechts één “tempel” is, de Kerk van Christus Jezus, waarin zowel gelovige Joden als gelovige heidenen, samen in opgenomen zijn. Dus is er dan ook geen sprake van “twee uitverkozen volken, Israël en de Kerk. Nogmaals, daar er slechts één tempel is, is er dan ook slechts één uitverkoren volk van God; de Kerk, samengesteld uit zowel Joden ald niet-Joden! In Efeziërs 4 lezen we dit weer terug:

“Zo roep ik als gevangene in de Heere, u op tot een wandel die de roeping waarmee u geroepen bent, waardig is, in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in liefde te verdragen, en u te beijveren on de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping. één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is.” (Efeziërs 4:1-6)

En zoals het tóen was, zo is het door de eeuwen van de kerkgeschiedenis heen geweest; het was pas ergens in 1800/1900 dat hier verandering in zou komen toen een zekere Cyrus Scofield er in de Verenigde Staten de zaden zou zaaien van wat we nu kennen als het dispensationalisme, ook wel bekend als het “christenzionisme.” https://www.henrymakow.com/2013/03/how-gullible-christians-became-zionists.html

 

Jan van Barneveld en de “Messiaanse Joden” vs, de “Gelovigen-Uit-De-Volken.”

 

Jan van Barneveld schrijft ook het een en ander over de “Messiaanse Joden” waarvan hij er zeker van is dat Paulus, Barnabas en andere apostelen dit waren. Hij beschrijft dan wat er tijdens het “apostelconvent” in Handelingen 15 plaatsvond; de felle discussie tussen an de ene kant, de Farizeeën, en aande andere kant de apostelen, zou volgens hem hier op neergekomen zijn: moesten nu ook de “gelovigen-uit-de-volken” de wet van Mozes onderhouden zoals de Frizeeën en de apostelen dit wél moesten doen? De Farizeeën meenden van wel, Paulus en Barnabas waren hier echter op tegen. Uiteindelijk wed besloten dat die niet-Joodse Christenen dit alles niet hoefden te doen; het onderhouden vande wet van Mozes was slechts voorbehouden aan de Farizeeën en de “Messiaanse Joden.” Dit is althans de visie van Van Barneveld. (blz. 76) Om te zien waar het nu allemaal wérkelijk om draaide tijdens dat convent, zullen we dat gedeelte in Handelingen 15 zélf eens lezen:

“En enigen die uit Judea gekomen waren. leerden de broeders: Als u niet besneden wordt volgens het gebruik van Mozes, kunt u niet zalig worden. Toen er dan van de kant van Paulus en Barnabas een niet geringe tegenstand en woordenstrijd tegen hen ontstond, bepaalden zij dat Paulus en Barnabas en enkele anderen uit hen in verband met dit geschilpunt naar de apostelen en ouderlingen in Jeruzalem zouden gaan. Nadat zij dan door de gemeente uitgeleide gedaan waren, reisden zij door Fenicië en Samaria en vertelden over de bekering van de heidenen. , en zij bezorgden al de broeders grote blijdschap. Toen zij in Jeruzalem gekomen waren, werden zij ontvangen door de gemeente en de apostelen en de oudrlingen; en zij deden verslag van alles wat God door hen gedaan had. Maar, zeiden zij, er zijn enigen opgestaan onder de aanhangers van de sekte der Farizeeën die gelovig zijn geworden, die zeggen dat men hen moet besnijden en moet gebiedende wet van Mozes in acht te nemen. En de apostelen en de ouderlingen kwamen bijeen om deze zaak te bezien. En toen daarover een heftige woordenstrijd ontstond, stond Petrus op en zei tegen hen: Mannenbroeders, u weet dat God lang geleden onder ons mij uitgekozen heeft, zodat de heidenen uit mijn mond het woord van het Evangelie zouden horen, en zouden geloven. En God, de Kenner van de harten, heeft getuigenis aan hen gegeven door hun de Heilige Geest te geven, evenals aan ons; en Hij heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, en heeft hun hart door het geloof gereinigd. Welnu dan, waarom verzoekt u God door een juk op de hals van de discipelen te leggen dat onze vaderen en ook wij niet hebben kunnen dragen? Maar wij geloven door de genade van de Heere Jezus op dezelfde wijze zalig te worden als ook zij. En heel de menigte zweeg, en zij hoorden Barnabas en Paulus vertellen wat voor grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had.” (Handelingen 15:1-12)

