Dageraad Der Goden: Charismatische Word of Faith-Teachers als Tovenaars van de 21e Eeuw; Afgang van een Wondervervalser; Onbijbelse en Schadelijke Doctrines; over Hemeltoeristen en Geestelijke Ramptoeristen. Degelijke Bijbelstudies; Ontmaskering van Verschillende Onbijbelse Leerstellingen & “Sola Scriptura” De Schriften bóven de Ervaringen.

Wat het charismatische Christendom betreft, waren de jaren ’80 en ’90 v.d. vorige eeuw turbulente tijden; in tijdschriften, boeken die in die tijd gepubliceerd werden en in preken werd in die tijd verwezen naar wat toen bekend werd als de Word of Faith Movement. (WoF) De leiders van deze beweging leerden dat een Christen 1: eigenlijk nooit ziek behoorde te zijn 2: ook nooit arm hoefde te zijn, en 3: altijd een (wereldlijk) succesvol leven behoorde te leiden. Deze leiders ofwel prosperity teachers (welvaartsleraren, voorspoedpredikers) leerden dat om een dergelijk leven te kunnen leiden, het noodzakelijk was, er een positieve belijdenis en positieve houding op na te houden. Door bijvoorbeeld te belijden dat God wilde dat de Christen altijd rijk, lichamelijk gezond en een succesvol leven zou leiden, zou hij zijn eigen wereld van luxe en financiele voorspoed tot aanzijn roepen ofwel creëeren. Het gevolg zou dan zijn  dat ziekten, armoede en tegenslagen geen macht (meer) over de gelovige zou hebben; kortom: voor de Christen was het Koninkrijk Gods als het ware al tastbare realiteit geworden. Het ontstaan van de WoF gaat echter veel verder terug dan de 80-er of 90-er jaren; vlak na de Tweede Wereldoorlog stonden de eerste revival preachers op. Op de volgende website is het een en ander over deze beweging te lezen en de artikelen dateren uit het begin van de jaren ’90: http://www.equip.org/article/whats-wrong-with-the-word-faith-movement-part-one/

 

Kritiek Op de WoF: Critici Veroordeeld Tot De Hel. 

 

Enige tijd daarna kwam er uit verschillende hoeken van de kerkelijke samenleving (inclusief de charismatische) kritiek op de leerstellingen van de WoF. Hoewel er de Bijbel geciteerd werd, was de leer die aan verschillende bijbelse passages gekoppeld werd, ketters en zelfs gevaarlijk; lichaamskwalen en armoede konden nooit het gevolg zijn van een incorrect denken (ofwel een verkeerd denken) zo luidde de kritiek. de welvaartsleraren leerden echter: het zat tussen je oren en als je nu maar positief-correct dacht- en beleed, dan zouden kwalen en armoede ver verwijderd van je blijven. De gevolgen van deze leer laten zich raden: eenieder die nog onder ziekten of armoede te lijden had nadat er met hem om bevrijding van deze zaken gebeden was, had dit aan zichelf te wijten; als hij nu maar genoeg geloof had gehad, zouden deze gebreken allang zijn verdwenen! Verder waren er geen artsen of specialisten meer nodig want als je goddelijke genezing kunt claimen en verkrijgen, was het uiteraard ook niet (meer) nodig om naar een deskundige te gaan voor een medische behandeling. Eigenlijk werd geleerd dat als men na gebed om goddelijk genezen te worden alsnog een arts of specialist raadpleegde, dit gezien werd als een teken van ongeloof (gebrek aan vertrouwen in de genezende kracht van God.) Verder werd geleerd dat men na gebed niet langer op de uiterlijke symptomen van de betreffende kwaal moest zien; satan, de duivel, trachtte de lichamelijke zintuigen van de gelovige te misbruiken door hem er op te wijzen dat hij niet genezen was. Er zijn echter verschillende voorspoedpredikers die de leerstellingen betreffende lichamelijke genezing voor zichzelf niet waar konden maken. Hier is een link naar een site waarop te lezen is dat sommige welvaartspredikers ondanks hun positieve belijdenis aangaande goddelijke genezing uiteindelijk toch zelf aan een kwaal zijn overleden: http://verhoevenmarc.be/PDF/genezer.pdf De reactie op de vele kritiek vanuit delen van de kerk bleef echter niet lang uit en hier volgen enkele citaten van uitlatingen van sommige der welvaartspredikers tegen hun critici:

“Ik denk dat zij verdoemd zijn en op weg naar de hel; en ik denk niet dat er nog enige redding voor hen is.” (Paul Chrouch, Paul en zijn vrouw, Jan, zijn de stichters van het christelijke zendstation, Trinity Broadcasting Network (TBN).

“Diegenen die Kenneth Copeland aanvallen, vallen de ware aanwezigheid van God aan.” (Benny Hinn die het op een bepaald moment opnam voor Kenneth Copeland toen die vanwege zijn onbijbelse doctrines bekritiseerd werd.)

Kenneth Hagin stond er ook om bekend het volgende te hebben gezegd; hij vertelde dat Jezus hem eens meedeelde dat die voorgangers en predikers die niet in zijn profetische woorden geloofden, dood neer zouden vallen achter de kansel (bij wijze van goddelijke straf.) En hier is een verhaal te vinden van iemand wiens lokale voorganger en welvaartsevangelist een ware tiran was: http://www.ukapologetics.net/deaththreats.html

 

Schepper Naast God: Verander Je Omstandigheden Door Je Eigen Realiteit Te Creeëren! 

 

Een ander onderdeel van de Faith-theologie is dat je je omstandigheden kunt veranderen door je eigen werkelijkheid te creeëren. Hoe dit naar verluidt in zijn werk gaat: door eenvoudigweg positieve woorden te gebruken, zoiets als Leef Het Goede Leven en Spreek De Goede Taal. Zit je financieel krap bij kas? Geen nood; d.m.v. de positieve taal te gebruken kun je je tekort aanvullen. Bevindt je je in moeilijke omstandigheden op een ander terrein? Dan kun je die veranderen door je eigen comfortabele werkelijkheid “tot aanzijn te spreken.” Hier wordt o.a. uitgegaan van het scheppingsverslag in het boek Genesis; net zoals God de aarde en alles wat daarop is schiep door slechts te spreken, zo zou je je slechte omstandigheden kunnen veranderen door goede omstandigheden te “scheppen” door hier slechts positieve woorden voor te gebruiken waardoor men aldus een “schepper naast God” werd. Kortom: de mens als god naast God.

 

Kenneth Hagin: Positieve Belijdenis Werkzaam voor zowel Christenen als Niet-Christenen. 

 

De zgn, “daddy” van de WoF-movement, Kenneth Hagin, zei in verband met de “positieve belijdenis” waarmee we onze omstandigheden zouden kunnen veranderen, eens dat het hem verveelde daar ook niet-geredden mensen of wel niet-Christenen, precies dezelfde resultaten konden verkrijgen met een positieve belijdenis als de Christenen. En na lang nadenken hoe dit toch kon, begon het zoals Hagin zelf zei, hem te dagen: deze niet-Christenen werkten eenvoudigweg samen met de wet van God, de wet des geloofs. Al wat men moest doen, was om dit woord des geloofs ook uit te spreken. Daardoor kon men eveneens dát verkrijgen wat men wilde verkrijgen. (“Tongues, Proseperity, & Godhood” by Dr. Cathy Burns (Sharing) 2001, blz. 49-50) En dit is natuurlijk heel vreemd; als de gave van de positieve belijdenis nu op een bijbels fundament zou zijn gebaseerd, volgt hieruit dat die slechts aan hén gegeven zou worden die Christen zijn! Maar Hagin beweerde dat die voor zowel Christenen als niet-Christenen beschikbaar zou zijn. En dat het slechts Christenen waren aan wie de gaven Gods werden gegeven en niet aan niet-Christenen, zien we door het Nieuwe Testament heen. De gemeente waar alle gaven van de Heilige Geest beoefend werden, was de gemeente te Korinthië. In hoofdstuk 12 van zijn brief aan deze gemeente, zet de apostel, Paulus, het een en ander over deze gaven uiteen. Ieder van deze Christenen had tenminste één gave, een woord van wijsheid, een woord van kennis, genadegaven van genezing, profetie, het onderscheiden van geesten, het spreken in verschillende vreemde talen, het uitleggen, verklaren van talen. (1 Korinthië 12:8-10) Paulus schreef hier zeer kritisch over daar de Korinthische gelovigen nogal zelfgericht en opgeblazen (verwaand) waren geworden; de een wilde laten zien dat hij béter in vreemde talen sprak dan de ander. En zo was dit eveneens met de overige Christenen daar het geval. De apostel schrijft hen echter dat al deze gaven gebruikt moesten worden ter ere van Christus én tot opbouw van de kerk. De Christenen van deze kerk waren echter zó vol van zichzelf, dat dgenen die in vreemde talen konden spreken, dooor elkaar heen spraken; de één voelde zichzelf nog béter dan de ander. Paulus schrijft hierover het volgende:

“In de wet staat geschreven: Door mensen die een andere taal spreken, en door andere lippen zal Ik spreken tot dit volk, en ook dan zullen zij  niet naar Mij luisteren, zegt de Heere. Zo zijn de andere talen dus tot een teken, niet voor hen die geloven, maar voor de ongelovigen, en zo is de profetie niet voor de ongelovigen, maar voor hen die geloven. Als nu de hele gemeente samen zou komen, en allen spraken in andere talen, en er kwamen niet-ingewijden of ongelovigen binnen, zouden zij dan niet zeggen dat u buiten zinnen bent?” (1 Korinthie 14:21-23)

