Dhr. T. Kraaij & “De Immense Bloedschuld van het Christendom”: een Kritische Beoordeling; Dhr. T. Kraaij & Jan van Barneveld: Twee Gelijkgezinden met een Verkeerde Tijdsindeling; Uitlatingen van Kerkvaders over Joden van Hun Tijd & Chuck Baldwin met “The Protestant Reformation: Fulfillment Of Revelation Prophecy?”

Op het internet is er nogal wat te vinden aan informatie over van alles en nog wat. Dit varieert van politiek, economie, onderwijs, archeologie, religie, geschiedenis (en noem het allemaal maar op. Nu waren we recent weer een bezig het internet af te surfen, toen we bij de volgende site terechtkwamen: wandelinhetlicht.com Een van de pagina’s van deze site is getiteld, “De immense bloedschuld van het christendom.” wandelinhetlicht.com/2910/06/06/bloedschuld-van-het-christendom/ We zijn die eens gaan lezen en hier wordt de “bloedschuld” die het Christendom tegenover de Joden door de eeuwen heen heeft, beschreven. De eigenaar van deze site is tkraaij92gmail.com Nu weten we het niet zeker, maar we menen dat zijn naam dhr. Kraaij is; we zullen hem dan ook als zodanig hier vermelden. Alles wat we er over het belaste verleden van het Christendom waar het de Joden aangaat betreft, komt alles wat dhr. Kraaij hierover schrijft, neer als één grote aanklacht tegen de christelijke Kerk. Nu is het ondoenlijk om ook álles naar bijbelse maatstaven te beoordelen van wat dhr. Kraaij erover heeft geschreven. We zullen hier dan ook een beperkt oordeel (en wel naar bijbelse maatstaven zoals gezegd), geven. Wat hier nu allemaal volgt, zal voor sommigen wat veel zijn. En het ís ook heel wat. We wilden het een en ander echter zo duidelijk als mogelijk was uitleggen.

Over Waarom dhr. Kraaij zijn Blog Heeft Geschreven.

De neventitel van de blog van dhr. Kraaij luidt, “Heeft het christendom het Joodse volk tot jaloersheid verwekt in de kerkgeschiedenis?” Waarmee duidelijk wordt dat hij het heeft over de geschiedenis van de Kerk van het na-apostolisch tijdperk. Dhr. Kraaij begint ermee met het volgende over de relatie tussen Kerk en Joden te schrijven:

“Deze blog is geschreven vanuit een intens hartsverlangen om meer christenen bekend te late worden met d kerkgeschiedenis in relatie tot het Joodse volk, door de kerkgeschiedenis is er een enorme kloof ontstaan tussen Jood en heiden terwijl Jezus deze kloof juist had tenietgedaan(Efeze 2:13,14). Ten eerste is het belangrijk voor iedere gelovige om dit te weten dat God dit niet ongestraft gaat laten, de Bijbel spreekt duidelijk over komende oordelen over het bloed wat reeds is vergoten door christenen (Psalm 79:10b Laat de wraak voor het vergoten bloed van Uw dienaren bekend worden voor onze ogen aan de heidenvolken).” 

Nakomelingen van Hen die de Joden in het Verleden Vervolgd en Gedood Hebben, Worden door God Gestraft. 

In het bovenstaande citaat wordt het al meteen duidelijk: De nakomelingen van hen die de Joden in het verleden hebben vervolgd en gedood, worden door God gestraft voor de misdaden hunner vaderen. In Ezechiël 18:1-20 gold het voor het oude Israël echter, dat de zoon niet gestraft zou worden voor de misdaden die hij zijn vader zag doen; nu, wat destijds op het oude Israël van toepassing was, is nu ook van toepassing op de nakomelingen van die vaderen die juist geen deel hadden aan hun misdaden tegenover de Joden. Dan gaan we nu naar Psalm 79 waarvan dhr. Kraaij alleen vers 10b aanhaalt, maar de rest ervan buiten beschouwing gelaten heeft. En die Psalm begint zo:

“O God, heidenvolken zijn in Uw eigendom gekomen, zij hebben Uw heilige tempel verontreinigd, zij hebben Jeruzalem tot een puinhoop gemaakt. Zij hebben de dode lichamen van Uw dienaren aan de vogels in de lucht tot voedsel gegeven, het vlees van Uw gunstelingen aan de wilde dieren van het land. Zij hebben hun bloed rondom Jeruzalem als water vergoten en er was niemand die hen begroef.” (verzen 1-3)

Deze verzen alleen al, maken duidelijk dat het hier om een gebeurtenis in het verleden, ver vóór het Christendom, gaat. Dan gaan we verder:

“Denk niet aan onze vroegere misdaden. haast U, laat Uw barmhartigheid ons te hulp komen, want wij zijn volledig uitgeteerd.” (vers 8)

Hier lezen we dat Asaf (de schrijver van deze psalm), weergeeft, waarom hij en de overige Israëlieten “volledig uitgeteerd” waren; de reden hiervoor waren hun “vroegere misdaden” die zij voordat het oordeel Gods hen zou treffen, hadden gepleegd. Dhr. Kraaij ziet dit echter niet en past hier een énkel vers (10b) willekeurig en lukraak op het veel latere kerkelijk tijdperk toe. En nu zou God de nakomelingen van die Christenen die de Joden in hun tijd zoveel kwaad hadden gedaan, hiervoor laten boeten; het lijkt hier wel of het om een soort van “erfzonde” gaat, die van vader op zoon/dochter overgeleverd lijkt te zijn! Maar Mr. Kraaij toch; Als je hele Psalm 79 had gelezen (wat je duidelijk niet lijkt te hebben gedaan), dan zou je toch hebben moeten wéten dat het hier niet over het kerkelijk tijdperk gaat? Ook hier weer evenals bij vele andere onwetende Christenen: een gebrek aan de juiste bijbelse feitenkennis. Of wat nog beter is: het geen zicht hebben op de juiste bijbelse tijdsindeling waarin een gebeurtenis heeft plaatsgevonden of nog plaats zal vinden. Dan gaat dhr. Kraaij verder:

“Ten tweede is het belangrijk voor iedere gelovige om dit te weten om het Joodse volk nog tot jaloersheid te kunnen verwekken met als doel dat zij gaan zien dat hun eigen Messias reeds gekomen is en tevens de enige weg tot de Vader is. (Romeinen 11:14 om daardoor zo mogelijk mijn verwanten wat betreft het vlees tot jaloersheid te verwekken en enigen uit hen te behouden.)”

Ja, Mr. Kraaij, de Joden in Paulus’ tijd waren zijn verwanten naar het vlees maar niet naar de Geest. En dát hij en de overige apostelen hen tot jaloersheid hadden weten te verwekken, blijkt hieruit dat zij hen gedurende hun bediening zwaar hebben vervolgd. Want:

“Zij behagen God niet en zijn alle mensen vijandig gezind. Zij verhinderen ons tot de heidenen te spreken opdat die zalig zouden worden. Zo maken zij voor altijd de maat van hun zonden vol. En de toorn is over hen gekomen tot het einde.” (1 Thessalonicenzen 2:15-16)

In zijn zendbrief an de Galaten schrijft de apostel het volgende:

“Maar zoals destijds hij die naar het vlees geboren was, hem vervolgde die naar de Geest geboren was, zo is het ook nu.” (Galaten 4:29)

In Galaten 4:21-31 neemt Paulus als voorbeeld Hagar en haar zoon, Ismaël, als voorbeeld, maar eigenlijk gaat het hier om het aardse “Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij is.” (vers 25) Het gaat hier dus niet over het conflict tussen Joden en Arabieren. mocht iemand dit denken. Degene die naar het vlees geboren was, is een symbool voor die Joden die de verwanten van Paulus naar het vlees waren, die hem die naar de Geest was (symbool voor de wáre Christenen), vervolgde. Maar, mocht iemand vragen, waarom weet het Christendom het Joodse volk nu nog niet tot jaloersheid te verwekken? De officiële redenering die dhr. Kraaij hier op nahoudt is dat, wat de Kerk de Joden gedurende de achterliggende eeuwen aangedaan heeft. Het juiste antwoord moet echter zijn: Omdat de meerderheid van de hedendaagse Christenen tot nu toe hun grote mond dicht gehouden heeft over de wrede en medogenloze onderdrukking die de opeenvolgende Israëlische regeringen (vanaf de eerste onder David Ben-Gurion (1948) tot de huidige onder Netanyahu), op de Palestijnen toegepast hebben en de laatste dit nu nóg doet! Hoe anders waren de oude profeten uit het Oude Testament die aldus door God gezonden, zich uitspraken tegen de onderdrukking van de vreemdeling in hun midden als het Joodse volk weer eens van God was afgedwaald. Maar al die profeten werden door hen vroeg of laat om het leven gebracht, net zoals Paulus dit veel later zou schrijven in diezelfde brief aan de Thessalonicenzen; de gelovigen aan wie hij schreef, hadden dezelfde verdrukkingen geleden onder hun eigen landgenoten als de Joodse Christenen “van de gemeenten van God die in Judea zijn, in Christus Jezus, omdat ook u hetzelfde geleden hebt van uw eigen medeburgers als zij van de Joden, die zowel de Heere Jezus als hun eigen profeten hebben gedood en ons hebben vervolgd.” (1 Thess. 2:14-15) En uit het lezen van heel het boek Handelingen wordt het duidelijk: De zwaarste vervolgers van de Kerk in de dagen van de apostelen waren voornamelijk Joden! Nu erkent dhr. Kraaij dat het Joden waren die Jezus hadden gedood, maar wat de vervolging van de Kerk door Joden betreft, is het allemaal toch een beetje onderbelicht.

De Reactie van dhr. Kraaij. 

Op 15 november j.l. gaf hij een reactie in onze commentaarsectie waarin hij het volgende schreef:

“Dag Ton. 

Graag zou ik willen beginnen met waar jezelf mee afsloot: Goed leren studeren/lezen. 

Nergens in mijn stuk heb ik beweerd dat Joden Jezus niet hebben gekruisigd, waar haal je het vandaan? In de reactie geplaatst door een ander hierboven die dit tracht te ontkennen ben ik daar zelfs op ingegaan dat de Bijbel daar duidelijk over is, ik begrijp dan uw betoog daarover dan ook niet helemaal. Daarnaast is deze” (zijn) “blog geschreven n.a.v. Romeinen 11 waarin Paulus duidelijk is hoe wij om moeten gaan met het Joodse volk die Jezus heeft gedood, we moeten ze tot jaloersheid verwekken en dus liefhebben. Als ik uw site bekijk heeft u daar behoorlijk veel moeite mee, u overtreedt hiermee de geboden uit Romeinen 11 en ik hoop dat u de waarschuwing uit Romeinen 11 dan ook ter harte neemt:” (hier hebben we er de vetdruk aan toegevoegd; dan somt dhr Kraaij verschillende verzen uit Romeinen 11 op, waarmee hij die “waarschuwing” aan mijn adres benadrukt):

“Romeinen 11: 18 beroem u dan niet tegenover de takken. En als u zich beroemt: U draagt de wortel niet, maar de wortel u. 19: u zult dan zeggen: de takken zijn afgerukt, opdat ik zou worden geënt. 20. Dat is waar. Door ongeloof zijn zij afgerukt en u staat door het geloof. Heb geen hoge dunk van uzelf, maar vrees. 21. Want als God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, dan is het ook mogelijk dat Hij u niet spaart.”