Uit de hier in vetdruk geciteerde bijbelpassages zal het wel duidelijk zijn; doordat God aan zowel de apostelen als aan de heidense Christenen één en dezélfde Heilige Geest geschonken had, was er geen enkel verschil tussen deze Joods en niet-Joodse Christenen! Kortom: Er is hier helemaal geen sprake van Messiaanse Joden” en “Gelovigen-uit-de-volken.” Ten tweede lezen we dat Petrus het duidelijk maakte dat nog hun Joodse vaderen noch zij, in staat waren geweest, de wet van Mozes (die hij een “juk” noemde) te dragen. Dar dt nu zo was, waarom dan God verzoeken, dit “juk” wel aan de niet-Joodse Christenen op te leggen? En zo zal het wel helder zijn: Noch de Joodse, noch de niet-Joodse Christenen waren verplicht de wet van Mozes te onderhouden! Van Barneveld beweert nu dat het alleen de apostelen en Farizeeën (“Messiaanse Joden”), zouden zijn geweest, die de wet van Mozes wél moesten onderhouden. Ook hiet zien we dat de bijbelkennis van Van Barneveld zeer gebrekkig en armzalig is! Door onderscheid te maken tussen Paulus, Barnabas en de Farizeeën enerzijds en de heidense “gelovigen-uit-de-volken”, plaatst hij de Joodse Christenen op een hogere sokkel dan de niet-Joodse Christenen. Maar dat is niet wat de Bijbel leert zoals we gezien hebben!

 

Jan van Barneveld & het Anti-Zionisme. 

 

Dan hebben we nu blz. 102 van het boek van Van Barneveld. Daar heeft hij het over het “antizionisme.” Er is, zo deelt Van Barneveld ons mee, een religieus zionisme en een politiek zionisme. En,

“De gemeenschappelijke noemer was een verlangen naar een nationaal tehuis voor het Joodse volk.” 

Het zionisme was een bevrijdingseweging voor het Joodse volk. En het was in de 19e eeuw dat het woord, “zionisme” opkwam. Maar,

“Het is merkwaardig dat de laatste jaren “zionisme” een smerig woord, een scheldwoord voor vrienden van Israël is geworden. Men denkt bij zionisme aan racisme, aan bezetting van ‘Palestijns land’ en aan grof, buitensporig geweld tegenover ‘onschuldige Palestijnse burgers’ en ‘verzetsstrijders.’ Kortom het woord zionisme is volgestopt met Palestijnse leugens. Antizionisme is een uitdrukking geworden die voor een groot deel in plaats van het antisemitisme is gekomen. Keurige burgers zijn geen antisemiet meer maar antizionist. Voor christenen die bewust, maar vaak ook onbewust, de vervangingsleer aanhangen en die uitleven, is antizionisme een van de handige en praktische vermommingen van hun visie dat de kerk de plaats en de rol van Israël in de heilsgeschiedenis heeft overgenomen. Het is opvallend hoe het begrip zionisme door een efficiënte en door de hel geïnspireerde leugencampagne vervuild is.” (vetdruk toegevoegd)Zo, hier hebben we het: het antizionisme is grotendeels in de plaats gekomen van het “anti-Semitisme.” En die “keurige burgers” die “antizionistisch” zijn, zijn dus eigenlijk volgens Van Barneveld nochtans “anti-Semieten.” En die Christenen die “vaak ook onbewust” de vervanginsleer aanhangen en uitleven, wat zijn dát dan? “Onbewuste anti-Semieten” misschien? En hoe zit dat dan met anti-Zionistische Joden zoals o. m. Norman Finkelstein en Ilan Pappe? Zijn dat dan ook “anti-Semieten”?  Vreemd toch, eerder waren dit Semieten (Joden dus)! Ook al eens gehoord wat rabbi Dovid Weiss te zeggen had over het zionisme wat volgens hem voor “rivieren van bloed” heeft gezorgd? https://www.youtube.com/watch?v=oUppu2oHVTY Nee, Mr van Barneveld, het feit dat er nu al enige tijd sprake is van “anti-Zionisme” is dat het nu vnl. via het internet is, dat we de gruwelijke gevolgen van dit rondweg racistische Zionisme zien: slachtpartijen onder de Palestijnen door Zionistische, racistische Joden gepleegd; treiterende Joods-Zionistische bewakers bij de talloze controleposten over Palestina, waar zelfs ambulances met zwangere moeders voor enige tijd worden aangehouden en verhinderd worden het ziekenhuis op tijd te bereiken voor een bevalling met goede afloop. Gevolg: in bepaalde gevallen wordt zo ’n Palestijnse zuigeling dan dood geboren! Nochtans wordt ons altijd weer voorgehouden dat er weleens “Palestijnse terroristen” in ambulances zouden kunnen zitten! En daarom zijn er ook “keurige burgers” die -terecht- anti-Zionist zijn! En daar is schrijver dezes de grootste van! En spreekt u over “Palestijnse leugens”, wij spreken liever over “Joodse verzinsels”! O ja, wat zei Paulus die door jou steeds wordt aangehaald om er d vele Joodse leugens mee te verkondigen ook alweer over mensen die dergelijke verzinsels verkondigen? Juist, “Men moet hen de mond snoeren!” Hoe zou dit dan moeten klinken, Van Barneveld? Zoiets van, “Nu moet jij eens je grote mond houden, Van Barneveld, met jou vele Joodse leugens!” Ik vermoed ten stelligste dat de apostel juist deze woorden gebruikt zou kunnen hebben om christenzionistische leugenaars (die er in zijn tijd ook al geweest zouden kunnen zijn) het zwijgen op te leggen!

