Zeer Uitgebreide Bijbelstudie over (Onder Meer) de Verschillende Verbonden Tussen het Aardse Fysieke Israël & de Christelijke Kerk. De Verwoesting van Jeruzalem (en Vele Daarmee Gerelateerde Bijbelverzen).

Vandaag zullen we beginnen met iets uit de zendbrief van de apostel Paulus aan de Galaten te lezen: 

“Ik zeg echter: Zolang de erfgenaam een onmondig kind is, verschilt hij in niets van een slaaf, hoewel hij heer is van alles, maar hij staat onder voogden en beheerders, tot het tijdstip dat de vader van tevoren heeft bepaald. Zo waren ook wij, toen wij nog onmondige kinderen waren, als slaven onderworpen aan de grondbeginselen van de wereld.” (Galaten 4:1-3) 

Dr. Chuck Baldwin & John Gill. 

Dr. Chuck Baldwin (Pastor van de kerk Liberty Fellowship in Montana) citeert hierbij John Gill die er de volgende uitleg aan gaf; het gaat hier over de oude Israëlieten onder de Mozaïsche Wet (het Oude Verbond dus): 

(Ze) “waren in slavernij onder de elementen van de wereld waarmee de verschillende instellingen van de Mozaïsche ceremonie mee werden bedoeld. Voor de Joden waren die wat ABC of een alfabet van letters is voor iemand die” (pas) “begint te leren. Zoals de fysieke elementen van de natuur en de algemene spraak en taal de eerste beginselen daarvan zijn, waren de Mozaïsche instellingen dus de elementen of eerste beginselen van de Joodse religie die hen door de wet als hun schoolmeester werden geleerd en waardoor ze ook werden gebruikt.

Die worden elementen genoemd, een zinspeling op de eerste beginselen van de natuur en leringen in de elementen van de wereld, omdat die in uiterlijke, wereldse en aardse dingen liggen zoals eten, drinken en onderdompeling liggen, etc.

Terwijl ze onder de instructies en discipline van de wet als hun schoolmeester waren, waren ze in slavernij, niet verwijzend naar hun slavernij in Egypte, noch naar de verschillende gevangenschappen waarin hun buurlanden hen voerden, noch naar de slavernij der zonde (voor alle mensen in een gemeenschappelijke natuurlijke staat), maar aan de gebondenheid die de wet van nature veroorzaakte, bracht hen ertoe opgewekt te worden en hen door haar sancties en straffen binnenhield. Want door angst voor de dood waren ze slaven en waren ze hun hele leven aan de slavernij onderworpen. Ze droegen een juk van slavernij op hun nek en zaten onder een geest van slavernij en angst. Ze waren als kinderen die op school gehouden werden om er hun letters te leren, hun lessen op te zeggen en om er hun taken uit te voeren; en zo niet, de correctie te ontvangen waarmee ze in voortdurende angst en gebondenheid werden gehouden.” Bron: youtube.com/watch?v=EannrDXew&t=1012s (“From Bondage To Liberty: My Story – Dr. Chuck Baldwin on Jan. 24, 2021” (LibertyFellowshipMT (vanaf 3:14)

Mozes op de Berg de Sinaï & de Wet van God. 

Dan gaan we hiermee naar het Bijbelboek Exodus waar we lezen dat Mozes voor veertig dagen en nachten op de berg, Sinaï verbleef, waar hij met God sprak en Die hem Zijn wet gaf; die wet werd bekend als de “wet van Mozes.” De geboden van die wet waren door God Zelf opgetekend op twee stenen tafelen: 

“En het gebeurde, toen Mozes van de berg Sinaï afdaalde – de twee tafelen van de getuigenis waren in Mozes’ hand, toen hij van de berg afdaalde – dat Mozes niet wist dat de huid van zijn gezicht glansde, omdat de HEERE met hem gesproken had. Aäron en a; de Israëlieten keken Mozes aan, en zie, de huid van zijn gezicht glansde. Daarom waren zij bevreesd om dichter bij hem te komen. Mozes riep hen echter bij zich. Aäron en al de leiders van de gemeenschap keerden naar hem terug en Mozes sprak tot hen. Daarna kwamen al de Israëlieten naar voren en hij gebood hun alles wat de HEERE met hem besproken had op de berg Sinaï. Nadat Mozes geëindigd had met hen te spreken, legde hij een doek over zijn gezicht. Maar telkens wanneer Mozes voor het aangezicht van de HEERE kwam om met Hem te spreken, deed hij de doek af, totdat hij weer naar buiten ging. En wanneer hij naar buiten gegaan was, sprak hij tot de Israëlieten wat hem geboden was. En als de Israëlieten aan het gezicht van Mozes zagen dat de huid van het gezicht van Mozes glansde, dan deed Mozes de doek weer over zijn gezicht, totdat hij naar binnen ging om met Hem te spreken.” (Exodus 34:29-35)

De Apostel Paulus Over het Verschil Tussen de Bediening van de Dood & de Bediening van de Geest. 

Als we het Bijbelboek Exodus wat doorlezen, blijkt dat de bediening die Mozes (samen met de Israëlieten) had, een uitzonderlijke en schitterende bediening moet zijn geweest. Dit wordt al duidelijk uit het samenstellen van de preisterkledij door de Israëlieten in opdracht van God aan Mozes:

“Toen maakten zij uit de blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol ambstkleding voor de dienst in het heiligdom; ook maakten zij de geheiligde kleding die voor Aäron bestemd was, zoals de HEERE Mozes geboden had. Men maakde de efod van goud, van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol en van dubbeldraads fijn linnen.

Toen pletten zij de gouden platen en men sneed er draden van om ze te verwerken tussen de blauwpurperen wol, tussen de roodpurperen wol, tussen de scharlakenrode wol en tussen het dubbeldraads fijn linnen, werk van een kunstenaar.

Zij maakten er schouderstukken voor die de efod aan zijn beide uiteinden bijeenhielden; hij vormde één geheel. En de kunstige band van de efod, die erop vastzat, vormde één geheel mee en was op dezelfde manier gemaakt: van goud, van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol en van dubbeldraads fijn linnen, zoals de HEERE Mozes geboden had.

Vervolgens bewerkten zij de onyxstenen, gevat in gouden kassen, gegraveerd zoals men zegels graveert, met de namen van de zonen van Israël erin. En hij bevstigde ze op de schouderstukken van de efod als gedenkstenen voor de Israëlieten, zoals de HEERE Mozes geboden had. Vervolgens maakte hij de borsttas, werk van een kunstenaar, op dezelfde manier als de efod: van goud, van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol en van dubbeldraards fijn linnen.

Hij was vierkant. Zij maakten de borsttas dubbelgevouwen; een span was zijn lengte en een span zijn breedte, dubbelgevouwen. Toen vulden zij hem op met vier rijen edelstenen: een rij van een robijn, een topaas en een karbonkel; dit is de eerste rij. De tweede rij: een smaragd, een saffier en een diamant. De derde rij: een hyacint, een agaat en een amethist. Tensltte de vierde rij: een turkoois, een onyx en een jaspis; ze waren in hun kassen in goud gevat.

En wat de stenen met de namen van de zonen van Israël betreft, dat waren er twaalf in getal, overeenkomend met hun namen, met zegelgraveringen per man bij zijn naam, in overeenstemming met de twaalf stammen.” (Exodus 39:1-14) 

Er worden nog meer van deze dingen beschreven, maar dit zal wel genoeg zijn om aan te tonen dat het Oude Verbond (onder de wet van Mozes) een schitterende bedeling moet zijn geweest! Toch verklaarde John Gill (zoals geciteerd door Dr. Chuck Baldwin) dat het oude volk Israël eigenlijk een volk in slavernij was. En hoe dit zo was, werd door de apostel Paulus verder uitgelegd wanneer hij het heeft over het Nieuwe Verbond: 

“Hij” (God) “heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe verbond te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. Als nu de bediening van de dood, met letters in stenen gegrift, in heerlijkheid was, zodat de Israëlieten hunogen niet op het gezicht van Mozes gericht konden houden vanwege de heerlijkheid van zijn gezicht, hoewel die tenietgedaan zou worden, hoeveel te meer zal dan de bediening van de Geest in heerlijkheid zijn? Want als de bediening van de verdoemenis al heerlijkheid geweest is, veel meer is de bediening van de gerechtigheid overvloedig in heerlijkheid. Immers, zelfs dat wat verheerlijkt was, is in dit opzicht niet heerlijk geweest, vergeleken met de alles overtreffende heerlijkheid. Want als wat tenietgedaan wordt in heerlijkheid was, veel meer is wat blijft in heerlijkheid.” (2 Korinthe 3:6-11) 

En dat de wet van Mozes (onder het Ouder Verbond) ook zeer streng was, blijkt wel uit bijvoorbeeld de volgende verzen: 

“Toen liet Mozes heel de gemeenschap van de Israëlieten bijeenkomen en hin zei tegen hen: Dit zijn de woorden die de HEERE gebden heeft om ze te doen: Zes dagen moet er werk verricht worden, maar de zevende dag moet heilig voor u zijn, een sabbat, een dag van volledige rust, voor de HEERE. Ieder die op die dag werk verricht, moet gedood worden. U mag op de sabbatsdag in geen van uw woongebieden vuur aansteken.” (Exodus 35:1-3) 

Het zal dan ook duidelijk zijn dat vanwege de zware gestrengheid van dit deel van de Joodse wet van Mozes er maar weinig Israëlieten zouden zijn geweest die dit gebod ovetreden zullen hebben!

De Oude Wet van Mozes Vervangen door het Smetteloze Zondoffer van Jezus. Niet Langer Vergeving van Zonden door de Wet van Mozes. Het Oude Verbond & het Nieuwe Verbond: Hebreeën 12:18-29.

Wat nu de bediening van de dood en de bediening van de Geest betreft, zien we dus dat er sprake is van zowel het Oude Verbond (Oude Testament) en het Nieuwe Verbond (Nieuwe Testament). Hier is zowat de hele zendbrief van Paulus aan de Hebreeën aan gewijd. Die Hebreeën waren Joodse Christenen die Christus Jezus eerder als hun Redder en Zaligmaker geaccepteerd hadden en om die reden zwaar vervolgd en verdrukt werden door hun Joodse volksgenoten die ook dan nog altijd meenden dat de wet van Mozes de enige juiste religie was waar ze zich aan moesten houden; het Christendom was volgens deze volgelingen van de Joodse wet een ketterij en Christus Zelf een bedrieger.

Waarschijnlijk zullen die aanvankelijk op hun joods-christelijke volksgenoten ingepraat hebben om hen ervan te overtuigen dat het met dat Christendom en Christus toch allemaal niet goed zat; alleen door de Wet van Mozes te onderhouden kon men een relatie metGod opbouwen en handhaven. Toen dit geen effect bleek te sorteren, zullen ze vervolgens tot zwaardere maatregelen zijn overgegaan: alleen door middel van vervolging en verdrukking konden die Joodse Christenen nog bij hun zinnen worden gebracht.

Die werd voor die Joods-Christelijke broeders en zusters zo zwaar geacht dat die uiteidelijk maar toegaven: dan zou het beter zijn het Christendom samen met Christus maar prijs te geven en zich weer tot de oude Mozaïsche eredienst met het offerandestelsel waarbij bepaalde dieren aan God gebracht moesten worden om zo vergeving van zonden van God te ontvangen. Paulus echer hoorde hiervan en daarop is het grootste deel van zijn Hebreeënbrief gebaseerd.

En de kern van zijn boodschap in die brief was dat als de Joodse Christenen weer blijvend tot de oude Mzaïsche wet terug zouden keren, er geen enkel ander offer voor de zonde over zou blijven: 

“Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over, maar slechts een verschrikkelijke verwachting van oordeel en verzengend vuur, dat de tegenstanders zal verslinden. Als iemand de wet van Mozes tenietgedaan heeft, moet hij sterven zonder barmhartigheid, op het woord van twee of drie getuigen. Hoeveel te zwaarder straf, dent u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft? Wij kennen immers Hem Die gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere. En verder: de Heere zal Zijn volk oordelen. Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God. Maar herinner u de dagen van weleer, waarin u, nadat u verlicht was, veel strijd in het lijden hebt verdragen. Nu eens werd u zelf door smaad en vedrukkingen tot een schouwspel gemaakt, dan weer deelde u het lot van hen die zo behandeld werden. Want u hebt ookmedelijden gehad met mij, in mijn boeien, en de beroving van uw eigendommen met blijdschap aanvaard, in de wetenschap dat u voor uzelf een beter en blijvend bezit in de hemelen hebt. Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt. Want u hebt volharding nodig, opdat u na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen. Want: Nog een korte tijd en Hij Die komt, zal komen en niet uitblijven. Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven, en als iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen. Wij zijn echter geen mensen die zich ontrekken, en daardoor naar het verderf gaan, maar mensen die geloven, tot behoud van hun ziel.” (Hebreeën 10:26-39) 

Samengevat: als nadat de Joodse Christenen nadat die de waarheid van het smetteloze zondoffer waardoor Jezus Zichzelf als het volmaakte offer aan God aan het kruis voor hun zonden had gebracht hadden leren kennen, maar Hem prijsgaven door weer van Hem af te wijken om door de oude wet van Mozes en het offerstelsel van dieren weer vergeving van zonden te verkrijgen, zouden ze hiermee zondigen tegen God. 

Die wet had onder het Oude Verbond wel waarde. Maar nu het Nieuwe Verbond wat Jezus door Zijn helig bloed, sterven en opstanding uit de dood voor hen bewerkstelligd had, was dit Oude Verbond (de wet van Mozes) nu definitief tot een einde gekomen. De oude eredienst waarbij een aardse fysieke tempel en dierenoffers vereist waren, was nu voorgoed vervangen door het smetteloze zondoffer wat Jezus er in de plaats voor hen had gebracht. 

Zouden de christelijke Joden echter toch weer naar die oude eredienst weer blijvend tegrugkeren, dan zou hen omdat ze hiermee het offer van Jezus verwerpen, “slechts een verschrikkelijke verwachting van oordeel en verzengend vuur, dat de tegenstanders zal verslinden”, te wachten staan.

Vervolgens herinnerde de apostel hen aan het lijden wat zij eerder nog onder de vervolging door hun Mozaïsche Joodse volksgenoten geleden hadden. Door ondanks al het lijden was ze tot dan toe nog hadden meegemaakt te volharden in hun geloof in Christus als het enige Zondoffer wat genoegzaam was voor God en aldus trouw te blijven, zouden de Joodse Christenen dit oordeel kunnen vermijden. Om die reden riep Paulus hen die zich alweer onder de wet van Mozes hadden laten stellen, op om weer om te keren en toch trouw te blijven aan het geloof in Christus als het enige Zondoffer wat voor God behaaglijk was. Want nadat Jezus aan het kruis gestorven was en later weer uit de dood was opgestaan, waren de Joodse Christenen hiermee van het Oude Verbond naar het Nieuwe Verbond overgegaan. 

Hebreeën 12:18-29. 

Verderop in zijn brief gaat Paulus dieper op dit Nieuwe Verbond in:

“Want u bent niet tot een tasbare berg genaderd, en tot een brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind, tot bazuingeschal en het geluid van woorden. Zijd die dat hoorden, smeekten dat het woord niet meer tot hen gericht zou worden, want zij konden wat hun bevolen werd niet verdragen: zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het gestenigd of met een pijl doorschoten worden. En wat zij zagen was zo verschrikkelijk, dat Mozes zei: Ik ben zeer bevreesd en sta te beven.

Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen, tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen, en tot de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus, en tot het bloed van de besprenging, dat van betere dingen spreekt dan dat van Abel. 

Let er dan op dat u  Hem Die spreekt, niet verwerpt. Want als zij niet zijn ontkomen die hem verwierpen die op aarde aanwijzingen van God deed horen, veelmeer zullen wij niet ontkomen, als wij ons afkeren van Hem Die vanuit de hemelen spreekt. Zijn stem bracht indertijd de aarde aan het wankelen. (1) Nu echter heeft Hij openlijk verkondigd: Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel doen beven.

Dit ‘nog eenmaal’ duidt op de verandering van dingen die kunnen wankelen als van dingen die gemaakt zijn, opdat de dingen die onwankelbaar zijn, zouden blijven. Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem welgevallige wije, met ontzag en eerbied. Want onze God is een verterend vuur.” 

(1): Hiermee doelde Paulus dat God de aarde (de berg Sinaï en omgeving) doordat Hij er, gehuld in “duisternis en stormwind” en met luid “bazuingeschal” op de berg neerdaalde, deed “wankelen” ofwel beven. Later zou God echter niet alleen de “aarde” maar tevens de hemel doen “wankelen” opdat de “dingen die gemaakt zijn” (zoals onder meer de aardse tempel, een aards, fysiek koninkrijk met grenzen, de aardse fysieke stad Jeruzalem, etc.) voorgoed zouden verdwijnen. Zodat de dingen die in de hemel gemaakt zijn (zoals onder meer het hemelse Jeruzalem) voorgoed zouden blijven. 

Het Aardse Koninkrijk & de Aardse Stad Jeruzalem Hebben Geen Enkele Waarde Meer. 

En met wat we hier dan lezen, zou het goed duidelijk moeten zijn dat het aardse koninkrijk met haar fysieke grenzen in het Midden-Oosten, “Israël” genaamd met haar (eveneens) aardse fysieke hoofdstad Jeruzalem, geen enkele waarde meer hebben. En aangezien dit Nieuwe Verbond waarvan Jezus de Middelaar is en wat zich in tegenstelling met het Oude Verbond nu niet alleen over Joodse Christenen maar ook over niet-Joodse Christenen uitstrekt, is dit nu het “onwankelbare Koninkrijk” (de Kerk, de Gemeente van Jezus), wat tot nu toe ook gebleven is. 

Een Harde & Bittere Pil voor de Christelijke Zionisten. 

Dit is een harde en bittere pil voor alle christelijke zionisten die hun ogen voornamelijk op het Israël en haar stad Jeruzalem gericht houden om te slikken, maar het is niet anders. Het herstel van Israël zoals de oudtestamentische profeet Ezechiël dit nu lang geleden in “Het visioen van de beenderen” zag (Ezechiël 37), kan dan ook alleen betrekking hebben op het begin van het herstel van Israël kort na het einde van de Babylonische Ballingschap! Dit begin van het herstel kan dan ook niet worden geplaatst in 1948 zoals de christelijke zionisten ons zo graag willen doen geloven. 

Israël & Jeruzalem in het Midden-Oosten: een Valse Entiteit.

Aangezien de Kerk van Christus het “aardse Israël” met haar evenzeer “aardse Jeruzalem” intussen niet alleen vervangen maar hier zelfs uit voortgekomen is, houdt dit in dat we met het huidige Israël met haar stad Jeruzalem met een valse entiteit van doen hebben! De christelijke zionisten beschouwen dit Israël (samen met het Joodse volk als geheel) naast de christelijke Kerk evenzeer als “uitverkoren door God.” Door de Bijbel befreffende dit onderwerp op de juiste wijze te lezen en ook te interpreteren, komen we echter tot een andere conclusie. 

Het Voorhangsel van de Tempel van Boven naar Beneden in Tweeën Gescheurd. 

Om dit te zien, moeten we eerst naar het Evangelie naar Mattheüs gaan; we gaan dan naar die verzen waarin we lezen wat er gebeurde nadat Jezus de laatste adem aan het kruis uitblies: 

“Ongeveer op het negende uur riep Jezus met een luide stem: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat betekent: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U mIj verlaten? Sommigen van hen die daar stonden, zeiden, toen zij dit hoorden: Hij roept Elia. En meteen snelde een van hen toe, nam een spons, doordrenkte die met zure wijn, stak hem op een rietstok en hij gaf Hem te drinken. Maar de anderen zeiden: Houd op, laten wij zien of Elia komt om Hem te verlossen. Jezus riep nogmaals met luide stem en gaf de geest. En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden; de aarde beefde en de rotsen scheurden.” (Matteüs 27:46-51) 

Wat we hier dus zien, is dat het scheuren van het voorhangsel van de tempel gepaard ging met een beven van de aarde waarbij “de rotsen scheurden.” Dit “beven van de aarde” lezen we ook weer in die verzen die we hierboven met betrekking tot het “wankelen van dingen” die zouden moeten verdwijnen. En dat is nu precies waarvan we het begin zagen gebeuren. Want met het scheuren van het voorhangsel van de tempel verdween hier nu voor goed ook het oude Mozaïsche Verbond mee. En vanaf die tijd hadden zowel het aardse Israël als het aardse Jeruzalem geen enkele waarde meer wat uitverkiezing door God betreft; zo had nu het Oude Verbond plaats gemaakt voor het Nieuwe Verbond (met het “geestelijke Israël”, de Kerk). Omdat de meerderheid van de Mozaïsche Joden Jezus had verworpen en hun Mozaïsche eredienst toch wilden handhaven en dit ook deden, zou ongeveer 37 jaren later het godsoordeel over Jezuzalem en Israël komen. En dit brengt ons bij de volgende woorden van Jezus tijdens Zijn bediening in Israë tot Zijn discipelen:

“Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden.” (Lukas 17:37 – oude Statenvertaling) 

Tot nu toe schijnen velen niet begrepen te hebben waar Jezus met deze woorden op zou kunnen doelen. Maar wat we hier van deze woorden nu duidelijk af kunnen leiden, is dat die betrekking hadden op de dan nog toekomstige verwoesting van Jeruzalen en tempel door de Romeinse legioenen onder leiding van de Romeinse veldheer Titus. Het is nu al lange tijd meer dan bekend dat een van de belangrijkste symbolen van de macht van het oude Rome de bekende adelaar was. Daarnaast lezen we ook dat die “arenden” zich zouden vergaderen “Waar het lichaam is…” Dit woord (wat ook de gewone betekenis van het “menselijk lichaam” heeft), wordt daarnaast ook toegepast op het “lichaam van Christus” en hiermee wordt dan de Gemeente, de Kerk van Christus bedoeld. Gaan we nu weer terug naar Matteüs 17:37 waar we zoals we gezien hebben, het “lichaam” lezen, dan krijgen we enige indicatie van wat hiermee bedoeld wordt: het gaat hier dan over het (symbolische) “lichaam” van het oude Israël. En daar zouden zich dus “de arenden” (andere Bijbelvertalingen hebben hier de term “gieren“) vergaderen. Daar dit “lichaam” (wat het oude Israël met haar Mozaïsche wetgeving, dierenofferanden, spijswetten en het onderhouden van de verschillende oustestamentische feestdagen vertegenwoordigde) nu vervangen was door het “lichaam van Christus” (Zijn Kerk), wil dit zeggen dat we hier met een (symbolisch) “stoffelijk overschot” van doen hebben. 

Het Huis als een Woestenij Achtergelaten. 

En dat is dan ook wat Jezus bedoelde te zeggen wat de vervolging van de profeten door Jeruzalem betreft: 

“Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt wie naar u toe gezonden zijn! Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels; maar u hebt niet gewild. Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten. Want Ik zeg u: U zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij Die komt in de naam van de Heere!” Mattheüs 23:37-39) 

Wat dus wil zeggen dat zowel Jeruzalem als “het huis” (Israël) waar de stad zich in bevond, in symbolische zin nu “geestelijk dood” was: zoals we al zeiden, een “stoffelijk overschot” dus. En het zou daar zijn waar de Romeinse legioenen zich als “de arenden” zouden vergaderen om zowel Jeruzalem als Israël totaal te vernietigen. Vóórdat dit zou gebeuren, had God Israël en Jeruzalem al enkele gelegenheden gegeven om Jezus als “Hij Die komt in de Naam van de Heere” alsnog te accepteren, maar dat ze niet bereid waren geweest om dit ook te doen…

“En Zoals het Gebeurde in de Dagen van Noach…” & “Op Dezelfde Manier Ook, Zoals het Gebeurde in de Dagen van Lot…”

Daarom gaan we nu weer terug naar Lukas 17 en we zullen beginnen vanaf vers 26: 

“En zoals het gebeurde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen. Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk en zij werden ten huwelijk gegeven tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de zondvloed kwam en hen allen om deed komen. Op dezelfe manier ook, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken. zij kochten en verkochten, zij plantten en bouwden. Op de dag echter waarop Lot uit Sodom wegging, regende het vuur en zwavel uit de hemel en bracht hen allen om. Evenzo zal het zijn op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.” (verzen 26-30) 

De Zondvloed & de Verwoesting van Sodom & Gomorra: Beide Oordelen van God. 

De beide gebeurtenissen (waarbij bij de eerste een globale zondvloed de oude wereld van toen overspoelde en de tweede waarbij de beide steden Sodom en Gomorra door middel van vuur en zwavel werden verwoest) waren oordelen van God. Het uitgebreide verslag van de zondvloed en de voorbereidingen van de ark door Noach is te lezen in de hoofdstukken 6 – 8 van het Bijbelboek Genesis. De geschiedenis van de verwoesting van Sodom en Gomorra in de hoofdstukken 18 en 19:1-29 van hetzelfde Bijbelboek. 

Belofte van God aan Noach. 

Nadat de zondvloed voorbij was en de aarde weer te bewonen was en Noach een altaar voor Hem bouwde, deed God een belofte aan Noach: 

“En Noach bouwde een altaar voor de HEERE; en hij nam van al het reine vee en va alle reine vogels, en bracht brandoffers op dat altaar. En de HEERE rook die aangename geur, en de HEERE zei in Zijn hart: Ik zal de aardbodem voortaan niet meer vervloeken wanwege de mens; de gedachtenspinsels van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af; en Ik zal voortaan niet al het levende meer doden, zoals Ik gedaan heb. Voortaan, al de dagen van de aarde, zullen zaaitijd en oogsttijd, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet ophouden.” (Genesis 18:20-22) 

En zoals beloofd, is dit nu nóg altijd zo; ook nú hebben we bijvoorbeeld nog altijd “koude en hitte, zomer en winter.” En dit (om er maar even een zijnoot bij te voegen) ondanks de zogenaamde “global warming” waardoor – naar men zegt! – de zomers steeds heter en de winters steeds milder zouden worden zodat er overal ter wereld de hitte uiteindelijk zou gaan overheersen! 

Een Bepaalde Periode van Vrede & Voorspoed.

Wat nu het eten en drinken, huwelijken, het kopen en verkopen aangaat, velen zullen er waarschijnlijk niet van op de hoogte zijn dat, enige tijd vóórdat de Romeinen zouden komen en het beleg rond Jeruzalem zouden slaan, er voor een bepaalde tijd, een periode van vrede en voorspoed in Israël heerste. Men leefde er zorgeloos, men nam ten huwelijk en huwelijkte uit, kocht en verkocht, men at en dronk. Jezus echter, had met de gegeven voorbeelden van de zondvloed en de verwoesting van Sodom en Gomorra in het verleden al aangegeven dat er eens een (gewelddadig) einde aan die welvarende periode zou komen; net zoals dit met de vloed en de verwoesting van de twee steden het geval was, zou ook Jeruzalem dan binnen afzienbare tijd onder het oordeel van God komen; en het zouden de Romeinen zijn, waarvan God gebruik zou maken om de stad (en tevens heel Israël) er totaal mee te verwoesten. Daarom gaan we nu verder met:

Lukas 17:31-27. 

Aan zowel Zijn discipelen als de overigen die naar Jezus luisterden, had Hij nog wat waarschuwingen over het op handen zijnde oordeel gegeven: 

“Wie op die dag op het dak zal zijn, met zijn huisraad in huis, moet niet naar beneden gaan om het mee te nemen. En wie op de akker is, moet evenmin terugkeren naar wat hij achterliet. Denk aan de vrouw van Lot. Wie zijn leven zal proberen te behouden, zal het verliezen. En wie het zal verliezen, zal het behouden. Ik zeg u: in die nacht zullen er twee op één bed zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Twee vrouwen zullen samen malen. De eén zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Twee zullen er op de akker zijn. De één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. En zij antwoordden en zeiden tegen Hem: Waar Heere? En Hij zei tegen hen: Waar het lichaam is, daar zullen de gieren zich verzamelen.” 

En met dit laatste vers, met de waarschuwende woorden van Jezus, komen we weer bij “de arenden” zoals deze twee woorden in de oude Statenvertaling worden vertaald. Wat Jezus hier deed, was zowel Zijn discipelen als de rest van Zijn toehoorders waarschuwen dat als eenmaal de Romeinse oorlogsmachine naar Jeruzalem op zou marcheren, ze de vlucht moesten nemen zonder ook maar iets van huis uit mee te nemen! Elders in Lukas gaf Jezus Zijn discipelen de volgende aanmaning: 

“Wanneer u zult zien dat Jeruzalem door legers omringd wordt, weet dan dat zijn verwoesting nabij is. Laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen en wie in het midden van Jeruzalem zijn, daaruit wegtrekken en wie op de velden zijn, er niet in gaan. Want dit zijn dagen van wraak, opdat al wat geschreven staat, vervuld wordt. Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen, want er zal grote nood zijn in het land en toorn over dit volk. En zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en in gevangenschap weggevoerd worden onder alle heidenen. En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn.” (Lukas 21:20-24)

ParallellenTussen de Verwoesting van Jeruzalem door Koning Nebukadnezar & zijn Babylonische Legers & de Verwoesting van Deze Stad door de Romeinse Veldheer Titus en zijn Legioenen. 

We zullen nu enkele parallellen geven en wel tussen de verwoesting van Jeruzalem door koning Nebukadnezar en zij  Babylonische legers en de latere verwoesting van deze stad door de Romeinse veldheer Titus en zijn legioenen. Wat de verwoesting ervan door Nebukadnezar betreft, beginnen we bij Jeremia 19; de gelijknamige profeet kreeg van God de volgende opdracht: 

“Zo zegt de HEERE: Ga een aarden pottenbakkerskruik kopen, en neem enkele van de oudsten van het volk en van de oudsten van de priesters mee. Ga uit naar het dal Ben-Hinnom, dat bij de ingang van de Schervenpoort ligt, en predik daar de woorden die Ik tot u spreek, en zeg: Hoor het woord van de HEERE, koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem. Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Zie, Ik ga onheil brengen over deze plaats, zodat bij ieder die het hoort, zijn oren zullen tuiten, omdat zij Mij verlaten hebben, deze plaats van Mij vervreemd hebben, en reukoffers gebracht hebben aan andere goden, die zij niet gekend hebben, zij, hun vaderen en de koningen van Juda. Zij hebben deze plaats gevuld met bloed van onschuldigen. Zij hebben de hoogte van de Baäl gebouwd om hun kinderen met vuur te verbranden als brandoffers voor de Baäl, wat Ik niet geboden en niet gesproken heb, en in Mijn hart niet is opgekomen. 

Daarom, zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer genoemd zal worden Tofet en het dal Ben-Hinnom, maar Moorddal. Ik zal de plannen van Juda en Jeruzalem in deze plaats verijdelen. Ik zal hen doen vallen door het zwaard vóór hun vijanden en door de hand van hen die hen naar het leven staan. Ik zal hun dode lichamen als voedsel geven aan de vogels in de lucht en aan de dieren op de aarde. Ik zal deze stad maken tot een verschrikking en tot een aanfluiting. Ieder die er voorbij trekt, zal zich ontzetten en van afschuw sissen over al haar wonden.

Ik zal hun het vlees van hun zonen en het vlees van hun dochters te eten geven. Zij zullen ieder het vlees eten van zijn naaste tijdens de belegering en in de nood waarin hun vijanden en zij die hen naar het leven staan, hen doen verkeren. Dan moet u de kruik stukbreken voor de ogen van de mannen die met u waren meegegaan, en tegen hen zeggen: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Zo zal Ik dit volk en deze stad stukbreken, zoals men een pot van een pottenbakker stukbreekt, zodat die niet meer hersteld kan worden. Men zal hen in Tofet begraven, omdat er geen andere plaats om te begraven is.

Zo zal Ik doen met deze plaats, spreekt de HEERE, en met zijn inwoners, om deze stad te maken als een Tofet. De huizen van Jeruzalem en de huizen van de koningen van Juda zullen even onrein worden als de plaats van Tofet, met ale huizen waar zij op de daken ervan reukoffers hebben gebracht aan heel het leger aan de hemel en plengoffers hebben uitgegoten voor andere goden. Toen Jeremia van Tofet kwam, waarheen de HEERE hem had gezonden om te profeteren, ging hij in de voorhof van het huis va de HEERE staan en zei tegen heel het volk: Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Zie, Ik ga over deze stad, en over al haar steden al het onheil brengen dat Ik tegen haar uitgesproken heb, omdat zij halstarrig waren door niet te luisteren naar Mijn woorden.” (Jeremia 19) 

Lukas 19. 

De belegering van Jeruzalem door Nebukadnezar is er ook gekomen; talloze Joden, mannen, vrouwen en kinderen, werden door de Babylonische legers om het leven gebracht; de overlevenden werden vervolgens in fasen naar Babel in ballingschap gevoerd. En overeenkomstig de profetie van Jeremia, zouden deze beide volken (Juda en Benjamin) gedurende zeventig jaren in ballingschap blijven. Vervolgens keerde een intussen tot bekering gekomen overblijfsel onder leiding van de profeten, Ezra en Nehemia, weer naar het land terug om daarvan de door Nebukadnezar verwoeste stad en tempel te herbouwen. Vandaar gaan we nu verder de geschiedenis in en komen we uit bij de tijd waarin Christus Jezus er Zijn bediening in Israël had. Hierbij beginnen we bij Lukas 19. Tijdens de intocht van Jezus in Jeruzalem (waarbij de menigte Hem met palmtakken en lofprijs ontmoetten), naderde Jezus de stad: 

“En toen Hij dichtbij kwam en de stad zag, weende Hij over haar. Hij zei: Och, dat u ook nog op deze dag zou onderkennen wat u tot vrede dient! Nu echter is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen over u komen dat uw vijanden een wal rondom u zullen opwerpen, u zullen omsingelen en u van ale kanten in het nauw zullen brengen. En zij zullen u met de grond gelijkmaken en uw kinderen in u verpletteren. Ook zullen zij in u geen steen op de andere steen laten, omdat u het tijdstip waarop er naar u omgezien werd, niet hebt onderkend.” (Lukas 19:41-44) 

“Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt en stenigt wie naar u toegezonden zijn! Hoe vaak heb Ik uw kinderen bijeen willen brengen, op de wijze waarop een hen haar kuikens bijeenbrengt onder haar vleugels, maar u hebt niet gewild! Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten. Want Ik zeg u: U zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere!” (Mattheüs 23:37-39) 

Matteüs 24. 

Waarna de rest van het verhaal verdergaat in Mattheüs 24: 

“En Jezus ging weg en vertrok uit de tempel; en Zijn discipelen kwamen naar Hem toe om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ziet u dit alles? Voorwaar, Ik zeg u: hier zal niet één steen op de andere steen gelaten worden.” (verzen 1-2) 

Micha 3:9-12. 

En de verwoesting van Jeruzalem door zowel Nebukadnezar als de latere veldheer Titus, zou ook de vervulling van een profetie van de profeet Micha zijn; we zullen hierbij beginnen bij vers 9 van Micha 3: 

“Hoor dit nu, hoofden van het huis van Jakob en leiders van het huis van Israël, die een afschuw hebben van het recht en al wat recht is, verdraaien, die Sion bouwen met bloed en Jeruzalem met onrecht. Hun hoofden spreken er recht voor geschenken, hun priesters onderwijzen voor loon, hun profeten plegen waarzeggerij voor geld. En nog steunen zij op de HEERE en zeggen: Is de HEERE niet in ons midden? Ons zal geen kwaad overkomen. Daarom zal omwille van u Sion als een akker omgeploegd worden, Jeruzalem een puinhoop worden en de berg van dit huis tot hoogten in het woud.” (Micha 3:9-12)

De Tempel & en Haar Gebouwen Praal & Pracht: een Bijna Onneembare Vesting. 

Dat de discipelen tegenover Jezus zo hoog opgaven van de tempel en haar gebouwen, was niet voor niets; hier volgt eerst een beschrijving van Jeruzalem zelf; daarmee ook een beschrijving van de tempel:  

“Die was gebouwd op twee grote bergen en vijf kleinere bergen. Drie massieve muren omringden de stad van alle kanten, behalve één kant die ontoegankelijk was. Een muur was opgetrokken op een hangende rots en werd versterkt door zestig torens. De middelste muur had veertien torens. De derde muur had bijna negentig torens. Bij helder weer kon men vanuit één uitkijkpunt de Middelandse Zee, Arabië en de hele natie Israël zien.

De torens waren gebouwd van wit marmer. De torens waren tussen de negentig en vijfenveertig meter hoog. Nogmaals, ze stonden allemaal op de top van grote heuvels en bergen. Vlakbij aan de noordkant was het Koninklijk Paleis met zijn portieken, galereien, appartementen, bosjes, tuinen, wandelingen, fonteinen en aquaducten, allemaal gemaakt van de kostbaarste en meest elegante materialen.

De Tempel en het Fort van Antonia lagen aan de oostkant, recht tegenover de Olijfberg. In het fort lag het kasteel van Antonia, drieëntwintig meter hoog en bekleed met marmer. De torens waren onbeschrijfelijk elegant en massief. De fundamenten van de Lagere Tempel lagen honderveertig meter diep en de stenen waaruit ze waren samengesteld, waren meer dan achttien meter lang en twee meter hoog, gemaakt van het witste marmer.

Het circuit van het hele gebouw was vier stadiën en de hoogte was honderd el. Aan de voorzijde ruime en hoge galereien met cederhout beklede randen, ondersteund door kolommen van wit marmer in uniforme rijen. Kortom, zegt Josephus, niets kon zelfs de buitekant van de tempel maar overtreffen vanwege zijn elegante en merkwaardige afwerking. Die was versierd met massieve platen van goud die met de schoonheid van de opkomende zon wedijverden en nauwelijks minder oogverblindend waren dan de stralen van dat licht.

Van die delen van het gebouw die niet verguld waren, leken sommige, zegt hij, van een afstand gezien als pilaren van sneeuw en sommige als bergen van wit marmer. De pracht van de binnenste delen van de tempel kwam overeen met de uiterlijke pracht. Die waren versierd en verrijkt met alles wat kostbaar, elegant en voortreffelijk was. In de Benedentempel waren de heilige curositeiten geplaats: de zevenarmige kandelaar van puur goud, de tafel voor de toonbroden en het wierookaltaar.

De twee ladders daarvan waren bedekt met platen van hetzelfde metaal: goud. In het heiligdom waren verschillende deuren, vijfenvijftig el hoog en zestien el breed de eveneens allemaal van goud waren. Voor deze deuren hing een sluier van het mooiste Babylonische wandtapijt, samengesteld uit scharlaken, blauw en paars, voorteffelijk verweven en vervaardigd tot de hoogste graad van kunst.

Vanaf de bovenkant van het plafond hingen takken en bladeren van wijnstokken en grote trossen druiven die vijf of zes voet naar beneden hingen, allemaal van goud en van het meest elegante valmanschap. Naast deze bewijzen van de pracht en rijkdom van de tempel kan de Oostelijke Poort worden opgemerkt, van puur Korinthisch koper dat zelfs meer gewaardeerd wordt dan de edele metalen.

De gouden vouwdeuren van de kamers, het prachtig gebeeldhouwde werk, het vergulden en het schilderen van de galereien, de gouden vaten van het heiligdom, de gewaden van scharlaken, violet en paars, de enorme rijkdom van de schatkamer, een overvloed aan edelstenen en enorme hoeveelheden van allerlei kostbare specerijen en parfums.

Kortom, het meest waardevolle en weelderige van wat de natuur, kunst of weelde maar kon bieden, lag binnen de gewijde muren van dit prachtige en eerbiedwaardige gebouw ingesloten.” Bron: youtube.com/watch?v=KzD8tjw4R3c&t=19202 (“The Destruction Of Jerusalem – Message by Dr. Chuck Baldwin on Aug. 25, 2019” (vanaf 10:32) Even terzijde: de hele video met de prediking van Dr. Baldwin is meer dan interesant genoeg om te bekijken en te beluisteren. 

De discipelen van Jezus hadden zéker reden om Hem op de pracht en praal van de tempel en haar gebouwen te wijzen. Ondanks dat de tempel en de bijbehorende gebouwen daarnaast ook nog eens een schijnbaar niet in te nemen vesting was, zei Jezus dat die tijdens de Joods-Romeinse Oorlog die enige tijd na Zijn dood, opstanding en hemelvaart zou ontbranden, toch volkomen zou worden verwoest. 

De “Grote Verdrukking”: geen Toekomstige Gebeurtenis, maar een Voorval die in het Verleden Plaatsgevonden Had. 

Ook nu nog wordt er door talloze Christenen aangenomen dat de “Grote Verdrukking” nog altijd ergens in de toekomst plaats zal vinden. Dit is echter niet juist; en wel omdat de profetieën van Jezus over de verwoesting van Jeruzalem en haar tempel enige tijd na Zijn hemelvaart juist samenvallen met die “Grote Verdrukking.” Waaruit dan ook volgt dat die, samen met de verwoesting van Jeruzalem, in het verleden heeft plaatsgehad. Hiervoor moeten we naar Mattheüs 24 gaan: 

“Wanneer u dan” (zei Jezus tot Zijn discipelen) “de gruwel van de verwoesting, waarvan gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats – laat hij die het leest, daarop letten! – laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen. Wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan om iets uit zijn huis te halen, en wie op de akker is, moet niet terugkeren naar wat hij achterliet om zijn kleren te halen. Mar wee de zwangeren in die dagen! En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter en ook niet op een sabbat. Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal. En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden.” (Mattheüs 24:15-22) 

Ook hier zien we weer dat Jezus Zich uitsluitend tot Zijn discipelen richtte. Zou die “Grote Vedrukking” echter nog in de toekomst plaats moeten vinden, dan zouden de discipelen van Jezus de vlucht juist ergens in de toekomst moeten nemen; en dit is natuurlijk volkomen onmogelijk daar de discipelen al voor eeuwen niet meer onder op aarde aanwezig zijn! Daarnaast gaf Jezus Zijn discipelen ook al in bijvoorbeeld Lukas 21:20-24 de aanmaning om vanuit Judea de bergen in te vluchten om zo aan de komende rampspoed te ontkomen zoals we al hebben gezien! Doordat vele Christenen de “Grote Verdrukking” desondanks toch ergens in de toekomst hebben geplaatst, was het dan ook onvermijdelijk dat hiermee de context geweld wordt aangedaan; zo worden verzen uit hun context gehaald en gaat hiermee de homogeniteit met de verschillende Bijbelverzen verloren. Om het eens anders te zeggen: dan gaat er het verband met verzen, van enerlei natuur, betrekking hebbende op de verwoesting van Jeruzalem en daarmee gerelateerde Bijbelverzen, mee verloren.


Zo, dit is weer een (nogal uitgebreide) Bijbelstudie. Voor degenen die van Bijbelstudies houden, veel leesplezier, en…laat eens in de commentaarsectie weten wat je ervan vindt! 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit:
close-alt close collapse comment ellipsis expand gallery heart lock menu next pinned previous reply search share star