Daarna vervolgt hij met:

“Verder is de geboorte” (van Jezus) “natuurlijk een bijzonder geboorte door de HG” (Heilige Geest), “eentje die nergens anders voort zou komen. Echter als u daarmee wil beweren dat Jezus niet etnisch Jood is dan vraag ik mij af waarom u Jezus als de geprofeteerde Messias ziet. In dat geval zijn de profetieën, o.a. dat Hij uit de stam van Juda zou voortkomen dus niet matchend met Jezus. 

Dan besluit hij met deze woorden:

Er zijn echter twee keuzes: Of u gaat ermee akkoord dat Hij wel daadwerkelijk een afstammeling van Juda is of u verwerpt Hem als Messias. Wat wordt het?” 

Mijn Reactie op die van Dhr. Kraaij. 

We zullen hier een tegenreactie op geven. Het is inderdaad zo, dat ook hij erkent dat Joden Jezus ter dood hadden gebracht. Maar daar kwamen we pas achter nadat we er onze eigen reactie hierop hadden geplaatst; onze welgemeende excuses hiervoor! Verder schrijft hij dat we met het “jaloers maken” van de Joden er veel moeite mee hebben nadat hij onze site bekeken had en dan komt dhr. Kraaij met de waarschuwing dat we hiermee de geboden uit Romeinen 11 zouden overtreden. Hier zien we dan ook weer een van die verhulde dreigingen waarmee zij die Israël en het Joodse volk een zo warm hart toedragen, komen. Wat nu de kern van wat Paulus aan zijn Romeinse niet-Joodse broeders over de Joden van hun tijd schreef, gaat het eigenlijk hierom: zij meenden dat nu het Joodse volk Jezus als de Messias had verworpen, er nu geen enkel vooruitzicht op redding en verlossing door Jezus voor de Joden meer zou zijn. En het is om die reden dat de apostel hen vermaande, zich niet verwaand en hooghartig tegen de Joden van hun tijd op te stellen. Zowel dhr. Kraaij als ik zijn echter van mening dat ook de huidige Joden nog altijd in aanmerking komen om door het geloof in Jezus te worden gered; hoe kan de waarschuwing die hij hier afgeeft aan mijn adres da op mij van toepassing zijn? En let wel: Paulus schreef dit aan de Christenen van zijn tijd. (Tussen haakjes: dezelfde fout die de Romeinse Christenen eerder maakten, zou later worden herhaald door sommige van de Kerkvaders; ook die waren van mening dat er na de verwerping van Jezus door de Joden van hun tijd, geen enkele hoop op redding door geloof in Christus meer zou zijn).

De Judese (of Joodse) Etniciteit van Jezus. 

Dhr. Kraaij schrijft dan over de Judese (of Joodse etniciteit van Jezus; eerst erkent hij dat de bovennatuurlijke geboorte van Jezus door de Heilige Geest een unieke gebeurtenis is. Maar als we daarmee niet zouden willen beweren dat Jezus’ etniciteit belangrijk zou zijn (wat we trouwens ook van  mening zijn), waarom we Jezus dan nog als de geprofeteerde Messias beschouwen? Allereerst dit: Daar Jezus door God (de Heilige Geest, een van de leden van de goddelijke Drie-eenheid), was verwekt, zal het wel duidelijk zijn dat Jozef niet Zijn biologische vader geweest is. Zou hij dit nu echter wél zijn geweest, dan zou de etniciteit van Jezus hier een rol gespeeld in kunnen hebben. Maar dan zouden we met het volgende probleem worden geconfronteerd: Als Jezus werkelijk de biologische zoon van Jozef geweest zou zijn (dus door hem verwekt en niet door de Heilige Geest), dan volgt hier natuurlijkerwijze uit voort dat Hijzelf, net als Jozef slechts een sterfelijk mens zou zijn geweest. Jezus zou dan ook niet zijn gekwalificeerd om voor de zonden van Israël en de hele wereld te sterven! Hij zou dan ook nooit het smetteloze Lam van God kunnen zijn geweest wat Zich als een zoenoffer voor onze zonden aan God had gebracht. 

God is de Vader van Jezus, niet Jozef. 

Dat ook Jezus Zelf liet blijken dat God Zijn Vader is en niet Jozef, wordt duidelijk uit de volgende gebeurtenis; nadat Maria, Jozef en Jezus weer eens naar Jeruzalem om daar het Pascha te vieren afgereisd en nu weer op de terugweg waren, ontdekten Maria en haar man dat Jezus niet bij hen is. Nadat zij Hem onder het reisgezelschap en de familieleden die met hen reisden hadden gezocht maar niet gevonden, keerden Maria en Jozef weer naar Jeruzalem terug:

“En het gebeurde dat zij Hem na drie dagen in de tempel vonden terwijl Hij tussen de leraars zat, naar hen luisterde en vragen aan hen stelde. Allen die Hem hoorden, stonden versteld van Zijn verstand en antwoorden. En toen zij Hem zagen, stonden zij versteld, en Zijn moeder zei tegen Hem: Kind, waarom hebt U ons dit aangedaan? Zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht. En Hij zei tegen hen: Waarom hebt u Mij gezocht? Wist u niet dat Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader? En zij begrepen het woord niet dat Hij tot hen sprak.” (zie Lukas 2:46-52)