 

Jan van Barneveld en “Onze ‘Oudere Broer’ Israël.”

 

Dan gaan we nog even naar blz. 74, waar Van Barneveld het over Israël als “Onze ‘oudere broer'” heeft. We lezen daar het volgende:

“Het gaat altijd om ‘samen met’ Israël. Ieder met een eigen taak en plaats in Gods heilsplan. Vast staat dat de “genadegaven en de roeping van God onberouwelijk zijn.” (Romeinen 11:29) God komt niet terug op zijn roeping van Israël als zijn uitverkoren volk. God vergist zich niet. Ook niet in de keuze van zijn knechten. De genadegaven blijven en de beloften blijven ook. Anders zou Paulus nooit van zijn broeders die niet in Jezus Messias geloven, kunnen zeggen: “Hun zijn de woorden van God toevertrouwd.” (Romeinen 3:2) Die woorden van God, de Tenach dus, is een gave die God aan Israël heeft toevertrouwd en die Israël zeer nauwgezet heeft bewaard en waar wij nu ook door Gods genade deel aan mogen hebben.”

Dus Israël is dan volgens Van Barneveld “onze oudere broer”, een goede en trouwe vriend van die andere uitverkorene, de christelijke kerk. Maar die “broer” (samengesteld uit de “broeders van Paulus” geloven in tegenstelling met de apostel zelf, juist niet in Christus Jezus. Dat het de broeders van Paulus “naar het vlees” waren, okay, Maar is Israël dan ook uitverkoren, zónder in Jezus te geloven? Nee? Nu, dan is het ook niet door God uitverkoren; in Johannes 14:6 lezen we over Jezus imers,

“Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.” 

En wat lezen we in 1 Johannes 2:22-23?

“Wie is de leugenaar anders dan hij die loochent dat Jezus de Christus is? Dat is de antichrist, die de Vder en de Zoon loochent. Ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet.” 

Wat lezen we dus hier, Mr van Barneveld? Niemand (hetzij Jood of niet-Jood) komt dán pas tot God de Vader als hij.zij Hem via de “deur” Christus Jezus benaderen zal. En als iemand (hetzij Jood of niet-Jood) Jezus, de Zoon van God loochent (ontkent), dan moeten we beslist niet denken dat God de Vader de “God van (het vleselijke) Israël) zou zijn! En dan die “woorden Gods” die Israël toevertrouwd zouden zijn. Wel, aanvankelijk waren dit de Oud-Testamentische Geschriften. Maar na de kruisiging van Jezus door Israël is er het geestelijke klimaat van dit volk geleidelijk aan verslechterd. En dit heeft ertoe geleid dat de woorden Gods van het Oude Testament geleidelijk plaats hebben gemaakt voor de “woorden des duivels” van de anti-Christelijke en goddeloze Talmud! En het is nu al voor lange tijd de Talmud, die er in Israël wat de Palestijnen aangaat, nauwkeurig in praktijk wordt gebracht door een goddeloze, door den duivel uitverkoren Israëlische regering! 

Alleen Joden zijn “mensen”, de niet-Joodse volken zijn slechts beesten. (Baba Mezia)

Klopt dit? Ja. kijk maar eens hoe het “meest morele Israëlische leger” de Palestijnen (die door jou als leugenaars worden beschouwd), behandelen! Waaronder ook christelijke Palestijnen! Maar beste Van Barneveld; wie is (of zijn) nu de wáre broer (of broeders van Jezus en dus ook van Zijn Gemeente, de Kerk? Laten we dit om dit te weten, ons eens het tafereel voor ogen halen zoals dit zich zal af gaan spelen wanneer Jezus met Zijn “Laatste Oordeel” zal komen:

“Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. En voor Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linkerhand. Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërft het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld. Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u hebt bij Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en te teten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als een vreemdeling gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ziek gezien of in de gevangenis en zijn bij U gekomen? En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan. Dan zal Hij ook zeggen tegen hen die aan Zijn  linkerhand zijn: Ga weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bestemd is. Want Ik ben hongerig geweest en u hebt Mij niet te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest en u hebt Mij niet te driknen gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij niet gastvrij onthaald; naakt en u hebt Mij niet gekleed; zie en in de gevangenis en u hebt Mij niet bezocht. Dan zullen ook dezen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig of als een vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis, en hebben U niet gediend? Dan zal Hij hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor over u dit voor een van deze geringsten niet gedaan hebt, hebt u het ook niet voor Mij gedaan. En dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.” (Matheüs 25:31-46)

