Wanneer we het Oude Testament lezen en bestuderen, komen we ze er nergens tegen: de Farizeeën. In het Nieuwe Testament [met name de Evangeliën], zijn ze zowat overal te vinden. Edward Hendrie schrijft er het volgende over:
“De Farizeeën vertoonden een uiterlijke schijn van vroomheid om politieke en religieuze controle over het Joodse volk te verkrijgen. In het geheim hingen zij echter een occulte leer aan die alleen onder hun ingewijden bekend was. Lady Queenborough [Edith Miller] legt in haar boek Occult Theosophy het volgende uit:
De Chaldeeuwse wetenschap, die door veel joodse priesters tijdens de ballingschap in Babylon werd verworven, vormde de oorsprong van de sekte der Farizeeën; hun naam duikt pas na de ballingschap op in de Heilige Schrift en in de geschriften van joodse historici. [606 v. Chr.] Het werk van de vermaarde geleerde Munk laat er geen twijfel over bestaan dat deze sekte tijdens de ballingschap is ontstaan:
“Uit die tijd stamt de Kabbalah, ofwel de ‘Traditie der Farizeeën’.’ Lange tijd werden hun voorschriften uitsluitend mondeling overgedragen, maar later vormden ze de basis voor de Talmoed, om uiteindelijk hun definitieve gestalte te krijgen in het boek dat bekend staat als de ‘Sefer-ha-Zohar.’
“Het uiterst nauwgezette naleven van de joodse religieuze traditie diende slechts als dekmantel voor hun geheime leer. Zij hadden Jehovah verworpen en het Babylonische pantheïsme overgenomen. Hoewel zij beweerden dat hun vele rituelen noodzakelijk waren voor de verering van Jehovah, waren dit in werkelijkheid door mensen bedachte regels, bedoeld om hun geheime Babylonische religie te verhullen. Jezus berispte hen hiervoor en noemde hen huichelaars, omdat zij God op zinloze wijze vereerden door middel van door mensen verzonnen rituelen en Hem met mooie woorden eerden, terwijl hun harten in feite uitgingen naar de heidense goden van Babylon. Zie Markus 7:5-7]. De Farizeeën hadden de leugen aanvaard dat zij “als goden” waren geworden. [Zie Genesis 3:5] Hun nieuwe Babylonische [ofwel Chaldeeuwse] religie was exclusief voorbehouden aan de Joden, die daarmee de wereld zouden gaan besturen. Edith Miller licht dit verder toe:
“De Farizeeën oordeelden dat het verstandiger was om het vertrouwen van hun landgenoten te winnen door het voortouw te nemen in de religieuze beweging. Zij veinsden een uiterst strikte naleving van zelfs de kleinste wetsvoorschriften en voerden ingewikkelde rituelen in , terwijl zij ondertussen in hun geheime heiligdommen hun nieuwe [ofwel geheime] leer cultiveerden. Dit waren in feite geheime genootschappen die tijdens de ballingschap uit enkele honderden ingewijden bestonden. Ten tijde van Flavius Josephus, toen zij hun grootste bloeiperiode kenden, telden zij slechts ongeveer 6.000 leden. Deze groep intellectuele pantheïsten zou al snel een sturende invloed op de joodse natie verwerven. Bovendien werd er nooit iets ondernomen waardoor in hun leerstellingen iets verscheen dat het nationale gevoel zou kunnen kwetsen. Hoezeer zij ook doordrenkt waren van pantheïstisch Chaldeïsme, de Farizeeën behielden hun entische trots volledig. Zij vatten deze religie van de vergoddelijkte mens, die ze van Babylon hadden overgenomen, als iets dat uitsluitend ten goede kwam aan de Jood: het superieure en voorbestemde wezen.
De Farizeeën interpreteerden de beloften van universele heerschappij, die de orthodoxe Jood in de Wet terugvond, niet als de heerschappij van de God van Mozes over de volkeren, maar als een materiële overheersing die door de Joden op het universum zou worden opgelegd. De verwachte Messias was niet langer de Verlosser van de zonde, een geestelijke overwinnaar die de wereld zou leiden; het was een aardse koning, besmeurd met het bloed van de strijd, die Israël tot meester van de wereld zou maken, en ‘alle volkeren onder de wielen van zijn strijdwagen mee zou sleuren.’ De Farizeeën verwachtten deze onderwerping van de naties niet van een mystieke Jehovah, die zij in het openbaar bleven aanbidden, louter als een toegeving aan de publieke opinie, want zij rekenden erop dat de uiteindelijke verwezenlijking daarvan tot stand zou komen door het wereldse geduld van Israël en de inzet van menselijke middelen.”
“Jezus vervloekte de Farizeeën in hun bijzijn: “Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Jullie zijn als graven die niet opvallen, zodat de mensen die eroverheen lopen zich er niet van bewust zijn!” [Lukas 11:44]
De Babylonische tradities van de Farizeeën, oeverleveringen die mondeling van generatie op generatie werden overgedragen, werden uiteindelijk [gedeeltelijk] vastgelegd in de Kabbalah en de Talmoed. De Farizeeën streefden een tweeledig doel na: de politieke macht over de Joden ontrekken aan de Sadduceeën en “geleidelijk de opvattingen van het volk in de richting van hun eigen geheime leer sturen.” Ze slaagden in beide opzichten. Het hedendaagse orthodoxe Jodendom vormt een gesloten, autoritaire gemeenschap die zich volledig heeft toegelegd op de beoefening van de Babylonische religie van de oude Farizeeën.” Bron: Edward Hendrie in zijn boek “The Sphere of Influence. The Heliocentric Perversion of the Gospel” [Great Mountain Publishing], vijfde editie, 2022, bladzijden 127-129 [nadruk toegevoegd].