Ziet u, Maria sprak tot Jezus over Jozef als “Uw vader.” Maar Jezus zei nadat Hij hen gevraagd had waarom zij Hem hadden gezocht, dat Hij bezig moest zijn met de dingen van “Mijn Vader”, waarmee Hij uiteraard op God als Zijn Vader doelde; als zodanig maakte Jezus Maria en Jozef duidelijk dat niet hij de vader van Hem was maar dat dit God de Vader Zelf was. En daar Jezus God als Vader had en niet Jozef, kan hier niet de nadruk op Jezus als Judeeër/Jood worden gelegd. En toch doen zij die Israël en het Joodse volk zo hoogachten niettemin toch. Wat meer is: door de nadruk te leggen op de menselijke etniciteit van Jezus en minder op Zijn goddelijke afkomst, en daarmee een verband leggen tussen Israël en het Joodse volk, plaatsen zij de beide laatsten in zekere zin boven God. Iets wat door de christelijke liefhebbers van Israël en het Joodse volk wordt ontkend.

De Apostel Paulus over Jezus. 

Mocht er hieromtrent toch nog enige twijfel zijn, dan maakt Paulus er nu een eind aan:

“Want de liefde van Christus dringt ons, die tot dit oordeel gekomen zijn: Als Eén voor allen gestorven is, dan zijn zij allen gestorven. En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor hen gestorven en opgewekt is. Zo kennen wij van nu niemand meer naar het vlees; en al hebben wij Christus naar het vlees gekend, dan kennen wij Hem nu zo niet meer.” (2 Korinthe 5:14-16)

Wat nu dit “vlees” betreft waar Paulus het over heeft, gaat het hier om de etnische afkomst van Jezus; dus al waren er die in de tijd van de apostel meenden dat de Joodse etniciteit van Jezus nog van waarde was, na Zijn dood, opstanding en hemelvaart stelde die niets meer voor. Dan gaat Paulus verder met het volgende te schrijven:

“Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft.” (verzen 17-18)

Het is hier niet de etnische afkomst die belangrijk is; het gaat erom of men (ongeacht of men Jood of niet-Jood is), “een nieuwe schepping” is; zijn we dit, dan valt hier elke vorm van etniciteit weg. En dit komt weer overeen met wat Paulus aan de Galaten schreef namelijk dat we door het geloof in Jezus kinderen van God zijn; en het dus niet belangrijk is of we Jood of Griek (niet-Jood), slaaf of vrije (vandaag de dag spreken we hier over werknemers en werkgevers), man of vrouw zijn; dit betekent niet dat men dan ophoudt Jood of niet-Jood, man of vrouw etc. te zijn; dit alles heeft geen betekenis meer voor God, Die allen gelijk behandelt; waar het bij God om gaat, is of men allereerst een nieuwe schepping in Christus ofwel een kind van God door het geloof in Christus is.

Even Terzijde: Over het Zoenoffer van Jezus, onze Zonden & de Hel. 

Aangezien Jezus dus wél door de Heilige Geest was verwekt, volgt hieruit dan ook dat Hij evenals God de Vader en de Heilige Geest, volmaakt en zondeloos is. Om die reden kon Jezus dan ook al onzen zonden op Zich hebben genomen om zo voor ons verzoening bij God de Vader te doen. Hij, Die zelfs nooit voor een enkel moment in gedachten gezondigd had, nam onze zonden die dus niet van Hemzelf maar van ons waren, op Zich en zo wist Hij aan de rechtvaardige eis van God de Vader te voldoen welke is dat eenieder die zondigt, de dood verdient. Door Zelf door dood en hel te zijn heengegaan, trad Jezus op als onze plaatsvervanger. Wij, die door onze zonden tegen God de dood hadden verdiend, hoeven daar wij nu in Jezus als ons plaatsvervangend Zoenoffer geloven, de straf op de zonde (hetwelk is de dood zoals gezegd), niet mer te dragen. Die “dood” behelst niet zozeer het lichamelijke sterven; zowel Christenen als niet-Christenen zullen eenmaal vroeg of laat sterven. De “dood” die wij als gelovigen nu  niet meer hoeven te ondergaan, is dan ook de zogenaamde “tweede dood”, ofwel het eeuwige verblijf in de hel ná de lichamelijke dood. En daarom is het dan ook voor eenieder belangrijk dat hij/zij (ongeacht afkomst, etniciteit, gezindte, of we nu een hoge plaats in de samenleving innemen of niet, we de doelbewuste keuze maken om Jezus als ons plaatsvervangend Zoenoffer te accepteren. Eenmaal na de lichamelijke dood is er namelijk geen gelegenheid meer voor bekering waarna er voor de niet-Christenen nog slechts het uitzicht is op het eeuwige verblijf in de hel, voor altijd gescheiden van God! Maak dus dan ook vandaag nog de keuze, Jezus te aanvaarden als uw Redder en Verlosser; na de dood is er namelijk geen gelegenheid meer voor. En voor de atheïsten onder ons (die dus in geen enkele godheid geloven), die als we tegen hen slechts zouden zeggen dat zij “verloren zullen gaan” als zij niet in Christus willen geloven zij op hun beurt zouden kunnen reageren met zoiets als, “Wel, ik heb altijd al geloofd dat ik er nooit zou komen; ik heb namelijk nooit in God geloofd. Geen probleem”, weet dan dat het leven na de lichamelijke dood beslist niet afgelopen is; de hel die daarna komt, is namelijk een zeer rëele bestaande plaats waar allen die er zonder Jezus in eeuwige wroeging en spijt verblijven. En God heeft er alles aan gedaan om ons juist van die helse plaats wég te houden door ons Zijn Zoon Jezus Christus te geven.

Het “Christelijk Anti-Semitisme.” 