De “geringste broeders van Mij” waar Jezus het hier over heeft, zijn niet de niet in Jezus-gelovende Joden. Het gaat hier nl. niet over “Onze oudere broer” Israël” zoals Van Barneveld meent dat dit zo zou zijn; het gaat hier om hén, die in Christus Jezus geloven (waaronder christelijke Palestijnen en die Christenen die de door Van Barneveld en andere christenzionisten zo gehate vervangingsleer aanhangen).  De vraag is nu: Wie zijn nu die “bokken” die later naar het eeuwige hellevuur zullen worden verwezen? Antwoord: Door te weten, hóe zij over de Palestijnse Christenen en de christelijke aanhangers van de vervangingsleer denken en spreken, wéten we wíe dit zullen zijn (tenzij zij zich van hun onbijbelse, christenzionistische leer bekeren zullen!) Dat Van Barneveld en andere christenzionistische voormannen zélf daar op weg naar zijn, is al erg genoeg; maar laten zij daar ook nog hun aanhangers niet mee naartoe slepen!

 

De Revisionisten & de Christelijke Aanhangers van de Vervangingsleer: “Heden Ik, Morgen Gij.”

 

Tot slot nog dit: We weten hoe het de revisionisten is vergaan; velen van hen hebben voor hun alternatieve visie aangaande WW II, Hitler, de moord op de zes miljoen Joden etc. moeten boeten doordat zij gevangenisstraffen hebben uitgezeten, hoge geldboetes hebben moeten betalen en anderszins hebben geleden. En het waren Joodse organisaties, die door druk uit te oefenen op overheden van verschillende landen waar revisionisten verbleven, het voor elkaar gekregen hebben, hen zwaar te vervolgen. Nu echter, zijn er plannen waarmee zij tevens die Christenen die de vervangingsleer aan- hangen, aan te gaan pakken. De woorden, “Heden ik, Morgen gij”, zijn toegeschreven aan een fascistische strijder in het Spanje van tijdens de Spaanse Burgeroorlog (jaren ’30) toen Bolsjewisten die er naartoe gezonden waren door Josef Stalin om ook dit land rijp te maken voor een Bolsjewistische machtsovername. Toen het nog niet zeker was welke partij er de oorlog zou winnen, zou die fascistische strijder hebben gezegd, “Heden Ik, Morgen Gij”, waarmee hij het volgende bedoeld had: Vandaag komen de Bolsjewisten voor ons, morgen echter, komen zij voor jullie, nationalisten! Hetzelfde zouden de revisionisten tegen de Christenen hebben kunnen zeggen die vanuit de Bijbel weten dat de staat Israël geen doel meer dient en dat de vervangingsleer een bijbels feit is: “Wij hebben óns deel aan lijden en vervolging gehad, morgen echter, komen Joodse organisaties achter jullie aan.”  Door naar deze website te gaan en er te lezen en te bekijken wat er zoal geschreven en te zien is, hebben we hier al een sterke aanwijzing voor: https://seismicshock.wordpress.com/2009/03/07/stephen-sizer-and-holocaust-denier-frederick-tobin-in-indonesia/ Te vrezen valt, dat zij hierbij weleens een flinke steun in de rug van christenzionistische organisaties zouden kunnen krijgen. En wat het boek van Jan van Barneveld zelf betreft. zouden we hier een ietwat aangepaste titel aan willen geven: “Het einde van de vervangingsleer (en het begin van de lof der christenzionistische dwaasheid”). 

Er staat nog meer aan groteske onzin in het boek van Jan van Barneveld, maar we menen dat de paar onderwerpen die we hier al hebben besproken al genoeg zijn om te zeggen dat we dit boek beslist niet aanbevelen zullen! Gewoon niet kopen, het is zonde van het geld en er worden hier slechts de onbijbelse ideeën van Jan van Barneveld mee gefinancieerd.

 

Ton Nuiten – Zaterdag 13 April 2019.

 

 

Dit bericht was geplaatst op april 13, 2019. Markeer de permalink als favoriet. 1 reactie

One thought on “Jan van Barneveld & zijn Boek, “Het Einde van de Vervangingsleer”; een Bijbelse Recensie van Enkele Onderwerpen uit het Boek.

  1. Beste Tom, Zou je ook eens een stuk willen schrijven over de situatie in ons land. We zijn geen democratie meer. Baudet wordt helemaal genegeerd. De grootste partij daar houd men geen rekening mee.Dit heeft men ook gedaan met wilders en nog doet. Kijk eens naar Paul Nielsen. Heeft een zeer helder kijk op de situatie ons land.zou je dat eens willen. doen. Hartelijke groeten van Carolien Smit.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s