Allereerst verwijst Paulus met betrekking tot het spreken in vreemde talen aar de “wet” ofwel het Oude Testament. In het boek, Jesaja, lezen we er nl. het volgende over:

Wie kan Hij dan de kennis bijbrengen? Wie kan Hij dan het gehoorde doen begrijpen? Wie net van de moedermelk af zijn, wie net van de borst zijn afgehaald? Want het is gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een beetje, daar een beetje. Ja, met belachelijke klanken en in een andere taal zal Hij tot dit volk spreken, tegen wie Hij zei: Dit is de rust, geef de vermoeide rust, en dit is de verademing – maar zij wilden niet luisteren. Daarom zal voor hen het woord van de HEERE zijn: gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een beetje, daar een beetje, zodat zij, als zij weggaan, achterovervallen, verpletterd worden, verstrikt raken en gevangen worden”. (Jesaja 28:9-13)

Het eerste wat we hier lezen, is aan wie God Zijn kennis mee zou delen en wie Hij het gehoorde zou kunnen laten begrijpen. Het zal voor eenieder duidelijk zin dat als we iemand kennis mee wilen delen, dit zal moeten gebeuren in een taal die de hoorder ook begrijpt. Zouden we iemand uit bijvoorbeeld Turkije die onze Nederlandse taal niet machtig is iets uitleggen in het Nederlands, dan kunnen we praten wat we willen, de goede man zal nooit kunnen begrijpen wát we hem vertellen, tenzij … er een uitelgger, een tolk aanwezig is, die hem daarna uitlegt, wát we hem hebben verteld. En zo zal het wel duidelijk zijn dat het hier gaat om bekende, aardse en verstaanbare talen. En God zei dat Hij tot “dit volk” waarmee Hij Israël bedoelde) “in een andere taal” zou spreken. We hebben nu gezien dat de gave van het spreken in andere talen (eveals de overige geestesgaven) uitsluitend gegeven werden aan Christenen en niet aan ongelovigen. Kenneth Hagin sloeg de plank dan ook volledig mis met zijn theorie dat ook “niet-geredden” (de ongelovigen) deze gaven konden verlrijgen en beoefenen. Nu gaan we kijken naar wanneer de profetie waarin God voorzegd had dat Hij tot Israël in “een andere taal” zou spreken vervuld werd. En hierbij komen we terecht bij het zgn. “spreken in nieuwe tongen” zoals dit ook nog heden te dage door de charimatische gemeenschap wordt geleerd.

 

Het Spreken in Vreemde Talen: de Bijbelse Uitleg. 

 

Om een goed begrip te krijgen van wat het spreken in vreemde talen nu eigenlijk is, is hier een enigszins uitgebriede toelichting voor nodig. Om te beginnen gaan we naar het Evangelie naar Johannes. Jezus zegt daar tot Zijn discipelen het volgende:

“Maar wanneer de Trooster is gekomen, Die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest van de waarheid, Die van de Vader uitgaat, zal Die van Mij getuigen. En u zult ook getuigen, want u bent van het begin af bij Mij”. (Johannes 15:26-27)

Jezus beloofde Zijn discipelen destijds al dat zij eens de Heilige Geest zouden ontvangen. En Die zou door de discipelen heen tot anderen getuigen. Nadat Jezus uit de dood was opgestaan, was Hij weer samen met Zijn discipelen:

“En toen Hij met hen samen was, beval Hij hun dat zij niet uit Jeruzalem weg zouden gaan, maar de belofte van de Vader zouden verwachten, die U, zei Hij, van Mij gehoord hebt; want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.” (Handeligen 1:4-5)

Nadat de discipelen Jezus gevraagd hadden of Hij het koninkrijk aan Israël zou herstellen en Hij hen geantwoord had dat het hun niet toekwam de tijden en gelegenheden die God de Vader in Zijn macht gesteld had, zei Jezus hen,

“… maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.” (vers 8).

Na deze woorden vaart Jezus op ten hemel. De discipelen keren terug naar Jeruzalem en nemen hun intrek in een bovenzaal aldaar m daar te wachten op de vervulling van de belofte van Jezus. Dan gaan we naar Handelingen 2, waar we er dit lezen:

“En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat verv ulde heek het huis waar zij zaten. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen , zoals de Geest hen gaf uit te spreken. Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn. Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En zij waren allen buitenzichzelf en verwonderden zich, en zij zeiden tegen elkaar: Zie, zijn het niet allen Galileeërs die daar spreken? En hoe kunnen wij hen dan horen, eenieder in onze eigen taal waarin wij geboren zijn? Parthen, Meden en Elamieten en zij die inwoners zijn van Mesopotamië, Judea, Cappadocië, Pontus en Asia, Frygië, Pamfylië, Egypte, de streken van Libië, dat bij Cyrene ligt, alsook de nu hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze taal over de grote werken van God spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en raakten in verlegenheid, en de één zei tegen de ander: Wat wil dit toch zeggen? Anderen zeiden spottend: Zij zijn vol zoete wijn”. (verzen 1-13)

Zoals we gezien hebben hield het ontvangen van de Heilige Geest verband met het getuigen ofwel het verkondigen van het Evangelie. Het was toen dat God met “belachelijke klanken en een andere taal” tot “dit volk” (het volk Israël) sprak zoals Hij lang tevoren door de profeet, Jesaja, beloofd had dat Hij eens zou gaan doen. Maar … waarom was het nodig om al deze godvrezende Joden in een “andere taal” aan te spreken? Dit brengt ons bij het volgende onderwerp, Het evangelie voor buitenlandse Joden. 

 

Het Evangelie voor Joden uit het Buitenland in Ieder hun Eigen Taal.

 

Al die godvruchtige Joden die zich in Jeruzalem hadden verzameld, waren daar uit het buitenland gearriveerd om het het Pinksterfeest te vieren. Nu waren hun ouders of voorouders van deze Joden ooit eens naar naar landen gereisd en hadden er geleidelijk aan de eigen taal vervangen voor de taal van het land waar zij zich hadden gevestigd. Het gevolg was dan natuurlijk dat zij de eigen taal uiteindelijk niet langer machtig waren. En als zodanig waren zij te Jeruzalem gekomen om er zoals gezegd het Pinksterfeest te vieren. Ondanks dat zij de eigen taal niet langer machtig waren, was het echter toch nodig dat ook deze mensen het Evangelie zouden horen. En daarom gaf God de apostelen de mogelijkheid deze Joodse mensen het evangelie te verkondigen in ieder hun eigen taal. Het gaat huer dus om -en hoe kán het ook anders- om aardse talen die door naderen konden worden verstaan én begrepen. En hierbij komen we weer bij een hiermee gerelateerd onderwerp nl. waar het nu is misgegaan in de charismatische beweging. 

 

Het Spreken in Vreende Talen: het Grote Misverstand in de Charismatische Beweging. 

 

Over het ontstaan van wat men binnen de charismatische beweging het “spreken in nieuwe tongen” noemt, zijn verschillende verhalen in omloop. Een ervan luidt dat de oorsprong teruggevoerd kan worden op de zgn. Azusa Street Revival, die van 1906 tot 1909 duurde. Deze “opwekking” ging gepaard met het “spreken in nieuwe tongen”. Hier zullen we ons echter bezighouden hoe men binnen de charismatische beweging over dit “spreken in nieuwe tongen” denkt en leert en zullen we gaan zien dat dit er volkomen verkeerd geleerd en gepraktiserd is. Allereerst heerst er nu nóg de visie dat dit “spreken” een “spreken in een “hemelse taal” ofwel een “engelen-taal” zou zijn. Dit zijn onverstaanbare klanken die door niemand (inclusief de bidder zélf) te verstaan, laat staan te begrijpen zou zijn. Het is alleen God Zelf, zo luidt de redenering, die deze taal kan begrijpen. Maar wát de “bidders” nu precies hebben gebeden, is zelfs voor henzélf onbekend. In een deel van de charismatische beweging wordt geleerd dat men de Heilige Geest ontvangen heeft, wanneer men het bewijs hiervoor kan leveren door in voor eenieder onverstaanbare klanken te spreken. Maar van alles wat we hier vanuit de Bijbel besproken hebben, is duidelijk dat het hier niet om onverstaanbare klanken, een “hemelse taal” of “engelen-taal” ging tijdens de Pinksterdag in Handelingen 2. Het ging hier zoals gezegd, om aardse en bestaande talen die door anderen verstaan én begrepen konden worden. En hier ging het dan ook over de verkondiging van het Evangelie. Maar dat er van aardse en bestaande talen aprake is (en niet een onverstaanbare brabbeltaal), is eveneens het geval in Kortinthie 14. In vers 2 lezen we er het volgende:

“Wie namelijk in een andere taal spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God, want niemand begrijpt het, maar in zijn geest spreekt hij geheimenissen.” 

Dit is één van de verzen waarmee men in de charismatische beweging tracht aan te tonen dat het hier toch om een taal gaat die door niemand, behalve God, te verstaan zou zijn. Nu ís dit eigenlijk ook zo. Maar waar het nu om gaat, is dit: Paulus maakte hier duidelijk dat als iemand in een vreemde doch bestaande en aardse taal sprak die door niemand van de overige aanwezigen kon worden verstaan, hij op deze wijze voor de overige gemeenteleden in “geheimenissen” sprak; die begrepen nl.  niet wat hij bad, maar God, Die de verschillende talen lang geleden had ingesteld (zie Genesis 11:1-9), wist precies wat de bidder in die vreemde taal bad! Aan gezien God het was, Die deze talen had ingesteld, was het gebed in een vreemde taal voor Hem juist géén “geheimenis” Dan nu een volgend vers:

“Wie in een andere taal spreekt, bouwt zichzelf op, maar wie profeteert, bouwt de gemeente op”. (vers 4)

Nu, wát is hier de betekenis van? De charismaten zullen zeggen dat het hier om een voor eenieder onverstaanbare “hemelse taal” gaat; de bidder bouwt hiermee zichzelf op. Maar iemand die profeteert, bouwt de gemeente op. Dit “profeteren” dient dan te geschieden in een voor eenieder verstaanbare taal. De waarheid is echter dat degene die in een aardse en verstaanbare taal spreekt, slechts zichzelf opbouwt en niet de gemeente, daar de spreker zélf de taal waarin hij dan bidt, machtig is en de overige aanwezigen niet. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de bidder dan ook alleen zichzelf opbouwt en de overige toehoorders niet daar zij niet begrijpen wát de spreker/bidder zegt en/of bidt! Het is eveneens ook niet vreemd dat Paulus zegt dat er tijdens het spreken in vreemde talen een vertaler, een tolk, aanwezig moet zijn om datgene wat de bidder/spreker gebeden/gezegd heeft, vervolgens moet vertalen. Is die er echter niet, dan, zegt Paulus, moet men zwijgen en in stilte tot God bidden. Laten we nu eens weer teruggaan naar 1 Corinthië 12 en daar de verzen, 4-11 lezen:

“Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest. Er is verscheidenheid van bedieningen, en het is dezelfde Heere. Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt. Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander. Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, een aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen. Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil”. 

We zien hier dat ieder van deze gelovigen te Korinthië, één geestesgave had. Verder lezen we dat er één de gave had, om in vreemde talen te kunnen spreken en een ander de gave had om die talen ook te kunnen vertolken. En hieruit is dus weer duidelijk dat het hier om aardse en verstaanbare talen ging, die vervolgens werden vertaald door een vertaler. Maar … niet iederéén sprak er in vreemde talen zoals uit de volgende verzen blijkt:

“God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpberlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen. Zijn zij soms allen apostelen? Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten? Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij soms allen in talen? Zijn zij soms allen uitleggers”. (verzen 28-30)

Op al de vragen van de apostel dient met “Nee” te worden geantwoord; niet iederéén was een apostel, profeet, leraar, etc. en niet iederéén had de gave van het het spreken in aardse talen en niet iederéén had de gave om die vervolgens te vertalen. In alle hier genoemde gevallen waren het er maar enkelen die de genoemde gaven hadden. En dit is wat het spreken in vreemde talen en het  vertolken daarvan betreft, niet terug te vinden in de charismatische beweging! En het gevolg is dat men zich hier niet gehouden heeft aan het Woord van God, de Bijbel. 

 

Destructieve Leerstellingen; De Zaak Freeman. 

 

Deze welvaartspredikers die samen met vele anderen zoveel invloed op de charismatische beweging hebben gehad, hebben er onder de gelovigen letterlijk een spoor van vernieling en chaos achtergelaten vanwege hun destructieve leerstellingen! Ronuit triest is de geschiedenis van de evangelist, Hobart Freeman, die de Word of Faith-theology (zoals de welvaartsleer ook wel genoemd wordt), volkomen in praktijk had gebracht. Freeman had een kerk in Wilmot, in de staat Indiana. Ondanks dat er leden van zijn gemeente ziek werden, weigerden Freeman en zijn parochianen elke medische hulp; hun geloofsovertuiging was dat zij d.m.v. een positieve belijdenis en gebed, de lichamelijke genezing al verkregen hadden, al was daar op dat moment nog niets van te merken. Als men nu maar lang genoeg beleed al genezen te zijn, zou de genezing zich uiteindelijk wel als vanzelf manifesteren. Later werd ook Freeman zelf ziek; nochtans bleven hij en zijn gemeente elke medische hulp afwijzen door er op te wijzen dat zij hun genezing al in bezit hadden. Het resultaat was dat er uiteindelijk circa 90 á 91 dodelijke slachtoffers te betreuren waren die als die vanaf het begin medische hulp hadden gezocht en verkregen, zij dan nog in leven zouden zijn gebleven! Hoe kwam Freeman ertoe, de Word of Faith-doctrine te accepteren en te onderwijzen? D. R. McConnell geeft in zijn boek, A Different Gospel; A bold and revealing look at the biblical and historical basis of the Word of Faith movement (Hendrickson Publishers, juni 1995 (2e bijgewerkte editie) het antwoord; het waren welvaartsevangelisten zoals Kenneth Hagin, John Osteen, Kenneth Copeland, Tommy Lee Osborn en de werken van E. W. Kenyon,  waardoor Freeman diep werd beïnvloed.  Uiteindelijk radicaliseerde Freeman zozeer dat hij zelfs met de Word of Faith-movement brak; hadden sommige welvaartsevangelisten nog wat fatsoen te leren dat men de medicijnen die men gebruikte, te blijven gebruiken totdat men sterk genoeg in het geloof stond, om die vervolgens weg te doen om daarna een genezingswonder van God te ontvangen, Freeman verwierp het gebruik van medicijnen volkomen. Later kreeg hij een ontsteking aan een van zijn benen waarna hij in de weken voorafgaande aan zijn dood gedwongen was zittend te prediken. Ook toen weigerde hij iedere medische zorg. Als gevolg verslechterde de gezondheid van Freeman en hij overleed op 8 december 1984; hij was het slachtoffer van onbijbelse doctrines van wlevaartsleraren geworden. (blz. 79-80) Hoewel McConnell toegeeft dat Freeman die hij “a Faith monster” noemt, zo geradicaliseerd was dat iedereen zich wel van hem zou distantieren, vermeldt hij ook dat het de boeken en pamfletten van de welvaartsleraren waren die hem uiteindelijk over de rand hadden gedreven. (blz. 212)

 

Wesley Parker: een Trieste Geschiedenis. 

 

Een voorbeeld waarbij de Faith-theologie een vreselijke uitwerking heeft gehad, vinden we bij Wesley Parker, de zoon van Larry en Lucky Parker. Daar zij zelf waren gaan geloven in deze theologie, had Larry besloten voor Wesley te laten bidden om genezing van diens diabetes door een welvaartsevangelist. Vervolgens onthielden zij na dit gebed hem de insuline; zij hadden nl. de instructies gekregen om op deze wijze hun geloof  geheel en al en alleen op Jezus te stellen. In plaats dat er genezing optrad (zoals zij hadden verwacht nadat voor hem gebeden was), verslechterde Wesley’s gezondheid snel waarna hij in een coma terechtkwam. De Parkers zagen dit als een poging van de duivel; via de coma trachtte die hen nl. te misleiden door te doen alsof Wesley zijn genezing niet ontvangen zou hebben. Dit alles had de Faith-theologie hen nl. bijgebracht. Zij bleven de genezing van Wesley dan ook belijden, waarna hij op 23 augustus 1973 overleed. In plaats dat zij een uitvaart voor hun overleden zoon lieten organiseren, hielden de Parkers een “opwekkingsdienst” daar zij geloofden dat God hun zoon weer uit de dood zou doen herrijzen. Toen dit niet gebeurde, verwijderde Larry al degenen die geen geloof hadden in een wonder. Er gebeurde echter nog steeds niets; later werden de ouders van Wesley door het gerechtshof veroordeeld vanwege kindermisbruik en onvrijwillige doodslag. Nochtans bleef Larry er ook na meer dan een jaar daarna  van overtuigd dat God Wesley uit de dood zou doen opstaan. (“A Different Gospel….”, blz. 79)  

 

Het Obstakel Voor Het Ontvangen van een Wonder: Het Menselijk Verstand. De Afgang van een Wondervervalser. 

 

Een van de charismatische leuzen die in het verleden in de vorm van een vraag soms werd gesteld, is deze:

“Hoe komt het dat er in het Oosten” (waarmee men o.a. Azië mee bedoelde) “meer wonderen plaatsvinden dan hier in het Westen?” Waarop het volgende antwoord gegeven werd: “Omdat hier bij de mensen in het Westen het verstand in de weg zit.” 

Het kwam nl. hierop neer dat als men het menselijk verstand zou gaan gebruiken, dit een hindernis kon zijn om een genezingswonder van God te ontvangen. En dat hadden de Oosterlingen nu net niet; en omdat het verstand hen niet in de weg zat, gebeurden er daar veel meer wonderen dan hier. Deze mythe (want dat was het, zo bleek later) heeft het een tijd goed weten vol te houden en heeft schijnbaar ook over twee lange benen beschikt; voordat die in een bepaald Oosters land zou worden ontmaskerd als niet meer dan een schim, had die nl. al bij vele charismatische kerken de ronde gedaan. Het Oosters land waar de mythe voorgoed de vlucht zou nemen, was Cambodia. In november 1994 kwam daar een Amerikaanse evangelist die er de bevolking via dure publiciteitscampagnes kwam vertellen dat het armoedige leven wat zij er tot dusver had geleefd, spoedig ten einde zou zijn; daarnaast zouden blinden de ogen worden geopend en zij die verlamd waren, zouden weer kunnen lopen. Kortom: er zouden vele wonderbaarlijke genezingen gaan plaatsvinden en de toekomst zou er voor de Cambodjaanse bevolking er financieel rooskleurig uit gaan zien. Om al deze mensen te kunnen bedienen, hadden de betreffende evangelist, Mike Evans en diens entourage een heel stadion in Pnom  Phen afgehuurd. Aangezien de bevolking er grotendeels in armoede leeft en vele van hen aan een of meer kwalen te lijden hebben, was hetgeen Evans kwam doen, voor hen dan ook een geschenk uit de hemel. Aan het begin van de dienst zat het stadion dan ook helemaal volgepakt. Hoe indrukwekkend de publiciteitsstunt van Evans en diens gevolg ook mocht zijn geweest, al op de eerste avond weigerden de door Evans aangekondigde wonderen zich te manifesteren waardoor het onder de Cambodiaanse aanwezigen zeer onrustig werd. Het gevolg was dat Evans zich vanwege de woede van het Cambodiaanse publiek, op het nippertje weg kon komen. Nadat de volgende dag de onrust alleen maar toenam, werd Mike Evans onder politie-escorte weggeleid en op het eerste beste vliegtuig het land uitgezet. Het resultaat was een afname van het aantal leden van Cambodjaanse kerken, Christenen werden uitgejouwd en kerkgebouwen met stenen bekogeld. (maandblad, De Oogst, juni 1995, blz. 18) In tegenstelling met vele Westerse Christenen die geen kritische vragen stellen als de wonderen zich in bepaalde kerken zich niet manifesteren ondanks dat de prediking er verzorgd wordt door een welvaartsevangelist, ging het (gezonde) verstand van de Cambodjanen juist werken! En wat het artikel in De Oogst niet vermeldde was dit: Nadat het onrustig geworden was onder de Cambodjanen vanwege het uitblijven van de beloofde wonderen, namen zij stenen, stokken en alles wat zij maar te pakken konden krijgen en gooiden dit alles woedend in de richting van de evangelist. Die maakte daarop dat hij met zijn gevolg wegkwam, vluchtten de autos waarmee zij gekomen waren in, en reden snel terug naar het hotel waar zij verbleven. De Cambodjanen echter, zetten hen na en na eenmaal het hotel bereikt te hebben, wilden zij dit in brand steken. De directie van dit hotel zag natuurlijk al spoedig dat de woedende massa kwaad in de zin had, dus die belde de politie. Nadat die in allerijl gearriveerd was, wist die erger te voorkomen en daarna zijn Evans en zijn gevolg onder hun begeleiding met het vliegtuig het land uitgezet. En zo bleek juist het omgekeerde: het verstand van de Westerling zat hem juist níet in de weg daar die geen kritische vragen te stellen heeft wanneer bepaalde beloften door welvaartsevangelisten gedaan, niet worden vervuld. Maar bij de Cambodjanen begon het verstand hen juist wél in de weg te zitten; hoewel die na afloop beter kritische vragen aan Mike Evans hadden kunnen stellen, kozen die echter voor een meer drastische aanpak en lieten zo maar ál te goed zien dat het gezonde verstand hen niet begeven had! Het gevolg destijds was dat de weinige kerken die er in Cambodia zijn, een reductie van het kerkbezoek meemaakten, kerkgebouwen werden door niet-christelijke Cambodjanen met stenen bekogeld en Christenen uitgejouwd. Maar daar eindigde het niet mee: enkele jaren later, op de tweede Pinksterdag in 1999 verschijnt onze weldoener hier in Nederland tijdens een Pinksterconferentie. Naar verluidt (wij zijn er niet bij geweest), zou Mike Evans daar bij velen demonen hebben uitgedreven en velen van ziekten hebben genezen! Maar hoewel we hier zelf geen getuige van zijn geweest, zou dit alles dan wérkelijk hebben plaatsgevonden daar de Cambodjanen tijdens de genezingscampagne van Evans terug in 1994 zelf geen enkel wonder hadden meegemaakt? Het antwoord zal wel duidelijk zijn: Wat dáár niet te zien qs geweest, in on- getwijfeld ook niet te zien geweest in Den Haag! De vraag is dan natuurlijk: Waarom was het nu nodig om te beweren dat Evan (citaat), “bij velen demonen heeft uitgedreven en velen van ziekten genezen” (einde citaat) zou hebben, terwijl de man in kwestie vier á vier en een half jaar daarvoor in Cambodia zo een grote geestelijke nederlaag had geleden? Wat zijn campagne daar betreft, heeft die voor de welvaartsevangelist wérkelijk tot een afgang geleid!

 

De “Vader” van de Word of Faith-Beweging: E. W. Kenyon. Plagiaat.

 

Algemeen werd aangenomen dat Kenneth (“Dad”) Hagin de ‘vader’ van de Word of Faith-beweging zou zijn geweest. De waarheid is echter dat het E. W. Kenyon was die deze eer toekwam. Hagin heeft de meerderheid zoniet alles van zijn leerstellingen niet zelf “ontdekt.” Het overgrote deel van wat hij in zijn boeken neergeschreven heeft, had hij onrechtmatig van de werken van Kenyon overgenomen ofwel, hij had gewoon plagiaat gepleegd waar hij er vervolgens zijn eigen naam onder had gezet! De dochter van E. W. Kenyon, Ruth Kenyon Houseworth, wist te vertellen dat het eerste boek (betreffende de Faith-doctrine) van haar vader (die in 1948 overleed), al gedrukt werd in 1916. Zij is op de hoogte van het feit dat de Fatih-teachers Hagin de eer toekennen “de Grootvader der Faith-leraren” te zijn. Het eerste boek van Kenneth Hagin werd echter pas in 1960 gepubliceerd. Mevr. Houseworth die de president van de Kenyon Gospel Publishing Society , slaagde er niet meer in haar nieuwsbrief te publiceren omdat de Faith-leraren zoals gezegd, Hagin als de originele “Granddaddy” van de Word of Faith-leer beschouwden en niet E. W. Kenyon zelf. (A Different Gospel….”, blz. 5) Dan lezen we op de blz. 8-11 voorbeelden van het plagiaat door Hagin. Op http://www.banner.org.uk/wof/kenyon.html zijn ook voorbeelden te vinden.

 

Wat Zij Hun Volgelingen Dringend Afgeraden Hadden, Zochten Zijzelf: Medische Zorg! 

 

Kenneth Hagin overleed in september 2003. Steve van Nattan, wiens familie zelf het slachtoffer werd van de Faith-theologie en hierdoor uiteengevallen was, heeft niet zo vleiende woorden te zeggen over Hagin, Paul en Jan Chrouch en anderen. En het is te begrijpen dat Van Nattan zo reageert want wat deze welvaartspredikers hun aanhang opdringerig adviseerden níet te zoeken, deden zij dat zelf nl. wél: het zoeken naar medische zorg voor hun kwaal! Ook zíj die leerden dat men nu niet meer ziek hoefde te worden, bleken zélf ziek te kunnen worden! Net zoals Mr. McConnell dit in zijn genoemde boek beschreef, vertelt ook Van Nattan dat er o.a. talloze onschuldige kinderen het slachtoffer waren geworden van deze ronduit demonische leer! http://www.blessedquietness.com/journal/housechu/rhema1.htm  (bekijk ook de video-clips die er staan.) We zouden natuurlijk kunnen stellen dat ook de ouders van deze kinderen toch beter zouden moeten weten, en dat is in zekere zin misschien ook zo. Als men echter de wanhoop nabij is, klampt men zich aan élke strohalm die uitkomst schijnt te bieden, vast! Daarnaast kan de groepsdruk die van een Word of Faith-kerk uitgaat, enorm groot zijn. En terwijl zij onder vele gezinnen een spoor van verwoesting en leed hadden veroorzaakt, trokken de welvaartsleraren verder; hun bijzondere boodschap (waarvan nota bene zelfs de apostelen nog geen weet schenen te hebben gehad!), zou en moest ook aan vele anderen die nog van ziekten en armoede bevrijd moesten worden, worden gebracht. De vele slachtoffers die zij ondertussen hadden gemaakt, hadden dit immers aan zichzélf te wijten: hadden die nu maar genoeg geloof gehad in wat zij leerden, dan zouden die nu genezen of in leven gebleven zijn. Zo werden die aan hun lot overgelaten; hun klachten vanwege de pijn maakten immers maar ál te duidelijk dat zij geen geloof hadden in een wonder van God! Tevens deden zij dát wat zij hun volgelingen en critici ten strengste verboden hadden te doen: hen kritisch te beoordelen; dit werd door hen nl. ervaren als “het aantasten van de gezalfden Gods” (zoals zij zichzelf ook beschouwden.) Het minste wat deze dwaalleraren hadden kunnen doen, was na te gaan of zij zelf geen fouten hadden gemaakt wat hun verderfelijke leer betreft; dit deden zij echter niet; net zoals de mythologie leert dat de god, Zeus, op een hoge berg gezeten, vandaar zijn speren naar zijn tegenstanders wierp, zo wierpen deze leraars hun giftige pijlen vanuit de hoogte, vanaf een hoge berg, “Hoogmoed” geheten,  op hun critici neer. Later hebben zij hun leer (hoewel zij die niet geheel hebben prijsgegeven) hier en daar toch aangepast en gematigd. Maar hun doctrines zijn als geheel toch gehandhaafd. Maar hoe zit het nu met de lichamelijke genezing? Wat zegt de Bijbel zélf hierover? Ook de genezingsleer zoals verkondigd door de prosperity teachers, dient aan het Woord van God te worden getoetst om te weten, waaróm hun theologie nu verkeerd is. We zullen allereerst die verzen behandelen waarop zijn hun genezingsdoctrines hebben gebaseerd.

 

Jesaja 53:4-5. 

 

De eerste verzen die we zullen behandelen, vinden we in het Oud-Testamentische boek, Jesaja. Daar lezen we de volgende verzen:

“Voorwaar, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, ons leed heeft Hij gedragen”. (vers 4)

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden werd Hij verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen”. (vers 5)

Het zijn deze verzen die door de prosperity teachers worden aangedragen om te bewijzen dat het Gods wil zou zijn, dat elke Christen “recht” zou hebben om op goddelijke wijze genezen te worden van welke kwaal die hij/zij op dat moment mocht hebben. Waarom? Omdat, zo betogen de welvaartsleraren, Jezus niet allleen al onze zonden maar tevens ook al onze ziekten aan het kruis zou hebben gedragen. En het zijn de “striemen” die Jezus toegebracht waren op het moment dat Hij gegeseld werd, de goddelijke genezing voor iedere Christen mogelijk hebben gemaakt. Het kon dan ook niet anders of iedereen die Jezus op een punt in zijn/haar leven accepteerde, dan niet slechts zijn/haar zonden vergeven werden, maar tevens ook de kwalen waaronder zij op dat moment onder mochten lijden genezen zouden worden. Nu gebeurde dit laatste soms niet en men begon zich dan ook af te vragen of de persoon in kwestie wel wérkelijk gered zou zijn; zowel de vergeving van zonden als de lichamelijke genezing waren immers onafscheidelijk met elkaar verbonden volgens de welvaartsleer, was de vaste overtuiging van de welvaartverkondigers en aangezien de lichamelijke genezing soms uitbleef, was hij of zij dan nu ook wel een waár Christen? En het is niet zelden gebeurd dat nadat met een zieke Christen was gebeden om genezing dat die niet “doorbrak” en hij of zij weer huiswaarts werd gestuurd met de niet zo bemoedigende woorden dat het aan zijn/haar ongeloof zou liggen dat er geen genezing op was getreden; men kende de doctrine zoals door de leraren uitgelegd immers, dus geloofde men moedwillig (om wélke reden dan ook), gewoon niet! Maar wat is nu de juiste betekenis van de verzen in Jesaja? Daar gaan we het hierna over hebben.

 

Bijbelse Verklaring Jesaja 53:1-6. 

 

We zullen Jesaja 53 nóg een citeren maar nu vanaf vers 1 tot en met 6:

“Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wie is de ram van de HEERE geopenbaard? Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht, als een wortel uit dorre aarde. Gestalte of glorie had Hij niet; als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben. Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, bekend met ziekte,en als iemand voor wie men het gelaat verbergt. Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht. Voorwaar onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, ons leed heeft Hij gedragen. Wij hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg. Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen”. 

Op het moment dat Jesaje deze profetie over de Heere Jezus uitsprak, kon hij in de toekomst kijken en spral hij erover alsof datgene wat er met Jezus tijdens Zijn bediening en latere kruisiging, alsof dit al gebeurd was. Kortom: Jesaja zag de toekomst en profeteerde hierover in de voltooid verleden tijd! Hij zag Jezus, een Man, Die men niet zo gauw een hoge positie zou geven aangezien Hij iemand was “… voor wie men het gelaat verbergt”. Verder was Jezus als Mens “de onwaardigste onder de mensen”, Iemand Die niet in hoog aanzien stond. Het belangrijkste is echter dat Jesaja spreek van “Wij” in zijn profetie aangaande Jezus, hetgeen duidelijk maakt dat de profeet het hier heeft over het volk Israël. En waarom dit belangrijk is, is omdat zo ook duidelijjk wordt, wiens ziekten Jezus op Zich genomen had. En daarvoor moeten we naar het Evangelie naar Mattheüs. 

 

Mattheüs 8:14-17. 

 

We weten wel dat Jezus vele genezingswonderen had verricht gedurende Zijn bediening in Israël. Zo genas Hij een man van zijn melaatsheid (lepra) (Mattheüs 8:1-4). Hij genas naast vele anderen ook de schoonmoeder van Petrus die op dat moment ziek te bed lag:

“En Jezus kwam in het huis van Petrus en zag zijn schoonmoeder met koorts op bed liggen. En Hij raakte haar hand aan en de koorts verliet haar; en zij stond op en diende hen. Toen het nu avond geworden was, brachten ze velen die door demonen bezeten waren, bij Hem, en Hij dreef de boze geesten uit met een enkel woord, en Hij genas allen die er slecht aan toe waren, zodat vervuld werd wat gesproken was door de profeet Jesaja toen hij zei: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen”. (Mattheüs 8:14-17)

We zien hier dat de belofte dat Jezus de ziekten op Zich had genomen, inderdaad vervuld werd, maar niet aan het kruis, zoals de prosperity teachers dit graag leren. Deze belofte werd vervuld tijdens Jezus’ bediening, dus enige tijd vóór Hij aan het kruis zou gaan! En die moet dan ook los gezien worden van de vergeving van zonden. Hoewel Jezus al tijdens Zijn bediening de zonden vergaf, werden die echter voorgoed weggenomen toen Hij Zichzelf ten offer bracht aan het kruis! En zo is de onbijbelse theorie dat als zouden alle Christenen een soort van “recht” hebben op goddelijke lichamelijke genezing voorgoed ontzenuwd! Nu moeten we nog de “striemen” (de geselslagen die Jezus te verduren kreeg vlak voor Hij aan het kruis zou gaan) behandelen.

 

De “Striemen”: 1 Petrus 2:24-25. 

 

De welvaartsleraren leren zoals we gezien hebben, ook dat het de “striemen” die Jezus had moeten verdragen, zouden wijzen op goddelijke lichamelijke genezing. In dit verband zullen we de laatste zinnen van de profetie van Jesaja nog een herhalen:

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg. Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen op Hem doen neerkomen”. 

Als we met deze laatste verzen naar de eerste brief van Petrus gaan, wordt duidelijk waar de laatst geciteerde verzen van Jesaja nu precies betrekking op hebben: (en laten we maar voor de duidelijkheid maar beginnen bij vers 21 van 1 Petrus 2):

“Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen. Hij, Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog gevonden is; Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terug schold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, Die rechtvaardig oordeelt; Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonde dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen. Want u was als dwalende schapen; maar u bent nu bekeerd tot de Herder en Opziener van uw zielen”. (1 Petrus 2:21-25)

Eerst lezen we dat als we te lijden hebben (buiten onze schuld!), we Jezus moeten navolgen Die zonder enige schuld van Zichzelf geleden heeft. Dan lezen we dat Jezus onze zonden heeft gedragen en wij nu, dood voor de zonde maar levend voor de gerechtigheid, door Zijn striemen genezen zijn, daar ook wíj, net als het volk Israël eertijds, dwalende waren als schapen, maar dat wij dankzij Jezus’ striemen bekeerd zijn tot de Herder en Opziener, Christus Jezus Zélf. De genezing door Zijn striemen heeft dan ook betrekking op een geestelijke genezing en heeft met lichamelijke genezing niets van doen! En zo hebben we Jesaja 53:1-6 goed verklaard en de theologie der prosperity teachers als een leugen ontmaskerd! 

 

De Faith-Doctrine en de Christenzionistische Leer: Opmerkelijke Overeenkomsten. 

 

Wat na enige studie ook duidelijk is geworden, is dat de Faith-theologie enige raakvlakken heeft met de sectarische christenzionistische leer. We hebben nl. gezien dat kritiek op de prosperity teachers door henzelf niet geduld werd. Nadat er kritiek uit andere delen van de wereldwijde kerk (ook vanuit bepaalde charismatische kerken zelf) op de Faith-leer te horen was, reageerden de welvaartsleraren hierop door hun critici met hel en verdoemenis te bedreigen. Zou men echter geld doneren aan de bediening van deze predikers, dan zou men het bedrag wat men gegeven had, verdriedubbeld en wel, weer terugkrijgen. Dit wordt ook wel de geloofszaadleer genoemd en dit gaat als volgt: Iemand besluit vijftig euro te doneren aan de bediening van een welvaartsprediker. God veranderd dit dan in “zaad”, vermenigvuldigt dit en geeft dit als zodanig weer terug aan de donateur. het gevolg is dan (volgens deze leer) dat de donateur daarna over veel meer geld beschikt dan het bedrag wat hij aanvankelijk gegeven had! Maar….zien we dit ook niet weer terug bij de christenzionistische doctrine? Hoewel (gematigde) kritiek op Israël weliswaar toegestaan is (in tegenstelling met kritiek op de welvaartsleraren), wordt gedurige kritiek op de Israëlische regering en leger door de christenzionisten gezien als het “aantasten van Gods oogappel, Israël” en zal dit uiteindelijk een godsoordeel over de critici brengen. En dit laatste is nu precies wat we gezien hebben bij kritiek op de voorspoedpredikers: beiden menen boven elke wet te staan, beiden zien zich als “Gods gezalfden” Doneert men echter aan Israël via een of meer christenzionistische of Joodse organisaties, dan zal dit uiteindelijk een zegen over de donateur brengen, ook iets wat we weer aantreffen bij de voorspoedpredikers! Zowel het geloofszaadevangelie als de christenzionistische leer zijn echter op een onbijbels fundament geschoeid hoewel door de aanhangers van deze theologieën de Bijbel wordt gebruikt om er hun leerstellingen mee te rechtvaardigen. En wat het geloofszaadevangelie betreft, deze leer is nergens als zodanig in de Bijbel terug te vinden; men heeft slechts enkele passages aangehaald en er hier een eigengereide en foute doctrine aangekoppeld! De juiste betekenis van het “zaad” is dat hiermee het Woord van God bedoeld wordt! In het evangelie naar Markus (4:1-9) vertelt Jezus Zijn discipelen de gelijkenis van de zaaier en het zaad wat hij zaait. Later vragen zij Hem hen deze gelijkenis uit te leggen; Jezus vertelt hen o.m. dat “De zaaier is hij die het woord zaait” waarna Hij de verklaring geeft. (verzen 14-20) Het gaat hier over een prediker die het Woord verkondigt en dit “uitzaait” over de toehoorders, de parochianen. Alzo is hij de geestelijke “zaaier.” En dit heeft natuurlijk niets met het “zaaien van geld” te doen!

 

De Faith-doctrine en de Talmud: Opmerkelijke overeenkomsten. (Part II)

 

Ook in de Talmud zijn enkele raakvlakken met de Faith-doctrine te vinden. Zoals al gezegd, verdedigde Benny Hinn Kenneth Copeland tegen hun critici door te zeggen dat, “Diegenen die Kenneth Copeland aanvallen, vallen de ware aanwezigheid van God aan.” Wat Hinn nu hier ooit eens ten gunste van Copeland zei, vinden we weer in iets andere vorm terug en heeft dan betrekking op de Talmud:

“Een Jood bezit door het feit dat hij hij tot het uitverkoren volk behoort en besneden is, een zo grote waardigheid dat niemand, zelfs geen engel, zijn gelijkheid met hem kan delen. Eigenlijk wordt hij bijna als de gelijke van God beschouwd. “Hij die een Israëliet slaat”, zegt rabbijn Chanina, “handelt alsof hij het gezicht van Gods goddelijke majesteit slaat”. http://www.talmudunmasked.com/chapter10.htm

Om het even te parafraseren en dit op Copeland toe te passen: “Hij die Copeland slaat, handelt alsof hij het gezicht van Gods goddelijke majesteit slaat”. Natuurlijk is Copeland nooit wérkelijk in zijn  gezicht geslagen maar slechts bekritiseerd. Maar Benny Hinn vond dat Copeland als “God” door hun crtici werd “geslagen”. En aangezien Joden in de Talmud als bijna gelijk zijnde aan God Zelf worden gelijk geacht, is het nu misschien te begrijpen waarom Hinn, Copeland, en vele andere Faith-teachers zichzelf als “kleine goden naast God” beschouwen; hun visie schijnt afkomstig te zijn uit de Talmud!

 

Charismatische Goden en het Goddelijke Joodse Volk: Immuun Voor Alle Kritiek.

 

We hebben gezien dat de welvaartsleraren zich geen enkele vorm van kritiek lieten welgevallen. In deze zin beschouwen zij zich eigenlijk als “God” (of goden) die schijnbaar zelfs geen fouten zouden kunnen maken. Er zijn er ook die zich (letterlijk) als goden beschouwen door te stellen dat wij als kinderen van God, zélf goden zouden zijn; Paul Chrouch o.a. heeft dit beweerd. https://www.youtube.com/watch?v=u6NIx8ToJ88 Het is opmerkelijk dat we dit ook weer terugvinden in het Talmudisch Jodendom; het was Baruch Levy die ooit eens in een brief aan Karl Marx (Mordechai) schreef dat het Joodse volk als geheel haar eigen Messias (dus “God) zou zijn en de Talmud dan zou worden vervuld. texemarrs.com/102014/our_own_messiah.htm  Dus hebben we hier de Talmudische visie van het Joodse volk als God én de welvaartsleraren die van zichzelf beweren God te zijn.

 

Goddelijke Openbaringskennis der Faith-Teachers & de Talmud. 

 

Een andere overeenkomst tussen de Faith-teachers en de Talmud, is de vermeende “openbaringskennis” van de eersten. Het Talmudisch Judaïsme leert dat het volk Israël aan de voet van de berg, de Sinaï, niet slechts de geschreven wet in de vorm van de Tien Geboden ontving, maar daarnaast ook een goddelijke openbaring in de vorm van de Talmud. Het is nu de Talmud, die de geschreven wet der Tien Geboden (en daarmee het hele Oude Testament) ver overstijgt. Bij de Faith-teachers is dit eveneens het geval met hun vermeende “openbaringskennis”; die overstijgt verre het geschreven Woord van God ofwel de Bijbel. En daar waar de Tien Geboden én het Oude Testament als geheel wordt geïnterpreteerd via de Talmud, wordt de hele Bijbel door de Faith-teachers (hetzij deels of geheel) geïnterpreteerd via hun zgn. “openbaringskennis”. In beide gevallen overstijgen de ervaringen dan het geschreven Woord van God. 

 

Hoe Is Het Nu? 

 

Al datgene wat we hierboven hebben beschreven, vond plaats eind jaren ’80 en vln, de eerste helft van de jaren ’90. Destijds stonden de christelijke publicaties zoals tijdschriften regelmatig vol mee en werden er boeken en videos over gepubliceerd. Vandaag de dag horen we er via de gevestigde media en pers niets meer over (misschien een schaars artikel uitgezonderd.) Maar hoe is het nu met de Faith-theologie gesteld? Nadat John Osteen op zaterdag 23 januari 1999 op 77-jarige leeftijd overleden was, werd die opgevolgd door zijn zoon, Joel Osteen. Net als zijn vader de Faith-theologie verkondigd had tijdens zijn leven, zo doet zijn zoon , Joel, dit nu. Hoewel er dus door de media en pers minder aandacht aan de Faith-theologie wordt besteed, wordt dit wel gedaan over het internet. Hier is een lang en gedetailleerd artikel over wijlen John Osteen en zijn zoon die het werk van zijn vader al enige tijd heeft overgenomen: http://www.forgottenwords.org/osteen.html Hieruit blijkt dat de Faith-theologie nog altijd springlevend en wel onder ons aanwezig is. Hier is iets wat Victoria, de vrouw van Joel Osteen recent beweerde, nl. dat alles om ons draait en niet om God en de daaropvolgende reacties van andere Christenen. https://www.huffingtonpost.com/2014/09/04/victoria-osteen-reactions_n_5759860.html?utm_hp_ref=joel-osteen En enige tijd geleden heeft Joel Osteen weer een boek gepubliceerd, The Power of I Am. En ook hier zijn de verschillende ketterijen weer terug te vinden: doe je een positieve belijdenis door je rijkdom te belijden, dan zal materiële welvaart jouw kant opkomen; belijdt je echter armoede (door hierover te spreken), dan zul je binnen afzienbare tijd ook te maken krijgen met armoede; hier dus typisch weer die Faith-theologie. De leer dat God Zich aan onze wensen aan zou passen doordat Hij ons financieel zou zegenen als we slechts onze (aanstaande) rijkdom willen belijden, is gewoonweg belachelijk. Verder wordt God gereduceerd tot niet meer dan een “gulle gever” terwijl wij, Zijn kinderen, juist in het centrum staan en alzo de hoogste plaats innemen. Een goed en gedetailleerd kritisch verslag over de ketterijen van Joel Osteen is hier te vinden: https://walthope.wordpress.com/tag/joel-osteen

 

Overname Van Artikelen & Goede Studie van de Bijbel.

 

Nu zijn er onder ons mensen, evangelisten, predikers enz. die artikelen van andere bedienaars des Woords overnemen en dit dan in hun eigen tijdschrift of blad plaatsen. Dit is ook het geval met een deel van de verkeerde leerstellingen van Joel Osteen. Hoewel het overnemen van artikelen an sich niet verkeerd hoeft te zijn, doen sommigen dit onder hun eigen naam. En hierin is toch iets humoristisch gelegen daar sommigen valse leerstellingen van anderen overnemen en zichzelf zo de eer toekennen, die zélf te hebben geschreven! Dit zou niet zo moeten zijn. Dat men dergelijke leerstellingen heeft overgenomen, kan uiteraard te maken hebben met onwetendheid betreffende de ware oorsprong van deze doctrines en het kan dan ook te goeder trouw zijn gedaan. We hebben echter een Bijbel en door die nauwkeurig te bestuderen, kunnen we weten of datgene wat via de kansel en via boeken, tijdschriften etc. wordt geleerd, een bijbels fundament heeft of niet.

 

Een Charismatische Hellevaart: Met Jezus in de Hel. 

 

Een deel van de charismatische beweging (nogmaals, we hebben het dus níet over de beweging als geheel), staat erom bekend, boeken en DVDs te publiceren van mensen die beweren door Jezus mee naar de hel te zijn geweest, waarna Hij hen opdracht gegeven zou hebben, alles wat zij daar gezien en ervaren zouden hebben, in een boek neer te schrijven. Dit boek moest dan vervolgens over zowel de kerkelijke wereld als de niet-kerkelijke worden verspreid. Het doel van het boek was om de mensheid te waarschuwen opdat die niet onbekeerd in de hel zou belanden. Eén van de boeken waarvan de schrijfster, Mary K. Baxter, beweert dat hierin de realiteit zoals die in de hel zou zijn, is A Divine Revelation of Hell (in de Nederlandse taal gepubliceerd onder de gelijknamige titel, Een Goddelijke Openbaring van de Hel.)  Mary Baxter zegt vanaf maart 1976 bezoeken van Jezus te hebben ontvangen en dat zij daarna herhaaldelijk met Hem meegenomen is naar de hel. In dit boek wordt gewag gemaakt van vurige putten waarin de zielen van hen die zonder ooit Jezus als hun Verlosser te hebben aanvaard, verblijven; zij zijn dan niet meer als een skelet waarvan resten verrot vlees afvallen terwijl zij zelf herhaaldelijk geschroeid worden door de vlammen die uit het onderste van de put naar boven flakkeren. Veder is er sprake van demonen in de vorm van slangen en vleermuisachtige wezens in de hel. Wanneer Jezus haar de eerste maal verschijnt, vertelt Hij Baxter o.m. dat Hij haar door Zijn Geest mee zal nemen naar de hel en dat Hij daartoe haar geest uit haar lichaam zal nemen. Nadat zij met Jezus is opgestegen, ziet zij dat als zij naar beneden kijkt, haar man en kinderen vredig liggen te slapen en haar eigen lichaam  waarvan zij zegt, “Het was net alsof ik gestorven was en mijn lichaam op mijn bed was achtergelaten terwijl mijn geest met Jezus door het dak van het huis opsteeg.” Nadat beiden hoger zijn gestegen, ziet Baxter dat er een soort trechters uit de aarde steken: de ingangen naar de hel. Eenmaal met Jezus in de hel, wordt Baxter de smerige, vuile lucht van ontbindend vlees gewaar. De beschrijving van de hel in dit boek is dusdanig samengesteld dat het lijden van de verloren zielen aldaar tot in detail is weergegeven, waarbij echter de nadruk wordt gelegd op de gruwelijke aspecten hiervan! Hoewel Jezus Zelf ook over de hel heeft gesproken in het Nieuwe Testament, heeft Hij nooit de klemtoon gelegd op deze aspecten; wél heeft Hij gesproken over het vuur en de worm:

“En als uw hand u doet struikelen, hak hem dan af; het is beter voor u verminkt het leven in te gaan dan met twee handen heen te gaan in de hel, in het onuitblusbare vuur, waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt.” (zie Markus 9:43-48)

(Jezus bedoelde niet te zeggen dat men werkelijk zijn hand af zou moeten hakken; wát Hij duidelijk wilde maken was dat het beter zou zijn een hand te verliezen dan dat men met beide handen toch voor eeuwig verloren zou gaan. Zou dit door vele Christenen letterlijk zijn genomen, dan zouden we vandaag de dag vele Christenen met slechts één arm, één voet en slechts één oog zien; als men hen dan gevraagd zou hebben waaraan dit te wijten was, zouden zij misschien hebben gezegd dat zij zichzelf hadden verminkt om verder “struikelen” (verdere verzoekingen) te voorkomen. Mens, wat voor een belachelijk getuigenis zou dát wel niet zijn! Hoewel Jezus dit zei, heeft Hij ook nooit geëist dat men dit ook zou doen. Daarnaast vinden we in het boek der Handelingen geen enkel voorbeeld van ook maar één apostel of Christen die dit ook daadwerkelijk in praktijk heeft gebracht! Zijn doel was alleen om duidelijk te maken dat de hel het ergste is wat iemand kan overkomen.)

 

De Charismatische Hellevaart & De Holocaust.

 

En ook híer zien we dat verhalen over de hel, geschreven door mensen die beweren met Jezus in de hel te zijn geweest, raakvlakken hebben, maar dan met de holocaust. Beschreef Mary K. Baxter de vuurputten in haar boek, de holocaust-overlevenden verhalen van massa’s lijken die door de Nazis in reusachtige kuilen verbrand zouden zijn. Laten we nu een ander voorbeeld geven: op een bepaald moment hoort Baxter die dan met Jezus in de hel is, kreten en gekrijs van een man. Deze man zou tijdens zijn leven op aarde ooit een predikant zijn geweest:

“Wij naderden op zo’n vijf meter van deze activiteit. Ik zag kleine donkere figuren rondom een kistachtig voorwerp marcheren. Bij nader bezien bleek dat de kist een doodkist was en de figuren die er rondom marcheerden demonen waren. Het was een echte doodkist en 12 demonen marcheerden er omheen. Terwijl zij marcheerden zongen en lachten zij. Elk van hen had een scherpe speer in zijn hand die hij telkens stootte door kleine openingen die in de buitenkant aangebracht waren. Er was een sfeer van grote angst in de lucht, en ik beefde toen ik zag wat er gebeurde. Jezus kende mijn gedachten, want Hij zei: “Kind, er zijn vele zielen die hier gefolterd worden, en er zijn vele verschillende soorten van foltering voor deze zielen. Er is een grotere straf voor hen die eens het evangelie predikten maar weer in zonde vielen, dan voor hen die de roeping van God voor hun leven niet wilden gehoorzamen.” Ik hoorde een schreeuw zo vertwijfeld dat het mijn hart vervulde met wanhoop. “Geen hoop. geen hoop”, riep hij uit. De hopeloze kreten kwamen uit de doodkist. Het was een eindeloze klacht van wroeging. “O, wat verschrikkelijk!” riep ik. “Kom”, zei Jezus: “Laten we dichterbij gaan.” Hij liep naar de doodkist en keek naar binnen. Ik volgde en keek ook naar binnen. Het bleek dat de boze geesten ons niet konden zien. Een vuilgrijze mist vulde de doodkist. Het was de ziel van een man. Terwijl ik toekeek, stootten de demonen hun speren in de ziel van de man in de doodkist. Ik zal nooit het lijden van deze ziel vergeten. Ik riep tegen Jezus: “Laat hem eruit, Heer; laat hem eruit.” De foltering van deze ziel was een ontzettend gezicht. Mocht hij toch maar bevrijd worden. Ik trok aan Jezus’ hand en smeekte Hem om de man uit de doodkist te laten. Jezus zei: “Mijn kind, zwijg, wees stil.” Terwijl Jezus sprak, zag de man ons. Hij zei: “Heer, Heer, laat mij eruit. Ontferm U!” Ik keek naar omlaag en zag een bloederige massa. Voor mijn ogen was een ziel. Binnenin de ziel was een menselijk hart, en het bloed spoot eruit. De steken van de speren doorboorden letterlijk zijn hart.” (vetdruk toegevoegd)

De rest van het helleverhaal met al haar gruwelen kan hier worden gelezen: http://www.divinerevelations.info/documents/a_divine_revelation_of_hell/a_divine_reveation_of_hell_dutch.htm

Laten we nu dit tafereel een svergelijken met wat de holocaust-overlevende, Elie Wiesel, gezegd had over de massa-executie van Joden bij Babi Yar in Oekraïne door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog:

“Later, I learned from a witness  that for months after the massacre, the ground did not stop trembling and that from time to time, geysers of blood spurted up out of the earth.”  http://exposing-the-holocaust-hoax-archive.blogspot.nl/2011/01/elie-wiesels-geysers-of-blood.html  (vetdruk toegevoegd)

Dan, iets verder terug, hebben we het voorbeeld van een van de vele vuurputten die de hel zou tellen:

“In de volgende put zat een vrouw op haar knieën, alsof zij iets aan het zoeken was. Haar skeletvorm was ook vol gaten. Haar beenderen waren duidelijk te zien en haar verscheurde jurk was aan het branden. Haar hoofd was kaal en er waren slechts gaten waar haar ogen en neus zouden moeten zijn. Een klein vuur brandde om haar voeten heen, terwijl zij knielde, en zij klauwde zich vast aan de kanten van de zwavelput. Het vuur hing aan haar handen en dood vlees bleef van haar afvallen terwijl zij haar nagels ingroef. Geweldige snikken schudden haar. “O Heer, o Heer”, huilde zij: “Ik wil eruit.” Terwijl wij toekeken had zij zich eindelijk naar de opening van de put geklauwd met haar handen en voeten. Ik dacht dat zij eruit zou gaan toen een grote demon met grote vleugels die bovenaan gebroken leken en langs zijn zijden hingen, naar haar toe kwam rennen. Zijn kleur was bruinachtig-zwart, en hij had haar over heel zijn grote vorm. Zijn ogen waren heel diep in zijn hoofd gezet, en hij was zo ongeveer de grote van een grote grijze beer. De demon rende naar de vrouw en duwde haar heel hard achterover de put en het vuur in. Ik keek toe in afgrijzen toen zij viel.”

Over de vuurputten in Birkenau waar de Duitsers naar verluidt levende babies zouden hebben verbrand, schreef Wiesel het volgende:

“Niet ver van ons likten vlammen uit een greppel, gigantische vlammen. Zij waren iets aan het verbranden. Er was een lorrie bij de kuil opgesteld en leverde er haar lading af- kleine kinderen. Babies! Rondom ons was iedereen aan het huilen. Iemand begon de Kaddish te citeren. Ik weet niet of dit in de lange geschiedenis van de Joden eerder gebeurde dat mensen het gebed voor de doden voor zichzelf hebben geciteerd. Nooit zal ik die nacht, de eerste nacht in dat kamp, vergeten. Nooit zal ik die rook vergeten. Nooit zal ik die kleine gezichten van de kinderen wiens lichaampjes onder een stille hemel in kransen van rook veranderden”.  http://exposing-the-holocaust-hoax-archive.blogspot.nl/2009/10/elie-wiesel-on-baby-burning-pits-at.html

De parallellen zijn hier duidelijk te zien maar kunnen niet op waarheid berusten. Zoals sommigen misschien al weten, is er veel af te dingen op de officiële versie van de Holocaust. Bezoek eens de volgende site: http://andrew carringtonhitchcock.com/blog/holocaust-or-holohoax-jou-be-the-judge/ En dit is eveneens het geval met de vele “hellereizen” van verschillende charismatische leiders. Als we een werkelijk excellente uitleg over deze “reizen” willen, is dit wel de beste uitleg die we er toen nu toe over hebben: https://www.youtube.com/watch?v=pmltLsKHmgE (“FALSE VISITS TO HEAVEN & HELL – JUSTIN PETERS & SO4J-TV / 10 Dangers of Extra-Biblical Revelations”) Hier worden (zoals de titel al aangeeft), ook de zgn, “reizen naar de hemel” als onbijbels ontmaskerd. Justin Peters, die hier wordt geïnterviewd door Martha Mac, legt helder en duidelijk uit, waaróm deze vermeende openbaringen van charismaten die beweren met Jezus in de hemel dan wel in de hel (of beide) zijn geweest, niet van God afkomstig kunnen zijn; hij zegt o.a dat al die openabringen elkaar tegenspreken. Deze verhalen zijn, “Onbewezen, onbetrouwbare, tegenstrijdige verhalen” en zijn tevens “intern tegenstrijdig”. Hetgeen betekent dat de auteurs zelfs zichzélf tegenspreken.  Een voorbeeld: Colton Burpo, schreef in zijn boek, “Heaven is for Real”, dat iedereen in de hemel “vleugels” had, behalve Jezus Zelf. Don Piper, beweerde in zijn boek, “90 Minutes In Heaven”, dat men er echter geen vleugels had. En Mary Kathrin Baxter, beweerde in haar “A Divine Revelation Of Hell”, dat zij de duivel zelf in de hel zag. Colton Burpo daarentegen, beweerde dat satan niet in de hel was daar engelen zwaarden bij zich hadden om hem daar weg te houden.

 

De Bijbel: Jezus en de Bezetenen van het Land der Gergesenen. 

 

Nu, hoe kunnen we nu bewijzen dat wat zowel Baxter als Burpo over de duivel hebben geschreven, niet in overeenstemming zijn met de Bijbel? Om dit te weten, gaan we naar de tijd toen Jezus met Zijn discipelen in een boot het land der Gergesenen bereikt hadden. Hier lezen we er het volgende over:

“En toen Hij aan de overkant was gekomen, in het land van de Gergesenen, kwamen twee mensen die door demonen bezeten waren, Hem tegemoet; zij kwamen uit de grafspelonken en waren zeer gevaarlijk, zodat niemand langs die weg voorbij kon gaan. En zie, zij riepen: Jezus, Zoon van God, wat hebben wij met U te maken? Bent U hier gekomen om ons te pijnigen vóór de tijd?” (Mattheús 8:28-29)

De rest van deze geschiedenis is bekend; Jezus staat toe dat de demonen na eenmaal door Hem uitgedreven te zijn, in een kudden zijnen varen die vervolgens omkomen. De lokale bevolking, intussen angstig geworden, verzoeken Jezus om hun gebied te verlaten. (verzen 30-34) Maar het gaat hier om wat de demonen tot Jezus zeggen: “Bent U hier gekomen om ons te pijnigen vóór de tijd?” De demonen wísten al dat zij eens mét hun aanvoerder, satan, op een bepaald moment in de toekomst door Jezus in de hel zouden worden geworpen. Nu zij Jezus zagen, meenden de demonen dat hun tijd nu eindelijk gekomen was. Maar dit was niet zo, daar Jezus hen toestond om zoals gezegd, nadat zij door Hem uit zouden zijn gedreven, in de zwijnen zouden varen. En uit wat deze demonen zeiden, blijkt duidelijk dat noch zij, noch hun meester, satan, zich vandaag de dag in de hel bevinden; integendeel, zij zijn juist zeer bevreesd om daar eens naar toe te worden verwezen! Baxter zou dan als haar openbaring ook wérkelijk van God zijn geweest, satan nooit in de hel gezien kunnen hebben! En ook de openbaring van Burpo, die schreef dat de engelen de duivel en zijn demonen er met hun zwaarden van weerhielden om in de hel af te dalen, is eveneens in strijd met de Bijbel. Want zoals uit de geschiedenis van Jezus en de bezetenen als blijkt, zij zijn er juist voor bevreesd om daar eens naartoe te worden verwezen. Dus is het voor de engelen niet nodig, hen met zwaarden ervan te weerhouden in de hel af te dalen!

 

Hemeltoeristen & Geestelijke Ramptoeristen in het Middelpunt van de Belangstelling. 

 

Een van de andere kenmerken van deze “hemeltoeristen” en “geestelijke ramptoeristen” (degenen die in de hel zouden zijn afgedaald) is, dat het zijzélf zijn die er in het boek wat zij erover hebben geschreven, in het centrum, het middelpunt, staan; God (Jezus) in zoverre dat zij Hem er ook werkelijk  ontmoet mogen hebben!), krijgt er een “lagere rol” toebedeeld. Het zijn de hemeltoeristen en de ramptoeristen, die uitverkoren zijn en het is hún boek (of boeken), die zelfs de Bijbel in grensoverschrijdend belang overstijgen.

 

Ik-Gericht: Onze Noden zijn het Belangrijkst. 

 

Weer een andere eigenschap van deze openbaringen is dat het de noden (behoeften, verlangens), het belangrijkst zijn. Wat de hemel betreft, is het de plaats waar al onze wensen vervuld zullen worden. Hoewel dit niet onjuist hoeft te zijn, is het toch zo dat het erom moet gaan dat het God is, Die er het Middelpunt, het Centrum van onze verlangens moet zijn. Dit laatste vinden we echter bij de hemeltoeristen en geestelijke ramptoeristen niet in hun boek (of boeken) terug. Er is natuurlijk veel meer te zeggen over degenen die beweren met Jezus in de hel/hemel (of beide) te zijn geweest. Maar Justin Peters heeft hier veel meer over te zeggen; zijn videos zijn uiteraard te vinden op het al aangegeven YouTube-kanaal. We zullen de studie nu afronden met een voorbeeld van Paulus, diens ervaring aangaande zijn dramatische bekering tot Jezus op zijn weg naar Damascus, en een deel van zijn eerste brief aan de Korinthiërs (waar we al het een en ander uit behandeld hebben.)

 

Handelingen 9 & 1 Corinthiërs 15. 

 

Het verhaal van Paulus (toen nog Saulus geheten) over de dramatische bekering tot Jezus toen hij op reis naar Damascus was, zal wel bekend zijn; Saulus was als Farizeeër de grootste kerkvervolger van zijn tijd; hij was zó fanatiek bezig de Christenen te  vervolgen, dat hij van de overpriester zelfs om geloofsbrieven verzocht om die er te Damascus aan de daar gevestigde synagogen af te geven met instructies om er ook de Christenen daar te vervolgen. Tijdens zijn reis naar Damascus, ontmoet Saulus de Heere Jezus in de vorm van een hel wit licht vanuit de hemel. Hij valt ter aarde, vraagt Wie het is Die met hem spreekt, en hoort dan dat het Jezus Zélf is, Die hem aanspreekt met de woorden, “Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij”?  Saul krijgt dan instructies om Damascus binnen te gaan en als hij zijn ogen opent, merkt hij dat hij blind is; hij wordt dan door zijn metgezellen de stad binnengeleid. later worden hem de handen van Ananias, een Christen, opgelegd, waarna Saul weer kan zien. Aldus bekeerd, wordt Saulus (later Paulus geheten) de grootste pleitbezorger voor de Kerk. (zie Handelingen 9:1-22) Later stichtte hij verschillende kerken en schreef er een of meeerdere brieven aan; die bevatten onderwerpen die voor de kerken van groot belang zijn. Eén van die onderwerpen had te maken met de opstanding van Christus. En hiervoor gaan we weer naar de eerste Korinthe-brief. We lezen daar de volgende verzen:

“Verder maak ik u bekend, broeders, het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat u ook aangenomen hebt, waarin u ook staat, waardoor u ook zalig wordt, als u eraan vasthoudt zoals ik het u verkondigd heb, tenzij dat u tevergeefs geloofd hebt. Want ik heb u ten eerste overgeleverd wat ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij verschenen is aan Kefas, daarna aan de twaalf”. (1 Korinthiërs 15:1-5)

Paulus vervolgt dan nog met te zeggen dat Jezus ook o.a aan hem is verschenen, “als aan de ontijdig geborene”, en hij zichzelf de minste der apostelen acht, “Maar door de genade Gods ben ik wat ik ben, en Zijn genade voor mij is niet tevergeefs geweest”. (verzen 6-10) Wat hier nu opvalt, is het volgende: Paulus legt hier eerder de nadruk op de Schriften dan op de ervaring die hij tijdens zijn reis naar Damascus beleefd had!  Behalve dat hij erkende de kerk zwaar vervolgd te hebben voor zijn bekering, vertelt Paulus verder niets over zijn ervaring. En hiermee maakt de apostel duidelijk dat het de Schriften moeten zijn, die boven de ervaring moeten worden gesteld. Kennelijk wilde Paulus zo voorkomen dat de Korinthische Christenen voortaan slechts op ervaringen zouden vertrouwen. Het waren (en zijn) dan ook de Schriften (de Bijbel), die van doorslaggevende betekenis zijn voor ons, de huidige Christenen! En zo is het ook met al die ervaringen van hen die beweren met Jezus in de hemel en/of hel te zijn geweest; die mogen nooit de boventoon bóven de Schriften voeren! Maar zoals dit met de boeken waarin Mary Kathrin Baxter, Colton Burpo, en talloze anderen hun ervaringen hebben opgetekend, is dit echter wél het geval! En er zijn nu velen die de revaringen van deze hemeltoeristen en geestelijke ramptoeristen nu als authentiek en absoluut waar beschouwen. Hoe komt dit? Doordat we tegenwoordig een kerk vol met geestelijke analfabeten hebben, mensen die hun geloof gevestigd hebben op louter ervaringen en niet eens weten wat de Bijbel erover te zeggen heeft! Moge God ons geven dat de Christenen wereldwijd weer terug zullen keren naar de Bijbel en slechts die als toetssteen voor alles wat we aan wonderen en fenomenen zien, gebruiken. Of zoals de bekende slogan luidt: “Sola Scriptura”, de Schrift alleen, verder niets!

 

Ton Nuiten – Dinsdag 8 Mei 2018.

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s