Dan gaat dhr. Kraaij op zijn site verder met:

“Ten derde is het belangrijk voor iedere gelovige om dit te weten zodat men de mogelijkheid krijgt om zich te bekeren van christelijke instellingen die ontstaan zijn uit puur antisemitisme, bekering in het algemeen is een genadegift van God, doordat er veel onwetendheid is onder christenen kan men zich er ook niet van bekeren. Bekering is altijd zegenrijk en die mogelijkheid wil ik mijn medechristenen niet onthouden.” 

Aha, “christelijke instellingen die ontstaan zijn uit puur antisemitisme.” Hier komt de aap uit de mouw, want hier hebben we het bekende “christelijk” (of kerkeliijk) anti-Semitisme.” Dat het Joodse volk door “christelijke anti-Semieten” vervolgd en gedood werden, is vandaag de dag de overheersende mening in het overgrote deel van de kerkelijke wereld. En het is voornamelijk om die reden dat de leden van dit deel dan ook nooit hun mond zullen openen om de overheid in Israël eens flink te bekritiseren vanwege haar onderdrukkende wanbeleid tegenover de Palestijnen! Onder die vele Palestijnen zijn er naast islamitische tevens christelijke Palestijnen; mensen die eigenlijk onze broeders en zusters in het christelijk geloof zijn. En hierbij komen we bij een andere geloofsgenoot van dhr. Kraaij: Drs. Jan van Barneveld. 

Drs. Jan van Barneveld: Verkondiger van Vele Joodse Verzinsels. 

Het duurde enige tijd voordat we het zouden doen; zóuden we het nu wél of niet doen? En uiteindelijk hébben we het ook gedaan: we hadden namelijk het boek, “Het einde van de vervangingsleer” van Drs. Jan van Barneveld gekocht. En we hebben het eens (grotendeels) doorgelezen. Om eerlijk te zijn, zijn boek begint met verwarring en het eindigt er ook mee! Zo heeft Van Barneveld het over een oordeel over de Kerk betreffende haar relatie tot Israël:

“De andere kant van het plaatje is dat het oordeel over het huis van God al geruime tijd aan de gang is. Gemiddeld worden er elke week twee kerken gesloten. De opwekking waarover al decennia wordt gepraat, waarover intens wordt gebeden en waarover soms met grote woorden wordt gebluft, is niet eens een doorgeprikte zeepbel. Ik schrijf dit met diep verdriet en een huilend hart. Helaas moet ik de apostel Paulus citeren: “Want het is nu de tijd dat het oordeel begint bij het huis van God; als het bij ons begint, waar zal dan het einde zijn van hen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?” (1 Petrus 4:17).” (blz. 20)

Van Barneveld schrijft hier dat het oordeel Gods over de Kerk komt om de volgende reden: “Omdat zij niet letten op de daden van de HEERE, noch op het werk van zijn handen, zal Hij hen afbreken en niet opbouwen.” (Psalm 28:4) (blz. 19) En dat gaat dan over het herstel van Israël waar God nu mee bezig zou zijn. Als we nu niet alleen vers 17 van 1 Petrus 4 lezen maar ook alle verzen van vers 12 tot en met 19, lezen we er juist iets heel ánders namelijk dat het hier wel om een godsoordeel gaat, maar dat dit juist een louterend oordeel is, wat God door middel van vervolging toelaat om er Zijn Kerk mee te louteren en te reinigen. Israël en het Joodse volk komen hier zelfs niet eens in voor! Van Barneveld haalt hier slechts één vers uit de context en sluit die dan aan, aan een negatief godsoordeel over de Kerk. Daarnaast schreef Petrus dit aan een van de kerken in zijn tijd, het tijdperk der Apostelen dus. Net zoals dhr. Kraaij Psalm 79:10b aanhaalt en dit in onze tijd plaatst en de rest van de verzen maar buiten beschouwing laat, zo doet Van Barneveld dit ook met 1 Petrus 17. De gebeurtenissen die in zowel Psalm 79 als in 1 Petrus 4:12-19 te lezen zijn, vonden echter plaats in een ver verleden; die hebben niets van doen met wat er destijds in het tijdvak der Kerkvaders en wat vandaag rondom de Kerk en het huidige Israël gebeurt. Weer een voorbeeld van het gebrek aan inzicht op de juiste bijbelse tijdsindeling. Op blz. 112 schrijft Van Barneveld dat God met zijn “herstelplan” bezig is, de stam Manasse (een van de oude stammen van Israël) uit noord-oost-India terug te halen. Ook is men nu met onderzoek bezig om te bezien of de Afridi-stam uit noord-Pakistan en Afghanistan als leden van de “tien verloren stammen” kunnen worden aangemerkt of niet. Intussen trachten de Joodse nederzettingen in Judea en Samaria deze gebieden weer tot grote bloei te brengen, en:

“Dit alles volgens het profetische woord. Daarin zien we Gods machtige hand. God die Israël leerde te bidden: “HEERE, God der heerscharen, herstel ons, doe uw aanschijn lichten, opdat wij verlost worden.” (Psalm 80:4, 8 en 20). De “christenpalestijners” staan, verblind door de vervangingsleer en door de “Palestijnse leugens” en een aan haat grenzende wrevel tegen Israël, Gods plannen met Israël en met de wereld in de weg.”

Dat de leden van die stammen ook wel eens Indiërs, Afghanen en Pakistanen met wat “Joods bloed” zouden kunnen zijn, zal wel niet tot hem zijn doorgedrongen. Van “etnisch zuivere Joden” kan dan ook geen sprake meer zijn. Dan gaan we naar Psalm 80 waar Van Barneveld de genoemde verzen vandaan heeft. Dit blijkt eveneens een Psalm van de schrijver, Asaf, te zijn. In vers 5 lezen we er dit:

“HEERE, God van de legermachten, hoelang zal Uw toorn branden tegen het gebed van Uw volk? U geeft hun tranenbrood te eten en laat hun tranen drinken uit een maatbeker.” 

Vers 17:

“De wijnstok is met vuur verbrand,is afgekapt. Uw volk komt om door de bestraffing van Uw aangezicht.” 

Ook dit is weer een gebeurtenis uit het verleden; tevens blijkt uit de hier geciteerde verzen dat het hier om een oordeel van God over het oude Israël gaat. Hij was namelijk vertoornd op Israël wat gebruikelijk was als het weer eens tegen Hem gezondigd had. Maar net als dhr. Kraaij dit al eerder deed met Psalm 79:10b door die in het heden te plaatsen, doet Van Barneveld hier ook; maar eigenlijk vonden deze gebeurtenissen in een ver verleden plaats. Een derde voorbeeld van het gebrek aan inzicht in de juiste bijbelse tijdsindeling. Daarnaast weet Van Barneveld de “christenpalestijners” zoals hij die kleinerend noemt, nog op deze wijze een flinke trap ná te geven, terwijl zij toch eigenlijk de slachtoffers zijn en Israël de “oorlogsmisdadiger.” Ziet u, lang geleden tot ergens in het begin van  de jaren ’80 werd Israël steeds weer in een gunstig daglicht gesteld; over wat het toen al enige tijd met de Palestijnen deed, werd maar zelden belicht. Maar nu, vele jaren later, zijn we er vooral via het internet van op de hoogte wat de Palestijnen (waaronder naast islamitische ook christelijke Palestijnen), onder de Israëlische wrede bezetting al vanaf he begin te lijden hebben gehad. Hadden hun verre voorvaderen zowel de apostelen en later de Kerkvaders vervolgd, zijzelf vervolgen er nu de Palestijnen (waaronder zoals gezegd, zich ook Christenen bevinden.

Uitlatingen van Enkele Kerkvaders & de Bijbel. 

Dhr. Kraaij laat enkele Kerkvaders aan het woord die in hun tijd nogal wat negatieve uitlatingen hadden gedaan over de Joden. Zo had Origenes (250 na Christus) onder meer het volgende gezegd:

“De loop van de geschiedenis zal uitwijzen dat de Joden door God zijn verworpen en dat de kerk de plaats van Israël heeft ingenomen.” 

Dat de Joden door God verworpen waren wat hun weigering om Jezus te erkennen en te aanvaarden betreft, is dit zo; maar ook voor hén was er nog altijd hoop om door geloof in Jezus’ zoenoffer door Hem te worden gered. En dat de Kerk de plaats van Israël ingenomen zou hebben, dient eens goed en op bijbelse wijze te worden uitgelegd; de bijbelse waarheid is namelijk dat de Kerk (ofwel het “Nieuwe Israël) juist uit het Oude Israël voortgekomen is. Tijdens de bediening van Jezus bevond dit Oude Israël zich nog onder het Oude Verbond. Dit wordt duidelijk wanneer Jezus een melaatse man had genezen:

“Jezus zei tegen hem: Denk erom dat u dit tegen niemand zegt; maar ga heen, laat uzelf aan de priester zien, en offer de gave die Mozes voorgeschreven heeft, tot een getuigenis voor hen.” (zie Mattheüs 8:1-4)

In die tijd werd het Levitische priesterstelsel nog gehandhaafd hetgeen dus wil zeggen dat het hier om het Oude Verbond gaat. Nadat Jezus aan het kruis de laatste adem uitblies, kwam er tevens voorgoed een einde aan dit Oude Verbond en begon vervolgens het Nieuwe Verbond ofwel het verbond tussen Jezus en de Kerk (het “Nieuwe Israël.”) Degenen die al tijdens Jezus’ bediening in Hen als de Messias geloofd hadden, gingen hierdoor over van het Oude naar het Nieuwe Verbond. Na de dood en opstanding van Jezus uit de dood begon vervolgens het apostolisch Tijdperk (het boek Handelingen, de zendbrieven van de apostel Paulus en enkele andere apostelen), en ná hen begon dan het Tijdvak der Kerkvaders. Geheel de periode van het “Oude Israël” en het “Nieuwe Israël” gaat het dus hier slechts om één en hetzelfde Israël. Degenen die al tijdens de bediening van Jezus niet in Hem als de Messias geloofd maar verworpen hadden, werden het zogenaamde “vleselijke Israël” en het zijn zij, die door Paulus later de “de afgebroken takken” zouden worden genoemd. In tegenstelling met wat de Romeinse Christenen en enkele latere Kerkvaders dachten, had God hen niet geheel verworpen, maar ook voor hén was er nog hoop om door geloof in Jezus te worden gered; op voorwaarde dat zij niet in het ongeloof zouden blijven. En hier komt er tevens ook een einde aan de onbijbelse mythe van twee verschillende uitverkoren volken aangezien we nu weten dat het hier slechts om één en hetzelfde Israël gaat: het Oude, wat na de dood van Jezus plaatsgemaakt had voor het Nieuwe Israël: de Kerk. Paulus zou later in zijn zendbrief aan de Galaten het volgende schrijven:

“Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus. En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.” (Galaten 3:26-29)

En hier zien we dat in dit “Nieuwe Israël” Jood en Griek (niet-Jood) wat hun beider geloof in één Messias, Christus Jezus, aangaat, één zijn. En zoals we het hierboven hebben beschreven, zien we hier een stuk coherente (ofwel samenhangende) geschiedenis. Over dit “Nieuwe Israël” zou Paulus aan de Christenen te Efeze het volgende schrijven:

“Zo roep ik, de gevangene in de Heere, u op tot een wandel die de roeping waarmee u geroepen bent, waardig is, in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in liefde te verdragen, en u te beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping’één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is.” (Efeze 4:1-6)

En hier zien we weer de eenheid van het “Nieuwe Israël.” De “afgebroken takken” die er ook nu nog zijn, kunnen zich hierbij aansluiten door alsnog in Christus te gaan geloven. Het is dan ook niet zo (zoals sommigen nog steeds beweren) dat de Kerk bij Israël zou zijn gevoegd; want zoals we gezien hebben, gaat het nu om slechts één Israël: dat, wat er eerder uit het Oude Israël voorgekomen is.

Eusebius. 

Over de Kerkvader, Eusebius (263-339 na Christus) schrijft dhr. Kraaij het volgende:

“Eusebius schreef dat de vervloekingen uit het eerste testament voor de Joden waren, de beloften uit het eerste testament waren niet voor de Joden maar voor de christenen. Vandaag de dag zien we dit nog steeds in onze kerken, in veel gevallen weten we alleen het oude testament te vinden als er beloftes in staan. Dit passen we graag rechtstreeks toe op ons christenen. De vervloekingen slaan we liever over, die zijn immers voor het Joodse volk? Hoe eerlijk zijn we hierin? Eusebius schreef zelfs dat de helden van het oude testament geen Joden maar in feite proto-christenen.” 

Allereerst komen we die “vervloekingen” waar dhr. Kraaij het hier over heeft, alleen tegen in het Oude Testament; in het Nieuwe Testament echter, zijn die niet te vinden. En toch … waren die er tevens voor de Christenen! Wel, klinkt dit nu niet tegenstrijdig en paradoxaal? Hoe moet dit nu met elkaar worden verzoend? Wel, Eusebius zou zelfs hebben geschreven “dat de helden van het oude testament geen Joden maar in feite proto-christenen” waren. Laten we dit in gedachten nu eens naar de eerste zendbrief van Paulus aan de Korinthiërs gaan. We lezen daar iets in hoofdstuk 10 van die brief:

“En ik wil niet, broeders, dat u er geen weet van hebt dat onze vaderen allen onder de wolk waren en allen door de zee zijn gegaan. en dat allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee, en allen hetzelfde geestelijke voedsel gegeten hebben, en allen dezelfde geestelijke frank gedronken hebben. Zij dronken namelijk uit een geestelijke rots, die hen volgde; en die rots was Christus.” (1 Korinthe 10:1-4)

Wat Paulus hier destijds aan de Korinthiërs schreef, had van doen met “onze vaderen” zoals hij over hen schreef. Verder had hij het over de doortocht door de Schelfzee en de wolkkolom die het volk Israël destijds vergezelde. (Exodus 13:21-22 en Exodus 14) Maar … Wie was die “Rots”? Juist, dat was Christus Jezus Zelf, alleen was Hij toen nog niet als mens geboren wat pas veel later zou gebeuren. En ja, om die reden zouden Mozes en de Israëlieten als een soort van “proto-christenen” kunnen worden beschouwd. En dit zal tevens van toepassing zijn geweest op het Israël in  het gehele Oude Testament. En zoals gezegd, daar vinden we tevens de “vervloekingen”, hetgeen zeggen wil dat die “proto-christenen” toen die van God afgeweken waren, er later mee te maken kregen. En als we willen weten of Christus Jezus zowel de “God van Israël in het Oude en Nieuwe Testament was en is, hier is een goede christelijke site waar dit allemaal goed wordt uitgelegd: wereldvanmorgen.nl/lezen-artikelen.php?id=34&title=jezus-christus-was-de-god-van-het-oude-testament Dus ja, Mr. Kraaij, de “Joden” van het Oude Testament waren inderdaad “proto-christenen”, precies zoals Eusebius het schreef!

Johannes Chrysostomos. 

Dan volgt hier de Kerkvader, Johannes Chrysotomos (344-407 na Christus). Die zou de synagoge vergeleken hebben met “een demonentempel vol afgoderij.” Maar … wat zei Jezus via Johannes (die in die tijd als gevangene op het gevangeneneiland, Patmos, verbleef dat hij aan de gemeente (kerk) te Smyrna moest schrijven? Lees maar mee:

“Ik ken uw werken, verdrukking en armoede -u bent echter rijk- en Ik ken de lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn, maar het niet zijn; zij zijn namelijk een synagoge van de satan.” (Openbaring 2:9)

Noemde Chrysostomos de Joodse synagoge al in zijn tijd “een demonentempel vol afgoderij”, Christus Jezus noemde die al eerder in de brief aan de gemeente te Smyrna “een synagoga van de satan.” Als u het zo vreselijk vind, Mr. Kraaij, wat Chrysostomos over de synagoge gezegd had, wat denkt u dan van Jezus wat Hij erover had gezegd? En waarom waren dat geen Joden? Waren het misschien mensen die zich als (etnische) Jood gedroegen maar dit niet waren? Nee, in zijn brief aan de Romeinen schreef Paulus er dit over:

“Want niet hij is Jood die het in het openbaar is, en niet dat is besnijdenis die in het openbaar in het vlees plaatsvindt, maar hij is Jood die het in het verborgene is, en dat is besnijdenis die naar het hart is, naar de Geest en niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God.” (Romeinen 2:28-29)

Het gaat hier niet over Joden die dit uiterlijk zijn, maar om mensen die dit innerlijk (in het verborgene) zijn, hetwelk zijn de Christenen. En daar behoort ook u bij, Mr. Kraaij.

