Dirk van Genderen& zijn “Last”: het Vervolg; een Zeer Uitgebreide Bijbelstudie; Oproep aan Onze Joodse Vriend “Troost Mijn Volk & Oproep aan Dirk van Genderen & de Reageerders op Zijn Site.

Vandaag zullen we nog even terug gaan naar de site van Dirk van Genderen en wel op de pagina waarop hij beweerde, met een “zware last” rond te lopen. Dit hield in dat hij meende dat nu niet slechts individuele kerken en individuele Christenen hun excuses voor wat de christelijke voorvaderen de Joden in het verleden hadden aangedaan; maar dat we dit nu allemaal eens moesten gaan doen. Hier hadden we er al eerder een post aan gewijd. Onder de verschillende reacties (waar we verderop meer aandacht zullen schenken) was er ook die van een Joodse man of jongen die er zich van tijd tot tijd presenteert onder de nickname, “Troost Mijn Volk.” En die duikt er dán op wanneer Van Genderen er weer eens een zeer vleiend artikel over Israël/het Joodse volk gepubliceerd heeft. En dit was ook nu weer het geval. En dit is wat “Troost” over het artikel van Van Genderen te zeggen had:

“Sjalom beste Dirk en anderen. 

Tja, wat moet ik als Jood daarover zeggen? Nog niet zolang geleden kreeg ik een sneer omdat ik iets had opgemerkt over de houding van de kerken richting mijn volk. Ik kan niets anders concluderen dan dat tussen de Messiasbelijdende Joden en de kerken een diepe kloof zit. Velen beseffen niet dat dit pijn doet en gaan vrolijk door met het afstand nemen van de Joden. Ik vraag mij (terecht?) af: wat is de werkelijke drijfveer geweest om in de jonge christelijke gemeente massaal de Joodse gelovigen buiten de deur te zetten. Wat hebben wij verkeerd gedaan? O ja, de kerk had daar direct een antwoord op: jullie hebben onze Jezus gekruisigd. Daaruit vloeiden al spoedig kerkelijke sprookjes voort om mijn volk van alles de schuld te geven. 

Kerkelijke dogma’s tegen de Joden hielden niet op. Mag ik dat walgelijk vinden of is dat teveel gezegd? Ik weet dat de oproep van Dirk zeer oprecht is. Maar wat werkt het uit? Het  een kleine kring die dit ondersteunt. Ook onder uw lezers is er grote terughoudendheid ten aanzien van mijn volk. 

Weet u wat mij het meeste stoort: dat zijn de Christenen die zeggen dat de Joden zich moeten bekeren. Mag ik dat schandalig vinden dat eenrichtingsverkeer. Wat zegt Paulus naar de opkomende christelijke minderheid: de Joden tot jaloersheid brengen. Was dat maar gebeurd door de kerken. Daar zit mijn verdriet en ik schrijf dit beslist niet uit wrok of medelijden, verre van dat zelfs. Ik roep de kerken op hun geschiedenis grondig te bestuderen en te leren van hun fouten. Wij Joden zullen dit nimmer zien als een triomf. Er zal een hartelijke omhelzing plaatsvinden. Vergeving vragen komt voort uit een persoonlijke verzoening met de Eeuwige over het leed van eeuwen. 

De kroon daarop zal zijn het ontvangen van vergeving door het Joodse volk. Maar let op, ook onder ons zitten mensen die verbitterd zijn en het vreemd vinden dat de naoorlogse generatie om vergeving vraagt en jullie gewoon afwijzen. Zie dat niet als botheid. Daar zit onze collectieve pijn.” (vetdruk toegevoegd)

Uitgebreide Bijbelstudie. 

Voordat we verder gaan willen we er op wijzen dat we hier verderop een uitgebreide Bijbelstudie hebben geschreven om zo aan te tonen wat de Bijbel wérkelijk leert over de christelijke Kerk, Israël en het Joodse volk; dit is heel wat om te verteren, maar we achten het noodzakelijk om het een en ander eens goed recht te zetten en om 2), de christenzionistische leer te ontmaskeren als een demonische en racistische doctrine. U zult er dingen lezen die door Dirk van Genderen en de overige christenzionistische predikers en leiders waarschijnlijk nooit besproken zijn daar zijzelf volkomen overweldigd zijn door wat de apostel Paulus ook wel “Joodse verzinsels” noemt. De apostel schreef aan Titus dat men hen die deze verzinsels verkondigen, de mond moet worden gesnoerd. (Titus 1:10-11, 13-14) Het zijn nu deze verzinsels die vandaag de dag door het grootste deel van de Kerk in zowel de Verenigde Staten als in West-Europa als “Bijbelse waarheden” zijn geaccepteerd en die er door de leiders van ook als zodanig vanaf de kansels worden verkondigd. En om die op Bijbelse wijze te weerleggen hebben we er die zeer uitgebreide Bijbelstudie over geschreven; want het wordt eens tijd dat we al die christenzionisten en voornamelijk onze Joodse vriend die zich de nickname “Troost Mijn Volk” aangemeten heeft, in navolging van Paulus eens goed de mond te snoeren. 

Niet het Joodse Volk als Geheel. 

Voordat we zullen beginnen, moeten we hier een ding nadrukkelijk stellen. We zullen allemaal wel weten dat er onder ons vele lieve en innemende Joodse mensen zijn, wie niets te verwijten valt. Als we dus hier spreken over : het Joodse volk”, zou dit de indruk kunnen geven dat we het gehele Joodse volk over één kam zouden scheren. Dit is echter absoluut niet het geval. Het is echter wél zo, dat er bij velen van hen de zelfkriteik ontbreekt, namelijk de zelfkritiek op het Joodse chauvinisme en exclusivisme. Wijlen Israel Shahak, een Joodse mensenrechtenactivist en zélf een Holocaustoverlevende, had hier ooit eens het volgende over gezegd:

“Daarom is de ware test waarmee zowel Israëlische Joden als die in de Diaspora de test van hun zelfkritiek wat de kritiek op het Joodse verleden in moet houden. Het belangrijkste deel van een dergelijke kritiek moet een gedetailleerde en eerlijke confrontatie van de Joodse houding tegenover niet-Joden inhouden. Dit is wat vele Joden terecht van niet-Joden eisen: om hen met hun eigen verleden te confronteren en zo op de hoogte te komen van de discriminatie en vervolgingen die de Joden werden aangedaan. In de afgelopen 40 jaar is het aantal niet-Joden wat door Joden gedood is, veel groter dan het aantal van Joden door niet-Joden. De mate van de vervolging en discriminatie tegen niet-Joden door de ‘Joodse staat’ met de steun van de Joden in de Diaspora, is eveneens enorm groter dan het lijden wat Joden door regimes die vijandig tegenover hen staan, aangedaan is. Alhoewel de strijd tegen het antisemitisme (en alle vormen van racisme) nooit op zal moeten houden, is de strijd tegen het Joodse chauvinisme, exclusivisme, wat een kritiek op het klassieke Judaïsme in moet houden, van even groot of groter belang.” (Israel Shahak in zijn “Jewish History, Jewish Religion. The weight of three thousand years” (Pluto Press) 1997 (tweede editie) bladzijde 103)

Hierbij willen we er nog het volgende aan toevoegen: Als Christenen hebben we de plicht om van tijd tot tijd het onrecht wat er om ons heen gebeurt, aan de kaak te stellen. Daar waar dit Israël aangaat wat de Palestijnen er al jaren onderdrukt, mogen we dit nooit doen omdat het wel “Joden zijn” die dit doen; dit heeft niets met het Joods-zijn te maken maar wel alles met wat iemand doet. Aldus is het het verkeerde gedrag wat aan de kaak moet worden gesteld waarbij de afkomst van de “daders” geen rol speelt. Dit zien we namelijk overal terug in het Oude Testament; de oude profeten bekritiseerden in opdracht van God weliswaar het verkeerde gedrag van de Joden van die tijd, maar dit had niets met de etnische afkomst van het Joodse volk van doen. Laten we met dit in gedachten dan nu beginnen…

Nog Altijd Verbonden met het Verleden. 

Het eerste wat hier in het betoog van “Troost Mijn Volk” opvalt, is dat hij zich ook nu nog verbonden voelt met Joden die er in het in het verre verleden eens hebben geleefd. Verder schrijft hij dit:

“Ik vraag mij (terecht?) af: wat is de werkelijke drijfveer geweest om in de jonge christelijke gemeente massaal de Joodse gelovigen buiten de deur te zetten. Wat hebben wij verkeerd gedaan? 

De waarheid is dat er geen Joodse gelovigen buiten de deur werden gezet. Waar Paulus voor waarschuwde, waren de Joodse dwaalleraars, die de gemeenten in zijn tijd trachtten te ondermijnen met hun achterhaalde leerstellingen; dat waren Oud-Testamentische doctrines die onder het Oude Verbond nog wel van toepassing waren, maar die nadat het Nieuwe Verbond dit Oude had vervangen, geen geldigheid meer hadden. Het was onder meer de gemeente/kerk in Galatië, waar Joden tijdens de afwezigheid van de apostel, binnen gekomen waren; die trachtten er de gelovigen weer via de besnijdenis naar de wet van Mozes onder het ondertussen vervallen Oude Verbond te krijgen; en dat waren geen Christenen. Over zowel de Joden als de niet-Joden in Christus schreef Paulus het volgende:

“Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of  vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus. En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.” (Galaten 3:26-29)

De term “Griek” staat hier voor “heiden” ofwel de niet-Jood. En zowel Joodse als niet-Joodse Christenen, zo maakt Paulus duidelijk, zijn “één in Christus Jezus.” En hiermee worden er twee valse leerstellingen waarvan christenzionistische predikers zich graag van bedienen, openbaar: Allereerst is er geen sprake van gelovige Joden en “gelovigen-uit-de-volken.” En 2), Er is ook geen sprake van “Messias-belijdende Joden en niet-Joodse Christenen. De Messias-belijdende Joden houden er ergens toch een soort van een Joods-christelijk evangelie op na, hetgeen de Bijbel echter niet leert. God heeft door Jezus zowel gelovige Jood als niet-Jood in één lichaam (Zijn Kerk), tot één uitverkoren volk samengevoegd. (zie 1 Korinthe 12:13) In Markus 10 lezen we dat er Farizeeën tot Jezus kwamen om Hem te vragen of het toegestaan was dat een man zijn vrouw mocht verstoten. Want zeiden zij, “Mozes heeft toegestaan een echtscheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten.” Jezus antwoordde hen dat Mozes dit inderdaad gedaan had, maar, “Vanwege de hardheid van uw hart heeft hij dat gebod voor u geschreven”, aldus Jezus. En Hij vervolgt dan met de woorden:

“Maar vanaf het begin van de schepping heeft God hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten; en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees. Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden.” (Markus 10:4-9)

Net zoals God zowel man als vrouw door het huwelijk met elkaar samengevoegd heeft, heeft Hij dit ook gedaan met zowel de Joodse als niet-Joodse Christenen, waarvan Paulus gezegd had, “Want allen bent u één in Christus Jezus.” Door echter van Messias-belijdende Joden en “gelovigen-uit-de-volken” te spreken, scheiden we de Joodse en niet-Joodse Christenen van elkaar. En dit is niet juist. Maar omdat dit wel gebeurd is en nóg gebeurt, zijn de volgende woorden van “Troost Mijn Volk” goed te begrijpen, “Ik kan niets anders dan concluderen dan dat tussen de Messiasbelijdende Joden en de kerken een diepe kloof ligt.” En dat ís ook zo, maar die kloof, die scheiding, is zeer waarschijnlijk door die Messias-belijdende Joden veroorzaakt. In Handelingen 15 komen we die Messias-belijdende Joden weer tegen als Farizeeën die gelovig geworden waren maar vonden dat ook de “gelovigen-uit-de-heidenvolken” zich nu naar de wet van Mozes moesten laten besnijden. Tijdens het apostelconvent werden er door zowel Paulus , Barnabas enerzijds en de Messias-belijdende Farizeeën anderzijds heftige discussies gevoerd. Het liep er op uit dat besloten was, dat de “gelovigen-uit-de-heidenvolken” zich niet hoefden te laten besnijden. Want zei Petrus,

“En God, de Kenner van de harten, heeft getuigenis aan hen gegeven, door hun de Heilige Geest te geven, evenals aan ons; en Hij heeft geen onderscheid gemaakt  tussen ons en hen, en heeft hun hart door het geloof gereinigd. Welnu dan, waarom verzoekt u God door een juk op de hals van de discipelen te leggen dat onze vaderen en ook wij niet hebben kunnen dragen. Maar wij geloven door de genade van de Heere Jezus Christus op dezelfde wijze zalig te worden als ook zij.” (Handelingen 15:8-11)

Geen verschil, geen enkel onderscheid; zowel Joodse Christenen en Christenen uit de heidenen waren toen en zijn ook nu, “Eén in Christus Jezus.” Dat de niet-Joodse Christenen hier bekeerde “heidenen” genoemd worden , doet aan de zaak niets af. Wie nu degene was die onze Joodse vriend een “sneer” gaf en wát die “sneer” precies was, weten we niet. Maar uit het bovenstaande kunnen we misschien vermoeden, waarom hij over die diepe kloof tussen de Messias-belijdende Joden en kerken sprak. Zou degene die hem die sneer gegeven had, hem ook kunnen hebben gezegd dat er eigenlijk geen scheiding tussen Jood en Griek was? Die zogenaamde “Messias-belijdende Joden” zien we dus weer terug in Handelingen 15.

Paulus over Christus Jezus, de Oud-Testamentische Profeten & de Joden. 

Dan stelt onze Joodse vriend de volgende vraag die hij tevens beantwoordt:

“Wat hebben wij verkeerd gedaan? O ja, de kerk had daar direct een antwoord op: jullie hebben onze Jezus gekruisigd.”

Het was dus de Kerk, de gemeente van Jezus, die het de Joden verweet, Christus te hebben gekruisigd. Hij zal het wel niet (willen?) weten, maar dat is nu precies wat ook de apostel, Paulus weer zegt; hij schreef het volgende namelijk aan de Christenen te Thessalonica:

“Want u, broeders, bent navolgers geworden van de gemeenten van God die in Judea zijn, in Christus Jezus, omdat ook u hetzelfde geleden hebt van uw eigen medeburgers als zij van de Joden, die zowel de Heere Jezus Christus als hun eigen profeten hebben gedood en ons hebben vervolgd. Zij behagen God niet en zijn alle mensen vijandig gezind. Zij verhinderen ons tot de heidenen te spreken opdat die zalig zouden worden.Zo maken zij voor altijd de maat van hun zonden vol. En de toorn is over hen gekomen tot het einde.” (1 Thessalonicenzen 2:14-16)

Hier lezen we dus dat de Kerk in Thessalonica vervolgd werd door heidenen (niet-Joden). Maar Paulus gaat wat de Joden die ook de Kerk vervolgden betreft, nog een stap verder; de Joden hadden niet alleen Jezus gedood maar dat hadden die tevens met de Oud-Testamentische profeten gedaan! Verder schreef hij de Thessalonicaanse Christenen dat zij de maat van hun zonden vol zouden maken en dat de toorn over hen tot het einde was gekomen.

De Toorn over de Joden “Tot het Einde”: de Verwoesting van Jeruzalem & de Tempel in het Jaar 70 na Chr. 

De toorn Gods was dus tot het einde over het Joodse volk gekomen. Wanneer kwam nu die einde en vooral, wat was dit nu precies voor een einde? Dit einde waarover Paulus schreef, was eigenlijk het einde van de Joodse eeuw; en dit einde werd ingeluid met de verwoesting van Jeruzalem en de tempel in het jaar 70 na Chr. Het was toen dat de Romeinen na een langdurig beleg rond de stad, die in wisten te nemen en die, samen met de tempel te verwoesten. En zo werd ook de profetie die Jezus er tijdens Zijn bediening in Israël over zowel Jeruzalem en de tempel had uitgesproken, uiteindelijk vervuld; nadat enkele van Zijn discipelen Jezus op de prachtig versierde tempel hadden gewezen, profeteerde Hij het volgende:

“Wat betreft deze dingen waar u naar kijkt: Er zullen dagen komen waarin niet een steen op de andere steen gelaten zal worden die niet zal worden afgebroken.” 

En verderop:

“Wanneer u zult zien dat Jeruzalem door legers omringd wordt, weet dan dat zijn verwoesting nabij is. Laten dan wie in Judea zijn, vluchten nar de bergen en wie in het midden van Jeruzalem zijn, daaruit wegtrekken en wie op de velden zijn, er niet in gaan. Want dit zijn de dagen van wraak, opdat al wat geschreven staat, vervuld wordt. Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen, want er zal grote nood zijn in het land en toorn over dit volk. En zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en in gevangenschap weggevoerd worden onder alle heidenen. En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn.” Lukas 21:6, 20-24)

En dit nu, waren de “dagen van wraak” ofwel de “toorn tot het einde.”

In Lukas 4 lezen we dat Jezus na eenmaal in de synagoge gezeten is, uit de boekrol die Hem gegeven is, de profetie uit Jesaja 61:1-2 voorleest (verzen 18-19. Jezus eindigt er mee met deze woorden

“… om het welbehagen van de Heere te prediken.” 

In Jesaja 61:1-2 eindigt de profetie met deze woorden:

“… om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de HEERE en de dag van de wraak van onze God.” 

Het zijn nu deze laatste woorden van de profetie van Jesaja die in Lukas 4:19 ontbreken. Waarom? Omdat God Israël en de Joden door Jezus de gelegenheid wilde geven om via Hem terug te keren ofwel zich te bekeren. Nadat Jezus de Joden in de synagoge zei dat deze profetie “in uw oren in vervulling” (is) “gegaan”, lijken zij het hier mee eens te zijn; zij betuigen er hun instemming mee. Nadat zij echter ook de vraag, “Is Dit niet de Zoon van Jozef” hadden gesteld waarmee zij aangaven, niet in Hem als de Zoon van God te geloven, begint Jezus hen te berispen vanwege hun ongeloof; Hierbij haalde Jezus voorbeelden aan van twee niet-Joden, de weduwe van Zarfath en Naäman de Syriër, die in tegenstelling met het volk Israël in die tijd, wél geloof hadden gehad in God. (verzen 24-27) En omdat Jezus nu deze twee voorbeelden aanhaalde om de Joden zo te berispen vanwege hun ongeloof, werden die zeer boos. Zíj waren toch immers het volk van God? Toch niet die weduwe en die Syriër? Dat die zich moesten bekeren en geloven, á la, maar zij, de Joodse uitverkorenen, hadden dat toch niet nodig?

“En allen in de synagoge werden met woede vervuld toen zij dit hoorden, en zij stonden op, dreven Hem de stad uit en brachten Hem op de top van de berg waarop hun staf gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen. Maar Hij liep midden tussen hen door en ging weg.” (verzen 28-29)

En wat er uit de verzen van Lukas 4 verder uit op te maken valt, is dat hier de nadruk wordt gelegd op het geloof in Jezus als de Zoon van God en niet op de etnische afkomst van Jezus als Jood. En toch is het dit laatste waar de christenzionisten er de nadruk op leggen. Of de etniciteit van Jezus wel wérkelijk van belang zou zijn, leggen we hieronder verderop uit.

“Troost Mijn Volk”: Bekering van de Joden voor Hem een Aanstoot. 

En in verband hiermee halen we het volgende van “Troost Mijn Volk” (die we zoals we al enkele malen hebben gedaan, nu voor het gemak maar “onze Joodse vriend” zullen noemen) aan:

“Weet u wat mij het meeste stoort: dat zijn de christenen die zeggen dat de Joden zich moeten bekeren. Mag ik dat schandalig vinden dat eenrichtingsverkeer.” 

Wat onze Joodse vriend hier eigenlijk zegt, is dat het voor hem een aanstoot is dat de Christenen zeggen dat ook de Joden zich moeten bekeren; hij vindt het “schandalig” en noemt dit “eenrichtingsverkeer.” Ja, dat die Christenen die, vóórdat zij dit werden, zich tot God bekeerd hadden moeten bekeren, á la, dat zou hij nog wel kunnen begrijpen. Maar zowel hijzelf als zijn Joodse volk, die hadden dat toch helemaal niet nodig? Hij en zijn volk wáren toch al het volk van God? En hier zien we bij onze Joodse vriend dezélfde houding die de Joden in de synagoge aan de dag legden tegenover Jezus.

“Blijf Waar U Bent, Nader Niet tot Mij, Want Ik Ben Heiliger dan U.” 

Wat voor artikelen we van Van Genderen over Israël en de relatie met de “heidenvolken” ook lezen, overal worden er wel de (al of niet vermeende) misdaden van die volken tegen de Joden door hem in kaart gebracht, het Joodse volk zelf schijnt volgens hem nooit iets misdaan te hebben. De gevleugelde uitspraak die hierbij vergezeld gaat, is, “Zij werden vervolgd omdat het Joden waren.” Dit dacht het Joodse volk van zichzelf in oude tijden ook; sterker nog,het meende hierbij heiliger te zijn dan God; hier ging het over het offeren dan dieren aan vreemde goden. (Jesaja 65:2-4):

“Zij zeggen: Blijf waar u bent, nader niet tot Mij, want ik ben heiliger dan u. Dezen zijn rook in Mijn neus, een vuur dat de hele dag brandt. Zie, het staat geschreven voor Mijn aangezicht. Ik zal niet zwijgen, maar Ik zal het vergelden, ja, Ik zal het vergelden in hun boezem uw ongerechtigheden en de ongerechtigheden van uw vaderen tegelijk, zegt de HEERE.” (verzen 5-7)

En zoals het toen was met het oude Joodse volk met die dierenoffers aan de afgoden, zo is het met Israël met de wrede behandeling die het de Palestijnen geeft, vandaag. Ongeacht de Palestijnen er ook onder een wrede Israëlische bezetting te lijden hebben, Israël is zelfs “heiliger dan God.” Althans, als we de artikelen van Van Gedeneren mogen geloven. En met onze Joodse vriend is het niet anders gesteld.

Albert & Anneke van der Woude: “Wij zijn niet Bezig met het Bekeren van Joden.”

Nu zijn er ook Christenen die het duidelijk is geworden dat men Joden beter niet kan bekeren (tot Jezus). We hebben hier een krantenartikel van het Nederlands Dagblad van zaterdag 8 januari 2011, meer dan negen jaar geleden dus. Op bladzijde 22 lezen we er een artikel wat destijds geschreven was door Reiny de Ruiter; de titel: “Wij zijn niet bezig met het bekeren van Joden.” Deze uitspraak is van het echtpaar, Albert en Anneke van der Woude. Albert (destijds 59 jaar) vertelde dat hij drie jaar daarvoor “overtallig” bij de ABN Amrobank werd; hij moest die bank verlaten. Alzo ging er bij die bank “een deur dicht.” Maar zij vroegen God of Hij een andere  deur wilde openen voor hen. Nu waren zij er tijdens een vakantie in Israël in Nes Ammim, een christelijke kibboets. Dit was voor hen een geweldige ervaring. Na weer teruggekeerd te zijn, besloten zij en de kinderen weer naar Israël te gaan om er voor twee jaar te blijven. Want dit was, daarvan was het echtpaar vast van overtuigd, de deur die God voor hen had geopend. Verder vertelden zij de journalist van het ND door wie zij werden geïnterviewd er dit over:

“We zijn opgeggroeid met de vervangingstheologie. De christenen zijn in de plaats van de joden gekomen. Zo werd daar in de directe omgeving over gedacht, al waren we nooit zo bewust met die kwestie bezig. Gods volk, dat zijn de bekeerden, de uitverkorenen, was de strekking van de preken die we hoorden. Het begrip ‘Gods volk’ werd vergeestelijkt. In de maanden voor ons vertrek hebben we veel gelezen over het jodendom en Israël. Maar we gingen niet naar Israël om joden te bekeren. En we gingen ook niet met een sterke theologische visie. Wel waren we geïnteresseerd in in het gesprek tussen joden, christenen en moslims.” 

En een eind verder in dit krantenartikel:

“Joden hebben wel eens tegen ons gezegd: ‘We verwachten allemaal de Messias. Maar jullie verwachten Hem voor de tweede keer en wij voor de eerste keer’. Als het over Jezus Christus gaat, haken joden af. Maar wij zijn niet bezig geweest met het bekeren van joden tot het christendom. In het Bijbelboek Romeinen kun je lezen dat God er zelf voor zorgt dat Israël de Messias niet erkent. Door hun verharding is het heil tot de heidenen gekomen. En de profeet Zacharia profeteert: ‘In die tijd zullen tien mannen de slip van een joodse man grijpen.’ Het past ons christenen, terughoudend te zijn.” 

Dus, Nadat Albert van der Woude er bij de ABN Amrobank weg was gegaan, ging er een deur dicht; nadat hij en zijn vrouw God hadden gebeden een andere deur te openen, zal dit zijn gebeurd in de vorm van hun bezoek aan en verblijf voor twee jaar in Israël. Maar God schijnt er die deur niet voor hen te hebben geopend om Joden daar het Evangelie te verkondigen! Dat is vreemd. Paulus vroeg aan de Christenen in Kolosse namelijk het volgende voor hem te doen:

“Volhardt in het gebed, weest daarbij waakzaam en dankt en bidt tevens voor ons, dat God een deur voor ons woord opene, om te spreken van het geheimenis van Christus, terwille waarvan ik ook gevangen zit. Dan zal ik het zó in het licht stellen, als ik het behoor te spreken.” (Kolossenzen 4:2-3 NBG-vertaling)

Uit wat het echtpaar van der Woude er van heeft gezegd, blijkt wel dat zij God gevraagd hadden, een andere deur voor hen te openen, maar niet om er aan Joden het Evangelie te verkondigen; dit staat in totaal contrast met wat Paulus erover zei! Als God een deur voor je opent, is dit onder meer om anderen het Evangelie te verkondigen opdat als die het Woord horen, zij dit ook zullen gaan geloven: 

“Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Er is immers geen enkel onderscheid tussen Jood en Griek. Want Een en dezelfde is van allen en Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden. Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Wie zij niet geloven? En hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder iemand die predikt? En hoe zullen zij prediken, als zij niet gezonden worden? Zoals geschreven staat: Hoe lieflijk zijn de voeten van hen die vrede verkondigen, van hen die het goede verkondigen! Maar zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest. Jesaja zegt namelijk: Heere, wie heeft onze prediking geloofd? Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.” (Romeinen 10:11-17)

Hier lezen we duidelijk dat 1), er geen onderscheid is tussen Joden en niet-Joden; God is voor beiden één en dezélfde God. Verder heeft een deel van het Joodse volk geen geloof gehecht aan het Woord, het Evangelie. En men komt tot geloof in Jezus “uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.” Hetgeen dus samengevat betekent: aan zowel de Joden als de niet-Joden wordt één en hetzélfde Evangelie verkondigd. Immers, als God zowel de God van Jood en niet-Jood is, volgt hier natuurlijkerwijze uit dat ook het Evangelie voor beide volken slechts één Evangelie is; en dat is wat hij ook schrijft in Galaten 1:6-9)

De Korinthiërs: een “Andere Jezus”, een “Andere Geest” & een “Ander Evangelie.” 

Dat het hier om één en hetzelfde Evangelie gaat, zien we weer terug in Mattheüs 28:

“En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in  hemel en op aarde. Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen.” (vers 19)

En in Handelingen 1;8 lezen we dat Jezus Zijn discipelen opdracht gaf, Zijn getuigen te zijn in Jeruzalem, Judea, Samaria  en tot aan het uiterste van de aarde.” 

De inwoners van Jeruzalem en Judea waren natuurlijk Joden; de volken waaraan het Evangelie ook moest worden gebracht, waren geen Joden. Nochtans kregen beiden één en hetzelfde Evangelie te horen. Het christenzionisme is dan ook “een ander evangelie.”Nu hadden de Christenen in de gemeente te Korinhtië hier een probleem mee; daar waren namelijk bepaalde leraren gekomen die de gelovigen er een envangelie hadden gebracht wat volkomen verschilde met dat wat Paulus hen er eerder verkondigd had:

“Want ik beijver mij voor u met een ijver van God. Ik heb u immers ten huwelijk gegeven aan één Man om u als een reine maagd aan Christus voor te stellenMaar ik vrees dat, zoals de slang met zijn sluwheid Eva verleid heeft, zo misschien ook uw gedachen bedorven worden, weg van de eenvoud die in Christus is. Want als er iemand komt die een andere Jezus predikt, die wij niet gepredikt hebben, of als u een andere geest ontvangt dan die u ontvangen hebt, of een ander Evangelie, dat u niet aangenomen hebt, dan verdraagt u dat best.” (2 Korinthe 11:2-4)

Het eerste wat we er hier lezen, is dat de apostel de gemeente te Korinthe in geestelijke zin uitgehuwelijkt had aan God; doordat hij de mensen er het Evangelie had verkondigd en zij hierin waren gaag geloven, werden zij Christenen en dus als geheel de symbolische “vrouw van God.” Maar, zo vervolgt hij, zoals de slang (satan) Eva had verleid, zo was dit nu ook het geval met de Christenen te Korinthe. Er was hen een “andere Jezus”, andere geest” en een “ander Evangelie” verkondigd.  Paulus brengt dit in verband met de eenheid die er nu was tussen God en de gemeente, de Kerk; die twee zijn één en kunnen daarom ook niet van elkaar worden gescheiden. In de brief aan de Efeziërs lezen we het volgende:

“En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt.” (Efeziërs 1:22-23)

Het is dus Christus Die door God als Hoofd aan de Kerk gegeven heeft. De Kerk is dus Zijn lichaam.” En zowel het Hoofd als dit lichaam, kunnen eenvoudigweg niet van elkaar worden gescheiden. Wát wilde de apostel er via zijn brief nu duidelijk maken? Namelijk dat er valse leraren binnen waren gedrongen in de Kerk te Korinthe en die door er de gelovigen een “andere Jezus”, “andere geest” een een “ander Evangelie” te verkondigen, trachtten hen als lichaam te scheiden van hun hoofd, Christus. En het was dit wat ook de slang (satan) veel eerder met Eva had gedaan door haar met een positieve leugen, dat “.. gij als God zult zijn…” (Genesis 3:5) ertoe te brengen van de “verboden vrucht” te eten. Nadat Eva dit had gedaan (en vervolgens ook haar man, Adam van die vrucht te eten had gegeven), werden zij als zodanig gescheiden van God; zij waren nu nog wel Zijn schepselen, maar niet langer zijn kinderen. Om deze relatie weer te herstellen, zou vele, vele jaren later Christus Jezus, de God-Mens, als Kind geboren worden en zou Hij uiteindelijk Zijn Leven geven voor de mensheid opdat die, door Hem te accepteren als Zoenoffer voor haar zonden, weer zonen en dochters van God zouden worden. En voor degenen uit elke generatie door de eeuwen heen die Hem hadden aanvaard, werd de scheidsmuur die er tussen hen en God nog was, opgeheven.

Efeziërs 2: Jood & Niet-Jood één in Christus; de Scheiding Ongedaan Gemaakt.

En het is hier dat we ermee naar Efeziërs 2 gaan. In de verzen 11-22 lezen we dat Paulus de gelovigen in Efeze zegt dat zij, vóórdat zij in Christus geloofden, “in die tijd zonder Christus” (waren), “vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen wat betreft de verbonden van de belofte” waren. Paulus gaat dan verder met het te vertellen dat zowel zij (heidenen, gelovige niet-Joden), samen met de eveneens gelovige Joden tot één zijn gemaakt en dat door de dood en opstanding van Christus ” de tussenmuur, die scheiding maakte” afgebroken is. En nu is het wel zo, dat die niet-Joodse gelovigen en zekere zin bij Israël zijn gevoegd zoals de christenzionisten beweren, maar wat zij kennelijk niet zien, is het volgende:

“Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest.” (verzen 18-22)

De heidenen zijn dus weliswaar bij Israël gevoegd, maar de nadruk moet hier worden gelegd “op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is.” Dus kan het hier alleen maar gaan over zowel gelovige Joden en gelovige niet-Joden die in de vorm van een “gebouw” samengevoegd zijn en er daar de tussenmuur die er eerder tussen hen was door Christus neergehaald was, geen enkel verschil tussen hen beiden is. En het is Jezus Zelf, Die de “hoeksteen” van dit “gebouw” is. Dus om hier kort over te zijn, kan het hier alleen maar om de christelijke Kerk en dus Christenen gaan. En nogmaals zowel Jezus als Zijn Kerk kunnen niet van elkaar worden gescheiden. Hoewel het er niet duidelijk uit te halen valt, zou het wat de Christenen in Korinthe betreft, om valse leraren gegaan kunnen zijn, die er scheiding tussen de gelovigen wilden maken; in 2 Korinthe 3 heeft Paulus het er over Het Oude en het Nieuwe Verbond. Hij beschrijft hen wat het verschil tussen het Oude en het Nieuwe Verbond is. Want:

“Als nu de bediening van de dood, met letters in stenen gegrift, in heerlijkheid was, zodat de Israëlieten hun ogen niet op het gezicht van Mozes gericht konden houden vanwege de heerlijkheid van zijn gezicht, hoewel die tenietgedaan zou worden, hoeveel te meer zal dan de bediening van de Geest in heerlijkheid zijn? Want als de bediening van de verdoemenis al heerlijkheid geweest is, veel meer is de bediening van de gerechtigheid overvloedig in heerlijkheid. Immers, zelfs dat wat verheerlijkt was, is in dit opzicht niet heerlijk geweest, vergeleken met de allesovertreffende heerlijkheid. Want als wat tenietgedaan wordt in heerlijkheid was, veel meer is dat blijft in heerlijkheid. Omdat wij dan een dergelijke hoop bezitten, gaan wij met veel vrijmoedigheid te werk, en doen wij niet zoals Mozes, die een bedekking op zijn gezicht legde, opdat de Israëlieten hun ogen niet gericht zouden houden op het einddoel van wat tenietgedaan wordt.” (verzen 7-13)

Laten we hier even pauzeren; Paulus schrijft hier dat het Oude Verbond wat hij “de bediening van de dood, met letters in stenen gegrift”, zeer mooi en zeer bijzonder was; als we alleen al lezen van welk materiaal de ark moest worden gemaakt, onder meer van “zuiver goud”; de draagbomen waarmee de ark zou worden gedragen, moesten van “acaciahout” overtrokken “met goud”, (Exodus 25:10 en verder; en de priesterkleding (Exodus 39), dan krijgen we een beetje een indruk hoe uitzonderlijk dat Oude Verbond destijds wel niet geweest moet zijn! Maar schrijft Paulus, Mozes deed die bedekking op zijn gezicht zodat de Israëlieten hun ogen niet gericht zouden houden op dat, wat ooit eens zou verdwijnen. Wat Mozes met die bedekking op zijn gezicht de Israëlieten op symbolische wijze te kennen gaf, was dat er ooit eens een Nieuw Verbond wat dat Oude in heerlijkheid ver zou overstijgen, zou komen. Dan gaat Paulus verder:

“Maar hun gedachten werden verhard, want tot op heden blijft diezelfde bedekking bij het lezen van het Oude Testament, zonder te worden weggenomen. Die bedekking wordt tenietgedaan in Christus. Ja, tot op heden ligt er, wanneer Mozes gelezen wordt, een bedekking op hun hart. Maar wanneer het zich tot de Heere bekeert, wordt de bedekking weggenomen. De Heer nu is de Geest, en waar de Geest van de Heere is, daar is vrijheid. Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt.” (verzen 14-18)

Wat de apostel hier schrijft, is dat er over het hart van het Joodse volk wat dus niet in Jezus gelooft, een geestelijke bedekking ligt, waardoor het niet kan zien dat dat Oude Verbond waar zij zich ook nu nog aan houden (met uitzondering van de tempeldienst en de dierenoffers want die tempel is er natuurlijk al lang niet meer), al lang plaats gemaakt heeft voor het Nieuwe Verbond. Maar, zo gaat Paulus verder, als het Joodse volk zich tot de Heer (via Christus Jezus, want een andere weg naar God is er niet) bekeert, wordt die bedekking van hen wéggenomen. Het kan onze Joodse vriend dan wel storen dat de Christenen zeggen dat de Joden zich moeten bekeren, nochtans is het nu dit zoals uit wat Paulus schrijft, wat zij (onze Joodse vriend incluis) moeten gaan doen! En er schijnt ook nog een bedekking over de harten van Van Genderen en over die van de reageerders in de commentaarsectie te liggen; sommige van die reacties zijn ronduit schandalig te noemen zoals we nog zullen gaan zien.

Paulus & de Joden; de Joden tot Jaloersheid gebracht.

Dan beweert onze Joodse vriend het volgende:

“Wat zegt Paulus naar de opkomende christelijke minderheid: de Joden tot jaloersheid brengen.” 

En dat had Paulus ook gezegd:

“Ik zeg dan: Zijn zij soms gestruikeld met de bedoeling dat zij vallen zouden? Volstrekt niet! Door hun val echter is de zaligheid tot de heidenen gekomen om hen tot jaloersheid te verwekken.” (Romeinen 11:11)

Dit is meestal de passage die door christenzionisten wordt aangehaald waarbij zij tevens met het excuus komen dat de Kerk hierin gefaald zou hebben. De Kerk heeft de Joden door de eeuwen heen niet tot jaloersheid gebracht, luidt dan het verwijt. En dit is tevens de visie van onze Joodse vriend, Dirk van Genderen en overige christenzionisten. Elders in zijn brief aan de Romeinen heeft Paulus er echter nóg iets over te zeggen:

“Maar ik zeg: Hebben zij het dan echt niet gehoord? Zeker wel: Hun geluid is over heel de aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden van de wereld. Maar ik zeg: heeft Israël het dan niet begrepen? Ten eerste is het Mozes die zegt: Ik zal u tot jaloersheid verwekken door wat geen volk is; door een onverstandig volk zal Ik u tot toorn verwekken.” (Romeinen 10:18-19)

Hier zet Paulus het helder uiteen: De christelijke Kerk heeft de Joden juist tot jaloersheid verwekt en het was God Die hiervoor gezorgd had! En dat niet alleen; God had door Zijn Kerk, dit zogenaamde “onverstandige volk” de Joden tot toorn verwekt! Maar waarom deed Hij dit dan? Dit lezen we in het Bijbelboek Deuteronomium; in het “Lied van Mozes” (Deuteronomium  32), lezen we onder meer dat nadat Jesjurun (Israël) rijk door God gezegend was, het God verliet, andere goden ging dienen en Hem zo tot “na-ijver” ofwel jaloersheid had gebracht. (verzen 15-20) Dan lezen we er dit:

“Zij hebben Mij tot na-ijver gebracht met wat geen God is; zij hebben mij tot toorn verwekt door hun nietige afgoden. Ik zal hen daarom jaloers maken door wat geen volk is, door een dwaas volk zal Ik hen tot jaloersheid verwekken.” (vers 21)

Of de Kerk de Joden in het verleden tot jaloersheid gewekt heeft? Ja, beste Joodse vriend, dat heeft die inderdaad gedaan. En de Joden zijn er zó jaloers op geworden dat die de Kerk door de euwen heen flink vervolgd en verdrukt hebben. En dit kan ook niet anders; Jezus had de Farizeeën en overpriesters gezegd dat het Koninkrijk Gods van hen zou worden afgenomen “en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt.” (Mattheüs 21:43) Maar we lezen er nóg wat (en dit alles moet dan worden gezien in de context met de gelijkenis die Jezus hen vertelde over de “slechte landbouwers” (Mattheús 21:33-41):

“En wie op deze steen valt, zal verpletterd worden; en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen.” (vers 44)

Nadat een klein gelovig overblijfsel die vanuit het oude Israël naar het nieuwe Israël (de Kerk) overgegaan was (waaronder later Paulus), Romeinen 11:1-5), werd die naast niet-Joodse heidenen voornamelijk vervolgd door Joden; lees het boek Handelingen er maar op na. En na enige tijd van zware vedrukking van de Kerk door Joden, had God er uiteindelijk genoeg van; in het jaar 70 AD daalde de steen met volle kracht neer op het nu oude vleselijke Israël en wel in de vorm van de Romeinse veldheer Titus en zijn leogioenen; hierbij werden zowel Jeruzalem als de tempel verwoest. En in 135 AD verdreef de Romeinse keizer, Hadrianus, op een kleine minderheid na, alle Joden uit Israël en werd de naam ervan vervangen door Palestina. En zo hield het fysieke Israël op te bestaan. Nu was er een geestelijk Israël, het Nieuwe Israël (de Kerk) ervoor in de plaats gekomen. Of de zogenaamde “Vervangingstheologie” (waar Van Genderen, gelijkgezinden en voornamelijk onze Joodse vriend) zo een vreselijke hekel aan en weerzin tegen hebben),ook wáár is? Uit het bovenstaande kan hier niet langer aan worden getwijfeld, dunkt ons!

Door Een Volk “Wat Geen Volk Is.”

Ja, “Door een volk “wat geen volk is.” Zo zei God dit door Mozes en later ook Paulus. Wat wil dit nu zeggen? Hier is de uitleg: In tegenstelling met het oude Israël, had (en heeft) dit volk “wat geen volk is”, het Nieuwe Israël, geen fysiek land met grenzen, geen fysieke tempel én geen aardse identiteit. Dit huidige Israël is een geestelijke entiteit, een goddelijk organisme, het geestelijke Koninkrijk Gods. Haar tempel is niet in Rome gevestigd en het Vaticaan is ook niet een fysiek land waar het de wáre Christenen aangaat. De hoofdstad van dit Nieuwe Israël is het Nieuwe Jeruzalem wat eens op de aarde neer zal worden gelaten. (Openbaring 21:9-27)

Abraham: de Stad met Fundamenten door God Ontworpen & een Hemels Vaderland. 

Laten we nu met dit hemelse Jeruzalem wat eens vanuit de hemel neer zal dalen op aarde in gedachten, gaan naar de zendbrief van Paulus aan de Hebreeën. En wel naar wat er over Abraham, de stamvader van Israël, geschreven staat. We lezen er dit:

“Door het geloof is Abraham toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest  om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan zonder te weten waar hij komen zou. Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft hij in tenten gewoond, met Izak en Jakob, die medeërfgenamen waren van dezelfde belofte. Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwer en Ontwerper is. Door het geloof heeft Sara zelf kracht ontvangen om zwanger te worden en een kind te baren, ondanks haar hoge ouderdom, omdat zij Hem getrouw heeft geacht Die het beloofd had. Daarom zijn er zelfs uit één man en dat uit iemand wiens kracht al gerstorven was, zovelen geboren als de sterren van de hemel in menigte en als het zand op het strand van de zee. Deze allen zijn in het geloof gestorven.Zij hebben de vervulling van de beloften niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet, en zij hebben beleden dat zij vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren. Want wie zulke dingen zeggen, laten duidelijk blijken dat zij een vaderland zoeken. En als zij aan het vaderland gedacht hadden van waaruit zij weggegaan waren, zouden zij gelegenheid gehad hebben om terug te keren. Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen om hun God genoemd te worden. Want Hij had voor hen een stad gereedgemaakt.” (Hebreeën 11:8-16)

Wat hier duidelijk uit wordt, is dat God al vroeg aan Abraham had laten zien dat Hij hem en zijn nakomelingen eens een hemelse stad en een hemels vaderland zou bereiden. Daarom kan dit ook geen betrekking hebben op het huidige, fysieke aardse Jeruzalem en een land, Israël genaamd in het Midden-Oosten. Deze stad was lang geleden door mensen gebouwd; God was hier dan ook niet de Bouwer en Ontwerper van. Nochtans is de aandacht van Van Genderen en de overige christenzionisten hoofdzakelijk (zo niet alleen) daarop gericht. In zijn zendbrief aan de Galaten schrijft Paulus dat het Jeruzalem en haar kinderen in zijn tijd “in slavernij” was; om dit te illustreren, verwees de apostel hiermee naar Hagar en de berg, de Sinaï. (Galaten 4:21-25) Toen schreef hij er deze woorden over:

“Maar het Jeruzalem dat boven is, is vrij,  en dat is de moeder van ons allen. Want er staat geschreven: Wees vrolijk, onvruchtbare, die niet baart, barst los in gejuich en roep, u die geen barensnood kent, want de kinderen van de eenzame zijn veel talrijker dan die van haar die de man heeft. Wij nu, broeders, zijn kinderen van de belofte, net zoals Izak.” (verzen 26-28)

En ook het Jeruzalem van nu, het fysieke Jeruzalem in het Midden-Oosten (waarvan de verovering in 1967 door de christenzionisten wordt beschouwd als een profetische vervulling),  is ook nú nog in geestelijke slavernij, sámen met het Joodse volk dat Christus niet kent. En dit zal waarschijnlijk zeer zeker van toepassing zijn op onze Joodse vriend die zich zoals gezegd, achter de nickname “Troost Mijn Volk” verschuilt! Opmerkelijk is ook dat hij God “de Eeuwige” noemt maar (zover bekend) nergens Jezus Zélf noemt. Dit, samen met zijn weerzin tegen bekering van zijn Joodse volk tot Jezus (want dat zal hij wel met bekering bedoelen), doet vermoeden dat hijzelf géén Christen zou kunnen zijn. We vragen ons daarom ook af, wie of wat hij dan wérkelijk is! En wat bedoelt hij trouwens met dat “eenrichtingsverkeer”? Wat hij hier nu precies mee bedoelt, is niet duidelijk, maar zou dit er niet op kunnen lijken dat er volgens hem een soort van “tweerichtingsverkeer” sprake kunnen zijn? Zou dan de Kerk zich tot de Joden moeten bekeren? Het wordt er beslist niet duidelijker op. Maar dit brengt ons weer bij het volgende wat onze Joodse vriend de Kerk te zeggen heeft; die moet volgens hem iets gaan doen. Voor we hierop in zullen gaan, moeten we eerst de volgende vraag stellen:

Brengt de Kerk ook Vandaag de Joden nog tot Jaloersheid? 

Deze vraag moet wprden beantwoord met Nee; de Kerk doet dit al voor lange tijd niet meer. En waarom is dit zo? Omdat vele predikers vandaag christenzionisten zijn die tevens menen dat de Kerk een onverbrekelijke band met het Joodse volk en de staat Israël zou hebben. over deze “band” is in de hele Bijbel nergens iets van terug te vinden. De hoofdreden dat de huidige Kerk de Joden tot nu toe niet tot jaloersheid heeft gebracht, is dat vele van die predikers (vermoedelijk de grote meerderheid) waar het Israël/het Joodse volk aangaat, niets meer dan vleiers en mensenbehagers zijn; nergens in hun preken over Israël hoor je ook maar enige kritiek; andere landen kunnen en mogen worden bekritiseerd. Maar als het op Israël aankomt, dan hoor je alleen maar vleiende woorden. En als er dan vanuit die kleine minderheid van kerken toch kritiek op deze kleine natie wordt geleverd, dan hoor je ze weer; christenzionistische predikanten die dan met de beruchte Genesis 12:1-3-doctrine voor de dag komen: Pas op, als je Israël vervloekt, dan zal God jou later vervloeken! Wel, dan zullen al die profeten van het Oude Testament die het oude Israël vaak bekritiseerden, door de Joden van die tijd zijn vermoord omdat die Israël “vervloekt” zouden hebben! Dan zou ook Jezus (Zelf een etnische Jood) door de Joden zijn gekruisigd omdat ook Hij hen “vervloekt” zou hebben! (Johannes 8:44) Kunnen we niet inzien hoe dwaas en godslasterlijk de christenzionistische doctrine wel niet is? Maar een vleier en een mensenbehager heeft nooit in hoog aanzien gestaan. Dat het er op lijkt alsof dit wel zo zou zijn, komt alleen maar omdat zij zich intussen van een flinke aanhang hebben weten te verzekeren waarvan de leden wat Israël en het Joodse volk betreft, nog minder dan niets van de juiste Bijbelse uitleg afweten! Die hebben alles wat Van Genderen over Israël te zeggen heeft gehad, kritiekloos als zoete koek geslikt. Dat zullen we weer terug zien in de reacties van hen op de site van Van Genderen die we zoals gezegd, hieronder later zullen bespreken. Paulus schreef over vleierij het volgende:

“Want ben ik nu bezig mensen te ovetruigen, of God? Of brobeer ik mensen te behagen? Als ik immers nog mensen behaagde, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.” *Galaten 1:10)

Paulus was dus geen vleier als het erop aankwam, ook kritiek te leveren. Maar hij gaat echter verder:

“Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie dat door mij verkondigd is, niet naar de mens is. Want ik heb dat ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus.” (verzen 11-12)

De apostel had het Evangelie dus niet van mensen maar via een openbaring van Christus Jezus Zelf

Dan nu weer naar onze Joodse vriend.

Oproep aan de Kerken om Hun Eigen Geschiedenis te Bestuderen.

Datgene wat de kerken volgens onze Joodse vriend moeten gaan doen, verwoordt hij zó:

“Ik roep de kerken op hun geschiedenis grondig te bestuderen en te leren van hun fouten.”

Wat dit zeggen wil? Wel, de kerken moeten zich eens een spiegel voorhouden van wat de geestelijke voorvaderen er de Joden in het verleden hadden aangedaan. Nu zeggen we meteen al dat de kerken ook niet altijd schone handen hebben gehad in het verleden.  Maar we moeten dit in een groter verband zien; Dirk van Genderen zit opgescheept met een “last” die inhoudt dat de Christenen van vandaag schuld aan zowel het Joodse volk als de staat Israël van hun geestelijke voorvaderen waaraan de huidige generatie part noch deel aan heeft, zullen gaan belijden! En dit is natuurlijk onzin. Beste Joodse vriend: de Christenen van vandaag zijn beslist niet verplicht om gehoor te geven aan jouw oproep, zich in het stof te werpen om jou en het Joodse volk om vergeving te vragen voor zaken waar zijzelf nooit iets van doen hebben gehad! En wij hier, zullen dit toch zéker niet gaan doen! Wij hier, hebben hierboven meer dan afdoende aantegtoond dat het de christelijke Kerk is wat het wáre Israël is, wat hier op aarde op doorreis is naar zowel een hemels vaderland en het Nieuwe Jeruzalem waarvan het God Zélf is, Die er zowel de Ontwerper en Bouwer van is! Het is echter het huidige etnische Joodse volk, samen mét het fysieke Jeruzalem en het land met grenzen, Israël geheten, wat ook nu nog in “geestelijke slavernij” is. En kijk eens naar wat Paulus in zijn brief aan de Galaten er nog meer over zei:

“Maar zoals destijds hij die naar het vlees geboren was, hem vervolgde die naar de Geest geboren was, zo is het ook nu.” (Galaten 4:29)

Wát Paulus hier schreef, heeft de volgende betekenis: Het was het Joodse volk wat zoals gezegd in “geestelijke slavernij” was, de vrije Kerk die de rechtmatige erfgenaam der belofte was, onophoudelijk vervolgd en verdrukt had! En wel omdat het zo jaloers op de Kerk was! En dan gaat Paulus verder:

“Wat zegt de Schrift echter? Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de slavin zal beslist niet erven met de zoon van de vrije. Daarom, broeders, wij zijn geen kinderen van de slavin, maar van de vrije.” (verzen 30-31)

Vergeving Vragen aan de Vrije Kerk. 

Nu we hierboven meer dan eens hebben aangegeven dat het voornamelijk Joden waren die de vrije Kerk uit jaloezie en nijd vervolgd hadden, het volgende: zou het misschien niet zo kunnen zijn dat jíj beste Joodse vriend degene zou kunnen zijn die eens vergeving zou moeten gaan vragen om wat jouw verre Joodse voorouders (met wie ij je ook nu nog altijd verbonden voelt), die Kerk al niet hebben aangedaan? Misschien zou je als je dit allemaal leest wat we hierboven hebben beschreven, het er zeker niet mee eens zijn. Je zou dit zeer zeker weigeren hier ook maar even aan te denken. Toch is er iets over in de Bijbel te vinden waaruit blijkt dat dit toch eens zal gaan gebeuren. En wat hier volgt, zijn de woorden van de Heere Jezus Zelf Die Hij tot Zijn lichaam, de vrije Kerk spreekt; Jezus spreekt hier eerst tot de gemeente te Smyrna:

“Ik ken uw werken, verdrukking en armoede – u bent echter rijk- en Ik ken de lastering van hen die zeggen dat zij Joden zijn, maar het niet zijn; zij zijn namelijk een synagoge van de satan. Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven.. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood.” (Openbaring 2:9-11)

“Zie, Ik geef u enigen uit de synagoge van de satan die zeggen dat zij Joden zijn, maar liegen. Zie, Ik zal maken dat zij komen en aan uw voeten aanbidden en erkennen dat Ik u liefheb.” (Openbaring 3:9)

En uit deze laatste verzen blijkt al dat het Jezus Zelf is, die er enigen van de Joden eens op zal roepen om vergeving te vragen aan de vrije Kerk. Maar hoe kan het dat Jezus de Joden van die “synagoge van de satan” zegt dat die eigenlijk geen Joden zouden zijn? Zouden dit mensen kunnen zijn die niet-Joods waren doch zich als Joden voordeden of is het iets anders? Het is weer in de brief aan de Romeinen waar Paulus het antwoord op geeft:

“Want niet hij is Jood die het in het openbaar is, en niet dát is besnijdenis die in het openbaar in het vlees plaatsvindt, maar híj is Jood, die het in het verborgene is, en dát is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God.” (Romeinen 2:28-29)

En hier zal het wel duidelijk zijn: het zijn  niet de etnische Joden die de wáre Joden zijn; het zijn de geestelijke Joden die dit naar de geest zijn, namelijk de Christenen, die de wáre Joden zijn. En zoals al aangegeven: in de tijd van de apostel waren het al etnische Joden naar het vlees, die de wáre Joden naar de Geest, de Christenen, zo vervolgden. (Galaten 4:29) En dát dit het geestelijke Nieuwe Israël van Jezus is en niet het niet-christelijke Joodse volk is, wat de erfgenaam van de belofte  en het ware nageslacht van Abraham is, lezen we ook in de brief aan de Galaten:

“En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.” (Galaten 3:29)

Christus Jezus & de Ongelovige Etnische Joden.

In het Evangelie naar Johannes lezen we over een van de confrontaties die Jezus er met de Joden had; in Johannes 8:30-32 lezen we dat nadat Jezus er de Joden had toegesproken, een deel van hen ook in Hem waren gaan geloven; tot hen zei Hij dat als zij bij Zijn woorden zouden blijven, zij waarlijk Zijn discipelen zouden zijn, “… en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.” Het andere deel der Joden echter, weigerden in Hem te geloven door te stellen dat zij nooit de slaaf van iemand waren geweest, dus hoe kon het dan dat Jezus hen zei dat zij bevrijd zouden worden. Dan maakte Jezus hen duidelijk dat het hier om de zonden ging; want: Ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde.” de slaaf zou echter niet in het huis blijven, maar wel zij, die er door de Zoon van God van bevrijd zouden zijn. (verzen 33-36) Toen zei Jezus het volgende tot de ongelovige Joden:

“Ik weet dat u Abrahams nageslacht bent, maar u probeert Mij te doden, omdat Mijn woor in u geen plaats krijgt.” 

Dit waren dus, net als dat deel van de Joden die in Jezus waren gaan geloven, etnische Joden; Jezus erkende dit ook door te zeggen dat Hij wist dat zij “Abrahams nageslacht” waren. Hoewel zij dit echter waren, trachtten die Joden die niet in Hem geloofden, Hem desondanks om het leven te brengen. Dan gaat de discussie tussen Jezus en de ongelovige Joden verder:

“Ik spreek over wat Ik bij Mijn Vader gezien heb; u doet dus ook wat u bij uw vader gezien hebt. Zij antwoordden en zeiden tegen Hem: Abraham is onze vader. Jezus zei tegen hen: Als u Abrahams kinderen was, zou u de werken van Abraham doen. Maar nu probeert u Mij te doden, een Mens Die de waarheid tot u gesproken heeft, die Ik van God gehoord heb. Dat deed Abraham niet. U doet de werken van uw vader. Zij zeiden dan tegen Hem: Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben één Vader, namelijk God. Jezus dan zei tegen hen: Als God uw Vader was, zou u Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan en gekomen. Want Ik heb ook niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. Waarom begrijpt u niet wat Ik zeg? Omdat u Mijn woord niet kunt horen. U bent uit uw vader, de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen. Maar Mij, omdat Ik de waarheid spreek, Mij gelooft u niet.Wie van u overtuigt Mij van zonde? En als Ik de waarheid spreek, waarom gelooft u Mij niet? Wie uit God is, hoort de woorden van God; daarom hoort u niet, omdat u niet uit God bent.” (verzen 38-47)

Deze Joden (die in tegenstelling met de Joden die wél in Jezus geloofden), waren wat hun etnische afkomst betreft, eveneens nageslacht van Abraham. Maar Hij liet blijken dat het hier niet om hun etnische afkomst ging, maar om geloof in Hem als (niet als etnische Jood, maar), de Zoon van God. 

Paulus over de Etnisch-Vleselijke Afkomst van Jezus. 

Wat nu de etnische afkomst van Jezus aangaat, had Paulus er in zijn tweede zendbrief aan de Korinthiërs dit over te zeggen:

“Want de liefde van Christus dringt ons, die tot dit oordeel gekomen zijn: als Eén voor allen gestorven is, dan zijn zij allen gestorven. En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor hen gestorven en opgewekt is. Zo kennen wij vanaf nu niemand naar het vlees; en al hebben wij Christus naar het vlees gekend, dan kennen wij Hem nu niet meer zo. Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft. God was het namelijk Die in Christus de wereld met Zichzelf verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende, en Hij heeft het woorde van de verzoening in ons gelegd. Wij zijn dan gezanten namens Christus, alsof God Zelf door ons smeekt. Namens Christus smeken wij: laat u met God verzoenen. Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.” (2 Korinthe 5:14-21)

Wat we hier lezen, is allereerst dat Paulus en zijn medewerkers tot de slotsom gekomen waren dat door de kruisdood van Jezus ook “allen” gestorven waren. Wie waren/zijn nu die “allen”? In 1 Johannes 2 lezen we wie dit zijn:

“En Hij is een verzzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de hele wereld.” (vers 2)

Naast Johannes en de overige Christenen, was/is er dus ook nog de gehele mensheid, die door de dood van Jezus verzoend waren en zijn. En dat is nu zo. Dan lezen we in 2 Korinthe 5 dat “opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, Die voor hen gestorven en opgewekt is.” Dus moeten we hierbij tot de conclusie komen dat ook de gehele mensheid samen mét Jezus gestorven is. Met dit ene verschil: er zijn er onder die mensheid die leven, terwijl de rest van die mensheid hoewel ook in Christus gestorven, nog altijd (geestelijk) dood is. Het zijn dan deze laatsten die hoewel  ook met Christus gestorven, nog geen nieuw leven hebben ontvangen. Waarom niet? Omdat zij in tegenstellling met de Christenen (ofwel de “levenden”), Hem nog altijd niet als hun Redder en Verlosser hebben geaccepteerd. Hoewel ook zij nu dus zijn verzoend met God door Christus, is het ook voor hén zeer noodzakelijk om Hem (zoals degenen die nu Christen zijn en dit eerder deden), als hun Redder en Verlosser te aanvaarden; zónder dit te doen, is er in tegenstelling met de Christenen, geen plaats in de hemel. En tot hen behoort eveneens onze Joodse vriend die zich presenteert als “Troost Mijn Volk.” Hij kan er dan wel een weerzin tegen hebben dat de Christenen willen dat de Joden zich (tot Jezus) zullen bekeren; nochtans is dit precies wat hij en het Joodse volk zullen moeten gaan doen! Om die reden is het dan ook een doodzonde om het Joodse volk het Evangelie van Christus te onthouden; een deel van de christenzionisten is namelijk van mening dat de Joden het Evangelie helemaal niet nodig zouden hebben daar die al een verbond met God zouden hebben; onder hen bevindt zich John Hagee, voorganger van de Cornerstone Church in de Amerikaanse staat Texas. Maar dat is niet wat de Bijbel leert; in Johannes 14:6 lezen we dat Jezus van Zichzelf zegt, dé Weg, dé Waarheid en hét Leven te zijn. Want “Niemand komt tot de Vder dan door Mij.” Aldus is er naast Jezus geen ándere weg om tot God te komen. 

Etnische afkomst van Jezus niet Belangrijk. 

Het volgende wat we er in 2 Korinthe 5 lezen, is dat Paulus van Jezus zegt dat we Hem nu niet meer naar het “vlees” kennen. Mocht dit al tijdens de bediening van Jezus in Israël zijn geweest dat men Hem als zodanig gekend had, na Zijn dood, opstanding en hemelvaart is dit nu niet meer zo. En dit wil dan zeggen dat de etnische afkomst van Jezus als “Jood” ook niet meer van belang is. In plaats daarvan is het slechts belangrijk dat we door geloof in Hem, “een nieuwe schepping” zijn; Paulus voegt daaraan toe dat het oude voorgoed voorbijgegaan is en dat alles voor degenen die in Jezus geloven, “nieuw” geworden is; vandaar dat de apostel in zijn brief aan de Galaten er ook dit over zegt:

“Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek.” (Galaten 3:28)

Aldus is de etnische afkomst van zowel Jezus als de Jood en de Griek (niet-Jood) van geen enkel belang meer. Nochtans leggen de christenzionisten er de nadruk op Jezus als Jood. En het Joodse volk wat van Hem afkomstig is, zou om die reden (zelfs hoewel het grootste deel ervan niet in Hem gelooft als de Zoon van God), volgens hen dan nog altijd het uitverkoren volk zijn. Dit is echter niet het geval; on die reden is deze “Joodse fabel” dan ook afdoende weerlegd.

De Overige Reacties. 

We zullen nu, vóórdat wij zelf een oproep aan Dirk van Genderen en de overige reageerders in de commentaarsectie onder zijn artikel gaan doen, aandacht besteden aan enkele van de reacties van de laatsten. Allereerst is er de reactie van “San Tjoa.”: 

“Beste Dirk, 

Het zou zelfs heel scherp gesteld kunnen worden, dat wie aan een jood komt, komt aan de Heere Jezus en die krijgt al sowieso een oordeel aan zijn broek. Nog geen veroordeling zoals na de grote Verdrukking in Mattheüs 25:41 waar gesproken word over hoe een heidense natie het Joodse volk behandeld heeft tijdens de grote Verdrukking. Deze natiën komen het 1000-jarige Vrederijk niet eens binnen, maar alreeds voor het 1000-jarige Vrederijk in “het dal van Josafat” veroordeeld tot de hel, waar het oordeel over de natiën die in de grote Verdrukking aanwezig waren, geveld zullen worden. Alleen die natiën die het Joodse volk goed hebben behandeld, mogen het 1000-jarige Vrederijk binnengaan. Al het kwaadspreken over Joden, zal door God worden afgestraft en zelfs heb ik meegemaalt dat als ik mijn Joodse huisbaas niet had willen helpen, die op hulp aangewezen was, ik wel had kunnen vergeten dat ik behouden was ondanks wat ik meende dat ik was of wat ik gedaan had. Dan had ik mijzelf alleen bedrogen. Maar er is toch niemand die deze dingen gelooft, want praktisch het gehele Christendom in het Westen heeft zich hieraan schuldig gemaakt.” 

En dit is nu de kolder die “San Tjoa” schreef; als hij zijn hulpbehoevende Joodse huisbaas niet zou hebben geholpen, zou hij zijn redding door Jezus zijn verloren, meent hij; en dan zou hij er “mijzelf alleen bedrogen” bij hebben. “Maar”, zo voegt hij er ook aan toe, “er is toch niemand die deze dingen gelooft” aangezien het hele Westerse Christendom er zich volgens hem hierbij schuldig heeft gemaakt. Wel, onder die “niemand die deze dingen gelooft”, zouden we graag onszelf scharen: Ook wij geloven niets van wat van onze “San” hier zegt! Je moet echter goed luisteren, San: ook al zou er geen enkele zegen in gelegen zijn om jouw Joodse huisbaas te helpen, dan zou je hem nóg geholpen moeten hebben; ook hij is immers een medemens! Maar we zijn er wat hem betreft nog niet; “San” heeft een eind verderop (38) nog iets op zijn kerfstok voor ons klaarliggen:

“Beste Dirk, 

Misschien wij, wie het ook betreft dat het onze schuld is en dat wij er niets konden doen omdat wij toen nog niet eens geboren waren, maar God vindt het van welEn er rust een bloedschuld om die reden op het Duitse volk. Corrie ten Boom wilde ook nooit meer naar Duitsland gaan na de oorlog maar ze moest van God. Zij heeft veel liefde van God in haar hart gehad want dat merkte ik zelfs in haar boeken die ik moest lezen van God En….ook geloven!! Dat deed mij uiteindelijk besluiten om na 2 jaar Universitaire studie voltooid te hebben, nog te stoppen. Ze zeiden op de Universiteit: “Als je nu stopt met de stidie, worden al je studieresultaten van het 2e jaar (waar ik gemiddeld 7.5 gemiddeld voor stond) na 10 jaar officieel geannuleerd. Maar ik ben ongevoelig voor psychologische pressiemiddelen en dus ben ik gestopt en 1 jaar studie-resutaten kwijtgeraakt. Maar als de Heere wil dat ik toch nog die studie afmaak, dan begin ik opnieuw en dan in en vanaf het begin van het 2e jaar. Groeten van San.” 

En dit is wat San te zeggen heeft. Ja, wíj hadden wel geen deel aan wat het Joodse volk in het verleden door de Kerk aangedaan is, “maar God vindt het van wel.” En ja, hij meent het zéker te weten: “En er rust een bloedschuld om die reden op het Duitse volk.” Aldus heeft de huidige Duitse generatie volgens hem “een bloedschuld” over zich voor wat de vaderen ervan de Joden al of niet zouden hebben aangedaan! En dit is nu een van die wrange vruchten als gevolg van de nonsens van Van Genderen! Maar waar het zijn studieresultaten waar hij mee ophield omdat hij in opdracht van God in de boeken van Corrie ten Boom was gaag geloven, hield “San” tegenover de leiding van de universiteit zijn rug recht: “Maar ik ben ongevoelig voor psychologische pressiemiddelen en dus ben ik gestopt en 1 jaar studie-resultaten kwijtgeraakt.” Hield onze “San” zijn rug recht tegenover de leiding van die universiteit, voor het ongelooflijk knullerige schertsverhaal van Dirk van Genderen met zijn “last” is hij er inmiddels voor door de knieën gegaan; ook hij heeft nu last van de “last”! 

Christi. 

De volgende reactie is van “Christi”: 

“Shalom Dirk, Helemaal eens met je column! Wij behoren tot het Nederlandse volk en dragen de schuld mee uit ons voorgeslacht zoals bv Duitsers hun schuld nog voelen een meedragen. Kort na de oorlog moesten wij als Nederlanders niets van de Duitsers weten, de Moffen werden ze genoemd. En nog lijden de Duitsers van nu daaronder omdat Hitler een van hen was. En zo kunnen wij ons nu ook nog schamen voor het gedrag van onze voorouders die vaak wegkeken. als Joden weggevoerd werden naar de concentratiekampen. Wat top dat onze koning dat ook benoemde en zoals hij zei er vaak aan moest denken! De Spoorwegen betaalde volgens mij vorig jaar nog boetegeld aan de Holocaust-overlevenden en terecht! ‘k ben het ook helemaal met Otto (8) eens en met nog enkele reacties. Ja, zo jammer dat de ‘algemene kerk’ , RK, PKN etc. zo weinig over Israël preken of spreken, terwijl het Gods oogappel is en ze onze liefde als Christus-gelovigen zo nodig hebben! God heeft hen zo lief en als wij als Christenen voor hen op de bres zouden staan, zouden we misschien wel hun Messias Yeshua zien! Gelukkig dat er enkele Stichtingen zijn zoals Christenen voor Israël, de NEM, omroep Familiy7 en soms de EO en Dirks Visie hier aandacht aan besteden en ons bijscholen daarin, want dat is hard nodig mijns inziens nu het antisemitisme weer zo vaak zijn gezicht laat zien?” 

Well, Beste Christi, net zoals de huidige Duitse bevolking het niet nodig heeft met een (al of niet vermeende) schuld rond te lopen, zo hoeven ook wij niet met wederom (een al of niet vermeende) schuld van onze voorouders rond te wandelen. En hebben de Spoorwegen vorig jaar geen boetegeld betaald aan de (ongetwijfeld weinige) Holocaustoverlevenden die er nu nog over zijn? Maar wat aangaande een fikse schadevergoeding van de kant van Israël voor de vervolgingen van de Joodse voorouders die de vroege Kerk een zwaar onderdrukt hadden? En ja, ook “onze koning” moest er nog vaak aan denken wat de Joden hier was aangedaan. Maar wat, als die er hierbij ook nog wat kritiek op Israël zou hebben gehad? Die weet natuurlijk wel beter; die doet dit gewoon niet; wat zou hij er trouwens aan hebben gehad om als een “koninklijke antisemiet” bestempeld te worden! En zouden we er door onder meer Dirk van Genderen goed over bijgeschoold worden? Ja, meent Christi, want het antisemitisme laat “weer zo vaak zijn gezicht” zien. Hoe moet dit “antisemitisme” dan precies worden uitgelegd? Zou dit het de terechte kritiek vanuit de VN en een klein deel van de kerken tegen Israël kunnen zijn daar het al voor jarenlang de Palestijnen (waaronder Palestijnse Christenen!), onderdrukt en tiranniseert?

Waar Uw Schat is, Daar Zal ook Uw Hart Zijn.

En dit brengt ons in dit verband met hegteen Jezus zei over het verzamelen van schatten op aarde; het is beter, zo maakte Hij Zijn toehoorders duidelijk, om in plaats daarvan schatten in de hemel op te leggen. Verder zei Hij er dit over:

“Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.” (Mattheüs 6:21)

Dit ene vers nu kan hoewel dit in de context gezien moet worden op het verzamelen van rijkdom, eveneens worden toegepast op Christi en de overige reageerders die Israël en het Joodse volk zo liefhebben, worden toegepast: hun “schat” schijnt er  eerder bij Israël en het Joodse volk te liggen dan bij de Kerk waarvan zij beweren erbij te behoren; en het is dáár waar hun hart nu is. Vroeger was Christi ook een van de regelmatige bezoekers van de nu al lang verdwenen christenzionistische site, habakuk.nu. Het was daar waar we eens meedeelden dat de Bolsjewistische Joden in Rusland verantwoordelijk waren geweest voor de marteling en dood van circa 66.000.000 Russen. Haar reactie hierop was dat God dit al lang vergeven had. Waarop wij er op reageerden door te stellen of we dan ook niet al die nu nog in leven zijnde Duitse oorlogsmisdadigers hún misdaden niet zouden vergeven; want als God het die Joodse Bolsjewisten hun enorme genocides al vergeven had, dan zou Die het die oorlogsmisdadigers intussen ook wel hebben vergeven. Resultaat: geen enkele reactie van Christi! En dit is nu de “christenzionistische wijsheid”; die kwaadaardige Joden waren hun misdaden al vergeven, maar waar het die Duitse oorlogsmisdadigers aangaat, die dienden tot aan de uiterste grenzen der aarde opgejaagd en vervolgd te worden!

John “Ivan de Verschrikkelijke” Demjanjuk. 

Een van degenen die in het verleden het slachtoffer van een ronduit frauduleuze rechtszaak werd, was wijlen John Demjanjuk; hij was een genaturaliseerde Amerikaanse staatsburger, oorspronkelijk afkomstig uit Oekraïne die destijds in Cleveland woonde. In 1975 werd bekendgemaakt dat Amerikaanse onderzoekers bewijs gekregen zouden hebben waaruit zou blijken dat Demjanjuk tijdens de oorlog bewaker in het kamp Treblinka zou zijn geweest. Hij zou er bekend zijn geweest als “Ivan de Verschrikkelijke die deelgenomen zou hebben aan de dood van duizenden Joden. Vervolgens werd hem het Amerikaans staatsburgerschap ontnomen en werd hij uitgeleverd aan Israël. Achteraf bleek hij dit niet te zijn geweest; het doodsvonnis wat er door een gerechtshof in Jeruzalem over hem geveld was, werd geseponeerd; de aanklacht tegen Demjanjuk ingebracht bleek op een “identiteitsvergissing” te berusten; hij keerde weer terug naar Amerika en werd er weer in ere hersteld. Later echter, begon de ellende voor Demjanjuk opnieuw; nu zou hij plotseling de “Ivan de Verschrikkelijke” in het kamp Sobibor zijn geweest. Daar zou hij verantwoordelijk zijn geweest voor steun aan de SS, die er 28.060 Joden om het leven had gebracht. Wéér werd hem het burgerschap ontnomen. En wéér werd hij uitgeleverd; uiteindelijk werd Demjanjuk in 2011 door een rechtbank in Munchen veroordeeld. Daar hem zoals gezegd zijn staatsburgerschap ontomen was, kon Demjanjuk niet terug naar Amerika; in Duistland heeft hij nog een korte tijd als een uitgestoten paria geleefd waarna hij in een pension overleed. En dit alles op basis van enkele verklaringen van Holocaustoverlevenden die hem herkend meenden te hebben van een foto plus een door de KGB in de Sovjet-Unie vervalste identitietskaart. En zowel de media als de pers die hierover verslag hadden gedaan, hadden weinig of geen kritiek op wat alleen maar een showproces waar een onschuldig man voor veroordeeld werd voor dingen die hij niet gedaan had, kan worden genoemd!

Het Joodse Monster Shlomo Morell Genaamd. 

Maar wat nu die Bolsjewistisch-Joodse massamoordenaars aangaat. Shlomo Morell was een van die sadistische Joodse monsters die door Stalin aangesteld waren als bewakers van de door de Russische legers “bevrijde” Duitse kampen in Polen. Dat monster van een vent liet vervolgens talloze onschuldige Duitse burgers in dat kamp opsluiten waar die dan inhumaan, wreed en vreselijk gemarteld werden. En tenslotte vermoord. De verhalen die hierover bekend waren geworden, tarten gewoon de verbeelding! Het waren niet slechts Duitsers die er het slachtoffer van deze Joodse bruut waren geworden; ook leden van de Poolse bevolking werden op dezelfde wijze mishandeld en tenslotte vermoord. Om die reden verzocht de Poolse overheid Israël om die kerel aan hen uit te leveren; Morell was later namelijk naar Israël gevlucht. En die misdaden waren tenslotte op Pools grondgebied gepleegd. Gevolg: Israël weigerde hem uit te leveren! Ook enkele daarop volgende verzoeken daartoe bleken vruchteloos te zijn. Later is die kerel in hoge ouderdom vreedzaam in Israël overleden. En het is dit wat nu zo wrang is: werd er naar de veroordeling van Demjanjuk een fanatieke jacht op de nog overgebleven Nazi-misdadigers geopend, Joodse genocidale massamoordenaars zoals Morell er een was, wisten hierbij de dans te ontspringen! En dan hebben we het nog niet over de vraag gehad of ook álles wel waar was wat die (vermeende “Nazi-misdadigers”) aan misdaden gepleegd zouden hebben! Dus Christi, dom en naïef christenzionitisch wicht  dat je bent, God heeft die Joodse genocidale massamoordenaars niet vergeven! 

Otto. 

Dan gaan we naar “Otto” waar Christi naar verwezen heeft (8). Die had het volgende over het artikel van Van Genderen te zeggen:

“Beste Dirk, ik ben het volkomen met jou schrijven eens. De kerk heeft nog niets geleerd, gisteren las ik dat de Wereldraad van Kerken, en de Raad van Kerken in het Midden-Oosten de Europese ministers van buitenlandse Zaken opgeroepen hebben zich te verzetten tegen annexatie van Palestijnse gebieden door Israël. Zij noemen het een verwoestende klap voor het vredesproces voor een tweestaten oplossing. De vrijheid in ons land, waar zo over opgegeven wordt, is voor mij een waarlijke vrijheid als de Joden in ons land met hun keppeltje op zich zonder gespuugd of uitgescholden te worden zich door Rotterdam/Amsterdam/Den Haag/Utercht enz. in alle vrijheid kunnen lopen. Maar dat gaat tegenwoordig niet meer. En de kerken/evangeliegemeentes zwijgen, maar o als het een moslim betreft, dan staat de hele PKN-gemeente op zijn kop. De toespraak van Robert Lauder bij de 75 jarige herdenking Auschwitz heeft veel indruk gemaakt (te lezen op internet). Deze man sprak ware woorden. Wij hebben nu een anti-Israël regering, die schandalige VN resolities gesteund heeft, ook heeft het CDA/CU als kabinet daarmee ingestemd, terwijl de heer Segers zich vriend van Israël noemt. De haat van zowel rechts/links/islam neemt steeds meer toe tegen de Joden, en het wordt alleen maar erger, en erger, en waar blijvende kerken met hun protest hiertegen? Het geluid is zwak, daarom door dit gedrag van vooral de Wereldraad van Kerken is het anti-Israëlgedrag, dat voor de Kerken/evangelie die daarbij aangesloten zijn vervelende gevolgen kan hebben. Want wie Gods oogappel aanraakt, raakt God zelf aan, daarom kan op dit gedrag nooit een zegen rusten.” 

Dit is dan de respons van “Otto.” 

Wel, Otto, de waarheid is niet dat de kerk níets geleerd, maar intussen wél iets afgeleerd heeft; en wel namelijk dit: Die heeft het al lange tijd afgeleerd Israël even streng te veroordelen vanwege haar wangedrag tegeover de Palestijnen als de oude profeten eens deden met het oude Israël wat er destijds “de vreemdeling in haar midden” onderdrukte! In plaats daarvan heeft een groot deel van de huidige Kerk een onbijbelse  “onopgeefbare band met het huidige Palestijnen-onderdrukkende Israël.” En wat de Moslims aangaat, die werden en worden er hier nog door de Nederlandse Jood, Geert Wilders geheten, van tijd tot tijd flink belasterd in de Tweede Kamer. Een hele tijd geleden bijvoorbeeld had hij het over de voddenkop-belasting. En de rest van de politieke waanzinnigen daar, laten hem gewoon zijn gang gaan. Dat de PKN op zijn kop zou staan als een Moslim zou worden bekritiseerd, weten we niet. Maar dat is zeker niet het geval met de Tweede Kamer. En dan wéér maar eens die absurde wazige en mistige bedreiging waar we nu al zolang bekend mee zijn, “Want wie Gods oogappel aanraakt, raakt God zelf aan.” Hoezo, Otto? Wordt Israël door de VN, het CDA en de CU met die veroordelingen tegen dit land in haar bestaan bedreigd? Nee, beslist niet! Daarnaast zijn het er nu velen die intussen maar al te goed weten, wat de Paestijnen er vanaf 1948 al aan ellende en misére te lijden hebben dankzij diezelfde Israëlische overheden (vanaf 1948 tot heden). En toch zijn zíj het die door dwaze christenzionisten als “terroristen” worden beschouwd. Israël zelf wordt door hen beschouwd als een onschuldig, smetteloos lam, wat ook maar nooit enige kwaad gedaan heeft en wat het ook nu nog niet kan doen! Tenslotte is de tekst die je aanhaalt, afkomstig uit Zacharia 2:8b. De context echter (de verzen 6-8) maken duidelijk dat het hier over de periode van vlak tegen of ná het einde vvan de Babylonische Ballingschap gaat; dat ene vers, “Want wie u aanraakt, raakt Zijn oogappel aan”, heeft dus betrekking op die, nu ver vervolgen tijd en niet op de tijd van nú. Wat héb je toch een ontstellend gebrek aan de juiste Bijbelkennis! 

Onze Joodse Vriend over de Terughoudenheid van Verschillende lezers. 

Onze Joodse vriend, “Troost Mijn Volk”, heeft nóg iets te zeggen en wel dit:

“Ook onder uw lezers is er grote terughoudendheid ten aanzien van mijn volk.” 

Wel, waarom zegt hij dit; waarom meent hij dat er onder de lezers van het artikel van Van Genderen, “grote terughoudendheid” tegenover het Joodse volk waar ook hij toebehoort, zou zijn? Dit zal duidelijk worden wanneer we de enkele reacties van anderen zullen citeren. Deze is van Joop: 

“Beste Dirk, net jouw commentaar gelezen, en ik moet zeggen dat ik toch wel wat moeite heb met dit commenaar. “We zijn schuldig aan dit..”, “we zijn schuldig aan dat…” Ik ben, net als de meesten van ons, na de oorlog geboren. Ik weet behoorlijk wat van de Tweede Wereldoorlog. Van de Jodenvervolgingen. Het Derde Rijk. De vernietigingskampen. De meelopers in Nederland, de wegkijkers, de actieve Joden-haters, de verraders die voor een handvol guldens Joden aanbrachten. Niet vies van bloedgeld. Nieuwe woorden vonden hun weg in het Nederlandse woordenboek. Zoals ‘pulsen.’ Maar om nu te zeggen dat wij allen (mede)schuldig zijn, gaat mij wat te ver. Er wordt mij nu een schuld, of tenminse een schuldgevoel aangepraat.” 

Christientje. 

En deze is van Christientje: 

“Dank je wel Joop voor je bijval. Ik kom wel drie keer per week in Duitsland. Velen van hen kunnen er ook niets aan doen aan wat er is gebeurd. De antichrist komt er niet aan die heeft namelijk altijd bestaan de paus. Ik hoorde mijn Heer zeggen nadat ik het hem gevraagd heb LAAT JE GEEN SCHULD AANPRATEN MIJN DOCHTER.”  

Waar gaat het hier over? Het gaat hier over mensen die net als de overigen ook wel in de kolder van Van Genderen geloven, maar die toch nog net zo wijs genoeg waren om zich hierbij geen schuldgevoel aan te laten praten. En ja, ook de huidige Duitse generatie kan er ook niets aan doen aan wat er toen is gebeurd. En dit zijn dan degenen waaronder volgens onze Joodse vriend, ”   er grote terughoudenheid ten aanzien van mijn volk” is. En hiermee laat onze Joodse vriend openlijk blijken wat hij wérkelijjk wil: Onverschillig of de voorvaderlijke daders van de huidige generatie nu circa 75 jaar of nog langer terug leefden, ook de generatie van nú zál en móet zich schuldig voelen voor wat die daders de Joden destijds (al of niet vermeend) hebben aangedaan. En dit is dan “Troost Mijn Volk”, een niet-christelijke Jood die zelf zeer waarschijnlijk ook geen juist inzicht in wat de Bijbel (het Nieuwe Testament) precies leert, zal hebben. En voor hem dienen alle Christenen (hoezeer die Israël en het Joodse volk ook een warm hart toedragen), zich in het stof der aarde neder te buigen! En waarvoor? Om wat die  vaderen de Joden allemaal (naar men zegt!) aangedaan zouden hebben. Jazéker “naar men zegt”, want achteraf blijkt erook een deel over die geschiedenis van de Holocaust ergens toch niet waar te zijn. Er zijn er sommigen die dit later hadden ontdekt. En die hadden hun bevindingen later in boekvorm en middels tijdschriften uitgegeven. En hoe werden die ook alweer genoemd? Juist, “Holocaustontkenners” waarbij die “ontkenners” zelf nooit de kans hadden gekregen om voor de TV openlijk hún kant van die geschiedenis te geven; sterker nog, die kregen toen met rechtszaken te maken waarbij hen hoge geldboetes werden opgelegd (in sommige gevallen gepaard gaande met een bepaalde tijd aan celstraf). Nu je er toch op staat, beste Joodse vriend dat de Kerk haar geschiedenis moet gaan bestuderen om vervolgens schuld te belijden, zou het niet eens goed zijn, jou eens op te roepen om de sinistere geschiedenis van jou eigen volk eens naarstig na te gaan ?

De Enorme Joods-Bolsjewistische Genocides. 

Wat bijvoorbeeld te zeggen over de miljoenen en nog eens miljoenen hulpeloze Russische slachtoffers die er door moorddadige Joodse Bolsjewisten gedurende het Rood-Joodse regime in Rusland van 1917 tot 1954 wreed zijn vermoord? circa 66.000.000 vermoorde Russen. darkmoon.me/2017/the-jewish-role-in-the-bolshevik-revolution-and-russias-early-soviet-regime/ En hier is een site waar de moedige Joodse columnist, Sever Plocker, over de Joden onder Josef Stalin te zeggen heeft: http://www.ynetnews.com/articles/0,7340,L-3342999,00.html

Rabbijn Yosef Tzvi ben Porat: Wéggezuiverd door de Censuur. 

Ook had ik je willen verwijzen naar Rabbijn Yosef Tzvi ben Porat. Zijn video heeft een tijd lang op het YouTube-kanaal gestaan: youtube.com/watch?v=qTYSv_YQOVo (“Why did Hitler hate jews? Rabbi Yosef Tzvi ben Porat wil explain to you – YouTube”) Als we er nu op de link daar naar toe klikken, krijgen we iets te zien van datgene waar de directie van YouTube al enige tijd mee bezig is:

“Deze video is verwijderd wegens schending van het YouTube-beleid voor het aanzetten tot haat. Meer informatie over hoe aanzetten tot haat wordt tegengegaan in je land” (waarna je op de link “meer informatie” kunt klikken).

Maar waar had rabbijn Ben Porat het eigenlijk over in zijn video? Hij stond er ergens in  een synagoge in Israël. Zijn gezicht was bedrukt en in zijn hand hield hij een boek vast; op dit boek rustte een verbod in Israël; het mocht er door niemand worden gelezen. Nu schijnt het zo te zijn dat men er toch is overgegaan dit in het Hebreeuws te publiceren. En Ben Porat was erin geslaagd er een exemplaar van te krijgen. De titel van het boek: “Mein Kampf” van Adolf Hitler! Nadat hij dit gelezen had, maakte de rabbijn het volgende duidelijk: Al de wrede misdaden die Hitler en de Nazi’s tegen de Joden in Duitsland en de door de Duitsers bezette gebieden hadden laten plegen, hadden die deze gruwelen overgenomen van het Joods-Bolsjewistische terreurregime in Rusland wat er vanaf 1917 de grootste genocides ooit hadden gepleegd! (Volgens wijlen Aleksandr Solsjenitzyn zou dit regime onder zowel Vladimir Lenin (de eerste (kwart-Joodse) rode dictator van Rusland en later Josef Stalin (onder de invloed van Joden achter de schermen) vanaf 1917 tot 1954 verantwoordelijk zijn geweest voor de dood van ongeveer 66.000.000 Russen). Dat nu, had deze moedige rabbijn duidelijk gemaakt. Dat de Russische Revolutie echter een Joodse Revolutie was, daarvan werd altijd verondersteld dat dit niet waar was. En bij YouTube wilde men dit zo ook graag zo houden. Het is om die reden dat de video van Ben Porat werd verwijderd omdat ermee zou zijn “aangezet tot haat.” De rabbijn heeft met zijn waarheidsvinding helemaal niet tot haat aangezet; hij vertelde er gewoon wat hij had ontdekt.

De Palestijnse Tragedie.

En wat aangaande de Palestijnen (waaronder Christenen) die door Joods-Bolsjewistische terroristen onder leiding van David Ben-Gurion letterlijk wéggezuiverd werden in 1948? Dat waren er circa 700.000 á 1 miljoen. Een deel ervan werd gruwelijk vermoord, de overlevenden kwamen later in armzalige vluchtelingenkampen terecht. En zelfs de tweede of derde generatie aan nakomelingen van die Palestijnse vluchtelingen hebben ook nú nog altijd geen recht op terugkeer naar hun oude woongebieden gekregen! Daarentegen kan een Jood  op dat moment in het buitenland woont (ongeacht wáár die dan ook verblijft), dankzij de Israëlische wet op Terugkeer gewoon naar Israël emigreren. Ook al heeft die eerder nog nooit een teen (laat staan een voet) in het ten onrechte zo genoemde “Beloofde Land” gezet. In bepaalde gevallen is het dan ook niet ongewoon dat een Palestijns gezin uit hun huis worden gezet om plaats te maken voor die Jood (of een Joods gezin). Nu zou je wel kunnen zeggen dat jíj daar niets mee te maken hebt; aangezien jij jezelf zoals je door liet schemeren, ook nu nog altijd met Joden uit her verleden verbonden voelt, zal dit ook wel met de discriminerende Joodse overheid in Israël wel zo zijn! En niet te vergeten, ook met het “meest morale” (lees “onderdrukkende”) Israëlische leger (de IDF) ter wereld. Maar waar staat dat nu voor, “Israeli Defense Forces”? Tegen wie (of wat) zouden die Israëlische Defensie Strijdkrachten zich dan moeten verdedigen? Tegen de door jullie, de Europese Unie en de VS zo genoemde “terreurorganisatie” Hamas? Die beweging waarvan die raketten beslist niet zo geavanceerd zijn zoals jullie die doen voorkomen? Want het is toch altijd weer hetzelfde liedje als er weer eens van die raketten op bepaalde plaatsen vanuit Gaza ergen in Israël terechtgekomen zijn: wel wat materële schade maar nauwelijks of geen slachtoffers! Onder de Palestijnen als daar weer eens een Israëlische inval gaande is, blijken er later wanneer die Israëlische militaire operatie ten einde is, talloze dodelijke slachtoffers te zijn gevallen. Maar daar horen we je niet over als je weer eens onverhoeds op de site van  Van Genderen opduikt, nadat die er weer eens een kolderiek en hilarisch artikel over Israël en het Joodse volk geschreven heeft.

Oproep aan onze Joodse Vriend “Troost Mijn Volk.” 

Om die reden zouden wij jou eens een dringende oproep willen doen: 1), Jij moet eens leren je grote mond te houden. 2), Jij dient eens de geschiedenis van jou eigen volk zorgvuldig te gaan bestuderen opdat zowel jij als je volk eens zullen leren van jullie eigen fouten zonden! Die door Van Genderen zelf tot nu toe nooit zijn benoemd hoewel hij zegt dat ook dat wel mag. Dat Van Genderen en een deel van de reageerders op zijn site het vurige verlangen hebben, zich eens ten dage voor het Israëlische parlement in het stof om te wentelen als nietswaardige wormen, wij kunnen hen er echter niet van weerhouden om dit te gaan doen. Nochtans zullen we er hier een oproep aan hen toe doen in de hoop dat die dit uiteindelijk zullen weigeren.

Oproep aan Dirk van Genderen & de Reageerders. 

Beste Dirk van Genderen en de reageerders in de commentaarsectie: Wij van onze kant, zouden u allen hierbij een tegenoproep willen doen: het is beslist niet nodig dat wij allen als Christenen (de wáre uitverkorenen), ons zullen buigen voor onze Joodse vriend en diens volk. Wij hebben namelijk nooit enig deel gehad aan de misdaden van ons voorgeslacht. We hopen dan ook van harte nadat u allen deze lange Bijbelstudie (waarvan we hopen dat u die zult gaan lezen) eens gelezen zult hebben, dat u alsnog tot inkeer zult komen. En de “last” waarvan u zegt dat u die hebt er u zou moeten brengen om voor “Troost” en zijn volk neer te buigen, is beslist niet van God afkomstig; werp daarom die “last” van u af. U hebt er zich vermoedelijk mee opgeladen vanwege uw geloof in het christenzionistish evangelie, wat eigenlijk helemaal geen evangelie is, maar een duistere occulte doctrine. Een doctrine die leert dat het Joodse volk altijd onschuldig is en het altijd weer de niet-Joodse volken in het algemeen en de Kerk in het bijzonder altijd de “antisemitische boosdoeners” zouden zijn geweest. Of erger nog (en we hopen dat wij het hierbij goed mis zullen hebben), het zou juist de Tegenstander kunnen zijn, die u in een onbewaakt moment met deze last opgeladen heeft. Maar laten we ons niet langer schamen voor het kostbare christelijke geloof wat ons eerst door de oude profeten, de Heere Jezus en tenslotte de apostelen overgeleverd is. Laten we er juist voor strijden. En we zullen hierbij besluiten met het volgende:

“Geliefden, daar ik mij in alle opzichten beijver u te schrijven over ons gemeenschappelijk heil, zie ik mij genoodzaakt het te doen met de vermaning, tot het uiterste te strijden voor het geloof, dat eenmaal de heiligen overgeleverd is.” (Judas:3 NBG-vertaling)

AMEN. 

Ton Nuiten – Woensdag 26 Augustus 2020.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: