De “Mars op Recht van Terugkeer”; de Times of Israel & Avigdor Lieberman: Verkondigers van Joodse Fabels; Paulus, de Apostel over Joodse Fabels & de Dubbelhartigheid der Christenzionistsiche Leiders.

Gedurende de Palestijnse demonstraties tijdens de “Mars op Recht tot Terugkeer”, zijn er tot nu toe circa 111 mannen, vrouwen en kinderen door het Israëlische leger aan de grens tussen Gaza en Israël om het leven gebracht. Nu was er recent een rustpauze tijdens het bloedbad wat Israëlische strijdkrachten tot nu toe onder de Palestijnse demonstranten had aangericht, geweest Het was tijdens deze pauze dat Israël twee truckladingen met medische voorraden naar Gaza had gezonden. Hamas echter, wees deze Israëlische humanitaire hulp af en deelde mee dat zij slecht medische hulp wenste te ontvangen van de Palestijnse Autoriteit en het Kinderfonds van de VN, UNICEF. De Israëlische krant, de Times of Israel, deelde daarna mee dat de terroristengroep, Hamas, op woensdag 16 mei jl. geweigerd had medische bevoorrading vanuit Israël voor de ziekenhuizen die te kampen hadden met een tekort aan medische spullen, in Gaza toe te laten. Op diezelfde dag deelde de Israëlische minister van Defensie, Avigdor Lieberman, via de krant, Haaretz, mee, dat de leiders van Hamas een “groep kannibalen zijn, die ook hun kinderen als ammunitie behandelen”. Verder had Lieberman beweerd dat de Israëlische strijdkrachten “in overeenstemming handelden met ethische normen die we elders in de wereld niet gezien hebben”. https://www.middleeastmonitor.com/20180517-bullets-first-aid-later-is-a-perverse-israeli-tactic/

 

Humanitair Israël: een Joodse Fabel. 

 

Wat hierboven nu beschreven is, wordt door Israël via zowel haar eigen media als die in de Verenigde Staten naar buiten gebracht en stevig benadrukt. Hierdoor is er een beeld van Israël ontstaan als zou het een humanitair land zijn. En het is dit beeld wat (zoals we nu toch wel weten!), vnl. in goede en vruchtbare aarde valt bij de christenzionisten. Die beginnen hun visie over een menslievend Israël op hun beurt weer via hun tijdschriften en artikelen te verspreiden en zo krijgen de vele abonnees dan weer een positief verhaal over Israël voorgeschoteld, waarbij Hamas (zoals natuurlijk te verwachten was!) afgeschilderd wordt als een terroristische organisatie, gewijd aan de vernietiging van Israël” (of woorden van gelijke strekking.) Maar de apostel, Paulus, zei het al in zijn  tijd: Er waren er al toen, “die zinloos praten en misleiders” zijn, en die waren er vooral onder hen “die van de besnijdens zijn”, te vinden. (Titus 1:10) Het zal natuurlijk duidelijk zijn dat de apostel hier niet mee verwezen zal hebben naar de Moslims, is het niet? Nu heeft deze trend zich onder vele Joden door de eeuwen heen voortgezet waarvan de genoemde Times of Israel en Avigdor Lieberman enkele hedendaagse, moderne voorbeelden van zijn.

 

Afleidingsmanoeuvre: het Verleggen van Israëlische Misdaden naar Hamas. 

 

De steun van Israël door medische hulpgoederen naar Gaza te zenden om Hamas vanwege haar weigering die in Gaza toe te laten, af te schilderen als een “terroristische organisatie”, kan slechts worden beschreven als een Israëlische afleidingsmanoeuvre: het verleggen van de aandacht van de eigen misdaden naar Hamas door die te beschrijven als een stel “terroristen” zoals de Times of Israel en Avigdor Lieberman deden! En het zal duidelijk zijn als deze waarheid eenmaal aan het licht komt (hetgeen eigenlijk inmiddels gebeurd is), dat men daarbij geen vrienden mee wint. Maar voor de christenzionisten is dit alles geen probleem; “Wie Israël zegent, wordt op zijn beurt weer wélgezegend” luidt hun parool, ongeacht dat de Israëlische overheid sinds 1948 de ene na de andere Joodse fabel via zowel de ether als de pers een goedgelovige wereld in heeft gezonden; een vriend is en blíjft echter een vriend, ondanks de vele leugens die die “vriend” ondertussen zowel electronisch als in druk heeft verspreid. En de christenzionistische leiders (en diegenen die niet als zodanig genoemd menen te moeten worden doch die echter een even grote fanatieke voorliefde voor de Israëlische staat koesteren zoals bijvoorbeeld de charismaten) die Israël als een soort van “goddelijke aanwezigheid” op aarde zien? Wel, die staan zoals gewoonlijk op zondagmorgen weer eens voor de kansel, waar zij staan te verkondigen dat we als Christenen toch voorál oprecht en eerlijk tegenover elkaar en anderen moeten zijn en ons o.a. vertellen dat we nooit moeten liegen …

 

Ton Nuiten – Zondag 20 Mei 2018.

Jeroen Bol & de Judaïsering van de Kerk; zijn Bijbelse Onwetendheid; Crysostomos, de “Christelijk-Anti-Semitische” Kerkvader; Corrigerende Bijbelstudies; een Stuk Geschiedenis; de Komende Joods-Talmudische Wereldorde & een Ruw Ontwaken voor de Christenzionisten.

“Welke plaats heeft de liefde (en met name de naastenliefde) gekregen in de christelijke theologische traditie? Welke plaats heeft dat gekregen in de theologische traditie? Het is tien jaar geleden ongeveer, dat deze vraag voor mij persoonlijk echt is gaan leven. Dat was toen ik me in 2007 voor het eerst pas bewust werd, wat de Joden eeuwenlang in Europa van christelijke zijde aan lijden te verduren hebben gehad. Ik kreeg in die tijd tien jaar terug, een bijzonder boek in handen; dat is dit boek van Werner Keller, “En zij werden verstrooid onder alle volkeren”. Ik was geschokt door wat ik bij Werner Keller las; ik wist toen wel al dat ook voor de Holocaust er in Europa moordpartijen onder Joden waren aangericht; ik wist van de Kruistochten rond 1100; ik wist van de Inquisitie in Spanje in 1400-1500; ik wist ook van bloedige pogroms in Rusland rond 1900. Maar dat was ongeveer wel wat ik wist; ik had iets in mijn hoofd van, “Het is wel heel erg wat er gebeurd is, maar het gebeurde af en toe in de geschiedenis”.

 

Maar het boek van Keller liet mij zien dat het allemaal veel erger is geweest. Het anti-Joodse geweld in christelijk Europa bestond niet uit incidenten, maar maakte deel uit van een patroon. Er zijn vele duizenden Joden door de eeuwen heen in christelijke landen in Europa vermoord. Maar de grootste schok voor mij was de ontdekking van de oorzaak van dit alles lag in de anti-Joodse leer die de Kerk eeuwenlang verkondigd heeft; de belangrijkste oorzaak. Weinig mensen weten dit, en ik noem het het best bewaarde geheim van de Kerk. En die ontdekking ( dat de kern van het probleem zit in de anti-Joodse lering in de kerkelijke traditie), sloeg bij mij in als een bom. Want de gedachte dat de Holocaust heeft kunnen plaatsvinden dankzij het feit dat de Kerk eeuwenlang met de verkondiging van anti-Joodse opvattingen vóór de Holocaust in feite de voedingsbodem had bereid (niet bewust maar dit is wel het gevolg geweest), die gedachte vond ik onverdraaglijk; de relatie tussen het Evangelie en de Holocaust, dat kantelt. Het riep enorme vragen bij me op; want hoe kan het dat de Kerk die het Evangelie van vergeving en naastenliefde uitdraagt, hoe kan het dat diezélfde Kerk eeuwenlang zo intens negatieve, ja, zelfs haatdragende boodschappen over de Joden heeft verkondigd?

 

Overigens voor alle duidelijkheid, de Kerk heeft nooit verkondigd dat je Joden moet vermoorden; zéker niet! Maar het hele verhaal was zó negatief dat het daar heel vaak wel toe geleid heeft. Eeuwenlang zijn Joden in tal van christelijke geschriften consequent negatief afgeschilderd, als een hardnekkig, ongelovig volk, als een volk van godsmoordenaars, als satanskinderen. Ze werden beschuldigd van de meest gruwelijke praktijken; dat gebeurde vooral heel veel,  in de Middeleeuwen; bijvoorbeeld, wat heel breed leefde, het idee dat Joden in het geheim christelijke kinderen slachtten en offeren omdat ze het bloed daarvan nodig zouden hebben om matzes te maken. Complete laster, is nooit ook iets van bewezen, maar heel vaak is dat verhaal rondgegaan en dat leidde dan tot rellen en moordpartijen onder Joden regelmatig. De gekste dingen kom je tegen als je je wat gaat verdiepen in die lasterpraatjes over Joden met name ook in de Middeleeuwen.

 

Hoe fel is die anti-Joodse houding in vredesnaam te rijmen met het gebod van naastenliefde? Da’s wel een grote vraag. Da’s écht wel een hele grote vraag! Dit kon onmogelijk de bedoeling van Jezus geweest zijn. Maar waar kwam het dan vandaan? Voor mij stond al snel vast dat er ergens in de 2000 jaar oude geschiedenis van de Kerk iets heel erg misgegaan moet zijn. Noem het kortsluiting tussen wat God zegt en wat de Kerk meende te verstaan. Het werd al snel duidelijk dat het in ieder geval heel veel te maken heeft met de idee van de Kerk, dat ze de plaats van Israël heeft ingenomen; de idee dat ongelovig en verhard Israël mislukt is (want ze wilde toch niet in Jezus geloven), en dat God nu verder gaat met de Kerk, het nieuwe Israël. Dat was ongeveer het verhaal. Deze gedachte leeft al breed in de tweede eeuw, dus vlak na Jezus en Paulus, al heel snel zo vroeg. Maar het probleem natuurlijk is, dat het Nieuwe Testament zelf dit nergens leert. Dit vervangingsdenken is nog steeds niet volledig overwonnen in onze tijd”. 

Aldus dhr. Jeroen Bol, voorzitter van de George Whitefield Stichting en bestuurslid van de Jules Isaac Stichting. https://julesisaacstichting.org/category/lezingen/jeroen-bol/ Voordat we verder gaan horen wat dhr. Bol allemaal over dit “vervangingsdenken” te zeggen heeft, zullen we wat commentaar geven op enkele van zijn uitspraken:

“Eeuwenlang zijn Joden in christelijke geschriften consequent negatief afgeschilderd als een hadrnekkig, ongelovig volk, als een volk van godsmoordenaars, als satanskinderen”. 

De vraag is nu: in wélke “christelijke geschriften” worden de Joden als zodanig afgeschilderd? Hiervoor gaan we naar het Oud-Testamentische bijbelboek, Exodus. In hoofdstuk 32:1-8 lezen we dat Mozes zich op dat moment in de tegenwoordigheid van God op de berg, de Sinaï, bevindt. Het volk Israël wacht aan de voet van de berg op zijn terugkeer. Maar het duurde hen te lang en zij zeiden dat zij niet wisten wat er van Mozes geworden was; nu hij al zo lange tijd wegbleef was het volk bevreesd dat Mozes nooit weer terug zou keren. Aldus eiste het dat er een afgod van een rund zou worden gemaakt; die afgod had hen uit het land, Egypte gevoerd. Aäron, de broer van Mozes die bij het volk was gebleven, toonde zich een zwak man en gafaan de ies van het volk toe; hij liet alle gouden voorwerpen inzamelen (gouden ringen) en liet er een afgod van smeden. Om de zaak toch nog enigszins in goede banen teleiden, riep Aäron uit dat er de volgende morgen een feest te ere van God zou zijn. De volgende dag bracht het volk offers aan de afgod en vierde het feest. Terwijl Mozes nog in de tegenwoordigheid van God op de berg is, vertelt Hij hem dat het volk Israël het verbruid heeft; het heeft zich een afgod gemaakt waardoor het van de weg des Heeren afgeweken was:

“Vervolgens zeide de HERE tot Mozes: Ik heb dit volk gezien en zie, het is een hardnekkig volk. Nu dan, laat Mij begaan, dat mijn toorn tegen hen ontbrande en Ik hen vernietige, maar u zal Ik tot een groot volk maken”. (verzen 9-10, vertaling Nederlands Bijbelgenootschap (NBG)

Mozes zocht vervolgens de gunst van God voor het volk Israël, waarna God besloot, Zijn dreigement niet uit te zullen voeren. (verzen 11-14) Ook Aäron wordt door Mozes wanneer die eenmaal weer is teruggekeerd, door hem onder handen genomen:

“Toen zeide Mozes tot Aäron: Wat heeft dit volk u gedaan dat gij zulk een zware schuld daarover gebracht hebt? Maar Aäron zeide: De toorn van mijn heer ontbrande niet; gij weet zelf, dat dit volk in het boze ligt. Zij zeiden tot mij: Maak ons goden, die vóór ons uitgaan, want deze Mozes, die man, die ons uit het land Egypte heeft gevoerd – wij weten niet wat er van hem geworden is. Toen zeide ik tot hen: Wie heeft goud? Rukt het af! Zij gaven het mij en ik wierp het in het vuur, en dit kalf kwam eruit.” (verzen 21-24, (NBG)

“Hij zeide tot mij: Mensenkind, Ik zend u tot de Israëlieten, de opstandige volken die tegen mij in opstand gekomen zijn; zij en hun vaderen zijn van mij afgevallen tot op deze eigen dag; zelfs de kinderen zijn stug van aangezicht en verstokt van hart. Ik zend u tot hen, en gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de Here HERE: : En zij, of zij het horen dan wel het nalaten- want zij zijn een weerspannig geslacht– zullen weten dat er in hun midden een profeet is geweest”. (God tot de profeet, Ezechiël (Ezechiël 2:3-5)

En dit zijn nu de “christelijke geschriften” waarin de Joden als een “hardnekkig, ongelovig volk” werden afgeschilderd: de Bijbel! En dat niet alleen; Aäron zelf zei dat zijn broer, Mozes maar ál te goed wist “dat dit volk in het boze ligt”! Over Joden als “satanskinderen” en “godsmoordenaars” kunnen we kort zijn: Johannes 8:44 en 2 Tessalonicenzen 2:14-15. Want ook het Nieuwe Testament behoort tot die “christelijke geschriften”! Kennelijk is er tijdens het kerkelijk tijdperk niet veel veranderd! En … dhr Bol beschikt zelf toch ook over een Bijbel, diezélfde “christelijke geschriften” waarin de Joden zo negatief worden afgeschilderd?

 

Vervangingsdenken & Anti-Judaïsme (“Anti-Semitisme”) Onlosmakelijk met Elkaar Verbonden. 

 

Het vervangingsdenken en het anti-Judaïsme kunnen niet los van elkaar worden gezien; misschien wel theoretisch,

“…. maar wanneer we ons verdiepen in 1800 jaar Christendom is er maar een conclusie mogelijk: beide (anti-Judaïsme, anti- Joodse denkbeelden en vervangingsdenken) gingen van begin af aan hand in hand. Rond het jaar 100 zien we het vervangingsdenken al samengaan met negatieve denkbeelden over Joden en Jodendom. Vaak was er daarbij sprake van karitaturen; we zullen daar een paar voorbeelden van zien vanmorgen. Anti-Joodse denkbeelden hebben lang een beslissend stempel gedrukt op het Christendom. Een spannende en belangrijke vraag is of een vernieuwing van onze theologische christelijke traditie eigenlijk wel mogelijk is. Ik denk dan aan de vernieuwing van ons lezen en verstaan van de Schrift die wat mij betreft, aan twee cruciaal-belangrijke voorwaarden moet voldoen nl. 1: ze moet vrij zijn van iedere vorm van vervangingsdenken, en 2: tegelijk toch vasthouden aan de kernwaarheden van ons christelijk geloof”. 

Uit het bovenstaande is het onmiskenbaar duidelijk, dat het hier om de vervangingstheologie gaat, de doctrine die leert dat de christelijke kerk de plaats van het oude Israël ingenomen heeft. Tevens vertelt Mr. Bol dat gedurende de 1800 jaar van het Christendom “anti-Judaïsme, anti-Joodse denkbeelden en vervangingsdenken” vanaf het begin met elkaar vergezeld waren gegaan. Met andere woorden: het Christendom was al die tijd gepaard gegaan met “anti-Semitisme”. Vandaar dat men in christenzionistische kringen ook wel spreekt van een “christelijk anti-Semitisme”. En nu, zo betoogt Bol, is er nu een “vernieuwing van ons lezen en verstaan van de Schrift” nodig. En hoe moet deze ‘vernieuwing” er dan uitzien? Die, “moet vrij zijn van iedere vorm van vervangingsdenken” en “tegelijk toch vasthouden aan de kernwaarden van ons christelijk geloof”. 

 

De Apostel Paulus versus Hen “die U in Verwarring Brengen en het Evangelie van Christus Willen Verdraaien”. 

 

Wat bedoelt dhr. Bol hier nu mee te zeggen? Hij maakt duidelijk dat hoewel we aan de “kernwaarden van ons christelijk geloof” vast moeten houden, het Evangelie van Christus hier en daar tóch eningszins zal moeten worden gewijzigd. Dus: de kernwaarden van ons christelijk geloof (de goddelijkheid van Jezus, de Onbevlekte Ontvangenis van Jezus door Maria (nl. dat Jezus geboren werd uit een maagd), de goddelijke Drie-eenheid etc., zijn die “kernwaarden” die moeten worden gehandhaafd. Maar wat nu het zgn. “vervangingsdenken” betreft (de leer dat als zou de kerk de plaats van Israël en het Joodse volk ingenomen zou hebben, zal uit het Evangelie van Christus (zoals geleerd door de voorstanders van dit denken), moeten worden verwijderd. Of om het eens anders te zeggen: het Evangelie van Christus dient een “Joods tintje, kleurtje” te krijgen! Nu is datgene wat dhr. Bol hier voorstelt, beslist niet nieuw; de apostel, Paulus, waarschuwde al in zijn tijd tegen pogingen het christelijk evangelie te “Judaïseren” ofwel te verjoodsen. Lees maar mee:

“Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt van Hem Die u in de genade van Christus geroepen heeft, naar een ander evangelie, terwijl er geen ander is; al zijn er ook sommigen die u in verwarring brengen en het Evangelie van Christus willen verdraaien”. (Galaten 1:6-7)

Paulus verwijt het de Galatische gelovigen nergens in zijn zendbrief dat zij de goddelijkheid van Jezus zouden ontkennen, of dat zij ontkend zouden hebben dat Jezus via de maagd, Maria, ter wereld was gekomen. Hij verwijt het hen ook niet dat zij de goddelijke Drie-eenheid ontkend hadden. Waarom niet? Eenvoudigweg omdat zij dit niet deden en zich als zodanig “aan de kernwaarden van ons christelijk geloof” hielden. Maar wat de apostel hen echter wél verwijt, is dat zij zich lieten Judaïseren (verjoodsen) door zich door valse Joodse leraren aan te laten praten dat het nodig was dat zij lichamelijk besneden moesten worden naar de Joodse wet. Nu vinden we dit laatste natuurlijk niet terug in het betoog van dhr. Bol; zowel in zijn gemeente waar hij predikt als alle overige kerken in Nederland (of waar ook elders  ter wereld) worden we nergens gemaand om nadat we Jezus hebben leren kennen, het ook nodig zou zijn om ons naar de Joodse wet ook nog lichamelijk te laten besnijden. Maar waar het om gaat, is dat we zowel bij dhr. Bol als de valse leraren waar Paulus de Galatische Christenen in zijn tijd voor waarschuwde, eenzelfde trend waarnemen: het verdraaien van het christelijk Evangelie door dit een Joodse tint te geven! En hoewel dhr. Bol het zo wel niet beslist niet zal bedoelen, zou dit op de langere termijn dat deze pogingen ertoe zouden kunnen leiden, dat vele kerken (zo niet álle kerken), geleidelijk aan onder de Joodse religie terecht zouden kunnen komen. We zouden hier bijvoorbeeld kunnen denken aan de zgn. Noachieten, bekeerlingen uit de niet-Joden tot het Joodse geloof; zij houden zich aan de vijf belangrijkste precepten van de Noachitische religie waarvan het eerste lid luidt dat het verboden is, afgoderij te plegen. Nu klinkt dit niet als iets wat verkeerd zou zijn en als we nu niet beter zouden weten, zouden we denken dat ook de Noachieten zich aan “de kernwaarden van ons christelijk geloof” zouden houden. Maar wat voor zowel henzélf als de buitenstaanders verhuld is gebleven, is dat Jezus binnen het Judaïsme als een “afgod” wordt beschouwd. En de straf die op het vereren van Jezus als God en Messias staat, is de doodstraf. En nee, deze Noachitische wetten zijn nu niet verplicht noch worden anderen ertoe gemaand die na te leven. Maar in de (nabije of verre) toekomst zal dit echter wél het geval zijn! En dhr. Bol zou weleens een van degenen kunnen zijn, die hiertoe onbewust de aanzet toe zouden kunnen geven! Wat zegt Paulus nu vérder over leraren die de Christenen trachten te verjoodsen? Hij geeft er hier de volgende beschrijving van:

“Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan dat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Zoals wij al eerder gezegd hebben, zo zeg ik nu ook weer: Als iemand u een evangelie verkondigt anders dan wat u ontvangen hebt, die zij vervloekt”. (Galaten 1:8-9)

Dit zijn nu niet bepaald vleiende woorden die de apostel over de verjoodsende leraren van zijn tijd schreef! Wát Paulus zijn medebroeders en zusters in de Heer nu duidelijk trachtte te maken, is dat als zij gehoor zouden geven aan deze valse Joodse leraren, zij daarmee het eeuwige leven wat zij door hun geloof in Christus Jezus ontvangen hadden, hiermee op het spel zouden zetten! Hier had Paulus het volgende over te zeggen:

“Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten. Zie, ik, Paulus, zeg u dat.als u zich laat besnijden, Christus u vann geen nut zal zijn. En nogmaals betuig ik aan iedere mens die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de hele wet te onderhouden. U bent van Christus losgeraakt, u die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; en daarmee bent u uit de genade gevallen. Want wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de gerechtigheid waar wij op hopen. In Christus Jezus heeft namelijk niet het besneden zijn enige kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar het geloof dat door de liefde werkzaam is. U liep zo goed; wie heeft u verhinderd de waarheid te blijven gehoorzamen? Deze overtreding is niet afkomstig van Hem Die u roept. Een beetje zuurdeeg doorzuurt het hele deeg. Ik vertrouw van u in de Heere dat u niet anders gezind zult zijn; maar hij die u in verwarring brengt, zal het oordeel dragen, wie hij ook is. Maar ik, broeders, als ik nog de besnijdenis verkondig, waarom wordt ik dan nog vervolgd? Dan is immers het struikelblok van het kruis tenietgedaan. Liete zij die u opruien, zich maar afsnijden!”. (Galaten 5:1-12)

Paulus waarschuwde zijn Galatische medebroeders in Christus voor de listen van deze Joodse leraren. Het waren nu de apostelen, Petrus en Barnabas, die in de val van deze Joodse leraren waren gelopen of dit dreigden te doen; Paulus kreeg dit in de gaten en berispte Petrus hier dan ook voor:

“Maar toen Petrus naar Antiochië gekomen was, ging ik openlijk tegen hem in, omdat hij te veroordelen was. Want voordat er enkelen uit de kring van Jakobus gekomen waren, at hij samen met de heidenen; maar toen zij kwamen, trok hij zich terug en zonderde zich af uit vrees voor hen die van de besnijdenis waren. En ook de andere Joden huichelden met hem mee, zodat zelfs Barnabas zich door hun huichelarij liet meeslepen. Maar toen ik zag dat zij niet juist wandelden, overeenkomstig de waarheid van het Evangelie, zei ik tegen Petrus in het bijzijn van allen: Als u die een Jood bent, naar heidens gebruik leeft en niet naar Joods gebruik, waarom dwingt u dan de heidenen op de Joodse manier te leven?” (Galaten 2:11-14)

Vóórdat degenen die uit de kring van Jakobus verschenen waren, ging Petrus samen met de heidenen (niet-Joden) om; hij at met hen, hij ging gewoon met hen om. Toen die echter gearriveerd waren, werd Petrus bevreesd en besloot zich toen aan de Joodse wet te houden door zich bij hen aan te sluiten. En als zodanig leerde hij de heidense Christenen (met wie hij daarvoor nog vriendschappelijk als medebroeders in Christus omging) de Joodse wet te onderhouden doordat hij zichzelf van hen afgescheiden had. Ofwel: Petrus trachtte de heidense Christenen op deze wijze te verjoodsen! Paulus zag dit gevaar en wees Petrus daarom openlijk terecht om vérdere verjoodsing te voorkomen! Zou Petrus en degenen die hij met zich meenam zoals o.a. Barnabas, ongehinderd hun gang gegaan zijn, dan zou men er in de Galatische gemeent in die tijd al hebben gehad, wat we hier nu hier en daar al in bepaalde kerken zien: de verdeling vande kerk in de vorm van “Messias-belijdende Joden” en de “Christenen uit de volken” (niet-Joodse Christenen.) Maar de Bijbel leert een dergelijke verdeeldheid echter niet, want,

“Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. Want u allen die in Christus gedoopt bent, hebt zich met Christus bekleed. Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; want allen bent u één in Christus”. (Galaten 3:26-28)

En zoals dit in de gemeente te Galatië het geval was, was dit eveneens zo in alle ándere gemeenten waar Paulus zijn zendbrieven aan schreef!

 

Crysostomos, de Kerkvader. 

 

Dan keren we nu terug naar de prediking van dhr.Bol. We zullen hier niet álles van bespreken, maar slechts die onderwerpen die met o.a. de Bijbel en de kerkvaders te maken hebben. Jeroen Bol vertelt dat het feit dat de Joden “buiten de actieradius” van de kerk zijn gebleven terug te voeren valt op de “kerkvaders uit de eerste eeuwen van het Christendom”. Die leefden in het ná-apostolisch tijdperk. dhr. Bol heeft het dan over één van die kerkvaders, Chrysostomos, geheten. En dhr Bol vertelde het volgende (op 11:10 van de video) over hem:

“Het meest onverbloemd horen we het uit de mond van Crysostomos (en laten Luther vanmorgen met rust uit respect” (voor) “vijfhonderd jaar Reformatie.) Chrysostomos zegt ergens in eh, die zegt dus: “God haat hen (de Joden) en heeft ze inderdaad altíjd gehaat. Maar sinds ze Jezus hebben vermoord, geeft God hen geen tijd meer voor bekering. Wanneer het duidelijk is dat God hen haat, is het de plicht van Christenen om hen ook te haten”.  (Dat is nogal wat hè? Het is ongelooflijk!) De Bisschop van Antiochië sprak deze intussen beruchte woorden in en van zijn Paaspreken in het jaar 387 in Antiochië. Voor zover we kunnen nagaan, werd door niemand in die tijd bezwaar gemaakt tegen deze uitspraken van de Bisschop. Ook later niet. En de Orthodoxe Kerk eert Chrysostomos als een heilige. Daar Chrysostomos met deze uitspraken niet iets heel ongewoons zei (let op), dat Chrysostomos met deze uitspraken niet iets heel ongewoons zei, werd mij duidelijk toen ik het volgende las in een recent verschenen boek van Jules Isaac”. 

We zullen hier even pauzeren om het een en ander duidelijk te maken en recht te zetten. En dit doen we door de uitlatingen van Chrysostomos eens te analyseren.

 

Een Stuk Verborgen Geschiedenis & Analyse van de Uitlatingen van Chrysostomos. 

 

We zullen allereerst op moeten merken dat dhr. Bol, evenals vele andere Joodse mensen, totaal onbekend zijn met de wáre geschiedenis van het Joodse volk door de eeuwen heen. Het is dan ook ergens wel te begrijpen, dat zij hier en daar (onbewust én te goeder trouw) tot verkeerde conclusies gekomen zijn. De enige geschiedenis waar zij van op de hoogte zijn, is die, die we vinden in de vele gangbare geschiedenisboeken en naslagwerken waarover we de beschikking hebben. En die luidt dat de Joden door de eeuwen heen, onschuldig vervolgd zouden zijn door een “anti-Semitische overheid” en vnl. door een “christelijk-anti-Semitische Kerk”. De zgn. “beperkende maatregelen” die de Joden in de verschillende Europese landen werden opgelegd in o.a. de Middeleeuwen en daarna, werden hen opgelegd vanwege wat de Talmud over Christus Jezus, het Christendom in het bijzonder en de niet-Joodse wereld in het algemeen leerde. En die vele verzen in dit lijvige werk waren nu niet bepaald gunstig of vleiend te noemen! Jezus werd erin getypeerd als een misleider, een tovenaar, Die Zijn wonderen en tekenen had weten te doen nadat Hij in Egypte zou zijn geweest, waar Hij de “zwarte kunsten” geleerd zou hebben. Na te zijn teruggekeerd in Israël, had Hij getracht het Joodse volk tot afval van God te bewegen. Om die reden werd Hij door een rabbijns gerechtshof (het Sanhedrin) terecht ter dood veroordeeld. Maria, de moeder van God, werd in de Talmud getypeerd als een hoer “die het met vele timmerlieden deed”. Ook de niet-Joodse wereld komt er in de Talmud niet al te goed vanaf; vergeleken met de Joden zijn de “heidenen” slechts “dieren”. Luther was een van degenen die hier op een bepaald moment achter kwam en keerde zich na zich tot dan toe vriendelijk over de Joden uitgelaten te hebben, diametraal tégen hen. Een bekend voorbeeld van wat de Talmud leert over de relatie tussen Joden en niet-Joden (de “Gentiles” (“heidenen”), in de moderne tijd, kregen we van de in 2013 overleden Israëlische opperrabbijn, Ovadia Yosef. Die leerde dat de niet-Joden door God waren geschapen om hier uitsluitend de Joden te dienen. Zónder dit, “was er voor hen geen plaats in de wereld”. Het is echter niet vreemd dat dhr. Bol en vele andere Joodse medemensen dit evenals wij eerder, niet weten, daar dit voor iederéén goed verborgen was gebleven, todat … het internet er kwam, waar zaken zoals deze openbaar werden! Voor meer over de Talmud, zie talmudic.blogspot.nl en noahidenews.com/

Hier zullen we het bij laten en nu de uitlatingen van Chrysostomos analyseren. Allereerst de volgende woorden: “God haat hen en heeft hen altíjd gehaat”. Wát bedoelde de kervader hier nu te zeggen? Haatte God de Joden omdat zij slechts “Joden” waren? Dat is natuurlijk volkomen absurd; God had het Joodse volk eerder uitverkoren, dus wát bedoelde Chrysotomos nu te zegggen? Hiervoor gaan we naar Psalm 106. In de eerste vijf verzen prijst de Psalmist God om Zijn grote goedheid. Vanaf vers 6 lezen we er iets anders:

“Wij hebben gezondigd, evenals onze vaderen, wij hebben ons misdragen, wij hebben goddeloss gehandeld. Onze vaderen in Egypte hebben uw wonderen niet opgemerkt; zij hebben niet gedacht aan Uw talrijke blijken van goederteirenheid, maar waren ongehoorzaam bij de zee, de Schelfzee. Maar Hij verloste hen omwille van Zijn Naam, om Zijn macht bekend te maken. Hij bestrafte de Schelfzee, zodat ze droogviel; Hij deed hen door de diepe wateren gaan als door een woestijn. Hij verloste hen uit de hand van de hater, Hij bevrijdde hen uit de hand van de vijand. Water bedolf hun tegenstanders, niet één van hen bleef over. Toen geloofden zij Zijn woorden, zij zongen Zijn lof. Maar zij vergaten spoedig Zijn werken. Zij wachtten niet op Zijn raad, en werden met gulzigheid bevangen in de woestijn; zij stelden God op de proef in de wildernis. Toen gaf Hij hun wat zij begeerden, maar henzelf deed Hij uitteren. Zij werden jaloers op Mozes in het kamp, en op Aäron, de heilige van de HEERE. De aarde opende zich en verslond Dathan en bedolf de aanhang van Abiram. Een vuur brandde onder hun aanhang, een vlam verzengde de goddelozen. Zij maakten een kalf bij de Horeb en bogen zich neer voor een gegoten beeld. Zij ruilden hun Eer in voor het evenbeeld van een rund, dat gras eet. Zij vergaten God, hun Heiland, Die grote dingen had gedaan in Egypte, wonderen in het land van Cham, ontzagwekkende dingen bij de Schelfzee. Hij zei dat Hij hen zou wegvagen, als Mozes, Zijn uitverkorene, niet voor Zijn aangezicht in de bres had gestaan om Zijn grimmigheid af te wenden”. (verzen 6-23)

En zo gaat het in deze Psalm aan één stuk door; het is eigen één grote aanklacht tegen de Israëlieten, die ondanks de talloze weldaden van God, keer op keer van Hem afweken! In vers 34 lezen we bijvoorbeeld dat Israël de heidense volken (die door en door bedorven en verrot waren), niet weggevaagd hadden overeenkomstig het gebod van God, maar,

“Zij dienden hun afgoden, die hun tot een valstrik werden. Bovendien offerden zij hun zonen en dochters aan de demonen. Zij vergoten onschuldig bloed, het bloed van hun zonen en dochters. Zij offerden hen aan de afgoden van Kanaän, zodat het land door deze bloedschulden ontheiligd werd. Zij verontreinigden zichzelf door hun werken, zij bedreven hoererij door hun daden. Daarom ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Zijn volk. Hij had een afschuw van Zijn eigendom. Hij gaf hen in de hand van de heidenvolken; wie hen haatten, heersten over hen. Hun vijanden onderdrukten hen, zij werden vernederd onder hun hand”. (verzen 36-42)

Het bijbelboek, Richteren, is hier een goed voorbeeld van; steeds als de Israëlieten van God afgeweken waren en zij zich met de duistere heidenvolken en hun kinderoffers aan de Baäls en andere gruwelen hadden vermengd, liet God toe dat hun vijanden hen onderdrukten en knechtten, totdat zij weer tot inkeer kwamen en Hij hen vervolgens een Richter zond waarmee Hij hen bevrijdde. Daarna ging het dan voor zovele jaren goed, totdat zij daarna wéér de fout ingingen! En ja, God kréég na de vele malen dat Israël afgeweken was van God ook “een afschuw van Zijn eigendom”. En het zullen deze Psalm, het boek, Richteren (en andere delen van het Oude Testament) zijn geweest die Chrysostomos in gedachten had gehad toen hij zijn uitlatingen over de Joden in het jaar 387 deed! En nogmaals: dit zijn de “christelijke geschriften” waarin de Joden zo negatief worden afgeschilderd!

 

Chrysostomos: de Tweede Alinea. 

 

Dan gaan we nu naar de tweede alinea van de uitlating van Chrysostomos: “Maar sinds ze Jezus hebben vermoord, geeft God hen geen tijd meer voor bekering”. Wat het eerste deel van deze alinea aangaat (nl. dat de Joden Jezus zouden hebben vermoord) lezen we het volgende in de eerste zendbrief van Paulus aan de Thessalonicenzen: 

“Want u, broeders, bent navolgers geworden van de gemeenten van God die in Judea zijn, in Christus Jezus, omdat ook u hetzelfde geleden hebt als zij van de Joden, die zowel de Heere Jezus als hun eigen profeten hebben gedood en ons hebben vervolgd. Zij behagen God niet en zijn alle mensen vijandig gezind”. (1 Thessalonicenzen 2:14-15)

Wat Chrysostomos tijdens zijn Paaspredikingen in het jaar 387 over de Joden zei, is dus waar! Daarnaast zal deze kerkvader er ook wel op de hoogte van zijn geweest dat de Joden God niet behaagden en tevens een vijand voor de hele mensheid waren! Dhr. Bol brengt deze alinea van Chrysostomos echter niet in verband met wat Paulus in zijn eerste brief aan de Thessalonicenze schreef! Dan de volgende alinea, “… geeft God hen geen tijd meer voor bekering”. Het is echter hier dat Chrysostomos zélf de fout in gaat; in zijn zendbrief aan de Romeinse Christenen wijdt Paulus de hoofdstukken 9, 10 en 11 aan Israël. In de verzen 13-16 maakt de apostel de Christenen duidelijk dat zij door de verwerping van Israël door God, in haar plaats zijn gekomen (tja, hier hebben we nu die door christenzionisten zo verfoeide vervangingstheologie!), niet verwaand moeten worden. Paulus vergelijkt de verwerping van Israël met de symbolische “afgebroken takken”. En hij zegt er hier het volgende over:

“Als nu enige van die takken afgerukt zijn, en u, die een wilde olijfboom bent, in hun plaats bent geënt en mede deel hebt gekregen aan de wortel en de vettigheid van de olijfboom, beroem u dan niet tegenover de takken. En als u zich beroemt: U draagt de wortel niet, maar de wortel u. U zult dan zeggen: D takken zijn afgebroken, opdat ik zou worden geënt. Dat is waar. Door ongeloof zijn zij afgerukt en u staat door het geloof. Heb geen hoge dunk van uzelf, maar vrees. Want als God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, dan is het ook mogelijk dat Hij u niet spaart. Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God: strengheid over hen die gevallen zijn, over u echter goedertierenheid, als u in de goedertierenheid blijft. Anders zult ook u afgehouwen worden. En ook zij zullen, als zij niet in het ongeloof blijven, geënt worden. Want God is machtig hen opnieuw te enten. Want als u afgehouwen bent uit de olijfboom die van nature wild was, en tegen de natuur in op de tamme olijfboom geënt bent, hoeveel temeer zullen zij die natuurlijke takken zijn, geënt worden op hun eigen olijfboom”. (Romeinen 11:17-24)

Wat we hier lezen, is belangrijk: De Romeinse Christenen meenden, nu zij zelf deel uit waren gaan maken van de uitverkorenen Gods als “wilde takken, afkomstig van een “wilde olijfboom”, dat er voor het gevallen Israël nu geen redding meer moglijk was! Om die reden waren zij neer gaan kijken op de Joodse “gevallen takken”. Maar Paulus maant hen dit juist níet te doen; God zou hen evengoed niet sparen als zijzelf niet bij de goedertierenheid Gods zouden blijven. En God was in staat, deze “gevallen Joodse takken” weer opnieuw in te enten als zij niet in het ongeloof zouden blijven! Welnu: diezélfde fout die de Romeinse Christenen eerder maakten, werd later door Chrysostomos weer herhaald! Had hij de Romeinenbrief van Paulus maar beter bestudeerd, dan zou de kerkvader die fout niet hebben gemaakt! Want zelfs al hádden de Joden Christus eerder verworpen, betekende dit niet dat zij níet meer gered zouden kunnen worden! Ook voor hén (die de “natuurlijke takken” uit het Oude Testament waren), stond de deur voor redding door geloof in Jezus nog altijd open! Dhr Bol legt echter geen verband tussen de uitlatingen van de kerkvader en wat Romeinen 11:17-24 zegt. Volgens hem haatte Chrysostomos de Joden omdat ook God hen gehaat had. zónder enig verder commentaar; als ook híj Romeinen 11:17-24 had gelezen, zou ook híj de fout van Chrysostomos op bijblse wijze hebben kunnen corrigeren. Maar dit kan hij alsnog doen natuurlijk!

 

De Joden als Énige Uitverkoren Volk van God & De Vroegere Kerk: Vervolgd door Joden. 

 

Zoals te zien is, hebben we o.a Thessalonicenzen 2:14-15 geciteerd waar Paulus schrijft dat de Joden verantwoordelijk waren voor zowel de dood van Jezus als hun eigen profeten en zij de hele mensheid als hun vijand beschouwden. Nu citeren we vers 16:

“Zij verhinderen ons tot de heidenen te spreken opdat die zalig zouden worden. Zo maken zij voor altijd de maat van hun zonden vol. En de toorn is over hen gekomen tot het einde”. 

Nu, wát zegt Paulus hier nu? Eerst schrijft hij aan de Thessalonicaanse Christenen dat de Joden de evangelisatiezending van de apostel onder de niet-Joden flink tegenwerkten en die voortdurend trachtten te belemmeren! Waarom? Omdat de Joden meenden dat zij het énige uitverkoren volk van God meenden te zijn; een “niet-Joods uitverkoren volk” hoorde daar niet bij! Het tweede wat hier opvalt, is dat de vroegere kerk vervolgd werd door vnl. Joden! Het boek, Handelingen, geeft hier verschillende voorbeelden van. Het is daarom dan ook zeer ongelukkig (en oneerlijk) van dhr. Bol, om deze bijbelse onderwerpen maar over te slaan en direct naar de kerkvaders (Chrysostomos)  te gaan om er het zgn. “christelijk anti-Judaïsme” mee in stand te houden! Ook híj heeft immers een Bijbel waar -uiteraard!- dezélfde waarheden in staan! Die wordt door hem echter gebruikt om er de Kerk op haar plicht voor de naatsenliefde te wijzen (hetgeen op zichzelf natuurlijk juist is.) Daarnaast haalt dhr. Bol slechts Joodse auteurs aan om er zijn stelling van een “christelijk anti-Semitisme” mee te onderbouwen; het zijn echter de kerkvaders (w.o Chrysostomos zoals we gezien hebben), die door hem op negatieve wijze worden afgeschilderd als “Jodenhaters”! Aangezien dhr. Bol de wáre geschiedenis van het Joodse volk gedurende het kerkelijk tijdperk niet kent, moet echter worden gezegd, dat het juist deze verborgen geschiedenis is, die altijd ‘een groot geheim” is geweest … tot nu toe…

 

Israël in het Ná-Apostolisch Tijdperk: Verslechtering van de Geestelijke Situatie. 

 

Tenslotte dient hier nog het volgende aan te worden toegevoegd: Ná het apostolisch tijdperk zou de geestelijke toestand van Israël vérder verslechteren! Jezus had dit eigenlijk al voorzegd en wel door middel van een parabel, een gelijkenis. En die luidt als volgt:

“Zodra de onreine geest van de mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, en als hij die niet vindt, zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgevaren. En als hij komt, vindt hij het geveegd en op orde. Dan trekt hij heen en neemt zeven andere geesten mede, bozer dan hijzelf; en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met die mens in het einde erger dan in het begin”. (Lucas 11:24-26, NBG)

Israël werd hier vergeleken met een mens bij wie een geest uitgevaren was; tijdens Zijn bediening in Israël hield Jezus er “grote schoonmaak” door er o.a boze geesten uit te drijven. Behoudens een kleine groep Joden, een “gelovig overblijfsel”, had de meerderheid Jezus echter afgewezen, verworpen en tenslotte gedood. Het “huis” was intussen “geveegd en op orde”. Doordat Jezus, het “Licht der wereld” er nu niet meer op aarde was, verslechterde de geestelijke toestand van Israël later aanzienlijk; na de verdrijving der Joden uit Israël door de Romeinse keizer, Hadrianus, keerde de meerderheid van de Joodse bevolking vanuit Israël terug naar het oude Babylon, waar de meerderheid sinds het decreet van “Kores, de koning van Perzië”, (2 Kronieken 36:22-23 en Ezra 1:1-4) achtergebleven was. Daar stichtten zij Talmudische scholen en universiteiten.

 

Van Israëlieten tot Khazariërs; het Dieptepunt. 

 

Later trok een deel ook daar weg en via omwegen daalden zij af naar wat nu Zuid-Rusland is en kwamen zij dan in contact met een krijgszuchtig volk, de Khazariërs genaamd. Na overleg gepleegd te hebben met drie vertegenwoordigers van de drie grote religies, het Christendom, de Islam en het Judaïsme, besloot de koning der Khazariërs, Bulan geheten, over te gaan tot de laatste geloofsovertuiging. Uiterlijk scheen hij zich aan het Oude Testament te houden; in werkelijkheid hield Bulan zich evenals zijn koninklijk hof heimelijk aan de Talmud. Aanvankelijk bekeerden zich slechts de koning zelf en de adel. Diens opvolger, Obadjah, genaamd, zette meer vaart achter de bekeringsijver en na enige tijd waren zowat al de Khazarianen bekeerd en dus “Joden” geworden. En zo verslechterde de situatie van Israël/Khazaria nog meer; de natie was regelmatig verwikkeld in oorlogen met de naburige staten en nadat zij een zware nederlaag hadden geleden, werden de Khazariërs uit hun gebied verdreven en kwamen geleidelijk via Polen en Oost-Europa, West-Europa binnen waar zij zich vestigden. En het was daar dat Maarten Luther (die er niet van op de hoogte was dat hij er met de Joden eigenlijk met bekeerde Khazariërs van doen had!), op een bepaald moment ontdekte wat de Talmud zoal leert over Christus, het Christendom en de niet-Joodse wereld. Van die tijd af waarschuwde de Reformator de christelijke overheden en de Kerk voor wat de Talmud over hen te zeggen had. Het was om die reden dat de Joden er beperkende maatregelen werden opgelegd, gedwongen werden zich tot het Christendom te bekeren (waarbij zij veinsden zich aan de christelijke religie te houden maar achter gesloten deuren hun Talmudische overtuiging handhaafden), tenslotte weer uit verschillende West-Europese landen verdreven werden.

 

Bevrijding van de Talmudische Tradities. 

 

Later zou de “bevrijding” komen in deze, dat vele Joden zouden besluiten met de Talmudische tradities te breken; tot dan toe hadden de rabbijnen er een absoluut en dictatoriaal gezag over hun Joodse onderdanen uitgeoefend. En de christelijke overheden die hierbij wélvoeren (ja, ook de christelijke heersers hadden evenals de Kerk niet altíjd even schone handen!), eisten dat bij elke overteding door een Jood van de Talmudische voorschriften waarbij hij zwaar door de rabbijn werd gestraft, een deel van de geldboet zou worden overgemaakt naar de overheid en/of de Kerk.Vele Joden kregen hier uiteindelijk schoon genoeg van en braken zoals gezegd met de Talmudische tradities. Dit gebeurde vnl. in tijden waarin de overheid zwak was, waardoor die de Joden en dus ook de rabbijnen niet meer kon beschermen. Als gevolg taande ook de invloed en macht van de rabbijnen over hun Joodse onderdanen en besloten zij de Talmud vaarwel te zeggen. En al spoedig zouden hun kinderen ná hen en op hun beurt weer die kinderen ná hen, vergeten dat er ooit iets als een Talmudische traditie was geweest…

 

De Toekomst: op Weg naar naar een Joods-Talmudische Wereldorde. 

 

Hoewel talloze Joden besloten hadden de Talmud vaarwel te zeggen, was er toch een bepaalde groep die dit niet zou doen. In het Tsaristische Rusland van de 17e en 18e eeuw braken regelmatig pogroms tegen de Joden uit nadat delen van de Russiche bevolking ontdekt hadden wat de Talmud over hen leerde. De Russische overheid die deze pogroms vaak wilde voorkomen en tegelijkertijd de eigen bevolking tegen de Joodse kuiperijen en machinaties trachtte te beschermen, vaardigde restricties tegen de Joden uit die hen in hun vrijheidsbeweging beperkten; zij mochten ook niet aan alle beroepen en ambachten deelnemen. Verder werden zij gedwongen om in een reusachtig ghetto te verblijven, de “Peale of Settlements” (om het maar eens in het Engels uit te drukken.) Vele van deze Joden namen dan de vlucht naar vnl. de Verenigde Staten en Groot-Brittanië. Daar wisten zij zich na enige tijd op te werken om er hoge strategische posities te bereiken. En zo kon het geschieden dat zij er geleidelijk aan de “verborgen macht achter de schermen” werden en zo een “staat bínnen de staat” vormden. Het zou vandaar zijn dat zij er zowel het binnenlandse als het buitenlandse beleid van deze landen zouden gaan bepalen. Vanuit deze landen zouden deze intussen machtig en invloedrijk geworden Talmudische Joden ervoor zorgen dat Duitsland tweemaal de nederlaag zou lijden tijdens de twee wereldoorlogen; Groot-Brittanië zou gedienstig zijn om de Joden uiteindelijk via de “Balfour-Declaration” een Joods thuisland in Palestina te geven.

 

En op 14 mei 1948 (afgelopen maandag 14 mei 2018 precies zeventig jaar geleden), werd er door David Ben-Gurion in Israël de Israëlische Onafhankelijkheidsverklaring uitgeroepen. Na de door Joodse terroristen gepleegde Palestijnse genocide (waabij een deel van de Palestijnen gruwelijk werden vermoord en de overlevenden in slordige VN-vluchtelingenkampen terecht kwamen), hadden de Joden nu een eigen staat. En na drie oorlogen met de omringende Arabische landen uitgevochten te hebben (de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog, de Zesdaagse Oorlog en de Yom Kippur-oorlog), was Israël heer en meester in het land. Later zou er achter de schermen het zgn. Oded Yinon-plan voor een Groot-Israël in het Midden-Oosten worden opgezet, wat nu geleidelijk aan stukje bij beetje wordt uitgewerkt: de destabilisatie van de landen in en rond het Midden-Oosten zoals Afghanistan, Iraq, Libië, Syrië (en later mogelijk ook Iran.) Hierbij toonden de Verenigde Staten en Groot-Brittannië zich de gedienstige “proxy” voor Israël die er haar oorlogen voor voerden tegen Afghanistan en Iraq, om de regio er gereed te maken voor een Israëlische hegemonie. En David Ben-Gurion zag het zich in 1961 al helemaal voor zich; in het tijdschrift, “Look Magazine” (januari 1961) maakte hij duidelijk dat er eens in Jeruzalem een Hooggerechtshof der Mensheid zal worden opgericht, waar de onderlinge geschillen tussen leden van een wereldfederatie van landen zullen worden beslecht. Tevens zou er een “wáre Verenigde Naties” worden opgericht en Jeruzalem als hoofdstad der wereld en Israël zelf als “hoofdstaat der wereld”: het begin van de vorming van een Joods-Talmudische Wereldorde. 

 

Een Joodse Wereldleider: de Antichrist. 

 

En eens zal dan de figuur verschijnen die we in Openbaring 13 beschreven zien: de antichrist, een Talmudisch-Joodse wereldleider van formaat die na een tijd van vrede en voorspoed voor de mensheid gebracht te hebben, dan zijn masker af zal werpen en zo zijn wáre gezicht zal laten zien. Hij zal de wereld vanuit Jeruzalem met harde en ijzeren hand regreren en uiteindelijk eisen dat hij als “God” zal worden vereerd door van iedereen te eisen dat zij zijn satanische merkteken zullen accepteren; eenieder die weigert, zal ter dood worden gebracht! In  die tijd zullen de niet-Joodse volken intussen onderworpen zijn aan de Noachitische Wetten, waaronder het verboden zal zijn, om o.a. afgoderij te plegen. Volgens de Talmud was Jezus een misleider en bedrieger Die Zijn gaven om mensen in Israël te genezen gebruikte om het volk tot afval van God te brengen en wordt Hij dus beschouwd als een “afgod”. Die Christenen die Jezus dan nog steeds als hun Verlosser en Redder beschouwen en als zodanig aanbidden en vereren, zal het erop uitlopen dat die een keuze moeten zullen maken: óf zij kiezen voor de wereldleider als “God” en verloochenen zij zo Christus Jezus, óf zij kiezen voor Jezus en zullen dan door middel van onthoofding ter dood worden gebracht.

 

De Christenzionisten: een Ruw Ontwaken. 

 

Er zal echter één groep zijn die hierbij een ruw ontwaken zal beleven; het zijn zíj, die toen we nog in betrekkelijke vrijheid leefden, het absoluut nodig vonden, Israël met alle middelen te steunen en te helpen, daar zij meenden dat dit een “goddelijke opdracht” was: de christenzionisten! Het zullen zij (of hun nakomelingen) zijn, die uiteindelijk met de harde waarheid zullen worden geconfronteerd: Al die jaren hadden zij via op een onbijbels fundament gebaseerde pro-Israëlische doctrine Israël gesteund en aldus “gezegend” in de zekere verwachting dat ook zíj een “gezegend” zouden worden. Het is dán dat zij uiteindelijk gewaar zullen worden, dat zij al die jaren bezig waren geweest, hún steentje bijgedragen te hebben aan de Joodse Nieuwe Wereldorde en hiermee de grootste vijand van het Christendom, het Talmudische Jodendom, geholpen hebben! En dit zal dan de “zegen” zijn die zij zullen ontvangen: zij zullen dan in de grootste schande terecht komen; het is één ding om te lijden wanneer men de waarheid over Israël openbaart, het is echter iets heel ánders als men lijden moet door eigen dwaasheid, bijbelse ongeletterdheid en onkunde, door Israël langs alle kanten te steunen, alle kritiek op Israël af te doen als “anti-Semitisme” waarna zij verder niets meer in te brengen hebben! Het is daarom zeer noodzakelijk en zeer dringend dat zij eens goede bijbelse voorlichting zullen krijgen, waarbij zij eens zullen moeten erkennen dat de door hen zo verfoeide “vervangingsleer” een bijbels feit is! Het zgn. “nieuwe Israël” (de Kerk) is uit het “Oude Israël” (het Oud-Testamentische Israël) voortgekomen en aan dit “nieuwe Israël” heeft God het Koninkrijk Gods wat Hij eerder van het “oude Israël” had afgenomen (Mattheüs 21:41) gegeven aan de Kerk. En daar heeft Jeroen Bol nu de meest grootste moeite mee om dit te erkennen. een van de redenen is dat hij (en andere christenzionisten) het verschil tussen de twee verbonden niet ziet; het eerste, Oude Verbond (oude Testament) en het Nieuwe Verbond (Nieuwe Testament wat eigenlijk begonnen is met de dood van Jezus aan het kruis en niet tijdens Zijn geboorte!) De bediening van Jezus in Israël had plaats onder het Oude Verbond. Het Nieuwe Verbond wat het oude nu vervangen heeft (Hebreeën 8:7-13) begon vanaf Jezus’ sterven en beslaat vervolgens de periode in Handelingen, de zendbrieven van de verschillende apostelen aan de gelovigen en duurt tot in onze tijd voort. Dit samengevat, is het kerkelijk tijdperk. Het is daarom zeer te hopen dat zij de Bijbel eens op de juiste wijze zullen gaan lezen waarbij zij ook eens de moed op zullen moeten brengen, de wáre geschiedenis van het Joodse volk door de eeuwen heen eens te ontdekken en te accepteren. Weigeren zij echter en doen zij dit niet, dan bereiden zij voor zichzelf (én voor anderen die door hen beïnvloed zijn), een grote ramp (en dan nog afgezien van het feit wat zij eens te horen zullen krijgen van Jezus als zij na hun heengaan eens voor Zijn troon zullen staan!)

 

Ton Nuiten – Zaterdag 19 Mei 2018.

 

 

 

 

 

Dirk van Genderen: de “Leugens van de Palestijnen” vs de “Joodse Fabels” (ofwel de Joodse Leugens.)

Volgens Machmoud Abbas, zijn de Palestijnen de verre nakomelingen van de oude Kanaänieten, die Kanaän (zoals het huidige Israël in de verre oudheid ooit eens bekend was), zo beweerde Dirk van Genderen. Maar, zo gaat hij verder, dat is niet waar; in plaats van dat zij zich als Palestijnen een “apart volk” beschouwen, zijn het Arabieren die zich meer dan vijftig jaar geleden, “… opeens Palestijnen gingen noemen”. Abbas vertelde volgens Van Genderen verder dat er “Zeventig jaar zijn verstreken sinds de Palestijnse Nakba” waarmee hij naar de Israëlische Onafhankelijksoorlog verwees, waarna het land vrijwel meteen daarna door “de gezamelijke Arabische legers” aangevallen werd. https://www.dirkvangenderen.nl/2018/02/22/leugens-van-de-palestijnen/ En dan lezen we er de nu bekende maar ondertussen ontmaskerde Joodse fabel:

“De Arabische landen riepen de Arabieren in Israël op het land te verlaten. Zodra zij de overwinning over Israël zouden hebben behaald, zouden ze weer terug kunnen keren. Maar ze verloren de strijd, zodat het vluchtelingenprobleem dat ze zelf hadden gecreëerd, tot op de dag van vandaag voortduurt”. 

Dat, wat Van Genderen hier zegt, is uiteraard een van die vele Joodse leugens, om er het wáre slachtoffer, de Palestijnse Arabieren, nog eens een flinke trap ná te geven! De waarheid is natuurlijk dat de verdrijving van de Palestijnse Arabieren gepaard ging met een van tevoren berekenende bloedige genocide! Joodse terroristen o.l.v. David Ben-Gurion, hadden vanaf april 1947 en daarna 700.000 Palestijnse Arabieren weten te verdrijven waarbij een deel op wrede wijze afgeslacht werd en een ander deel (de overlevenden) later in armzalige VN-vluchtelingenkampen terecht kwamen. En nu komt Van Genderen met een wrede leugen door in zijn ignorance te verkondigen dat de Rabische Palestijnen dit vluchtelingenprobleem zélf zouden hebben gecreëerd! En wat is er volgens Van Genderen daarná gebeurd? Lees maar mee:

“En het bizarre is gebeurd dat alle kinderen die vervolgens bij deze zogenaamde vluchtelingen zijn geboren, ook weer worden meegeteld als vluchtelingen. Het is een intern Arabisch probleem waar de wereld voor opdraait. Het is immers de VN-organisatie UNWRA die aarlijks honderden miljoenen van donorlanden, waaronder Nederland, nodig heeft om zorg te dragen voor deze vluchtelingen”. 

 Wel, het spijt ons zeer, Mr van Genderen, maar dit “intern Arabisch probleem” is juist veroorzaakt door Joodse terroristen en schemerige gangsters waarvan Ben-Gurion er een van was! En daaro  is het een “intern Israëlisch probleem” waar donorlanden zoals Nederland onder andere, niet de enigen zijn die voor dit “Joodse probleem” opdraaien; de Verenigde Staten geven jaarlijks miljoenen aan dollars aan de Israëlische regering dat het echter niet gebruikt om er het door hen gecreërde vluchtelingenprobleem mee op te lossen, maar veeleer om er de eigen krijgs- en luchtmacht mee te versterken! O ja, en vergeet ook de Amerikaanse steun in natura niet (de nieuwste oorlogstechnologie, bewapening etc.) niet! En het is dit interne Joodse probleem (in stand gehouden door Nederland, Amerika en andere landen), en wat “tot de dag van vandaag voortduurt”. 

32786585_2219398251409567_5454319144038039552_n

Machmoud Abbas: Palestina, Eigen Steden, Thuisland, Ontwikkeling van Samenleving. 

 

Dan haalt Van Genderen Machmoud Abbas weer aan:

“Het Palestijnse volk bouwde zijn eigen steden en thuisland en droeg bij aan de mensheid en de ontwikkeling van de samenleving, waarbij hij wees op instituten, scholen, ziekenhuizen, culturele organisaties, theaters, dagbladen, economische organisaties, bedrijven en banken’, stelde Abbas in de VN”. 

Jazéker, vele jaren hebben we tot treurens toe een tweede Joodse fabel aan moeten horen: “Palestina was een land zónder volk voor een volk zónder land”. En hiermee werd zeer langdurig volgehouden, dat Palestina nadat de Joodse kolonisten er waren gearriveerd, een leeg, onbewerkt en verlaten land zou zijn. Doch ziet, en verbaast u met ene grote verbazing: zowaar uit het eeuwige niets wisten de ze Joodse kolonisten een bloeiende en vruchtbare oase in een stuk verdord en woest stuk woestijn te creëeren! En dit werd (en wordt nog altijd) als een groot wonder Gods beschouwd! En iedereen die weleens een klein moestuintje heeft weten aan te leggen, zónder ene eurocent op zak (laat staan wat zaad), wéét dat ook dít een zeer groot wonder Gods is! Hoeveel temeer de bloeiende osae die de Joodse kolonisten er wisten te scheppen! Maar wat Abbas vertelde, was waar: al eeuwenlang hadden de Palestijnen er in Palestina een eigen, levendige en goed gedijende gemeenschap. Die werd echter totaal vernietigd waarbij alle Palestijnse steden verwoest werden. https://www.youtube.com/watch?v=sT22bwJ55Sw (“ps Lost Cities of Palestine”) Hier is de claim dat als zou Abbas slechts “Palestijnse leugens” vertellen, als een Joodse leugen weerlegd! Dan gaat Van Genderen verder:

“Ik begrijp het niet dat bijna de hele wereld de leugens van de Palestijnen gelooft. Ze hebben hun eigen geschiedenis vervalst door de Joodse en Israëlische geschiedenis van het land te stelen en te wissen”. 

Wel wel, Mr. van Genderen begrijpt er helemal níets meer van; hoe kan het grootste deel van de wereld nu toch zo dom zijn, in  al die “leugens van de Palestijnen” te geloven. Begrijpt ú het nog? En met hangende schouders en ten hemel opgeheven handen schudden Van Genderen en andere christenzionisten vertwijfeld hun hoofd; dat de wereld toch niet béter weet! Maar maak je niet ongerust, wíj berijpen het echter maar ál te goed: Israël heeft juist de Palestijnse geschiedenis verwoest en er vervolgens een bommentapijt aan Joodse verzinsels overheen geworpen en geplaveid! http://www.palestinaremembered.com/Articles/General/Story2670.html

“Het is ook veelzeggend” (zo gaat Van Genderen dan verder) “dat er nooit Palestijnse archeologische vondsten zijn gedaan in Israël. Wat wel wordt gevonden, soms overvloedig, zijn vondsten die een hechte band laten zien tussen het Joodse volk en het land Israël”. 

Wel, dat zou misschien kunnen. Aangezien de overgrote meerderheid van de huidige Joden (98%) eigenlijk verre nakomelingen van de oude Khazariërs zijn, die zélf nooit maar ook nóóit eerder ook maar één teen (laat staan, een voet) in Palestina hebben gezet en daarom eigenlijk niet-Joden zijn, maakt het niet uit of er nu wél of géén vondsten die op een hechte band tussen het Joodse volk duiden, zijn gedaan; de Khazariërs waarvan de huidige nakomelingen zich poseren als authenieke Joden, hadden nl een totaal andere cultuur dan de oude Hebreeërs! Daarom moeten die vondsten volkomen los van de huidige Khazariërs worden gezien. Dus die vlieger gaat niet op!

 

Wederom Enkele Joodse Leugens Ontmaskerd voor Wat ze Zijn: “Joodse Fabels”. 

 

En zo hebben we hier weer enkele Joodse Leugens als Joodse Fabels ontmaskerd. En wel door naar pro-Palestijnse bronnen te verwijzen, waarvan Dirk van Genderen beweert dat die “Palestijnse leugens” zouden verkondigen! En wat ook “veelzeggend” is (nee, we hebben het niet over de “Palestijnse vondsten” die er nooit gevonden zouden zijn), is dat Dirk van Genderen niet toelaat dat er in de reacties op zijn artikelen naar andere websites verwezen zal worden. Wel, met de pro-Palestijnse bronnen in gedachten, weten en begrijpen wij wel, waaróm hij dit niet toestaat! Je zou immer toch verwachten dat hij dit wél zou doen, al was het aleen maar om zijn bronnen met die van de Palestijnen te kunnen vergelijken door die beide kritisch te beoordelen. En het zal duidelijk zijn dat we hierbij dan ook na moeten denken, ons kritisch verstand te gebruiken. Doch neen, voorwaar, slechts “Dirks Visie” is hier van belang en geldend. Dus: gezond verstand op nul en eenvoudigweg maar geloven, wat Van Genderen er allemaal aan Joodse fabels (dewelke als zoete zionistische gebakken broodjes over de toonbank vliegen) over zegt! En dit blijkt uit al de reacties van de christenzionistische reageerders, behalve de mijne! 

 

Ton Nuiten – Dinsdag 15 Mei 2018.

 

Donald Trump, Benjamin Netanyahu & Iran; Madeleine Albright: “The Price Was Worth It”; Madeleine Albright a.k.a. Magda Korbel; Josef Korbel & Karl Nebrich; George Patton & de Joden.

En ja, eindelijk heeft hij zijn zin; Netanyahu is erin geslaagd Trump ervan te overtuigen dat Amerika zich terug moet trekken uit de Iran-deal die in het verleden tussen Barack Obama, Vladimir Putin en enkele anderen gesloten was. En gisteren was het dan zover; tijdens zijn speech kondigde Trump zijn besluit tot annulering van de deal aan. USA Today deelde negen uur geleden mee dat het de “havikken en Netanyahu” waren. die de “winnaars” waren rond het besluit van Trump de deal te annuleren. https://www.usatoday.com/story/news/politics/2018/05/08/hawks-and-netanyahu-winners-trump-decision-exit-iran-deal/589811002 En acht uur geleden werd meegedeeld dat Netanyahu Trump voor zijn besluit een einde aan de deal te maken, geprezen had. https://www.pbs.org/newshour/world/watch-netanyahu-praises-trump-for-withdrawing-from-iran-nuclear-deal … En tijdens het NOS Journaal waar Trumps besluit werd aangekondigd, verscheen ook Federica Mogherini, hoge vertegenwoordiger van Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid en vice-voorzitter van de Europese Unie, die meedeelde zeer teleurgesteld in Trump te zijn; tegenover de Iraanse leiders en het Iraanse volk deelde zij mee dat “niemand het akkoord onderuit zou halen”. Ook Saudi-Arabië liet blijken zeer verheugd te zijn met het besluit van Trump.

 

 

 

Netanyahu & Israël: “Qui Bono”? 

 

USA Today had dus aangekondigd dat het de “havikken en Netayahu” zijn, die wat de annulering van de Iran-deal betreft, de “overwinnaars” zijn. Wat we hierbij altijd in gedachten moeten houden, is het volgende: “Qui Bono?” Ofwel: Wie heeft er hier iets te winnen van het besluit van Trump de Iran-dela te annuleren? Het antwoord in deze is: Benjamin Netanyahu en Israël! En dit is nu niet alleen het geval met de annulering van de Iran-deal door Trump; ook met de Amerikaanse inval in Iraq op 20 maart 2003 was het slechts Israël dat hierbij alles te winnen had. De Amerikaans-Irakese oorlog: een oorlog voor Israël! https://www.ihr.org/leaflets/iraqwar.shtml Zowel aan Amerikaanse als aan Irakese zijde zijn er toen talloze slachtoffers te betreuren geweest. En de daaropvolgende Amerikaanse bezetting van Iraq heeft het aantal slachtoffers daar slechts vermeerderd. Amerika noch Iraq hebben hier echter enig voordeel bij gehad. Israël had hierbij echter álles te winnen. “Qui Bono”? Juist, Qui Bono voor Israël en Israël alleen! 

 

Christenzionisten: een Stel Argeloze Sullen. 

 

Zouden we hetgeen we hierboven beschreven hebben aan de christenzionisten voorleggen, dan kunnen we er staat op maken dat die beweren weer eens met een “anti-Semiet” van doen denken te hebben. Hoe komt dat? Omdat zij al voor jaren met wat de apostel Paulus noemt, “Joodse verzinsels” opgescheept zitten. De christenzionisten hébben echter niet en wéten verder ook niets alleen dat zij verschillende Oud-Testamentische verzen en passages uit hun verband weten te trekken om daarmee zowat álles aan wat Israël aan misdaden gepleegd heeft en nu nóg pleegt, te rechtvaardigen, te verbloemen, te minimaliseren en te verhullen. Een van de volgende theoretische verzinsels die zij al voor jaren aan het verkondigen zijn, is dat het Joodse volk door al de eeuwen heen altijd “onschuldig” zou zijn geweest en slechts het slachtoffer van een maar niet te verklaren “anti-Semitisme” was geweest. O ja, Israël kan volgens hen wél “zondigen” zoals we dat allemáál wel eens kunnen doen. Maar het plegen van echte misdaden? Nee, dát was (en is nu nóg) slechts voorbehouden aan de niet-Joodse volken! En daar waar dan sommige misdaden van Israël toch tegen alle verwachting de gevestigde media en pers dan tóch mochten bereiken (zoals dit met de vele beelden van de door Israël volkomen platgebombardeerde Palestijnse wijken in de zomer van 2014 het geval was), worden die door de christenzionisten weer gerechtvaardigd doordat die er de leugens van Israël als absolute waarheid over hebben aangenomen. Waarlijk, de christenzionisten zijn eigenlijk niets anders dan een stel argeloze sullen! 

 

Benjamin Netanyahu en Diens Talmudisch Gruwelsprookje over de “Boze Iraniërs en de Atoombom”. 

 

Het is hier al vaker gezegd: al vanaf circa 1993 tot nu toe, heeft Netanyahu ons steeds weer hetzelfde Talmudische gruwelsprookje verkondigd waarin hij meedeelde dat Iran al “over een paar maanden” over een atoombom zou beschikken. Geleidelijk aan echter, vermenigvuldigden die maande zich in enkele jaren; die “enkele jaren” vermenigvuldigden zich weer in véle jaren. En tot nu toe zijn er geen bewijzen geleverd voor de pogingen van de Iraanse overheid voor de vervaardiging van een atoombom! En al die tijd wist deze grote boezemvriend der christenzionisten (en een der “uitverkorenen van God” natuurlijk), de Amerikaanse overheid maar niet zover te krijgen dat die eindelijk eens actie tegen Iran ondernam; natuurlijk, er werden Iran intussen  sancties opgelegd. Maar echt tot een concrete dreiging heeft het er verder niet toe geleid, aangezien de vorige president, Barack Obama, niet in een mogelijk conflict met Iran wilde komen. En Netayahu was hier beslist niet blij mee! En zo bleef het ook. Tot vandaag. Dankzij het besluit van Trump zijn de spanningen die eerder met de door Obama, Putin en Iran gesloten deal flink getaand waren, weer flink toegenomen; de Iraanse president, Rohani, maakte vóórdat Trump definitief zijn besluit zou nemen, vervolgens tijdens een speech duidelijk dat wie de Iran-deal zou verraden, hiervan de “harde gevolgen” zou ondervinden. https://www.haaretz.com/us-news/what-happens-if-trump-pulls-out-of-the-iran-nuclear-deal-1.6031700

 

is (50)

Meer Sancties op Iran & Madeleine Albright, “The Price Was Worth It”. 

 

Mét het besluit van Trump om de Iran-deal op te zeggen, zullen er Iran naar alle waarschijnlijkheid ook meer sancties worden opgelegd. We weten nu dat de sancties die Iraq destijds waren opgelegd vóórdat de Amerikaanse invasie er plaats zou vinden, ronduit destructieve gevolgen voor de Irakese bevolking heeft gehad! Hierbij waren 500.000 Irakese kinderen om het leven gebracht of beter gezegd: vermoord. En wat had de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Allbright, hier later over te zeggen toen haar tijdens een interview met Lesley Stahl tijdens het programma, “60 Minutes” werd gevraagd of die sancties wel de moeite waard waren? Juist, “I think this is a very hard choice, but the price-we think the price is worth it”. https://fair.org/extra/we-think-the-price-is-worth-it En nu wil Amerika dit samen met Groot-Brittanië en Israël hetzelfde met de Iraanse kinderen gaan doen zoals Amerika en Allbright eens met de Irakese kinderen deden. https://www.youtube.com/watch?v=RM0uvgHKZe8

 

Madeleine Albright: “Fascism: A Warning”. 

 

Nu deelde de Amerikaanse zender, MSNBC, tijdens het programma, “Morning Joe” recent mee dat Allbright een boek had geschreven, “Fasism. A Warning”. Zij was daar als gast aanwezig. Hierin waarschuwt Allbright voor tekenen die erop zouden wijzen dat het Fascisme weer een dreiging zou gaan vormen voor de democratie. Vervolgens vroegen de interviewers van de zender Allbright om te vertellen wat haar ervaringen in het verleden met het fascisme en de Holocaust waren; Allbright is nl. van Joodse afkomst evenals haar vader die een Tsjechische diplomaat was, Joods was. Verder blijkt dat Allbright ook niet zo te spreken was over Trump en diens dreiging tegen Rusland toen die het had over raketten die op dit land afgevuurd konden worden vanwege de Russische steun aan Assad. Verder werd er nog wat aan nonsens verkocht. Maar het zal duidelijk zijn dat tijdens dit programma verzorgd door een der fanatieke pro-Israëlische zenders de 500.000 door Amerika en Allbright vermoorde 500.000 Irakese kinderen van destijds, in het geheel niet ter sprake kwam! https://www.youtube.com/watch?v=127x9L8rReo

 

 

Madeleine Albright & het Scripps College (Californië). 

 

Werd Madeleine Albright warm onthaald bij zenders als MSNBC, bij de studenten en faculteit van het Scripps College te Californië, dacht men daar heel ánders over; Allbright was daar uitgenodigd om er een ceremonie voor afstuderende studenten aan te kondigen. Het Scripps College is een klein college wat circa 1.000 studenten telt en wat uitsluitend voor vrouwen toegankelijk is. Nu had de president van dit college, Jennie Xu, Albright begin 2015 verzocht, om op 14 mei 2016 de opening van de ceremonie aan te kondigen en om die bij te wonen. Nu was dit uiteraard niet ongemerkt aan de studenten voorbijgegaan. Circa 30 studenten hadden daarom besloten om gezamelijk een open protestbrief tegen de komst van Albright in hun studentenblad te plaatsen; zij verklaarden dat zij uit protest niet bij de ceremonie aanwezig zouden zijn. In de brief noemden de studenten “talloze extreme misdaden” waar Albright verantwoordelijk voor was en wel in Iraq, Rwanda, Joegoslavië en Colombia. Op de site waar we deze gegevens vandaan hebben, lezen we er dit:

“Een VN-rapport had vastgesteld dat van 1991 tot eind 1995 er zoveel als 576.000 kinderen gestorven waren vanwege de harde economische sancties waarvan Allbright een warme pleitbezorger was. De Clinton-regering reageerde hier niet op door de sancties op te heffen, mar eerder door te helpen het oil-for-food-Program van de VN te creëeren, een door corruptie geplaagd akkoord waarin Iraq haar olie weggaf in ruil voor basisbehoeften zoals voedsel en medicijnen die door de sancties beperkt werden”. 

Een van degenen die in 1998 uit protest tegen de wrede sancties op Iraq aftraden, was Dennis Halliday, Humanitarian Coordinator in Iraq: hij had destijds het volgende te zeggen:

“We zijn daar nu verantwoordelijk voor het doden van mensen, het verwoesten van families, hun kinderen, (We) “laten toe hun ouders te sterven vanwege het gebrek aan basismedicijnen”. 

Samen met Halliday traden ook andere VN-ambtenaren af. Wat Rwanda aangaat, zowel de regering-Clinton als Albright zelf, oefenden druk uit op de VN om er de VN-Vredesmacht uit dit land weg te halen terwijl er daar in de eerste twee weken van 1994 een genocide gaande was:

“Het Nationale Veiligheidsarchief te George Washington University had emails van Clinton, het Witte Huis en handgeschreven notities van Susan Rice -toen nog lid van de staf van de Nationale Veiligheidsraad en later Nationaal Veiligheidsadviseur en vormalig ambassadeur bij de VN- verkregen die de rol van Amerika bij de verwijdering van de vredesmacht aantoont. Een rapport, opgesteld door de Organization of Agrican Unity, genoemd door de beursstudenten van Scripps, onthulde dat de Clinton-regering wist dat er een genocide plaatshad en “toch speelden de Amerikanen geleid door Amerikaans ambassadeur, Madeleine Albright, de sleutelrol in het blokkeren van sneller optreden door de VN”.

Albright was tevens een warme pleitbezorger voor de NATO-bombardementen op Joegoslavië. Die waren bedoeld om Rusland in Europa de voet dwars te zetten; het land kreeg hierbij twee keuzes voorgelegd: óf het tekenen van een vredesvedrag waarmee een NATO-bezetting van Joegoslavië mogelijk werd óf een zware regen aan bombardementen. https://www.salon.com/2016/05/11/college_protests_revive_accusations_against_war_criminal_madeleine_allbright_who_defended_deaths_of_500000_iraqi_kids/ Joegoslavië weigerde het aanbod van de NATO (Amerika) en wat de gevolgen waren, zal intussen nog wel bekend zijn met wat er later met Slobodan Miloseviç, Karadziç en Mladic’ gebeurde en de daaropvolgende genocides die er door de Amerikanen gesteunde terreurmilitias werden gepleegd, die echter aan het genoemde drietal werden toegeschreven. Welnu, tijdens de uitzending van het programma, “Major Joe” wat door MSNBC werd uitgezonden, mocht Allbright ook iets over haar ervaringen tijdens WW II en haar vader van wie ze niets anders vertelde dat hij een “Tsjechisch diplomaat” was, vertellen. Hieronder volgt iets, waar Albright -en met gegoede redenen!- niets had verteld tijdens de uitzending van MSNBC. En dit heeft te maken met ene Josef Korbel …

 

Josef Korbel, het Gestolen Zilver & Waardevolle Schilderijen. 

 

Wat WW II betreft, we weten wat er zich aan en vlak ná het einde van het meest bloedige wereldconflict wat de wereld tot dan toe ooit heeft gekend, heeft afgespeeld: miljoenen Sudeten-Duitsers werden toen op wrede en gewetenloze wijze uit hun huizen en woongebieden in Oost-Europa verdreven waarna die overgenomen werden door Oost-Europeanen en Joden. Verder zijn we op de hoogte van de miljoenen Duitse vrouwen en meisjes (van de leeftijd van 6 tot hoogbejaard), die door de Russen en Mongoolse troepen in Oost-Europa en vnl. in Duitsland zelf, op gruwelijke wijze verkracht en daarna een vele gevallen wreed vermoord werden. Nu hebben we een interessant feitje over Josef Korbel gevonden. Wie was nu Korbel? Korbel was nu net die Tsjechisch-Joodse diplomaat, de vader van Madeleine Albright, waarvan ze tijdens het programma van MSNBC vertelde dat die door de Nationaal-Socialisten tijdens WW II uit Tsjechoslowakije werd verdreven. Albright vertelde er alleen niet bij dat haar vader eigenlijk Korbel heette. Dus heet Albright eigenlijk Madeleine Korbel. En hier is nu weer die bekende tactiek: het verbergen van de eigennaam achter andere namen. Maar goed, later ontdekte Allbright plotseling dat ook zíj Joodse wortel had, wat zij vervolgens ook bekend maakte. Maar het gaat hier dus over Josef Korbel. Nu had die iets gedaan waar de media nooit verslag over had gedaan. En dit had van doen met de nakomelingen van de in Duitsland geboren Karl Nebrich. Die waren nl. te weten gekomen dat Korbel die in het huis wat met geweld van Karl Nebrich was afgenomen, er alle kostbaarheden aan ziver en dure schilderijen gestolen had. De knaap vluchtte tegen het einde van WW II met zijn buit naar Amerika. Philip Harmer, een kleinzoon van Nebrich zei niet te kunnen geloven dat de minister van Buitenlandse Zaken met gestolen zilver (bestek, messen, vorken etc) at. Hij vertelde verder dat deze dingen aan zijn familie moesten worden teruggegeven. Maar wat later wordt de sinistere geschiedenis van Korbel meer duidelijk; nadat Hitler ten tonele was verschenen, ontvluchtte de toen nog zeer jonge Madeleine Korbel met haar familie Tsjechoslowakije. In 1945 keerde haar familie met haar weer terug in de Tsjechische hoofdstad, Praag. Het was daar dat het luxe appartement op de eerste verdieping met geweld van Nebrich afgenomen werd en aan Albright/Korbel gegeven. Nadat Korbel als ambassadeur voor Joegoslavië was aangesteld, verhuisde hij zijn familie en de buit naar Belgrado. Korbel, die lange tijd een informant voor de Britse MI6 en later de Amerikaanse CIA zou zijn, vluchtte met zijn familie naar Amerika toen de Communisten in 1948 een coup pleegden in Tsjechoslowakije. Nadat de familie-Nebrich voor jaren had getracht de Korbels op het spoor te komen, waren hun pogingen vaak tevergeefs geweest. Nadat de pers verschillende berichten over Madeleine Allbright begon te publiceren in 1996, wisten de Nebrichs er na verder onderzoek achter te komen dat Allbright de dochter van Josef Korbel was. En ook haar voornaam Madeleine, bleek achteraf niet haar wáre naam te zijn; ze heette eigenlijk Magda, Magda Korbel dus.  Doris Renner, een dochter van Nebrich, vertelde dat Josef Korbel “zelfs de spijkers in de muren meenam”.  (bron: “A Greater “Miracle” Than The Lost Ten Tribes Discovered… The Dead “Six Million” Uncovered…!” by Brian Alois Clérabaut (Institute for Historical Accuracy and Veracity) 2007, blz. 285-286) Tot dusver is niet bekend of Mgada Korbel de dure kostbaarheden die haar vader eens gestolen en zijzelf die overgeërfd had, ook teruggegeven heeft. Maar het antwoord hierop zal vermoedelijk wel duidelijk zijn. En o ja, tijdens het illegale Joegoslavië Tribunaal waar Slobodan Miloseviç destijds op vele valse aanklachten en leugenachtige beschuldigingen over genocide berecht werd, waren het de hoofdaanklager, Louise Arbour, het hoofd der rechters van dit tribunaal, Gabrielle Kirk MocDonald en Madeleine Albright die in die tijd vaak voor het voetlicht traden. Allbright wordt beschouwd als “de moeder van het Tribunaal”. (“Het Joegoslavië Tribunaal: De vermoorde onschuld van Slobodan Miloseviç. Wie vermoordde Miloseviç en … waarom?” Robin de Ruiter (Maya Publications) 2006, blz. 141) Hier is een zeer korte clip over Allbright tijdens haar aankondiging van de oprichting van het Joegoslavië Tribunaal in 1993: https://www.youtube.com/watch?v=lWfH3GsddE

 

George Patton & de Joden. 

 

In verband met wat Josef Korbel allemaal had uitgehaald met zijn geplunder van de kostbaarheden van de familie Nebrich en de woning die hij nadat die met geweld van de Nebrichs ontnomen was toegewezen kreeg, is het interessant om eens na te gaan wat George Patton hier over te zeggen had. Wie was nu George Patton? Hij was een hoge Amerikaanse militair, een generaal, die net als talloze andere Amerikaanse militairen tijdens WW II tegen de Duitsers vochten. Vermoedelijk zou hij het aanvankelijk niet hebben geweten, maar later raakte Patton geleidelijk aan bekend met de ware aard van de Joden. En hij had hier beslist geen vleiende woorden over te zeggen! Over de talloze huisuitzettingen die er in Duitsland van vlak na WW II waarbij Duitse gezinnen uit hun huizen werden verdreven plaatshadden, had Patton hier het volgende over te zeggen:

“Kennelijk werkt het virus van Semitische wraakzucht tegen alle Duitsers wat bij Morgenthau en Baruch begonnen is, nog altijd. Er is op gewezen dat Duitse burgers uit hun huizen moeten worden verwijderd met het doel er ontheemden in te huisvesten, maar het is onjuist om naar Joden te verwijzen als “ontheemden”, want zij zijn  lager dan dieren”. https://www.youtube.com/watch?v=xNl6z9PzNY8 (“General George Patton on Jews and Germans (quotes)”)

 

is (53)

thefedorachronicles.com

 

Patton maakte met deze uitspraak maar al te duidelijk dat de vele gevallen waarbij Duitsers uit hun huis werden verdreven, niet zomar een willekeurig beleid was; het was een door machtige Joden, van tevoren berekend en bepaald beleid geweest! En Karl Nebrich was met zijn gezin een van de talloze andere Duitse gezinnen die dit huiveringwekkende lot ten deel was gevallen! En dat Patton de Joden beschouwde als “lager dan dieren”, heeft hij dit destijds beslist niet overdreven. Zéker niet in het licht van wat Josef Korbel gedaan had en voorál van wat zijn geliefde dochter, Magda Korbel, later met de hulpeloze kinderen van Iraq zou doen, de genocide die zij er in Rwanda vespoedigde door alle VN-hulp aan dat land te blokkeren en de gruwelijke NATO-bombardementen waarvan zij altijd zo een zeer warme pleitbezorger geweest was! Patton was de énige (of in ieder geval een van de zeer weinigen), die de Duitse krijgsgevangenen na de oorlog weer vrij liet gaan. Patton maakte tevens dudelijk, tegen de Nerenberg-tribunalen te zijn (waar hoge Nationaal-Socialisten zoals o.a Rudolf Hess, Goering, berecht werden),

“…evenals het zenden van krijgsgevangenen” (Pows, Prisoners of War), naar vreemde landen om er als slaven te werken, waar velen doodgehongerd zullen worden. Als dat wat we de Duitsers aandoen “Vrijheid” is, geef me dan maar de dood. Ik kan niet begrijpen hoe Amerikanen zo laag kunnen zinken. Dit is geheel Semitisch van aard. Het is vermakelijk te herinneren dat we de” (Amerikaanse) “revolutie streden ter verdediging van de rechten van de mens en de Burgeroorlog om de slavernij af te schaffen en nu op beide principes teruggekomen zijn”. 

Met de woorden, “Dit is geheel Semitisch van aard”, bedoelde Patton te zeggen dat heel die onderneming, vanaf de Neurenberg-tribunalen tot de inzet van Duitse krijgsgevangenen als slaven in het buitenland, een Joodse oorsprong had. Later werd Patton in opdracht van hoge Joden vermoord …

 

Ton Nuiten – Woensdag 9 Mei 2018.

 

 

 

 

 

 

 

 

Dageraad Der Goden: Charismatische Word of Faith-Teachers als Tovenaars van de 21e Eeuw; Afgang van een Wondervervalser; Onbijbelse en Schadelijke Doctrines; over Hemeltoeristen en Geestelijke Ramptoeristen. Degelijke Bijbelstudies; Ontmaskering van Verschillende Onbijbelse Leerstellingen & “Sola Scriptura” De Schriften bóven de Ervaringen.

Wat het charismatische Christendom betreft, waren de jaren ’80 en ’90 v.d. vorige eeuw turbulente tijden; in tijdschriften, boeken die in die tijd gepubliceerd werden en in preken werd in die tijd verwezen naar wat toen bekend werd als de Word of Faith Movement. (WoF) De leiders van deze beweging leerden dat een Christen 1: eigenlijk nooit ziek behoorde te zijn 2: ook nooit arm hoefde te zijn, en 3: altijd een (wereldlijk) succesvol leven behoorde te leiden. Deze leiders ofwel prosperity teachers (welvaartsleraren, voorspoedpredikers) leerden dat om een dergelijk leven te kunnen leiden, het noodzakelijk was, er een positieve belijdenis en positieve houding op na te houden. Door bijvoorbeeld te belijden dat God wilde dat de Christen altijd rijk, lichamelijk gezond en een succesvol leven zou leiden, zou hij zijn eigen wereld van luxe en financiele voorspoed tot aanzijn roepen ofwel creëeren. Het gevolg zou dan zijn  dat ziekten, armoede en tegenslagen geen macht (meer) over de gelovige zou hebben; kortom: voor de Christen was het Koninkrijk Gods als het ware al tastbare realiteit geworden. Het ontstaan van de WoF gaat echter veel verder terug dan de 80-er of 90-er jaren; vlak na de Tweede Wereldoorlog stonden de eerste revival preachers op. Op de volgende website is het een en ander over deze beweging te lezen en de artikelen dateren uit het begin van de jaren ’90: http://www.equip.org/article/whats-wrong-with-the-word-faith-movement-part-one/

 

Kritiek Op de WoF: Critici Veroordeeld Tot De Hel. 

 

Enige tijd daarna kwam er uit verschillende hoeken van de kerkelijke samenleving (inclusief de charismatische) kritiek op de leerstellingen van de WoF. Hoewel er de Bijbel geciteerd werd, was de leer die aan verschillende bijbelse passages gekoppeld werd, ketters en zelfs gevaarlijk; lichaamskwalen en armoede konden nooit het gevolg zijn van een incorrect denken (ofwel een verkeerd denken) zo luidde de kritiek. de welvaartsleraren leerden echter: het zat tussen je oren en als je nu maar positief-correct dacht- en beleed, dan zouden kwalen en armoede ver verwijderd van je blijven. De gevolgen van deze leer laten zich raden: eenieder die nog onder ziekten of armoede te lijden had nadat er met hem om bevrijding van deze zaken gebeden was, had dit aan zichelf te wijten; als hij nu maar genoeg geloof had gehad, zouden deze gebreken allang zijn verdwenen! Verder waren er geen artsen of specialisten meer nodig want als je goddelijke genezing kunt claimen en verkrijgen, was het uiteraard ook niet (meer) nodig om naar een deskundige te gaan voor een medische behandeling. Eigenlijk werd geleerd dat als men na gebed om goddelijk genezen te worden alsnog een arts of specialist raadpleegde, dit gezien werd als een teken van ongeloof (gebrek aan vertrouwen in de genezende kracht van God.) Verder werd geleerd dat men na gebed niet langer op de uiterlijke symptomen van de betreffende kwaal moest zien; satan, de duivel, trachtte de lichamelijke zintuigen van de gelovige te misbruiken door hem er op te wijzen dat hij niet genezen was. Er zijn echter verschillende voorspoedpredikers die de leerstellingen betreffende lichamelijke genezing voor zichzelf niet waar konden maken. Hier is een link naar een site waarop te lezen is dat sommige welvaartspredikers ondanks hun positieve belijdenis aangaande goddelijke genezing uiteindelijk toch zelf aan een kwaal zijn overleden: http://verhoevenmarc.be/PDF/genezer.pdf De reactie op de vele kritiek vanuit delen van de kerk bleef echter niet lang uit en hier volgen enkele citaten van uitlatingen van sommige der welvaartspredikers tegen hun critici:

“Ik denk dat zij verdoemd zijn en op weg naar de hel; en ik denk niet dat er nog enige redding voor hen is.” (Paul Chrouch, Paul en zijn vrouw, Jan, zijn de stichters van het christelijke zendstation, Trinity Broadcasting Network (TBN).

“Diegenen die Kenneth Copeland aanvallen, vallen de ware aanwezigheid van God aan.” (Benny Hinn die het op een bepaald moment opnam voor Kenneth Copeland toen die vanwege zijn onbijbelse doctrines bekritiseerd werd.)

Kenneth Hagin stond er ook om bekend het volgende te hebben gezegd; hij vertelde dat Jezus hem eens meedeelde dat die voorgangers en predikers die niet in zijn profetische woorden geloofden, dood neer zouden vallen achter de kansel (bij wijze van goddelijke straf.) En hier is een verhaal te vinden van iemand wiens lokale voorganger en welvaartsevangelist een ware tiran was: http://www.ukapologetics.net/deaththreats.html

 

Schepper Naast God: Verander Je Omstandigheden Door Je Eigen Realiteit Te Creeëren! 

 

Een ander onderdeel van de Faith-theologie is dat je je omstandigheden kunt veranderen door je eigen werkelijkheid te creeëren. Hoe dit naar verluidt in zijn werk gaat: door eenvoudigweg positieve woorden te gebruken, zoiets als Leef Het Goede Leven en Spreek De Goede Taal. Zit je financieel krap bij kas? Geen nood; d.m.v. de positieve taal te gebruken kun je je tekort aanvullen. Bevindt je je in moeilijke omstandigheden op een ander terrein? Dan kun je die veranderen door je eigen comfortabele werkelijkheid “tot aanzijn te spreken.” Hier wordt o.a. uitgegaan van het scheppingsverslag in het boek Genesis; net zoals God de aarde en alles wat daarop is schiep door slechts te spreken, zo zou je je slechte omstandigheden kunnen veranderen door goede omstandigheden te “scheppen” door hier slechts positieve woorden voor te gebruiken waardoor men aldus een “schepper naast God” werd. Kortom: de mens als god naast God.

 

Kenneth Hagin: Positieve Belijdenis Werkzaam voor zowel Christenen als Niet-Christenen. 

 

De zgn, “daddy” van de WoF-movement, Kenneth Hagin, zei in verband met de “positieve belijdenis” waarmee we onze omstandigheden zouden kunnen veranderen, eens dat het hem verveelde daar ook niet-geredden mensen of wel niet-Christenen, precies dezelfde resultaten konden verkrijgen met een positieve belijdenis als de Christenen. En na lang nadenken hoe dit toch kon, begon het zoals Hagin zelf zei, hem te dagen: deze niet-Christenen werkten eenvoudigweg samen met de wet van God, de wet des geloofs. Al wat men moest doen, was om dit woord des geloofs ook uit te spreken. Daardoor kon men eveneens dát verkrijgen wat men wilde verkrijgen. (“Tongues, Proseperity, & Godhood” by Dr. Cathy Burns (Sharing) 2001, blz. 49-50) En dit is natuurlijk heel vreemd; als de gave van de positieve belijdenis nu op een bijbels fundament zou zijn gebaseerd, volgt hieruit dat die slechts aan hén gegeven zou worden die Christen zijn! Maar Hagin beweerde dat die voor zowel Christenen als niet-Christenen beschikbaar zou zijn. En dat het slechts Christenen waren aan wie de gaven Gods werden gegeven en niet aan niet-Christenen, zien we door het Nieuwe Testament heen. De gemeente waar alle gaven van de Heilige Geest beoefend werden, was de gemeente te Korinthië. In hoofdstuk 12 van zijn brief aan deze gemeente, zet de apostel, Paulus, het een en ander over deze gaven uiteen. Ieder van deze Christenen had tenminste één gave, een woord van wijsheid, een woord van kennis, genadegaven van genezing, profetie, het onderscheiden van geesten, het spreken in verschillende vreemde talen, het uitleggen, verklaren van talen. (1 Korinthië 12:8-10) Paulus schreef hier zeer kritisch over daar de Korinthische gelovigen nogal zelfgericht en opgeblazen (verwaand) waren geworden; de een wilde laten zien dat hij béter in vreemde talen sprak dan de ander. En zo was dit eveneens met de overige Christenen daar het geval. De apostel schrijft hen echter dat al deze gaven gebruikt moesten worden ter ere van Christus én tot opbouw van de kerk. De Christenen van deze kerk waren echter zó vol van zichzelf, dat dgenen die in vreemde talen konden spreken, dooor elkaar heen spraken; de één voelde zichzelf nog béter dan de ander. Paulus schrijft hierover het volgende:

“In de wet staat geschreven: Door mensen die een andere taal spreken, en door andere lippen zal Ik spreken tot dit volk, en ook dan zullen zij  niet naar Mij luisteren, zegt de Heere. Zo zijn de andere talen dus tot een teken, niet voor hen die geloven, maar voor de ongelovigen, en zo is de profetie niet voor de ongelovigen, maar voor hen die geloven. Als nu de hele gemeente samen zou komen, en allen spraken in andere talen, en er kwamen niet-ingewijden of ongelovigen binnen, zouden zij dan niet zeggen dat u buiten zinnen bent?” (1 Korinthie 14:21-23)

Allereerst verwijst Paulus met betrekking tot het spreken in vreemde talen aar de “wet” ofwel het Oude Testament. In het boek, Jesaja, lezen we er nl. het volgende over:

Wie kan Hij dan de kennis bijbrengen? Wie kan Hij dan het gehoorde doen begrijpen? Wie net van de moedermelk af zijn, wie net van de borst zijn afgehaald? Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een beetje, daar een beetje. Ja, met belachelijke klanken en in een andere taal zal Hij tot dit volk spreken, tegen wie Hij zei: Dit is de rust, geef de vermoeide rust, en dit is de verademing – maar zij wilden niet luisteren. Daarom zal voor hen het woord van de HEERE zijn: gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een beetje, daar een beetje, zodat zij, als zij weggaan, achterovervallen, verpletterd worden, verstrikt raken en gevangen worden”. (Jesaja 28:9-13)

Het eerste wat we hier lezen, is aan wie God Zijn kennis mee zou delen en wie Hij het gehoorde zou kunnen laten begrijpen. Het zal voor eenieder duidelijk zin dat als we iemand kennis mee wilen delen, dit zal moeten gebeuren in een taal die de hoorder ook begrijpt. Zouden we iemand uit bijvoorbeeld Turkije die onze Nederlandse taal niet machtig is iets uitleggen in het Nederlands, dan kunnen we praten wat we willen, de goede man zal nooit kunnen begrijpen wát we hem vertellen, tenzij … er een uitelgger, een tolk aanwezig is, die hem daarna uitlegt, wát we hem hebben verteld. En zo zal het wel duidelijk zijn dat het hier gaat om bekende, aardse en verstaanbare talen. En God zei dat Hij tot “dit volk” waarmee Hij Israël bedoelde) “in een andere taal” zou spreken. We hebben nu gezien dat de gave van het spreken in andere talen (eveals de overige geestesgaven) uitsluitend gegeven werden aan Christenen en niet aan ongelovigen. Kenneth Hagin sloeg de plank dan ook volledig mis met zijn theorie dat ook “niet-geredden” (de ongelovigen) deze gaven konden verlrijgen en beoefenen. Nu gaan we kijken naar wanneer de profetie waarin God voorzegd had dat Hij tot Israël in “een andere taal” zou spreken vervuld werd. En hierbij komen we terecht bij het zgn. “spreken in nieuwe tongen” zoals dit ook nog heden te dage door de charimatische gemeenschap wordt geleerd.

 

Het Spreken in Vreemde Talen: de Bijbelse Uitleg. 

 

Om een goed begrip te krijgen van wat het spreken in vreemde talen nu eigenlijk is, is hier een enigszins uitgebriede toelichting voor nodig. Om te beginnen gaan we naar het Evangelie naar Johannes. Jezus zegt daar tot Zijn discipelen het volgende:

“Maar wanneer de Trooster is gekomen, Die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest van de waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Die van Mij getuigen. En u zult ook getuigen, want u bent van het begin af bij Mij”. (Johannes 15:26-27)

Jezus beloofde Zijn discipelen destijds al dat zij eens de Heilige Geest zouden ontvangen. En Die zou door de discipelen heen tot anderen getuigen. Nadat Jezus uit de dood was opgestaan, was Hij weer samen met Zijn discipelen:

“En toen Hij met hen samen was, beval Hij hun dat zij niet uit Jeruzalem weg zouden gaan, maar de belofte van de Vader zouden verwachten, die U, zei Hij, van Mij gehoord hebt; want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.” (Handeligen 1:4-5)

Nadat de discipelen Jezus gevraagd hadden of Hij het koninkrijk aan Israël zou herstellen en Hij hen geantwoord had dat het hun niet toekwam de tijden en gelegenheden die God de Vader in Zijn macht gesteld had, zei Jezus hen,

“… maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.” (vers 8).

Na deze woorden vaart Jezus op ten hemel. De discipelen keren terug naar Jeruzalem en nemen hun intrek in een bovenzaal aldaar m daar te wachten op de vervulling van de belofte van Jezus. Dan gaan we naar Handelingen 2, waar we er dit lezen:

“En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat verv ulde heek het huis waar zij zaten. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen , zoals de Geest hen gaf uit te spreken. Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn. Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En zij waren allen buitenzichzelf en verwonderden zich, en zij zeiden tegen elkaar: Zie, zijn het niet allen Galileeërs die daar spreken? En hoe kunnen wij hen dan horen, eenieder in onze eigen taal waarin wij geboren zijn? Parthen, Meden en Elamieten en zij die inwoners zijn van Mesopotamië, Judea, Cappadocië, Pontus en Asia, Frygië, Pamfylië, Egypte, de streken van Libië, dat bij Cyrene ligt, alsook de nu hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze taal over de grote werken van God spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en raakten in verlegenheid, en de één zei tegen de ander: Wat wil dit toch zeggen? Anderen zeiden spottend: Zij zijn vol zoete wijn”. (verzen 1-13)

Zoals we gezien hebben hield het ontvangen van de Heilige Geest verband met het getuigen ofwel het verkondigen van het Evangelie. Het was toen dat God met “belachelijke klanken en een andere taal” tot “dit volk” (het volk Israël) sprak zoals Hij lang tevoren door de profeet, Jesaja, beloofd had dat Hij eens zou gaan doen. Maar … waarom was het nodig om al deze godvrezende Joden in een “andere taal” aan te spreken? Dit brengt ons bij het volgende onderwerp, Het evangelie voor buitenlandse Joden. 

 

Het Evangelie voor Joden uit het Buitenland in Ieder hun Eigen Taal.

 

Al die godvruchtige Joden die zich in Jeruzalem hadden verzameld, waren daar uit het buitenland gearriveerd om het het Pinksterfeest te vieren. Nu waren hun ouders of voorouders van deze Joden ooit eens naar naar landen gereisd en hadden er geleidelijk aan de eigen taal vervangen voor de taal van het land waar zij zich hadden gevestigd. Het gevolg was dan natuurlijk dat zij de eigen taal uiteindelijk niet langer machtig waren. En als zodanig waren zij te Jeruzalem gekomen om er zoals gezegd het Pinksterfeest te vieren. Ondanks dat zij de eigen taal niet langer machtig waren, was het echter toch nodig dat ook deze mensen het Evangelie zouden horen. En daarom gaf God de apostelen de mogelijkheid deze Joodse mensen het evangelie te verkondigen in ieder hun eigen taal. Het gaat huer dus om -en hoe kán het ook anders- om aardse talen die door naderen konden worden verstaan én begrepen. En hierbij komen we weer bij een hiermee gerelateerd onderwerp nl. waar het nu is misgegaan in de charismatische beweging. 

 

Het Spreken in Vreende Talen: het Grote Misverstand in de Charismatische Beweging. 

 

Over het ontstaan van wat men binnen de charismatische beweging het “spreken in nieuwe tongen” noemt, zijn verschillende verhalen in omloop. Een ervan luidt dat de oorsprong teruggevoerd kan worden op de zgn. Azusa Street Revival, die van 1906 tot 1909 duurde. Deze “opwekking” ging gepaard met het “spreken in nieuwe tongen”. Hier zullen we ons echter bezighouden hoe men binnen de charismatische beweging over dit “spreken in nieuwe tongen” denkt en leert en zullen we gaan zien dat dit er volkomen verkeerd geleerd en gepraktiserd is. Allereerst heerst er nu nóg de visie dat dit “spreken” een “spreken in een “hemelse taal” ofwel een “engelen-taal” zou zijn. Dit zijn onverstaanbare klanken die door niemand (inclusief de bidder zélf) te verstaan, laat staan te begrijpen zou zijn. Het is alleen God Zelf, zo luidt de redenering, die deze taal kan begrijpen. Maar wát de “bidders” nu precies hebben gebeden, is zelfs voor henzélf onbekend. In een deel van de charismatische beweging wordt geleerd dat men de Heilige Geest ontvangen heeft, wanneer men het bewijs hiervoor kan leveren door in voor eenieder onverstaanbare klanken te spreken. Maar van alles wat we hier vanuit de Bijbel besproken hebben, is duidelijk dat het hier niet om onverstaanbare klanken, een “hemelse taal” of “engelen-taal” ging tijdens de Pinksterdag in Handelingen 2. Het ging hier zoals gezegd, om aardse en bestaande talen die door anderen verstaan én begrepen konden worden. En hier ging het dan ook over de verkondiging van het Evangelie. Maar dat er van aardse en bestaande talen aprake is (en niet een onverstaanbare brabbeltaal), is eveneens het geval in Kortinthie 14. In vers 2 lezen we er het volgende:

“Wie namelijk in een andere taal spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God, want niemand begrijpt het, maar in zijn geest spreekt hij geheimenissen.” 

Dit is één van de verzen waarmee men in de charismatische beweging tracht aan te tonen dat het hier toch om een taal gaat die door niemand, behalve God, te verstaan zou zijn. Nu ís dit eigenlijk ook zo. Maar waar het nu om gaat, is dit: Paulus maakte hier duidelijk dat als iemand in een vreemde doch bestaande en aardse taal sprak die door niemand van de overige aanwezigen kon worden verstaan, hij op deze wijze voor de overige gemeenteleden in “geheimenissen” sprak; die begrepen nl.  niet wat hij bad, maar God, Die de verschillende talen lang geleden had ingesteld (zie Genesis 11:1-9), wist precies wat de bidder in die vreemde taal bad! Aan gezien God het was, Die deze talen had ingesteld, was het gebed in een vreemde taal voor Hem juist géén “geheimenis” Dan nu een volgend vers:

“Wie in een andere taal spreekt, bouwt zichzelf op, maar wie profeteert, bouwt de gemeente op”. (vers 4)

Nu, wát is hier de betekenis van? De charismaten zullen zeggen dat het hier om een voor eenieder onverstaanbare “hemelse taal” gaat; de bidder bouwt hiermee zichzelf op. Maar iemand die profeteert, bouwt de gemeente op. Dit “profeteren” dient dan te geschieden in een voor eenieder verstaanbare taal. De waarheid is echter dat degene die in een aardse en verstaanbare taal spreekt, slechts zichzelf opbouwt en niet de gemeente, daar de spreker zélf de taal waarin hij dan bidt, machtig is en de overige aanwezigen niet. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de bidder dan ook alleen zichzelf opbouwt en de overige toehoorders niet daar zij niet begrijpen wát de spreker/bidder zegt en/of bidt! Het is eveneens ook niet vreemd dat Paulus zegt dat er tijdens het spreken in vreemde talen een vertaler, een tolk, aanwezig moet zijn om datgene wat de bidder/spreker gebeden/gezegd heeft, vervolgens moet vertalen. Is die er echter niet, dan, zegt Paulus, moet men zwijgen en in stilte tot God bidden. Laten we nu eens weer teruggaan naar 1 Corinthië 12 en daar de verzen, 4-11 lezen:

“Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest. Er is verscheidenheid van bedieningen, en het is dezelfde Heere. Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt. Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander. Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, een aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen. Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil”. 

We zien hier dat ieder van deze gelovigen te Korinthië, één geestesgave had. Verder lezen we dat er één de gave had, om in vreemde talen te kunnen spreken en een ander de gave had om die talen ook te kunnen vertolken. En hieruit is dus weer duidelijk dat het hier om aardse en verstaanbare talen ging, die vervolgens werden vertaald door een vertaler. Maar … niet iederéén sprak er in vreemde talen zoals uit de volgende verzen blijkt:

“God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpberlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen. Zijn zij soms allen apostelen? Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten? Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij soms allen in talen? Zijn zij soms allen uitleggers”. (verzen 28-30)

Op al de vragen van de apostel dient met “Nee” te worden geantwoord; niet iederéén was een apostel, profeet, leraar, etc. en niet iederéén had de gave van het het spreken in aardse talen en niet iederéén had de gave om die vervolgens te vertalen. In alle hier genoemde gevallen waren het er maar enkelen die de genoemde gaven hadden. En dit is wat het spreken in vreemde talen en het  vertolken daarvan betreft, niet terug te vinden in de charismatische beweging! En het gevolg is dat men zich hier niet gehouden heeft aan het Woord van God, de Bijbel. 

 

Destructieve Leerstellingen; De Zaak Freeman. 

 

Deze welvaartspredikers die samen met vele anderen zoveel invloed op de charismatische beweging hebben gehad, hebben er onder de gelovigen letterlijk een spoor van vernieling en chaos achtergelaten vanwege hun destructieve leerstellingen! Ronuit triest is de geschiedenis van de evangelist, Hobart Freeman, die de Word of Faith-theology (zoals de welvaartsleer ook wel genoemd wordt), volkomen in praktijk had gebracht. Freeman had een kerk in Wilmot, in de staat Indiana. Ondanks dat er leden van zijn gemeente ziek werden, weigerden Freeman en zijn parochianen elke medische hulp; hun geloofsovertuiging was dat zij d.m.v. een positieve belijdenis en gebed, de lichamelijke genezing al verkregen hadden, al was daar op dat moment nog niets van te merken. Als men nu maar lang genoeg beleed al genezen te zijn, zou de genezing zich uiteindelijk wel als vanzelf manifesteren. Later werd ook Freeman zelf ziek; nochtans bleven hij en zijn gemeente elke medische hulp afwijzen door er op te wijzen dat zij hun genezing al in bezit hadden. Het resultaat was dat er uiteindelijk circa 90 á 91 dodelijke slachtoffers te betreuren waren die als die vanaf het begin medische hulp hadden gezocht en verkregen, zij dan nog in leven zouden zijn gebleven! Hoe kwam Freeman ertoe, de Word of Faith-doctrine te accepteren en te onderwijzen? D. R. McConnell geeft in zijn boek, A Different Gospel; A bold and revealing look at the biblical and historical basis of the Word of Faith movement (Hendrickson Publishers, juni 1995 (2e bijgewerkte editie) het antwoord; het waren welvaartsevangelisten zoals Kenneth Hagin, John Osteen, Kenneth Copeland, Tommy Lee Osborn en de werken van E. W. Kenyon,  waardoor Freeman diep werd beïnvloed.  Uiteindelijk radicaliseerde Freeman zozeer dat hij zelfs met de Word of Faith-movement brak; hadden sommige welvaartsevangelisten nog wat fatsoen te leren dat men de medicijnen die men gebruikte, te blijven gebruiken totdat men sterk genoeg in het geloof stond, om die vervolgens weg te doen om daarna een genezingswonder van God te ontvangen, Freeman verwierp het gebruik van medicijnen volkomen. Later kreeg hij een ontsteking aan een van zijn benen waarna hij in de weken voorafgaande aan zijn dood gedwongen was zittend te prediken. Ook toen weigerde hij iedere medische zorg. Als gevolg verslechterde de gezondheid van Freeman en hij overleed op 8 december 1984; hij was het slachtoffer van onbijbelse doctrines van wlevaartsleraren geworden. (blz. 79-80) Hoewel McConnell toegeeft dat Freeman die hij “a Faith monster” noemt, zo geradicaliseerd was dat iedereen zich wel van hem zou distantieren, vermeldt hij ook dat het de boeken en pamfletten van de welvaartsleraren waren die hem uiteindelijk over de rand hadden gedreven. (blz. 212)

 

Wesley Parker: een Trieste Geschiedenis. 

 

Een voorbeeld waarbij de Faith-theologie een vreselijke uitwerking heeft gehad, vinden we bij Wesley Parker, de zoon van Larry en Lucky Parker. Daar zij zelf waren gaan geloven in deze theologie, had Larry besloten voor Wesley te laten bidden om genezing van diens diabetes door een welvaartsevangelist. Vervolgens onthielden zij na dit gebed hem de insuline; zij hadden nl. de instructies gekregen om op deze wijze hun geloof  geheel en al en alleen op Jezus te stellen. In plaats dat er genezing optrad (zoals zij hadden verwacht nadat voor hem gebeden was), verslechterde Wesley’s gezondheid snel waarna hij in een coma terechtkwam. De Parkers zagen dit als een poging van de duivel; via de coma trachtte die hen nl. te misleiden door te doen alsof Wesley zijn genezing niet ontvangen zou hebben. Dit alles had de Faith-theologie hen nl. bijgebracht. Zij bleven de genezing van Wesley dan ook belijden, waarna hij op 23 augustus 1973 overleed. In plaats dat zij een uitvaart voor hun overleden zoon lieten organiseren, hielden de Parkers een “opwekkingsdienst” daar zij geloofden dat God hun zoon weer uit de dood zou doen herrijzen. Toen dit niet gebeurde, verwijderde Larry al degenen die geen geloof hadden in een wonder. Er gebeurde echter nog steeds niets; later werden de ouders van Wesley door het gerechtshof veroordeeld vanwege kindermisbruik en onvrijwillige doodslag. Nochtans bleef Larry er ook na meer dan een jaar daarna  van overtuigd dat God Wesley uit de dood zou doen opstaan. (“A Different Gospel….”, blz. 79)  

 

Het Obstakel Voor Het Ontvangen van een Wonder: Het Menselijk Verstand. De Afgang van een Wondervervalser. 

 

Een van de charismatische leuzen die in het verleden in de vorm van een vraag soms werd gesteld, is deze:

“Hoe komt het dat er in het Oosten” (waarmee men o.a. Azië mee bedoelde) “meer wonderen plaatsvinden dan hier in het Westen?” Waarop het volgende antwoord gegeven werd: “Omdat hier bij de mensen in het Westen het verstand in de weg zit.” 

Het kwam nl. hierop neer dat als men het menselijk verstand zou gaan gebruiken, dit een hindernis kon zijn om een genezingswonder van God te ontvangen. En dat hadden de Oosterlingen nu net niet; en omdat het verstand hen niet in de weg zat, gebeurden er daar veel meer wonderen dan hier. Deze mythe (want dat was het, zo bleek later) heeft het een tijd goed weten vol te houden en heeft schijnbaar ook over twee lange benen beschikt; voordat die in een bepaald Oosters land zou worden ontmaskerd als niet meer dan een schim, had die nl. al bij vele charismatische kerken de ronde gedaan. Het Oosters land waar de mythe voorgoed de vlucht zou nemen, was Cambodia. In november 1994 kwam daar een Amerikaanse evangelist die er de bevolking via dure publiciteitscampagnes kwam vertellen dat het armoedige leven wat zij er tot dusver had geleefd, spoedig ten einde zou zijn; daarnaast zouden blinden de ogen worden geopend en zij die verlamd waren, zouden weer kunnen lopen. Kortom: er zouden vele wonderbaarlijke genezingen gaan plaatsvinden en de toekomst zou er voor de Cambodjaanse bevolking er financieel rooskleurig uit gaan zien. Om al deze mensen te kunnen bedienen, hadden de betreffende evangelist, Mike Evans en diens entourage een heel stadion in Pnom  Phen afgehuurd. Aangezien de bevolking er grotendeels in armoede leeft en vele van hen aan een of meer kwalen te lijden hebben, was hetgeen Evans kwam doen, voor hen dan ook een geschenk uit de hemel. Aan het begin van de dienst zat het stadion dan ook helemaal volgepakt. Hoe indrukwekkend de publiciteitsstunt van Evans en diens gevolg ook mocht zijn geweest, al op de eerste avond weigerden de door Evans aangekondigde wonderen zich te manifesteren waardoor het onder de Cambodiaanse aanwezigen zeer onrustig werd. Het gevolg was dat Evans zich vanwege de woede van het Cambodiaanse publiek, op het nippertje weg kon komen. Nadat de volgende dag de onrust alleen maar toenam, werd Mike Evans onder politie-escorte weggeleid en op het eerste beste vliegtuig het land uitgezet. Het resultaat was een afname van het aantal leden van Cambodjaanse kerken, Christenen werden uitgejouwd en kerkgebouwen met stenen bekogeld. (maandblad, De Oogst, juni 1995, blz. 18) In tegenstelling met vele Westerse Christenen die geen kritische vragen stellen als de wonderen zich in bepaalde kerken zich niet manifesteren ondanks dat de prediking er verzorgd wordt door een welvaartsevangelist, ging het (gezonde) verstand van de Cambodjanen juist werken! En wat het artikel in De Oogst niet vermeldde was dit: Nadat het onrustig geworden was onder de Cambodjanen vanwege het uitblijven van de beloofde wonderen, namen zij stenen, stokken en alles wat zij maar te pakken konden krijgen en gooiden dit alles woedend in de richting van de evangelist. Die maakte daarop dat hij met zijn gevolg wegkwam, vluchtten de autos waarmee zij gekomen waren in, en reden snel terug naar het hotel waar zij verbleven. De Cambodjanen echter, zetten hen na en na eenmaal het hotel bereikt te hebben, wilden zij dit in brand steken. De directie van dit hotel zag natuurlijk al spoedig dat de woedende massa kwaad in de zin had, dus die belde de politie. Nadat die in allerijl gearriveerd was, wist die erger te voorkomen en daarna zijn Evans en zijn gevolg onder hun begeleiding met het vliegtuig het land uitgezet. En zo bleek juist het omgekeerde: het verstand van de Westerling zat hem juist níet in de weg daar die geen kritische vragen te stellen heeft wanneer bepaalde beloften door welvaartsevangelisten gedaan, niet worden vervuld. Maar bij de Cambodjanen begon het verstand hen juist wél in de weg te zitten; hoewel die na afloop beter kritische vragen aan Mike Evans hadden kunnen stellen, kozen die echter voor een meer drastische aanpak en lieten zo maar ál te goed zien dat het gezonde verstand hen niet begeven had! Het gevolg destijds was dat de weinige kerken die er in Cambodia zijn, een reductie van het kerkbezoek meemaakten, kerkgebouwen werden door niet-christelijke Cambodjanen met stenen bekogeld en Christenen uitgejouwd. Maar daar eindigde het niet mee: enkele jaren later, op de tweede Pinksterdag in 1999 verschijnt onze weldoener hier in Nederland tijdens een Pinksterconferentie. Naar verluidt (wij zijn er niet bij geweest), zou Mike Evans daar bij velen demonen hebben uitgedreven en velen van ziekten hebben genezen! Maar hoewel we hier zelf geen getuige van zijn geweest, zou dit alles dan wérkelijk hebben plaatsgevonden daar de Cambodjanen tijdens de genezingscampagne van Evans terug in 1994 zelf geen enkel wonder hadden meegemaakt? Het antwoord zal wel duidelijk zijn: Wat dáár niet te zien qs geweest, in on- getwijfeld ook niet te zien geweest in Den Haag! De vraag is dan natuurlijk: Waarom was het nu nodig om te beweren dat Evan (citaat), “bij velen demonen heeft uitgedreven en velen van ziekten genezen” (einde citaat) zou hebben, terwijl de man in kwestie vier á vier en een half jaar daarvoor in Cambodia zo een grote geestelijke nederlaag had geleden? Wat zijn campagne daar betreft, heeft die voor de welvaartsevangelist wérkelijk tot een afgang geleid!

 

De “Vader” van de Word of Faith-Beweging: E. W. Kenyon. Plagiaat.

 

Algemeen werd aangenomen dat Kenneth (“Dad”) Hagin de ‘vader’ van de Word of Faith-beweging zou zijn geweest. De waarheid is echter dat het E. W. Kenyon was die deze eer toekwam. Hagin heeft de meerderheid zoniet alles van zijn leerstellingen niet zelf “ontdekt.” Het overgrote deel van wat hij in zijn boeken neergeschreven heeft, had hij onrechtmatig van de werken van Kenyon overgenomen ofwel, hij had gewoon plagiaat gepleegd waar hij er vervolgens zijn eigen naam onder had gezet! De dochter van E. W. Kenyon, Ruth Kenyon Houseworth, wist te vertellen dat het eerste boek (betreffende de Faith-doctrine) van haar vader (die in 1948 overleed), al gedrukt werd in 1916. Zij is op de hoogte van het feit dat de Fatih-teachers Hagin de eer toekennen “de Grootvader der Faith-leraren” te zijn. Het eerste boek van Kenneth Hagin werd echter pas in 1960 gepubliceerd. Mevr. Houseworth die de president van de Kenyon Gospel Publishing Society , slaagde er niet meer in haar nieuwsbrief te publiceren omdat de Faith-leraren zoals gezegd, Hagin als de originele “Granddaddy” van de Word of Faith-leer beschouwden en niet E. W. Kenyon zelf. (A Different Gospel….”, blz. 5) Dan lezen we op de blz. 8-11 voorbeelden van het plagiaat door Hagin. Op http://www.banner.org.uk/wof/kenyon.html zijn ook voorbeelden te vinden.

 

Wat Zij Hun Volgelingen Dringend Afgeraden Hadden, Zochten Zijzelf: Medische Zorg! 

 

Kenneth Hagin overleed in september 2003. Steve van Nattan, wiens familie zelf het slachtoffer werd van de Faith-theologie en hierdoor uiteengevallen was, heeft niet zo vleiende woorden te zeggen over Hagin, Paul en Jan Chrouch en anderen. En het is te begrijpen dat Van Nattan zo reageert want wat deze welvaartspredikers hun aanhang opdringerig adviseerden níet te zoeken, deden zij dat zelf nl. wél: het zoeken naar medische zorg voor hun kwaal! Ook zíj die leerden dat men nu niet meer ziek hoefde te worden, bleken zélf ziek te kunnen worden! Net zoals Mr. McConnell dit in zijn genoemde boek beschreef, vertelt ook Van Nattan dat er o.a. talloze onschuldige kinderen het slachtoffer waren geworden van deze ronduit demonische leer! http://www.blessedquietness.com/journal/housechu/rhema1.htm  (bekijk ook de video-clips die er staan.) We zouden natuurlijk kunnen stellen dat ook de ouders van deze kinderen toch beter zouden moeten weten, en dat is in zekere zin misschien ook zo. Als men echter de wanhoop nabij is, klampt men zich aan élke strohalm die uitkomst schijnt te bieden, vast! Daarnaast kan de groepsdruk die van een Word of Faith-kerk uitgaat, enorm groot zijn. En terwijl zij onder vele gezinnen een spoor van verwoesting en leed hadden veroorzaakt, trokken de welvaartsleraren verder; hun bijzondere boodschap (waarvan nota bene zelfs de apostelen nog geen weet schenen te hebben gehad!), zou en moest ook aan vele anderen die nog van ziekten en armoede bevrijd moesten worden, worden gebracht. De vele slachtoffers die zij ondertussen hadden gemaakt, hadden dit immers aan zichzélf te wijten: hadden die nu maar genoeg geloof gehad in wat zij leerden, dan zouden die nu genezen of in leven gebleven zijn. Zo werden die aan hun lot overgelaten; hun klachten vanwege de pijn maakten immers maar ál te duidelijk dat zij geen geloof hadden in een wonder van God! Tevens deden zij dát wat zij hun volgelingen en critici ten strengste verboden hadden te doen: hen kritisch te beoordelen; dit werd door hen nl. ervaren als “het aantasten van de gezalfden Gods” (zoals zij zichzelf ook beschouwden.) Het minste wat deze dwaalleraren hadden kunnen doen, was na te gaan of zij zelf geen fouten hadden gemaakt wat hun verderfelijke leer betreft; dit deden zij echter niet; net zoals de mythologie leert dat de god, Zeus, op een hoge berg gezeten, vandaar zijn speren naar zijn tegenstanders wierp, zo wierpen deze leraars hun giftige pijlen vanuit de hoogte, vanaf een hoge berg, “Hoogmoed” geheten,  op hun critici neer. Later hebben zij hun leer (hoewel zij die niet geheel hebben prijsgegeven) hier en daar toch aangepast en gematigd. Maar hun doctrines zijn als geheel toch gehandhaafd. Maar hoe zit het nu met de lichamelijke genezing? Wat zegt de Bijbel zélf hierover? Ook de genezingsleer zoals verkondigd door de prosperity teachers, dient aan het Woord van God te worden getoetst om te weten, waaróm hun theologie nu verkeerd is. We zullen allereerst die verzen behandelen waarop zijn hun genezingsdoctrines hebben gebaseerd.

 

Jesaja 53:4-5. 

 

De eerste verzen die we zullen behandelen, vinden we in het Oud-Testamentische boek, Jesaja. Daar lezen we de volgende verzen:

“Voorwaar, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, ons leed heeft Hij gedragen”. (vers 4)

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden werd Hij verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen”. (vers 5)

Het zijn deze verzen die door de prosperity teachers worden aangedragen om te bewijzen dat het Gods wil zou zijn, dat elke Christen “recht” zou hebben om op goddelijke wijze genezen te worden van welke kwaal die hij/zij op dat moment mocht hebben. Waarom? Omdat, zo betogen de welvaartsleraren, Jezus niet allleen al onze zonden maar tevens ook al onze ziekten aan het kruis zou hebben gedragen. En het zijn de “striemen” die Jezus toegebracht waren op het moment dat Hij gegeseld werd, de goddelijke genezing voor iedere Christen mogelijk hebben gemaakt. Het kon dan ook niet anders of iedereen die Jezus op een punt in zijn/haar leven accepteerde, dan niet slechts zijn/haar zonden vergeven werden, maar tevens ook de kwalen waaronder zij op dat moment onder mochten lijden genezen zouden worden. Nu gebeurde dit laatste soms niet en men begon zich dan ook af te vragen of de persoon in kwestie wel wérkelijk gered zou zijn; zowel de vergeving van zonden als de lichamelijke genezing waren immers onafscheidelijk met elkaar verbonden volgens de welvaartsleer, was de vaste overtuiging van de welvaartverkondigers en aangezien de lichamelijke genezing soms uitbleef, was hij of zij dan nu ook wel een waár Christen? En het is niet zelden gebeurd dat nadat met een zieke Christen was gebeden om genezing dat die niet “doorbrak” en hij of zij weer huiswaarts werd gestuurd met de niet zo bemoedigende woorden dat het aan zijn/haar ongeloof zou liggen dat er geen genezing op was getreden; men kende de doctrine zoals door de leraren uitgelegd immers, dus geloofde men moedwillig (om wélke reden dan ook), gewoon niet! Maar wat is nu de juiste betekenis van de verzen in Jesaja? Daar gaan we het hierna over hebben.

 

Bijbelse Verklaring Jesaja 53:1-6. 

 

We zullen Jesaja 53 nóg een citeren maar nu vanaf vers 1 tot en met 6:

“Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wie is de ram van de HEERE geopenbaard? Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht, als een wortel uit dorre aarde. Gestalte of glorie had Hij niet; als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben. Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, bekend met ziekte,en als iemand voor wie men het gelaat verbergt. Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht. Voorwaar onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, ons leed heeft Hij gedragen. Wij hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg. Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen”. 

Op het moment dat Jesaje deze profetie over de Heere Jezus uitsprak, kon hij in de toekomst kijken en spral hij erover alsof datgene wat er met Jezus tijdens Zijn bediening en latere kruisiging, alsof dit al gebeurd was. Kortom: Jesaja zag de toekomst en profeteerde hierover in de voltooid verleden tijd! Hij zag Jezus, een Man, Die men niet zo gauw een hoge positie zou geven aangezien Hij iemand was “… voor wie men het gelaat verbergt”. Verder was Jezus als Mens “de onwaardigste onder de mensen”, Iemand Die niet in hoog aanzien stond. Het belangrijkste is echter dat Jesaja spreek van “Wij” in zijn profetie aangaande Jezus, hetgeen duidelijk maakt dat de profeet het hier heeft over het volk Israël. En waarom dit belangrijk is, is omdat zo ook duidelijjk wordt, wiens ziekten Jezus op Zich genomen had. En daarvoor moeten we naar het Evangelie naar Mattheüs. 

 

Mattheüs 8:14-17. 

 

We weten wel dat Jezus vele genezingswonderen had verricht gedurende Zijn bediening in Israël. Zo genas Hij een man van zijn melaatsheid (lepra) (Mattheüs 8:1-4). Hij genas naast vele anderen ook de schoonmoeder van Petrus die op dat moment ziek te bed lag:

“En Jezus kwam in het huis van Petrus en zag zijn schoonmoeder met koorts op bed liggen. En Hij raakte haar hand aan en de koorts verliet haar; en zij stond op en diende hen. Toen het nu avond geworden was, brachten ze velen die door demonen bezeten waren, bij Hem, en Hij dreef de boze geesten uit met een enkel woord, en Hij genas allen die er slecht aan toe waren, zodat vervuld werd wat gesproken was door de profeet Jesaja toen hij zei: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen”. (Mattheüs 8:14-17)

We zien hier dat de belofte dat Jezus de ziekten op Zich had genomen, inderdaad vervuld werd, maar niet aan het kruis, zoals de prosperity teachers dit graag leren. Deze belofte werd vervuld tijdens Jezus’ bediening, dus enige tijd vóór Hij aan het kruis zou gaan! En die moet dan ook los gezien worden van de vergeving van zonden. Hoewel Jezus al tijdens Zijn bediening de zonden vergaf, werden die echter voorgoed weggenomen toen Hij Zichzelf ten offer bracht aan het kruis! En zo is de onbijbelse theorie dat als zouden alle Christenen een soort van “recht” hebben op goddelijke lichamelijke genezing voorgoed ontzenuwd! Nu moeten we nog de “striemen” (de geselslagen die Jezus te verduren kreeg vlak voor Hij aan het kruis zou gaan) behandelen.

 

De “Striemen”: 1 Petrus 2:24-25. 

 

De welvaartsleraren leren zoals we gezien hebben, ook dat het de “striemen” die Jezus had moeten verdragen, zouden wijzen op goddelijke lichamelijke genezing. In dit verband zullen we de laatste zinnen van de profetie van Jesaja nog een herhalen:

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg. Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen”. 

Als we met deze laatste verzen naar de eerste brief van Petrus gaan, wordt duidelijk waar de laatst geciteerde verzen van Jesaja nu precies betrekking op hebben: (en laten we maar voor de duidelijkheid maar beginnen bij vers 21 van 1 Petrus 2):

“Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen. Hij, Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog gevonden is; Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terug schold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, Die rechtvaardig oordeelt; Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonde dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen. Want u was als dwalende schapen; maar u bent nu bekeerd tot de Herder en Opziener van uw zielen”. (1 Petrus 2:21-25)

Eerst lezen we dat als we te lijden hebben (buiten onze schuld!), we Jezus moeten navolgen Die zonder enige schuld van Zichzelf geleden heeft. Dan lezen we dat Jezus onze zonden heeft gedragen en wij nu, dood voor de zonde maar levend voor de gerechtigheid, door Zijn striemen genezen zijn, daar ook wíj, net als het volk Israël eertijds, dwalende waren als schapen, maar dat wij dankzij Jezus’ striemen bekeerd zijn tot de Herder en Opziener, Christus Jezus Zélf. De genezing door Zijn striemen heeft dan ook betrekking op een geestelijke genezing en heeft met lichamelijke genezing niets van doen! En zo hebben we Jesaja 53:1-6 goed verklaard en de theologie der prosperity teachers als een leugen ontmaskerd! 

 

De Faith-Doctrine en de Christenzionistische Leer: Opmerkelijke Overeenkomsten. 

 

Wat na enige studie ook duidelijk is geworden, is dat de Faith-theologie enige raakvlakken heeft met de sectarische christenzionistische leer. We hebben nl. gezien dat kritiek op de prosperity teachers door henzelf niet geduld werd. Nadat er kritiek uit andere delen van de wereldwijde kerk (ook vanuit bepaalde charismatische kerken zelf) op de Faith-leer te horen was, reageerden de welvaartsleraren hierop door hun critici met hel en verdoemenis te bedreigen. Zou men echter geld doneren aan de bediening van deze predikers, dan zou men het bedrag wat men gegeven had, verdriedubbeld en wel, weer terugkrijgen. Dit wordt ook wel de geloofszaadleer genoemd en dit gaat als volgt: Iemand besluit vijftig euro te doneren aan de bediening van een welvaartsprediker. God veranderd dit dan in “zaad”, vermenigvuldigt dit en geeft dit als zodanig weer terug aan de donateur. het gevolg is dan (volgens deze leer) dat de donateur daarna over veel meer geld beschikt dan het bedrag wat hij aanvankelijk gegeven had! Maar….zien we dit ook niet weer terug bij de christenzionistische doctrine? Hoewel (gematigde) kritiek op Israël weliswaar toegestaan is (in tegenstelling met kritiek op de welvaartsleraren), wordt gedurige kritiek op de Israëlische regering en leger door de christenzionisten gezien als het “aantasten van Gods oogappel, Israël” en zal dit uiteindelijk een godsoordeel over de critici brengen. En dit laatste is nu precies wat we gezien hebben bij kritiek op de voorspoedpredikers: beiden menen boven elke wet te staan, beiden zien zich als “Gods gezalfden” Doneert men echter aan Israël via een of meer christenzionistische of Joodse organisaties, dan zal dit uiteindelijk een zegen over de donateur brengen, ook iets wat we weer aantreffen bij de voorspoedpredikers! Zowel het geloofszaadevangelie als de christenzionistische leer zijn echter op een onbijbels fundament geschoeid hoewel door de aanhangers van deze theologieën de Bijbel wordt gebruikt om er hun leerstellingen mee te rechtvaardigen. En wat het geloofszaadevangelie betreft, deze leer is nergens als zodanig in de Bijbel terug te vinden; men heeft slechts enkele passages aangehaald en er hier een eigengereide en foute doctrine aangekoppeld! De juiste betekenis van het “zaad” is dat hiermee het Woord van God bedoeld wordt! In het evangelie naar Markus (4:1-9) vertelt Jezus Zijn discipelen de gelijkenis van de zaaier en het zaad wat hij zaait. Later vragen zij Hem hen deze gelijkenis uit te leggen; Jezus vertelt hen o.m. dat “De zaaier is hij die het woord zaait” waarna Hij de verklaring geeft. (verzen 14-20) Het gaat hier over een prediker die het Woord verkondigt en dit “uitzaait” over de toehoorders, de parochianen. Alzo is hij de geestelijke “zaaier.” En dit heeft natuurlijk niets met het “zaaien van geld” te doen!

 

De Faith-doctrine en de Talmud: Opmerkelijke overeenkomsten. (Part II)

 

Ook in de Talmud zijn enkele raakvlakken met de Faith-doctrine te vinden. Zoals al gezegd, verdedigde Benny Hinn Kenneth Copeland tegen hun critici door te zeggen dat, “Diegenen die Kenneth Copeland aanvallen, vallen de ware aanwezigheid van God aan.” Wat Hinn nu hier ooit eens ten gunste van Copeland zei, vinden we weer in iets andere vorm terug en heeft dan betrekking op de Talmud:

“Een Jood bezit door het feit dat hij hij tot het uitverkoren volk behoort en besneden is, een zo grote waardigheid dat niemand, zelfs geen engel, zijn gelijkheid met hem kan delen. Eigenlijk wordt hij bijna als de gelijke van God beschouwd. “Hij die een Israëliet slaat”, zegt rabbijn Chanina, “handelt alsof hij het gezicht van Gods goddelijke majesteit slaat”. http://www.talmudunmasked.com/chapter10.htm

Om het even te parafraseren en dit op Copeland toe te passen: “Hij die Copeland slaat, handelt alsof hij het gezicht van Gods goddelijke majesteit slaat”. Natuurlijk is Copeland nooit wérkelijk in zijn  gezicht geslagen maar slechts bekritiseerd. Maar Benny Hinn vond dat Copeland als “God” door hun crtici werd “geslagen”. En aangezien Joden in de Talmud als bijna gelijk zijnde aan God Zelf worden gelijk geacht, is het nu misschien te begrijpen waarom Hinn, Copeland, en vele andere Faith-teachers zichzelf als “kleine goden naast God” beschouwen; hun visie schijnt afkomstig te zijn uit de Talmud!

 

Charismatische Goden en het Goddelijke Joodse Volk: Immuun Voor Alle Kritiek.

 

We hebben gezien dat de welvaartsleraren zich geen enkele vorm van kritiek lieten welgevallen. In deze zin beschouwen zij zich eigenlijk als “God” (of goden) die schijnbaar zelfs geen fouten zouden kunnen maken. Er zijn er ook die zich (letterlijk) als goden beschouwen door te stellen dat wij als kinderen van God, zélf goden zouden zijn; Paul Chrouch o.a. heeft dit beweerd. https://www.youtube.com/watch?v=u6NIx8ToJ88 Het is opmerkelijk dat we dit ook weer terugvinden in het Talmudisch Jodendom; het was Baruch Levy die ooit eens in een brief aan Karl Marx (Mordechai) schreef dat het Joodse volk als geheel haar eigen Messias (dus “God) zou zijn en de Talmud dan zou worden vervuld. texemarrs.com/102014/our_own_messiah.htm  Dus hebben we hier de Talmudische visie van het Joodse volk als God én de welvaartsleraren die van zichzelf beweren God te zijn.

 

Goddelijke Openbaringskennis der Faith-Teachers & de Talmud. 

 

Een andere overeenkomst tussen de Faith-teachers en de Talmud, is de vermeende “openbaringskennis” van de eersten. Het Talmudisch Judaïsme leert dat het volk Israël aan de voet van de berg, de Sinaï, niet slechts de geschreven wet in de vorm van de Tien Geboden ontving, maar daarnaast ook een goddelijke openbaring in de vorm van de Talmud. Het is nu de Talmud, die de geschreven wet der Tien Geboden (en daarmee het hele Oude Testament) ver overstijgt. Bij de Faith-teachers is dit eveneens het geval met hun vermeende “openbaringskennis”; die overstijgt verre het geschreven Woord van God ofwel de Bijbel. En daar waar de Tien Geboden én het Oude Testament als geheel wordt geïnterpreteerd via de Talmud, wordt de hele Bijbel door de Faith-teachers (hetzij deels of geheel) geïnterpreteerd via hun zgn. “openbaringskennis”. In beide gevallen overstijgen de ervaringen dan het geschreven Woord van God. 

 

Hoe Is Het Nu? 

 

Al datgene wat we hierboven hebben beschreven, vond plaats eind jaren ’80 en vln, de eerste helft van de jaren ’90. Destijds stonden de christelijke publicaties zoals tijdschriften regelmatig vol mee en werden er boeken en videos over gepubliceerd. Vandaag de dag horen we er via de gevestigde media en pers niets meer over (misschien een schaars artikel uitgezonderd.) Maar hoe is het nu met de Faith-theologie gesteld? Nadat John Osteen op zaterdag 23 januari 1999 op 77-jarige leeftijd overleden was, werd die opgevolgd door zijn zoon, Joel Osteen. Net als zijn vader de Faith-theologie verkondigd had tijdens zijn leven, zo doet zijn zoon , Joel, dit nu. Hoewel er dus door de media en pers minder aandacht aan de Faith-theologie wordt besteed, wordt dit wel gedaan over het internet. Hier is een lang en gedetailleerd artikel over wijlen John Osteen en zijn zoon die het werk van zijn vader al enige tijd heeft overgenomen: http://www.forgottenwords.org/osteen.html Hieruit blijkt dat de Faith-theologie nog altijd springlevend en wel onder ons aanwezig is. Hier is iets wat Victoria, de vrouw van Joel Osteen recent beweerde, nl. dat alles om ons draait en niet om God en de daaropvolgende reacties van andere Christenen. https://www.huffingtonpost.com/2014/09/04/victoria-osteen-reactions_n_5759860.html?utm_hp_ref=joel-osteen En enige tijd geleden heeft Joel Osteen weer een boek gepubliceerd, The Power of I Am. En ook hier zijn de verschillende ketterijen weer terug te vinden: doe je een positieve belijdenis door je rijkdom te belijden, dan zal materiële welvaart jouw kant opkomen; belijdt je echter armoede (door hierover te spreken), dan zul je binnen afzienbare tijd ook te maken krijgen met armoede; hier dus typisch weer die Faith-theologie. De leer dat God Zich aan onze wensen aan zou passen doordat Hij ons financieel zou zegenen als we slechts onze (aanstaande) rijkdom willen belijden, is gewoonweg belachelijk. Verder wordt God gereduceerd tot niet meer dan een “gulle gever” terwijl wij, Zijn kinderen, juist in het centrum staan en alzo de hoogste plaats innemen. Een goed en gedetailleerd kritisch verslag over de ketterijen van Joel Osteen is hier te vinden: https://walthope.wordpress.com/tag/joel-osteen

 

Overname Van Artikelen & Goede Studie van de Bijbel.

 

Nu zijn er onder ons mensen, evangelisten, predikers enz. die artikelen van andere bedienaars des Woords overnemen en dit dan in hun eigen tijdschrift of blad plaatsen. Dit is ook het geval met een deel van de verkeerde leerstellingen van Joel Osteen. Hoewel het overnemen van artikelen an sich niet verkeerd hoeft te zijn, doen sommigen dit onder hun eigen naam. En hierin is toch iets humoristisch gelegen daar sommigen valse leerstellingen van anderen overnemen en zichzelf zo de eer toekennen, die zélf te hebben geschreven! Dit zou niet zo moeten zijn. Dat men dergelijke leerstellingen heeft overgenomen, kan uiteraard te maken hebben met onwetendheid betreffende de ware oorsprong van deze doctrines en het kan dan ook te goeder trouw zijn gedaan. We hebben echter een Bijbel en door die nauwkeurig te bestuderen, kunnen we weten of datgene wat via de kansel en via boeken, tijdschriften etc. wordt geleerd, een bijbels fundament heeft of niet.

 

Een Charismatische Hellevaart: Met Jezus in de Hel. 

 

Een deel van de charismatische beweging (nogmaals, we hebben het dus níet over de beweging als geheel), staat erom bekend, boeken en DVDs te publiceren van mensen die beweren door Jezus mee naar de hel te zijn geweest, waarna Hij hen opdracht gegeven zou hebben, alles wat zij daar gezien en ervaren zouden hebben, in een boek neer te schrijven. Dit boek moest dan vervolgens over zowel de kerkelijke wereld als de niet-kerkelijke worden verspreid. Het doel van het boek was om de mensheid te waarschuwen opdat die niet onbekeerd in de hel zou belanden. Eén van de boeken waarvan de schrijfster, Mary K. Baxter, beweert dat hierin de realiteit zoals die in de hel zou zijn, is A Divine Revelation of Hell (in de Nederlandse taal gepubliceerd onder de gelijknamige titel, Een Goddelijke Openbaring van de Hel.)  Mary Baxter zegt vanaf maart 1976 bezoeken van Jezus te hebben ontvangen en dat zij daarna herhaaldelijk met Hem meegenomen is naar de hel. In dit boek wordt gewag gemaakt van vurige putten waarin de zielen van hen die zonder ooit Jezus als hun Verlosser te hebben aanvaard, verblijven; zij zijn dan niet meer als een skelet waarvan resten verrot vlees afvallen terwijl zij zelf herhaaldelijk geschroeid worden door de vlammen die uit het onderste van de put naar boven flakkeren. Veder is er sprake van demonen in de vorm van slangen en vleermuisachtige wezens in de hel. Wanneer Jezus haar de eerste maal verschijnt, vertelt Hij Baxter o.m. dat Hij haar door Zijn Geest mee zal nemen naar de hel en dat Hij daartoe haar geest uit haar lichaam zal nemen. Nadat zij met Jezus is opgestegen, ziet zij dat als zij naar beneden kijkt, haar man en kinderen vredig liggen te slapen en haar eigen lichaam  waarvan zij zegt, “Het was net alsof ik gestorven was en mijn lichaam op mijn bed was achtergelaten terwijl mijn geest met Jezus door het dak van het huis opsteeg.” Nadat beiden hoger zijn gestegen, ziet Baxter dat er een soort trechters uit de aarde steken: de ingangen naar de hel. Eenmaal met Jezus in de hel, wordt Baxter de smerige, vuile lucht van ontbindend vlees gewaar. De beschrijving van de hel in dit boek is dusdanig samengesteld dat het lijden van de verloren zielen aldaar tot in detail is weergegeven, waarbij echter de nadruk wordt gelegd op de gruwelijke aspecten hiervan! Hoewel Jezus Zelf ook over de hel heeft gesproken in het Nieuwe Testament, heeft Hij nooit de klemtoon gelegd op deze aspecten; wél heeft Hij gesproken over het vuur en de worm:

“En als uw hand u doet struikelen, hak hem dan af; het is beter voor u verminkt het leven in te gaan dan met twee handen heen te gaan in de hel, in het onuitblusbare vuur, waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt.” (zie Markus 9:43-48)

(Jezus bedoelde niet te zeggen dat men werkelijk zijn hand af zou moeten hakken; wát Hij duidelijk wilde maken was dat het beter zou zijn een hand te verliezen dan dat men met beide handen toch voor eeuwig verloren zou gaan. Zou dit door vele Christenen letterlijk zijn genomen, dan zouden we vandaag de dag vele Christenen met slechts één arm, één voet en slechts één oog zien; als men hen dan gevraagd zou hebben waaraan dit te wijten was, zouden zij misschien hebben gezegd dat zij zichzelf hadden verminkt om verder “struikelen” (verdere verzoekingen) te voorkomen. Mens, wat voor een belachelijk getuigenis zou dát wel niet zijn! Hoewel Jezus dit zei, heeft Hij ook nooit geëist dat men dit ook zou doen. Daarnaast vinden we in het boek der Handelingen geen enkel voorbeeld van ook maar één apostel of Christen die dit ook daadwerkelijk in praktijk heeft gebracht! Zijn doel was alleen om duidelijk te maken dat de hel het ergste is wat iemand kan overkomen.)

 

De Charismatische Hellevaart & De Holocaust.

 

En ook híer zien we dat verhalen over de hel, geschreven door mensen die beweren met Jezus in de hel te zijn geweest, raakvlakken hebben, maar dan met de holocaust. Beschreef Mary K. Baxter de vuurputten in haar boek, de holocaust-overlevenden verhalen van massa’s lijken die door de Nazis in reusachtige kuilen verbrand zouden zijn. Laten we nu een ander voorbeeld geven: op een bepaald moment hoort Baxter die dan met Jezus in de hel is, kreten en gekrijs van een man. Deze man zou tijdens zijn leven op aarde ooit een predikant zijn geweest:

“Wij naderden op zo’n vijf meter van deze activiteit. Ik zag kleine donkere figuren rondom een kistachtig voorwerp marcheren. Bij nader bezien bleek dat de kist een doodkist was en de figuren die er rondom marcheerden demonen waren. Het was een echte doodkist en 12 demonen marcheerden er omheen. Terwijl zij marcheerden zongen en lachten zij. Elk van hen had een scherpe speer in zijn hand die hij telkens stootte door kleine openingen die in de buitenkant aangebracht waren. Er was een sfeer van grote angst in de lucht, en ik beefde toen ik zag wat er gebeurde. Jezus kende mijn gedachten, want Hij zei: “Kind, er zijn vele zielen die hier gefolterd worden, en er zijn vele verschillende soorten van foltering voor deze zielen. Er is een grotere straf voor hen die eens het evangelie predikten maar weer in zonde vielen, dan voor hen die de roeping van God voor hun leven niet wilden gehoorzamen.” Ik hoorde een schreeuw zo vertwijfeld dat het mijn hart vervulde met wanhoop. “Geen hoop. geen hoop”, riep hij uit. De hopeloze kreten kwamen uit de doodkist. Het was een eindeloze klacht van wroeging. “O, wat verschrikkelijk!” riep ik. “Kom”, zei Jezus: “Laten we dichterbij gaan.” Hij liep naar de doodkist en keek naar binnen. Ik volgde en keek ook naar binnen. Het bleek dat de boze geesten ons niet konden zien. Een vuilgrijze mist vulde de doodkist. Het was de ziel van een man. Terwijl ik toekeek, stootten de demonen hun speren in de ziel van de man in de doodkist. Ik zal nooit het lijden van deze ziel vergeten. Ik riep tegen Jezus: “Laat hem eruit, Heer; laat hem eruit.” De foltering van deze ziel was een ontzettend gezicht. Mocht hij toch maar bevrijd worden. Ik trok aan Jezus’ hand en smeekte Hem om de man uit de doodkist te laten. Jezus zei: “Mijn kind, zwijg, wees stil.” Terwijl Jezus sprak, zag de man ons. Hij zei: “Heer, Heer, laat mij eruit. Ontferm U!” Ik keek naar omlaag en zag een bloederige massa. Voor mijn ogen was een ziel. Binnenin de ziel was een menselijk hart, en het bloed spoot eruit. De steken van de speren doorboorden letterlijk zijn hart.” (vetdruk toegevoegd)

De rest van het helleverhaal met al haar gruwelen kan hier worden gelezen: http://www.divinerevelations.info/documents/a_divine_revelation_of_hell/a_divine_reveation_of_hell_dutch.htm

Laten we nu dit tafereel een svergelijken met wat de holocaust-overlevende, Elie Wiesel, gezegd had over de massa-executie van Joden bij Babi Yar in Oekraïne door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog:

“Later, I learned from a witness  that for months after the massacre, the ground did not stop trembling and that from time to time, geysers of blood spurted up out of the earth.”  http://exposing-the-holocaust-hoax-archive.blogspot.nl/2011/01/elie-wiesels-geysers-of-blood.html  (vetdruk toegevoegd)

Dan, iets verder terug, hebben we het voorbeeld van een van de vele vuurputten die de hel zou tellen:

“In de volgende put zat een vrouw op haar knieën, alsof zij iets aan het zoeken was. Haar skeletvorm was ook vol gaten. Haar beenderen waren duidelijk te zien en haar verscheurde jurk was aan het branden. Haar hoofd was kaal en er waren slechts gaten waar haar ogen en neus zouden moeten zijn. Een klein vuur brandde om haar voeten heen, terwijl zij knielde, en zij klauwde zich vast aan de kanten van de zwavelput. Het vuur hing aan haar handen en dood vlees bleef van haar afvallen terwijl zij haar nagels ingroef. Geweldige snikken schudden haar. “O Heer, o Heer”, huilde zij: “Ik wil eruit.” Terwijl wij toekeken had zij zich eindelijk naar de opening van de put geklauwd met haar handen en voeten. Ik dacht dat zij eruit zou gaan toen een grote demon met grote vleugels die bovenaan gebroken leken en langs zijn zijden hingen, naar haar toe kwam rennen. Zijn kleur was bruinachtig-zwart, en hij had haar over heel zijn grote vorm. Zijn ogen waren heel diep in zijn hoofd gezet, en hij was zo ongeveer de grote van een grote grijze beer. De demon rende naar de vrouw en duwde haar heel hard achterover de put en het vuur in. Ik keek toe in afgrijzen toen zij viel.”

Over de vuurputten in Birkenau waar de Duitsers naar verluidt levende babies zouden hebben verbrand, schreef Wiesel het volgende:

“Niet ver van ons likten vlammen uit een greppel, gigantische vlammen. Zij waren iets aan het verbranden. Er was een lorrie bij de kuil opgesteld en leverde er haar lading af- kleine kinderen. Babies! Rondom ons was iedereen aan het huilen. Iemand begon de Kaddish te citeren. Ik weet niet of dit in de lange geschiedenis van de Joden eerder gebeurde dat mensen het gebed voor de doden voor zichzelf hebben geciteerd. Nooit zal ik die nacht, de eerste nacht in dat kamp, vergeten. Nooit zal ik die rook vergeten. Nooit zal ik die kleine gezichten van de kinderen wiens lichaampjes onder een stille hemel in kransen van rook veranderden”.  http://exposing-the-holocaust-hoax-archive.blogspot.nl/2009/10/elie-wiesel-on-baby-burning-pits-at.html

De parallellen zijn hier duidelijk te zien maar kunnen niet op waarheid berusten. Zoals sommigen misschien al weten, is er veel af te dingen op de officiële versie van de Holocaust. Bezoek eens de volgende site: http://andrew carringtonhitchcock.com/blog/holocaust-or-holohoax-jou-be-the-judge/ En dit is eveneens het geval met de vele “hellereizen” van verschillende charismatische leiders. Als we een werkelijk excellente uitleg over deze “reizen” willen, is dit wel de beste uitleg die we er toen nu toe over hebben: https://www.youtube.com/watch?v=pmltLsKHmgE (“FALSE VISITS TO HEAVEN & HELL – JUSTIN PETERS & SO4J-TV / 10 Dangers of Extra-Biblical Revelations”) Hier worden (zoals de titel al aangeeft), ook de zgn, “reizen naar de hemel” als onbijbels ontmaskerd. Justin Peters, die hier wordt geïnterviewd door Martha Mac, legt helder en duidelijk uit, waaróm deze vermeende openbaringen van charismaten die beweren met Jezus in de hemel dan wel in de hel (of beide) zijn geweest, niet van God afkomstig kunnen zijn; hij zegt o.a dat al die openabringen elkaar tegenspreken. Deze verhalen zijn, “Onbewezen, onbetrouwbare, tegenstrijdige verhalen” en zijn tevens “intern tegenstrijdig”. Hetgeen betekent dat de auteurs zelfs zichzélf tegenspreken.  Een voorbeeld: Colton Burpo, schreef in zijn boek, “Heaven is for Real”, dat iedereen in de hemel “vleugels” had, behalve Jezus Zelf. Don Piper, beweerde in zijn boek, “90 Minutes In Heaven”, dat men er echter geen vleugels had. En Mary Kathrin Baxter, beweerde in haar “A Divine Revelation Of Hell”, dat zij de duivel zelf in de hel zag. Colton Burpo daarentegen, beweerde dat satan niet in de hel was daar engelen zwaarden bij zich hadden om hem daar weg te houden.

 

De Bijbel: Jezus en de Bezetenen van het Land der Gergesenen. 

 

Nu, hoe kunnen we nu bewijzen dat wat zowel Baxter als Burpo over de duivel hebben geschreven, niet in overeenstemming zijn met de Bijbel? Om dit te weten, gaan we naar de tijd toen Jezus met Zijn discipelen in een boot het land der Gergesenen bereikt hadden. Hier lezen we er het volgende over:

“En toen Hij aan de overkant was gekomen, in het land van de Gergesenen, kwamen twee mensen die door demonen bezeten waren, Hem tegemoet; zij kwamen uit de grafspelonken en waren zeer gevaarlijk, zodat niemand langs die weg voorbij kon gaan. En zie, zij riepen: Jezus, Zoon van God, wat hebben wij met U te maken? Bent U hier gekomen om ons te pijnigen vóór de tijd?” (Mattheús 8:28-29)

De rest van deze geschiedenis is bekend; Jezus staat toe dat de demonen na eenmaal door Hem uitgedreven te zijn, in een kudden zijnen varen die vervolgens omkomen. De lokale bevolking, intussen angstig geworden, verzoeken Jezus om hun gebied te verlaten. (verzen 30-34) Maar het gaat hier om wat de demonen tot Jezus zeggen: “Bent U hier gekomen om ons te pijnigen vóór de tijd?” De demonen wísten al dat zij eens mét hun aanvoerder, satan, op een bepaald moment in de toekomst door Jezus in de hel zouden worden geworpen. Nu zij Jezus zagen, meenden de demonen dat hun tijd nu eindelijk gekomen was. Maar dit was niet zo, daar Jezus hen toestond om zoals gezegd, nadat zij door Hem uit zouden zijn gedreven, in de zwijnen zouden varen. En uit wat deze demonen zeiden, blijkt duidelijk dat noch zij, noch hun meester, satan, zich vandaag de dag in de hel bevinden; integendeel, zij zijn juist zeer bevreesd om daar eens naar toe te worden verwezen! Baxter zou dan als haar openbaring ook wérkelijk van God zijn geweest, satan nooit in de hel gezien kunnen hebben! En ook de openbaring van Burpo, die schreef dat de engelen de duivel en zijn demonen er met hun zwaarden van weerhielden om in de hel af te dalen, is eveneens in strijd met de Bijbel. Want zoals uit de geschiedenis van Jezus en de bezetenen als blijkt, zij zijn er juist voor bevreesd om daar eens naartoe te worden verwezen. Dus is het voor de engelen niet nodig, hen met zwaarden ervan te weerhouden in de hel af te dalen!

 

Hemeltoeristen & Geestelijke Ramptoeristen in het Middelpunt van de Belangstelling. 

 

Een van de andere kenmerken van deze “hemeltoeristen” en “geestelijke ramptoeristen” (degenen die in de hel zouden zijn afgedaald) is, dat het zijzélf zijn die er in het boek wat zij erover hebben geschreven, in het centrum, het middelpunt, staan; God (Jezus) in zoverre dat zij Hem er ook werkelijk  ontmoet mogen hebben!), krijgt er een “lagere rol” toebedeeld. Het zijn de hemeltoeristen en de ramptoeristen, die uitverkoren zijn en het is hún boek (of boeken), die zelfs de Bijbel in grensoverschrijdend belang overstijgen.

 

Ik-Gericht: Onze Noden zijn het Belangrijkst. 

 

Weer een andere eigenschap van deze openbaringen is dat het de noden (behoeften, verlangens), het belangrijkst zijn. Wat de hemel betreft, is het de plaats waar al onze wensen vervuld zullen worden. Hoewel dit niet onjuist hoeft te zijn, is het toch zo dat het erom moet gaan dat het God is, Die er het Middelpunt, het Centrum van onze verlangens moet zijn. Dit laatste vinden we echter bij de hemeltoeristen en geestelijke ramptoeristen niet in hun boek (of boeken) terug. Er is natuurlijk veel meer te zeggen over degenen die beweren met Jezus in de hel/hemel (of beide) te zijn geweest. Maar Justin Peters heeft hier veel meer over te zeggen; zijn videos zijn uiteraard te vinden op het al aangegeven YouTube-kanaal. We zullen de studie nu afronden met een voorbeeld van Paulus, diens ervaring aangaande zijn dramatische bekering tot Jezus op zijn weg naar Damascus, en een deel van zijn eerste brief aan de Korinthiërs (waar we al het een en ander uit behandeld hebben.)

 

Handelingen 9 & 1 Corinthiërs 15. 

 

Het verhaal van Paulus (toen nog Saulus geheten) over de dramatische bekering tot Jezus toen hij op reis naar Damascus was, zal wel bekend zijn; Saulus was als Farizeeër de grootste kerkvervolger van zijn tijd; hij was zó fanatiek bezig de Christenen te  vervolgen, dat hij van de overpriester zelfs om geloofsbrieven verzocht om die er te Damascus aan de daar gevestigde synagogen af te geven met instructies om er ook de Christenen daar te vervolgen. Tijdens zijn reis naar Damascus, ontmoet Saulus de Heere Jezus in de vorm van een hel wit licht vanuit de hemel. Hij valt ter aarde, vraagt Wie het is Die met hem spreekt, en hoort dan dat het Jezus Zélf is, Die hem aanspreekt met de woorden, “Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij”?  Saul krijgt dan instructies om Damascus binnen te gaan en als hij zijn ogen opent, merkt hij dat hij blind is; hij wordt dan door zijn metgezellen de stad binnengeleid. later worden hem de handen van Ananias, een Christen, opgelegd, waarna Saul weer kan zien. Aldus bekeerd, wordt Saulus (later Paulus geheten) de grootste pleitbezorger voor de Kerk. (zie Handelingen 9:1-22) Later stichtte hij verschillende kerken en schreef er een of meeerdere brieven aan; die bevatten onderwerpen die voor de kerken van groot belang zijn. Eén van die onderwerpen had te maken met de opstanding van Christus. En hiervoor gaan we weer naar de eerste Korinthe-brief. We lezen daar de volgende verzen:

“Verder maak ik u bekend, broeders, het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat u ook aangenomen hebt, waarin u ook staat, waardoor u ook zalig wordt, als u eraan vasthoudt zoals ik het u verkondigd heb, tenzij dat u tevergeefs geloofd hebt. Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij verschenen is aan Kefas, daarna aan de twaalf”. (1 Korinthiërs 15:1-5)

Paulus vervolgt dan nog met te zeggen dat Jezus ook o.a aan hem is verschenen, “als aan de ontijdig geborene”, en hij zichzelf de minste der apostelen acht, “Maar door de genade Gods ben ik wat ik ben, en Zijn genade voor mij is niet tevergeefs geweest”. (verzen 6-10) Wat hier nu opvalt, is het volgende: Paulus legt hier eerder de nadruk op de Schriften dan op de ervaring die hij tijdens zijn reis naar Damascus beleefd had!  Behalve dat hij erkende de kerk zwaar vervolgd te hebben voor zijn bekering, vertelt Paulus verder niets over zijn ervaring. En hiermee maakt de apostel duidelijk dat het de Schriften moeten zijn, die boven de ervaring moeten worden gesteld. Kennelijk wilde Paulus zo voorkomen dat de Korinthische Christenen voortaan slechts op ervaringen zouden vertrouwen. Het waren (en zijn) dan ook de Schriften (de Bijbel), die van doorslaggevende betekenis zijn voor ons, de huidige Christenen! En zo is het ook met al die ervaringen van hen die beweren met Jezus in de hemel en/of hel te zijn geweest; die mogen nooit de boventoon bóven de Schriften voeren! Maar zoals dit met de boeken waarin Mary Kathrin Baxter, Colton Burpo, en talloze anderen hun ervaringen hebben opgetekend, is dit echter wél het geval! En er zijn nu velen die de revaringen van deze hemeltoeristen en geestelijke ramptoeristen nu als authentiek en absoluut waar beschouwen. Hoe komt dit? Doordat we tegenwoordig een kerk vol met geestelijke analfabeten hebben, mensen die hun geloof gevestigd hebben op louter ervaringen en niet eens weten wat de Bijbel erover te zeggen heeft! Moge God ons geven dat de Christenen wereldwijd weer terug zullen keren naar de Bijbel en slechts die als toetssteen voor alles wat we aan wonderen en fenomenen zien, gebruiken. Of zoals de bekende slogan luidt: “Sola Scriptura”, de Schrift alleen, verder niets!

 

Ton Nuiten – Dinsdag 8 Mei 2018.

 

 

 

 

 

 

Israel Complains: “Syria is Defending Itself”!

And here is a new story: Israel is shedding crocodile tears, crying,”Syria defend itself”, introduction to Emmanuel and his Portuguese-Jewish wife, and Jewess Madeline Albright, an evil trinity comprised of three fanatical warmongers. (Yes, Mr. Netanyahu, you can’t always play the eternal victim while you are, in fact, a mass murderer from the beginning.)

aladdinsmiraclelamp

By Kurt Nimmo

Israeli Defense Minister Avigdor Liberman is concerned Syria may finally be able to defend itself against Israel’s attacks.

Dan Waldron@danwaldny

Israel will definitely respond if S-300 systems are directed against it, says Israeli Defense Minister Libermanhttp://www.jerusalemonline.com/news/middle-east/israel-and-the-middle-east/israel-warns-it-will-respond-if-syria-uses-s-300-systems-35638?utm_source=ActiveCampaign&utm_medium=email&utm_content=Shin+Bet+arrests+Hamas+student+leader%2C+IDF+shoots+Palestinian+who+tried+to+damage+Gaza+border+fence+and+more+news+at+JerusalemOnline&utm_campaign=MiddayNewsletter+-+Recurring 

Israel warns it will respond if Syria uses S-300 systems

Israeli Defense Minister Avigdor Liberman has warned that Israel will react forcefully to any Syrian attack using the Russian-made S-300 air defense systems.

jerusalemonline.com

Last month Russia said it will deliver free of charge its advanced S-300 missile system to the al-Assad government.

“Moscow will supply the Syrian government with the advanced S-300 missile system, the Russian Kommersant newspaper reported on Monday, according to Hadashot news,” Jerusalem Onlinereported on April 23. “Citing two Russian military sources, the newspaper said that the system, which will be provided to Syrian President…

View original post 809 woorden meer

Netanyahu “Nuts,” Only IAEA can assess any claim on Iranian nuclear program: Mogherini

As early of 1993, Israeli PM. Benjamin Netanyahu warns the whole world with the following words: “soon, very soon, about a couple of months, Iran has its atomic bomb. Now, however, we are in 2018. And, Iran has yet no atomic bomb!

aladdinsmiraclelamp

                         EU foreign policy chief Federica Mogherini 

The EU foreign policy chief says what the Israeli premier tried to present as documents on Iran’s “secret” nuclear work fails to question Tehran’s compliance with the 2015 nuclear deal, and that any such claims should solely be assessed by the UN nuclear watchdog.

“What I have seen from the first reports is that Prime Minister Netanyahu has not put into question Iran’s compliance with the JCPOA (Joint Comprehensive Plan of Action) commitments, meaning post-2015 nuclear commitments,” Federica Mogherini said Monday.

The remarks came hours after Netanyahu unveiled what he claimed to be “conclusive proof of the secret” Iranian nuclear program during a televised address from Israel’s ministry for military affairs.

Israeli Prime Minister Benjamin Netanyahu delivers a speech on Iran’s nuclear program, April 30, 2018. (Photo by…

View original post 1.552 woorden meer