Augustinus van Hippo.

Dan komen we bij Augustinus van Hippo (354-430 na Christus). Die had het volgende over de Joden van zijn tijd gezegd:

“De Joden zijn moedwillig blind voor de Heilige Schrift.” 

Zou deze Kerkvader dit nu gezegd hebben omdat hij (om welke reden dan ook), een “christelijke anti-Semiet” zou zijn geweest? Of had Jezus Zelf ook hier iets over te zeggen? Ga maar mee naar het Evangelie naar Johannes. We zullen datgene wat Hij tegenover de Joden zei, vanuit de Oude Statenvertaling die in het Oud-Hollands geschreven is, aanhalen:

“Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen. En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben. Ik neem geen eer van mensen; Maar Ik ken ulieden, dat gij de liefde Gods in uzelven niet hebt. Ik ben gekomen in de Naam Mijns Vaders, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, dien zult gij aannemen. Hoe kunt gij geloven, gij, die eer van elkander neemt, en de eer, die van God alleen is, niet zoekt? Meent niet, dat Ik u verklagen zal bij den Vader; die u verklaagt, is Mozes, op welken gij gehoopt hebt. Want indien gij Mozes geloofdet, zo zoudt gij Mij geloven; want hij heeft van Mij geschreven. Maar zo gij zijn Schriften niet gelooft, hoe zult gij Mijn woorden geloven?” (Johannes 5:39-47)

Wat blijkt hier nu uit? Wel, het zicht van de Joden op Jezus de Messias werd namelijk niet vertroebeld door de Kerkvaders zoals dhr. Kraaij op zijn site beweert; dat was al vertroebeld ten tijde van Jezus zoals Hij helder aantoont. Zij geloofden namelijk niet wat Mozes over Jezus geschreven had. Nu, kunnen we het ons voorstellen: de Farizeeën en de Joden in Jezus’ tijd die de Schriften van Mozes regelmatig bestudeerden en dan vervolgens iets zeiden in de trant van, “Nu, Mozes heeft dat allemaal wel geschreven, maar dat geloof ik allemaal niet, hoor.” Onmogelijk; zij lazen zijn Schriften gewoon niet; zouden zij dit nu wel hebben gedaan, dan zouden zij Jezus tijdens Zijn bediening al als de Messias (h)erkend hebben. En doordat zij de Schriften van Mozes niet bestudeerd hadden, was hun blik op Jezus als de Messias toen al vertroebeld. Dit is dan ook niet toe te schijven aan de latere Kerkvaders. En om hun inmiddels goed vertroebelde blik te verhelderen, moedigde Jezus hen aan, die Schrift eens te gaan bestuderen. We hebben in dit geval bewust de oude Statenvertaling gebruikt, omdat vers 39 begint met, “Onderzoekt de Schriften.” Andere vertalingen beginnen echter met, Gij” (of “U” onderzoekt de Schriften.” Het woordje “Gij” (of “U”) had er hier nooit mogen worden bijgevoegd; want zo wordt de indruk gewekt dat de Farizeeën en de Joden de Schriften wel bestudeerden maar niet geloofden zoals we al boven hebben weergegeven. En dat schept verwarring. Dat het woordje “Gij” er desondanks toch is bijgevoegd door een vertaler, moet dit dan ook worden gezien als een vertaalfout. Nu zouden we verder kunnen gaan om nog enkele Kerkvaders aan te halen en die naast bepaalde passages uit de Bijbel te leggen, maar dat zou veel te lang worden. En we hébben hier al heel wat geschreven.

Chuck Baldwin: Openbaring 11 Vervuld in het Verleden.

In verband met wat we allemaal hebben geschreven, willen we naar een van de predikingen van Chuck Baldwin verwijzen; op 30 oktober 2016 (nu precies drie jaar en een maand geleden dus), had hij in zijn Liberty Fellowship Church een preek verzorgd onder de titel, “The Protestant Reformation: Fulfillment Of Revelation Prophecy? – by Chuck Baldwin on Oct. 30, 2016.” youtube.com/watch?v=52wtJELBOvl De dag daarna (31 oktober), was het Reformation Day in Amerika. En Baldwin had er veel over te zeggen; zo zou het hoofdstuk, Openbaring 11 (waar gesproken wordt over de “Twee Getuigen”), al zijn vervuld in het verleden. Daarnaast zei hij dat de christelijke geleerden van vóór 1800 unaniem van mening waren dat dit hoofdstuk niet gericht was op Israël maar dat dit betrekking had op de christelijke Kerk. Maar wat hij ook doet, is dat hij beknopt de lijn vanaf de vervolging van Christenen door Joden en Romeinse Caesars en daarna door de Katholieke Kerk doortrekt; Baldwin gaf hier dus in tegenstelling met vele andere kerken (en we zouden er de kerken hier in Nederland aan toe kunnen voegen), die er een merkwaardige en onbijbelse “onverbrekelijke band met (het vleselijke Israél)” op nahouden), een heel ándere uitleg over de gebeurtenissen in Openbaring 11; namelijk dat die zoals gezegd hun vervulling hebben gehad in het verleden. De zogenaamde dispensationalisten plaatsen die echter in de toekomst. Baldwin echter, betoogt dat de gebeurtenissen hun vervulling voornamelijk vonden tijdens het tijdperk van de Reformatie waarin onder anderen Calvijn, en Maarten Luther een grote rol in gespeeld hadden! Het zou daarom ook goed zijn voor dhr. Kraaij, Jan van Barneveld en andere gelijkgezinden om de Bijbel eens goed te lezen door alleen hun vurige pijlen af te schieten op de Kerkvaders.

Ton Nuiten – Zaterdag 30 November 2019.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: